ID.nl logo
Kilometerprijs: uitdaging of restrictie?
© Frans | stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Kilometerprijs: uitdaging of restrictie?

Door de kilometerprijs weet de overheid precies waar iedere auto zich bevindt en is de greep van Big Brother compleet. Maar is dat wel zo? Kunnen we nog iets met de technologie? Computer!Totaal nam de proef op de som, vroeg duizenden pagina's documenten op en deed onderzoek.

De kilometerprijs roept veel emoties op. Wij mengen ons niet in de discussie, maar richten ons op de technologie van het systeem. Het is nogal een klus om zo'n acht miljoen auto's te voorzien van een technologie, een centrale administratie op te tuigen en vervolgens op deze manier af rekenen voor het rijden per kilometer. Ook liggen er opeens kansen om informatie heel anders te gebruiken. Om duidelijk te krijgen hoe het systeem precies werkt, vroegen we het Ministerie van Verkeer- en Waterstaat om alle documenten. Daarbij hebben we een beroep gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Dat bleek een gouden greep want er is veel informatie beschikbaar en al snel werden we uitgenodigd voor een uitgebreide demonstratie.

©PXimport

Het registratiekastje in de auto.

Zoals bekend krijgt iedere automobilist een apparaat in zijn of haar auto dat meet hoeveel er wordt gereden, en wanneer en waar dit gebeurt. Dat laatste is nodig omdat er verschillende tarieven zijn. Het systeem begint simpel en kent twee tarieven: rijden in de spits en rijden buiten de spits. Het berekenen van de afstanden gebeurt aan de hand van gps-technologie. Op deze manier is prima bij te houden waar u rijdt. Dat is handig voor de toekomst, want dan is het de bedoeling dat de tarieven afhankelijk zijn van het type weg. Zo krijgt een snelweg een ander prijskaartje dan verkeer in de bebouwde kom. Er komen maximaal tien verschillende tarieven. Als de wetgeving eenmaal rond is, kan minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat extra tarieven introduceren zonder toestemming van de Tweede Kamer met een zogenoemde Algemene Maatregel van Bestuur.

Wel gps, toch geen Big Brother

Voordat we de vraag kunnen beantwoorden of de overheid nu meteen weet waar iedere auto zich bevindt, is het van belang om te weten wat voor soort kastje we in de auto krijgen. Er zijn twee varianten. De eerste is het ‘garantiespoor’ oftewel een ‘dik kastje’. Dat is een kastje dat door de overheid is ontworpen en niets anders doet dan zorgen dat per kilometer wordt betaald. Het kastje stuurt één keer per week de totalen per dag door naar een centraal systeem. Het telt dus de kilometers per dag op en verdeelt ze in tariefgroepen. Naast de totalen worden alleen de laatste dertig seconden van een rit bewaard.

©PXimport

Organisatie van de heffing en inning met erkende dienstverleners en de basisorganisatie.

De andere mogelijkheid is dat de automobilist kiest voor het ‘hoofdspoor’. Leveranciers zijn dan vrij om een kastje te ontwerpen en zelf specifieke diensten aan te bieden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met een dun en goedkoop kastje te werken dat om de zoveel seconden de gps-positie doorgeeft aan een centraal systeem van de leverancier. Bijvoorbeeld TomTom kan hier nieuwe producten mee maken die naast registratie en het optellen van de afstanden ook navigatie biedt en file-advies of tips geeft hoe u op de kilometerkosten kunt besparen.

©PXimport

Organisatie van de heffing en inning met uitsluitend de basisorganisatie.

Wie kiest voor een dienstverlener, kan er ook voor kiezen precies door te geven waar hij zich op welk moment bevindt. Dat daar privacyrisico's aan zitten, is helder maar daar kunt u zelf voor kiezen. De overheid krijgt geen toegang tot deze informatie. Volgens het ministerie is het uitgangspunt dat zo min mogelijk informatie wordt verzameld, omdat wat je niet hebt, ook niet misbruikt kan worden. Maar als het ergens bij een dienstverlener is opgeslagen, is de informatie ook toegankelijk. Niets staat politie, justitie en geheime diensten in de weg deze informatie op te eisen.

Gsm-technologie voor de rekening

Hoe informatie bij de dienstverlener komt, mag de dienstverlener tot op zekere hoogte zelf bepalen. Of er nu gebruik wordt gemaakt van wifi, gsm-technologie of dat u uw kastje via een netwerkkabel op uw thuisnetwerk aansluit – het maakt niet uit. Hoe privacyvriendelijk het systeem uitpakt, zal per leverancier verschillen. Helemaal vrij zijn de bedrijven niet in het aanbieden van oplossingen, want ze moeten voldoen aan een aantal harde randvoorwaarden. Wie daar niet aan voldoet, doet niet mee.

Bij het garantiespoor wordt nu in de aanbesteding gevraagd om umts- en gprs-technologie om de informatie door te geven. Dat gebeurt eens per week en voor de rest van de week staat de gsm uit. Ieder kastje belt op een ander moment in en zo denken de ontwerpers de grote hoeveelheid dataverbindingen toch aan te kunnen. Een ander voordeel van deze aanpak is volgens het ministerie dat het niet mogelijk is om mensen te volgen. De providers houden verkeersgegevens van alle mobieltjes bij. Omdat alleen bij het overzenden de module aanstaat, is er verder ook geen administratie. Wie gegevens wil vorderen, komt volgens het projectteam dan ook niet ver.

