ID.nl logo
Simpele support voor iPads en iPhones
© Reshift Digital
Huis

Simpele support voor iPads en iPhones

Nu werknemers hun eigen mobiele apparaten mee mogen brengen, vreest IT dat ze steeds meer tijd kwijt zullen zijn aan ondersteuning. Voor iOS is die vrees ongegrond.

Ik krijg de afgelopen maanden steeds vaker hetzelfde te horen van IT-managers: ja, we kunnen apparaten beveiligen door middel van Exchange of managementtools voor mobiele apparaten, maar waar we ons echt zorgen over maken is de extra druk die al die iPads en iPhones op ons zullen leggen. Ik je kan gelukkig vertellen dat de druk op IT-ondersteuning niet al te veel of zelfs helemaal niet hoeft toe te nemen - tenminste, niet wanneer werknemers iOS-apparaten binnenbrengen.

Maar eerst even een waarschuwing: Android is een heel ander verhaal, vanwege de verschillen in het besturingssysteem per leverancier en de onduidelijkheid over de herkomst van apps. Sommige principes die ik hieronder beschrijf voor de ondersteuning van iOS-apparatuur, gelden ook voor Android. Maar in tegenstelling tot bij iOS kun je van Android-gebruikers wel telefoontjes verwachten omdat ze geen verbinding kunnen maken met je beveiligde draadloze netwerk, omdat Android 2.x en 3.x geen PEAP-beveiligde WiFi-netwerken ondersteunen. Hetzelfde geldt voor gebruikers van Android 2.x smartphones wiens apparatuur geen ondersteuning biedt voor een groot deel van de Exchange ActiveSync policies, zoals on-device encryptie en complexe wachtwoorden. Daar kan ik je helaas niet mee helpen.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat iOS-apparaten van alle belangrijke mobiele platformen de minste ondersteuning vereisen. Het platform waar IT op dit moment nog de voorkeur aan geeft, BlackBerry van Research in Motion, is moeilijker te ondersteunen, maar aangezien BlackBerry duidelijk op zijn retour is, zou de druk op IT support uit die richting moeten afnemen. Het lijkt er zelfs op dat het agressief vervangen van Blackberry's door iPhones een snelle en effectieve manier kan zijn om de druk op het support-team te verlichten. Android-apparaten vereisen de meeste ondersteuning, maar het gebrek aan fundamentele beveiliging en management tools voor dat platform betekent dat waarschijnlijk toch al dat je dat platform niet snel binnen zult halen, en dan hoef je ze dus ook niet te ondersteunen. (Overigens is Motorola wel al goed bezig met pogingen om hun nieuwe zakelijke Android-toestellen geschikt te maken voor de zakelijke omgeving, door bijvoorbeeld standaard ondersteuning toe te voegen voor Exchange en een deel van het Exchange ActiveSync-beleid.)

Het onderzoek geeft voor de gunstige beoordeling van iOS een reden waar niemand raar van zal opkijken: de gebruikersinterface van iOS is gemakkelijker voor gebruikers, dus hebben ze doorgaans minder hulp nodig. Rapporten van Forrester Research en de Aberdeen Group laten zien dat gebruikers die hun eigen apparaat uitkiezen (ongeacht wie ervoor betaalt) minder ondersteuning nodig hebben. Bovendien: als het apparaat van de gebruiker zelf is, ook al wordt hij voor het bedrijf gebruikt, gaan mensen er veel voorzichtiger mee om. Dit alles verklaart de lagere ondersteuningsbelasting voor iOS-apparaten.

Maar op een gegeven moment zal IT zelf iOS-apparaten willen verstrekken, ondersteunen en beheren. En wanneer dat gebeurt zijn er manieren om met minimale inspanning aan de behoeften van de gebruikers te voldoen.

