ID.nl logo
De beste NAS onder de 200 euro
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste NAS onder de 200 euro

Er zit nauwelijks een maximum aan wat je kunt besteden aan een NAS. Maar heb je al die hardware en functionaliteit ook echt nodig wanneer je alleen bestanden wilt back-uppen of kunnen delen? Wat lever je in wanneer je niet de allermooiste NAS koopt, maar kiest voor wat goed genoeg zou moeten zijn? Wij testen elf NAS-apparaten onder de tweehonderd euro.

Testmethode

Een NAS is inmiddels veel meer dan alleen ‘network attached storage’. Hij is een alleskunner die films downloadt, de beelden van de bewakingscamera analyseert en je waarschuwt als er iets verdachts gebeurt, notities synchroniseert tussen alle apparaten die je maar gebruikt en nog veel meer. Maar wat als je al die functionaliteit helemaal niet nodig hebt? Door bij de aanschaf kritisch te kijken naar de functionaliteit die jij echt gaat gebruiken, bespaar je veel geld en koop je toch nog steeds de voor jou perfecte NAS. Lees ook: 15 tips om je NAS-problemen op te lossen.

Voor deze test zijn alle modellen met een of twee schijven aangevraagd die binnen het gestelde budget passen. Bij binnenkomst is elke NAS voorzien van de nieuwste firmware en daarna getest op snelheid en functionaliteit. De NAS zit daarvoor samen met het testsysteem en een Linksys-gigabitswitch op een apart testnetwerk. Voor de snelheidstest gebruiken we de Intel NAS Performance Toolkit die praktijksituaties simuleert, zoals het afspelen van een HD-film en het werken met Office-bestanden. Elke mogelijke RAID-configuratie is daarbij getest, ofwel met de eigen schijven van de NAS of met onze eigen Seagate 2 TB NAS-schijven.

©PXimport

Maximaal bedrag

Voor deze test mag een NAS maximaal tweehonderd euro kosten in de prijsvergelijker op onze website. Dat is dan zonder harde schijven; voor NAS-apparaten die met opslag worden geleverd, is de ‘lege’ prijs bepaald door de kosten van de opslag eraf te halen. NAS-apparaten die met opslag worden geleverd, zijn in de minderheid, de meeste merken leveren hun NAS zonder en bieden daarmee de mogelijkheid precies die harde schijven in de NAS te plaatsen die voldoen aan jouw behoefte.

Waar we in de tabel prijs als pluspunt noemen, bedoelen we dan ook nadrukkelijk de prijs zonder opslag.

Reeds gebruikte schijven plaatsen kan natuurlijk ook, maar houd wel rekening met de mogelijk vele uren dat deze zijn belast. Bovendien, de laatste jaren is het aanbod aan schijven die zijn geoptimaliseerd voor gebruik in een NAS sterk toegenomen. De verwachtte tijdwinst bij de configuratie doordat een NAS met harde schijven al ‘direct gebruiksklaar’ is, bestaat in de praktijk niet. De firmware updaten, gebruikers aanmaken, de netwerkinstellingen finetunen, het zijn taken die altijd moeten - ook bij een NAS die standaard al met schijven is uitgerust.

Eén of twee schijven

Een belangrijke keuze is die tussen een NAS met een dan wel twee schijven. Met één schijf is het niet mogelijk door middel van RAID de gegevens op de NAS te beschermen tegen hardwarefouten. Je moet dan alle bestanden minimaal nog op één andere plek of op één ander systeem bewaren. Dat kan door ze naar een externe schijf of een andere NAS te kopiëren of – wat steeds vaker gebeurt – naar een cloudopslag. Dit laatste lijkt de ideale manier, maar cloudopslag is niet onbeperkt en vaak best kostbaar, nog los van andere bezwaren zoals mogelijke onbeschikbaarheid en privacy. Een NAS met meer dan twee schijven is daarom overall vaak de beste keuze, want die biedt wel bescherming tegen hardwarefouten, en door gebruik van meer dan twee schijven is er sprake van een relatief veel geringer verlies aan opslagcapaciteit. Echter, een NAS met meer dan twee schijven is onder de tweehonderd euro niet te krijgen.

©PXimport

Slechts elf modellen

Graag hadden we nog wat meer NAS-apparaten getest, zoals de NETGEAR RN102 of de D-Link DNS-340L, nota bene de enige NAS met vier schijven én een straatprijs onder de tweehonderd euro. Helaas hebben de fabrikanten ons deze apparaten niet ter beschikking gesteld. Naar de achterliggende reden kun je altijd alleen maar gissen, maar waakzaamheid bij de aankoop is terecht, het kan betekenen dat de fabrikant de bestaande voorraad slijt en daarna met iets anders komt.