Honderd poorten boven de weg

Toch is dit niet de enige registratie. Een ander onderdeel zijn 100 portalen boven de weg op verschillende plekken in het land. Deze lezen de kastjes uit, waarbij informatie over het kastje, kilometerstanden en de gps-gegevens van de laatste dertig seconden worden uitgelezen. Ook opsporingsambtenaren kunnen dat straks doen met een pda. Is alles in orde, dan worden de gegevens niet bewaard en meteen verwijderd. Zogeheten ‘no-hits’ worden weggegooid. Deze informatie komt niet centraal. Anders is dat voor kastjes die op een grijze lijst staan. Daar worden extra controles op uitgevoerd om fraude te detecteren. Zo vergelijken portalen informatie om fouten op te sporen en worden allerlei checks gedaan om te ontdekken of er toch niet gerommeld wordt. Fraude wil het ministerie hard gaan aanpakken.

Om op de grijze lijst te komen, hoeft de burger niet veel te doen. Iedere maand plaatst het ministerie één procent op de grijze lijst om fraude te detecteren. Daar zit ook meteen een privacyrisico, want het is niet ondenkbaar dat opsporingsinstanties met een vordering auto's op zo'n lijst laten plaatsen. Dat is zorgelijk, omdat begin 2010 bekend werd dat enkele politiekorpsen nu al gegevens van kentekenregistratie té lang bewaren - zelfs al weten ze dat dit tegen de wet in is. Een andere reden om op deze lijst te komen, is wanneer een kastje drie maanden geen informatie heeft doorgestuurd of via een alarm aangeeft dat er iets niet goed is. In dat laatste geval zal een oproep voor een herkeuring van het kastje volgen. Gaat er een rood lampje branden, dan moet dat binnen acht uur worden gemeld en moet dit binnen drie weken gerepareerd zijn. Gedurende die tijd betaalt een automobilist op basis van zijn oude rijgedrag.

Niet voor andere doelen gebruiken

Alle informatie mag in het huidige wetsvoorstel niet voor andere doelen dan het maken van rekeningen worden gebruikt. Zo mag de Belastingdienst de gegevens niet voor opsporingsdoeleinden gebruiken en kan er ook geen bekeuring voor te snel rijden worden gegeven. Maar voor zware misdrijven mag de informatie wél gebruikt worden. Dat lijkt goed geregeld, maar dit alles staat of valt met het vertrouwen dat de politiek de wetgeving in de toekomst niet aanpast. Ook providers mogen alleen gegevens gebruiken als de burger daar expliciet toestemming voor heeft gegeven.

©PXimport

Het systeem mag niet gebruikt worden voor snelheidscontroles.

Bij het ontwerp is duidelijk veel aandacht geweest voor privacy en ook aanbevelingen van het College Bescherming Persoonsgegevens zijn opgevolgd. Als alles werkt zoals de bedoeling is, zal het systeem echt alleen maar rekeningen genereren en fraude opsporen. Zodra het systeem anders gebruikt gaat worden dan nu voorzien is, is het niet ondenkbaar dat er toch een volgsysteem ontstaat. Maar daarvoor moet er dan technisch nog wel een en ander gebeuren en de wet aangepast. Voorlopig is het aan Camiel Eurlings om eerst het parlement zo ver te krijgen de huidige wet goed te keuren en dat is nog geen gelopen race. Voor het bedrijfsleven ontstaat er een nieuwe tak van dienstverlening.

Documenten opvragen

Iedere burger mag met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur documenten opvragen als het over beleid gaat. Vaak kost dit de nodige moeite, maar soms begrijpt de overheid prima dat achterkamertjespolitiek gewoon niet werkt. Waar het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in de meeste gevallen probeert informatie onder de pet te houden, blijkt het projectteam ‘Anders betalen voor mobiliteit’ verrassend open te reageren.

Hoewel tijdens het schrijven van dit artikel nog niet alle informatie is verstrekt - omdat er nog een aanbesteding loopt - ontvingen we al wel enkele duizenden pagina's informatie over de werking van het systeem. Nieuwsgierig geworden? Lees het zelf na op Bigwobber.

Lang nadenken

Er wordt in Nederland bijna twintig jaar al serieus nagedacht over manieren om anders voor de auto af te rekenen. De kerngedachte is iedere keer hetzelfde: de aanschafbelasting (BPM) en de wegenbelasting verdwijnen, en de gebruiker betaalt per kilometer. Wie niet rijdt, betaalt niets en wie veel rijdt betaalt veel. Ooit was het plan om af te rekenen door ieder kenteken te registreren via een portaal boven de weg. Dat stuitte op fel verzet en het plan kwam er nooit. Zo ging het met meer ideeën. Volgens het ministerie hebben die ervaringen wel meegewerkt aan het nieuwe wetsvoorstel.

Vijf opmerkelijke punten

1. De belastingen verdwijnen en veranderen in een heffing. Als het plan doorgaat, betekent dat niet de Belastingdienst, maar het Centraal Justitieel Incasso Bureau het geld gaat innen.

2. Het systeem zit vol met controles. Zo checkt het kastje zichzelf bij het starten van de auto, wordt op de weg via portalen gecontroleerd, kunnen opsporingsambtenaren het kastje uitlezen, worden gegevens vergelijkt om fraude te bestrijden en zijn er diverse alarmen.

3. Iedere automobilist krijgt eenmaal een som geld om een kastje te kopen en daarna niet meer. De garantieperiode bedraagt 25 jaar.

4. Iedereen die de rekening niet vertrouwt, mag een kastje ter herkeuring aanbieden en kan in bezwaar gaan tegen de rekening. Daarna kan de automobilist nog in beroep gaan.

5. Het is nog onduidelijk wat er gaat gebeuren als de technologie van cryptografie voor de beveiliging gekraakt wordt. De plannen daarvoor moeten nog gemaakt worden. Ook is het onduidelijk of veel software-updates de distributie via het UMTS niet te vol maken.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.