Maak gebruik van beveiligingspolicies en certificaten

iOS ondersteunt meer Exchange ActiveSync (EAS) policies dan enig ander modern mobiel besturingssysteem; alleen het vrijwel uitgestorven Windows Mobile, dat nog steeds door de overheid en een aantal bedrijven gebruikt wordt, ondersteunt er meer. Wanneer iemand vanuit Exchange of Gmail (met EAS ingeschakeld) e-mail probeert te benaderen, valideert de e-mailserver de policies meteen, waardoor gebruikers gedwongen worden zich eraan te houden in ruil voor toegang. Omdat iOS gebruik maakt van standaard EAS-policies hoef je ze alleen maar in te stellen, zonder dat je hoeft te weten of de gebruiker iOS heeft - dezelfde set policies kan ook voor desktoptoegang worden gebruikt.

Als je IBM's Lotus Notes en Domino gebruikt kun je deze policies niet opleggen aan het iOS-apparaat (met versie 8.5.2 of nieuwer van de Notes Server), alleen aan de Lotus client. Dat is een beperking van IBM - niet van Apple. Hetzelfde geldt, om dezelfde reden, voor de GroupWise e-mailserver, ervan uitgaand dat je het Data Mobility Pack geïnstalleerd hebt om EAS-ondersteuning toe te voegen. Voor deze twee oldschool e-mailsystemen is het het overwegen waard een mobile device management (MDM) tool in gebruik te nemen die door middel van policies meerdere mobiele besturingssystemen ondersteunt.

iOS ondersteunt ook certificaten, zoals voor PEAP-beveiligde WiFi-toegang en VPNs. Ook daar zou de ondersteuning niet af moeten wijken van andere apparaten.

Maak gebruik van configuratieprofielen

Maar waar je echt in moet investeren is provisioningprofielen, omdat deze je heel wat tijd kunnen besparen als je een zelfconfiguratiedienst opzet voor gebruikers.

De provisioningcertificaten van Apple zijn gebaseerd op XML, dus je kunt ze op verschillende manieren genereren. MDM-tools kunnen dat bijvoorbeeld. Mac OS X Lion Server genereert ze ook en installeert ze van op afstand, naar behoefte per gebruiker of per apparaat, passend bij je Active Directory of Open Directory infrastructuur, zodat je policies kunt instellen en toepassen voor individuen, groepen, apparaten en groepen van apparaten. De webinterface is eenvoudig, en de policies kunnen toegepast worden op Macs die Lion draaien. Dit betekent dat je een aparte tool moet gebruiken, maar dat verschilt niet van het gebruik van BlackBerry Enterprise Server (BES) waar je hetzelfde doet voor Blackberry's. Mac OS X Lion Server is veel goedkoper dan een MDM-tool, mits de policies ervan aan je behoeften voldoen. (Lion Server kost slechts € 39,99.)

Verder heb je Apple's gratis iPhone Configuration Utility, de nog steeds beschikbare voorganger van OSX Lion Servers policymanager. De iPhone Configuration Utility draait op zowel Windows (XP tot en met 7) en Macs (zowel Snow Leopard als Lion), dus het is best mogelijk dat veel IT-organisaties het verkiezen boven Lion Server. Je kunt voor elk apparaat een profiel aanmaken, en het apparaat vervolgens met het profiel synchroniseren via USB, door het naar de gebruiker te e-mailen, of door het bestand op een webpagina te plaatsen en de gebruiker die link te laten openen.

Maar wat je vooral wilt doen als je je gebruikers zelf hun configuratie wilt laten uitrollen is configuratieprofielen aanmaken voor verschillende klassen gebruikers, in plaats van elke gebruiker individueel te behandelen. Ook dat kan met de iPhone Configuration Utility: je kunt configuratieprofielen aanmaken door Configuration Profiles te selecteren in het Library-gedeelte in de Sidebar. Klik vervolgens op New. Je krijgt dan verschillende vensters te zien, één voor elk type policy of configuratie dat je wilt instellen. Doorloop ze één voor één.