Het verschil

Het grootste verschil tussen de NAS-apparaten in deze test en de topmodellen die we eerder testten (Computer!Totaal 6/2016), is vooral de processor, de hoeveelheid geheugen en het aantal poorten zoals usb 2.0 en 3.0. In deze test is er bijvoorbeeld niet één NAS met een Intel-processor, alles is ARM. Ook geen NAS met meer dan 1 GB geheugen, soms gaat het maar om 256 MB. De meeste NAS-apparaten hebben wel minimaal één usb3.0-poort, maar enkele ook weer niet, en andere aansluitingen zoals HDMI en eSATA zijn ook afwezig.

Vooral de processor en het geheugen hebben impact op de gebruiksmogelijkheid van deze NAS-apparaten: minder snel, minder gebruikers en minder taken gelijktijdig. De mindere power laat zich ook merken bij de mediafunctionaliteit. Geen van de NAS-apparaten kan direct op de tv worden aangesloten en transcoderen (het omzetten van niet-ondersteunde videobestandsindelingen naar compatibele bestandsindelingen) gebeurt veelal zonder hardwarematige ondersteuning en in een lagere kwaliteit.

Anders dan de hardware is de software in vergelijking met de duurdere modellen van hetzelfde merk grotendeels identiek. Bij ASUSTOR, QNAP en Synology krijg je echt dezelfde firmware; het verschil zit ‘m alleen in de zeer geavanceerde gebruiksmogelijkheden of het aantal beschikbare packages om de functionaliteit van de NAS zelf nog mee uit te breiden. Dit klinkt mooi, maar betekent wel dat wanneer je behalve voor goedkoop ook voor eenvoudig en gebruiksvriendelijk gaat, je bij een budget-NAS van deze merken dezelfde hoeveelheid instellingen en opties hebt als bij de grote, dure modellen. Wil je liever eenvoudig, kijk dan eens naar Western Digital of Seagate, zij laten te geavanceerde functies weg of verbergen die achter een extra knop.

©PXimport

Seagate Personal Cloud 3TB

De platte behuizing van de Personal Cloud doet smaakvol aan, maar is te lawaaiig voor een plaats in de woonkamer. Dat de usb3.0-poort aan een andere kant zit dan de andere aansluitingen, lijkt handig, maar bevalt mij niet. De Personal Cloud komt met een 3 TB Seagate NAS-HD, maar er zijn ook andere configuraties verkrijgbaar. Seagate wil met de Personal Cloud vooral gemak en zekerheid bieden in plaats van eindeloze opties. De fabrikant heeft de NAS OS-firmware niet echt aangepast, maar wel zijn enkele geavanceerde functies verstopt en deze moeten apart worden opgeroepen. Het aantal packages is bij Seagate beperkt en voor de Personal Cloud nog meer. Opvallend is de IFTTT-app (If This Then That), waarmee je de NAS aansluit op online diensten zoals Facebook, Twitter of Dropbox. Laat bijvoorbeeld bestanden uit Dropbox automatisch naar de Personal Cloud downloaden; hetzelfde kan met Facebook-foto’s waarin je bent getagd.

©PXimport

Synology DS115j

Een 800MHz-processor, maar 256 MB geheugen en geen enkele usb3.0-poort, de J-serie is duidelijk de budget-serie van Synology. De DS115j is niet nieuw, maar de nieuwste DSM-firmware draait er probleemloos op. Jammer dat Btrfs ontbreekt, Synology beperkt dit tot enkele zakelijke modellen, maar het bestandssysteem met oneindige snapshots is zeker ook interessant voor consumenten. De echte Synology-klassiekers zoals Photo Station, Video Station en ook Cloud Station (om je eigen private cloud te maken) zijn allemaal aanwezig, net als het nieuwe Hyper Backup. De prestaties van de ARM-processor zijn redelijk, zolang je de NAS niet te zwaar of met diverse gebruikers tegelijk belast. Doe je dat wel, dan duikt de processormeter diep in het rood en zul je even moeten wachten.

©PXimport

Synology DS116

De DS116 lijkt in alles op de DS115j, maar heeft een veel snellere processor en vier keer de hoeveelheid geheugen. En dat is te merken. De prestaties zijn beter en de NAS is de snelste van de modellen met één schijf. Geen usb 2.0 en juist wel twee 3.0-poorten, zestien in plaats van maximaal twee camera’s die je met Surveillance Station kunt verbinden, verder alle bekende Synology-features én natuurlijk de enorme waslijst aan packages om de functionaliteit uit te breiden. Wanneer je een NAS met één schijf zoekt, is dit zeker de beste optie. Het grote aantal mogelijkheden heeft echter een prijs: een NAS als de DS116 is complexer om te gebruiken dan de Seagate Personal Cloud.

©PXimport

ASUSTOR AS1002T

De AS-1002T is één van twee ASUSTOR NAS-modellen met een ARM-processor. De bedoeling is om zonder heel veel rekenkracht en functionaliteit op te geven toch een echte ASUSTOR te kunnen leveren in deze prijsklasse. De opzet is gelukt, want de AS-1002T is een mooie NAS. Belangrijk zijn de twee usb3.0-poorten, de goede prestaties en natuurlijk de ADM-firmware. ADM is binnen enkele versies heel volwassen geworden en biedt van elke functie die een andere NAS heeft, wel een eigen versie. In een handomdraai bouw je een eigen cloud, configureer je een mediaserver of bewaar je de beelden van de bewakingscamera bij de voordeur. Met veel packages en prima apps voor smartphone en tablet is de AS1002T een prima NAS voor een keurige prijs.

©PXimport

QNAP TS-228

QNAP is momenteel de meest innovatieve NAS-bouwer en ook de TS-228 laat dat zien. Hoewel niet volgens de specificaties, laat de lichtgewicht virtualisatie-oplossing Container Station zich ook op deze TS-228 installeren en daarmee zet je met een paar klikken een virtuele machine met Fedora of Ubuntu Linux op de NAS. Anders dan we van QNAP zijn gewend, hier geen luxe metalen behuizing maar een eenvoudige verticale behuizing. De prestaties zijn redelijk, maar dankzij de 1 GB geheugen is het mogelijk een flink aantal extra packages nog op de NAS te installeren zonder dat dit de prestaties echt naar beneden haalt. Er zijn voldoende mogelijkheden voor het delen van foto’s, het streamen van media en het maken van back-ups.

©PXimport

Seagate NAS 2Bay 2TB

De NAS 2Bay heeft het uiterlijk van de zakelijk Pro-serie van Seagate, maar beschikt over minder krachtige hardware. Over de precieze specificaties doet Seagate helaas nogal schimmig en ook via SSH lukt het bijvoorbeeld niet te achterhalen welke processor precies in de NAS zit. Een hoogvlieger is het niet, samen met 512 MB RAM zet deze hoogstens redelijke prestaties neer. De software is dezelfde als in alle Seagate NAS-apparaten, maar anders dan bij de Personal Cloud zijn er geen aanpassingen nodig om de NAS extra gebruiksvriendelijk te maken. De IFTTT-app ontbreekt, maar daarvoor is er Surveillance Manager, waarmee de beelden van bewakingscamera’s op de NAS kunnen worden bekeken en bewaard. Een prima package, maar wel duidelijk minder dan dezelfde apps bij QNAP, Synology en ASUSTOR. Voor smartphones en tablets zijn er apps om een eigen cloud te maken. Al met al een prima NAS, maar zonder echte verkoopargumenten.

©PXimport

Synology DS216j

Een Synology koop je niet voor zijn uiterlijk, zo bewijst ook de DS216j. Opnieuw wit en alleen plastic, maar nu wel met twee schijven en met twee usb3.0-poorten. Aan de binnenkant zit een prima en veelgebruikte ARM-processor, dit keer in combinatie met 512 MB geheugen. De DS216j zet er prima prestaties mee neer en doet dat ook nog wanneer je uit het flinke aanbod aan packages er een aantal selecteert en toevoegt. In een handomdraai bouw je een eigen cloud en geef je al je apparaten toegang tot de NAS om foto’s te uploaden of juist media te streamen. Dankzij de Synology QuickConnect-ID is het onderling verbinden van de apparaten erg eenvoudig.

©PXimport

Synology DS216se

Heeft een Synology de typeaanduiding SE, dan is er op ongeveer alles bezuinigd om maar zo goedkoop mogelijk toch een Synology te kunnen aanbieden. Zo is deze DS216se uitgerust met een al vele jaren oude ARM-processor op 800 MHz, nota bene dezelfde als in zijn voorganger de DS214se. Ook is er niet meer dan 216 MB geheugen en helemaal geen usb3.0-poort, alleen 2.0. Maar je hebt wel de echte Synology DSM-firmware en alle daarbij behorende apps en packages, althans zover ze compatibel zijn met ARM en deze oudere hardware. Gebruik je de NAS echt alleen voor het bewaren van bestanden en back-ups, of een enkele keer het streamen van een film en doe je dat nooit met meer dan een handjevol mensen tegelijk, dan nog is de slechts een paar tientjes duurdere DS216j de betere keuze.

©PXimport

Western Digital My Cloud Mirror 8TB

Het gevecht met QNAP en Synology gaat Western Digital uit de weg door geen high-end NAS te bouwen, maar net als Seagate in te zetten op gebruiksgemak en daarmee een ander type gebruiker. Installatie en gebruik zijn inderdaad erg eenvoudig en zijn bijna vanaf het eerste moment per smartphone of tablet mogelijk. Jammer is wel dat de apps zonder uitzondering Engelstalig zijn. Er is een bescheiden aantal packages om de functionaliteit uit te breiden zoals voor het downloaden van torrents of het maken van back-up naar Dropbox of de Plex-mediaserver. De software op de NAS is overzichtelijk, maar kan zeker nog verder worden verbeterd. Heb je bijvoorbeeld een keer wat hulp of uitleg nodig, dan zijn er alleen de enorme teksten van de Help-functie, gelukkig wel in het Nederlands. Wil je een NAS die vooral geschikt is om je bestanden veilig te back-uppen en te kunnen delen, dan is de My Cloud Mirror een gebruiksvriendelijke keuze. De NAS komt met 8 TB opslagruimte, maar is in verschillende configuraties te koop.

©PXimport

ZyXEL NAS326

De fabrikant staat er niet bekend om, maar ZyXEL levert ook NAS-apparaten. De NAS326 is daarbij de goedkoopste van de NAS-apparaten met twee schijven en zet gemiddeld de beste prestaties neer. De hardware is dan ook niet het probleem van deze NAS, dat is de software. Het ZyXEL NAS OS bestaat uit twee volledig gescheiden en verschillende delen: een modern deel met een desktop met pictogrammen en een klassiek deel met eindeloze menu’s en heel veel opties om in te vullen of te activeren. Daarbij is het totaal onvoorspelbaar welke functie in welk deel is te vinden en helpt ook de zeer matige vertaling niet mee. De Help-functie is al snel je beste vriend. Er is een beperkt aantal packages om de NAS van extra functies te voorzien en een tweetal apps voor mobiel gebruik.

ZyXEL NAS520

Met uitzondering van de bescheiden processor is de hardware een sterk punt van de NAS520. Het is de enige NAS met twee netwerkpoorten en de mogelijkheid de snelheid van de NAS te verhogen door deze te bundelen. Verder zijn er maar liefst drie usb3.0-poorten en een achter een klepje verborgen SD-slot. De NAS520 deelt de firmware met de NAS326 en heeft dus hetzelfde euvel van de gespleten interface en het bescheiden aantal uitbreidingen, maar weer wel de duidelijke apps voor smartphone en tablet en de My ZyXEL Cloud voor toegang via het internet tot de NAS inclusief enig beheer van onder meer packages. Behalve aanmelden met een ZyXEL-account is het ook mogelijk je Google- of Facebook-account hiervoor te gebruiken.

©PXimport

Conclusie

Niet iedereen heeft alle functionaliteit nodig die een nieuwe NAS kan bieden. Door bij de aanschaf kritisch te zijn, kun je veel geld besparen. De test laat zien dat je voor tweehonderd euro al een heel behoorlijke NAS kunt kopen, waarmee je bestanden kunt opslaan en delen op het thuisnetwerk maar ook via het internet. Daarbij kan elk van deze NAS-apparaten in beperkte mate aanvullende diensten leveren zoals het downloaden van torrents of het streamen van media. Uiteindelijk is het ASUSTOR die met de AS1002T het meest complete product levert (en die krijgt daarom het keurmerk Best getest), maar het moet gezegd worden, hij is ook het duurste.

Wij geven de Synology DS216j het keurmerk Redactietip. Maar afhankelijk van welke functionaliteit je echt nodig hebt, kan een van de andere producten dan de twee winnaars een zelfs nog betere keuze zijn. Echte afraders zitten er niet bij.

In de tabel hieronder vind je de testresultaten van de 11 geteste NAS-apparaten.

©PXimport

Klik op de tabel voor een grotere versie.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.