Zo kun je voor de VPN shared secret credentials instellen zodat jij of de gebruiker ze niet op ieder apparaat met de hand hoeft in te voeren - de gebruiker moet alleen zijn eigen legitimatie invoeren (en dat wil je sowieso, anders ligt je VPN wijdopen als het apparaat verloren zou raken), net als in Active Directory. Op dezelfde wijze kun je het adres van de Exchange Server voor een groep toevoegen, of de instellingen voor interne WiFi toegangspunten, LDAP-configuraties, gedeelde agendagegevens, beveiligingskenmerken laden, een benodigde MDM-server specificeren, enzovoorts - alle gebruikelijke dingen die je voor een groep moet doen.

Belangrijk in het venster General is de optie Security; hier kun je instellen met welk wachtwoord het configuratiecertificaat herroepen kan worden, zodat IT dat in noodgevallen op afstand kan regelen.

Als je enkele configuraties hebt die universeel zijn en andere die specifiek zijn voor een bepaalde rol of afdeling, maak dan aparte configuratieprofielen aan. Je kunt dit het beste hiërarchisch doen, zodat alleen het universele profiel de universele instellingen vastlegt en de lokale profielen alleen de lokale instellingen. iOS laat je meerdere configuraties installeren, zodat je de configuraties gelaagd kunt opslaan en later slechts de universele of een lokale kunt updaten, zonder dat de instellingen van de andere configuraties worden beïnvloed.

Wanneer je het profiel opslaat kun je het vervolgens delen met zoveel gebruikers als je maar wilt. Je kunt de profielen emailen en wanneer de gebruikers het profiel op hun iOS-apparaat openen krijgen ze een prompt te zien om het te installeren. Een andere mogelijkheid, die wellicht meer geschikt is voor zelfbediening, is dat je links naar deze profielen op een webpagina of intranetsite plaatst (zoals een welkomstpagina voor nieuwe gebruikers die ook het personeelshandboek, de salaris- en de urenadministratie en dat soort zaken bevat), zodat gebruikers simpel hun eigen profiel kunnen installeren. Omdat deze profielen hun iPhones en iPads configureren zodat ze ermee op je netwerk en bij de bedrijfsmiddelen kunnen, weet je dat ze dat ook zullen doen - nou ja, ervan uitgaande dat ze die apparatuur ook inderdaad voor werkdoeleinden gebruiken.

Het nadeel van de iPhone Configuration Utility is dat het geïnstalleerde profielen niet automatisch kan updaten, zoals een MDM-tool of Lion Server dat wel kan. Gebruikers moeten zelf de nieuwste versie downloaden, tenzij je je eigen over-the-air policyserver wilt creëren (Apple heeft instructies gepubliceerd om dit te doen met behulp van het SCEP-protocol en een Cisco IOS of het Microsoft Windows Server platform).

Helaas is mij niets bekend van vergelijkbare manieren om dergelijke zelf-installatieprofielen voor Blackberry, Android of andere mobiele platforms te creëren (tips in die richting zijn zeer welkom in de reacties).

Bedrijfsapplicaties

Wat je verder kunt doen om zelfbediening door werknemers te bevorderen is webpagina's aanbieden met daarop links naar apps waar je voorkeur naar uitgaat. Apple heeft een iTunes minisite aangemaakt met daarop populaire bedrijfsapps; dat is een goede plek om geschikte apps te vinden.

Klik in iTunes met de rechter muisknop op het icoon van een app en kies Copy Link in het contextmenu. Als een gebruiker op die link klikt, wordt hij of zij naar de iTunes Store op het iOS-apparaat geleid om de app te kopen of te downloaden. Op deze manier stimuleer je het gebruik van de tools waarvan jij graag wilt dat je werknemers ze gebruiken. Voor gebruikers van Android kun je links aanmaken naar de Google Android Market voor je aanbevolen Android apps.

Het is waarschijnlijk het gemakkelijkst om werknemers deze aanbevolen apps zelf te laten betalen en ze te laten declareren; iTunes ze stuurt via email een printervriendelijke rekening. Apple heeft wel een Business App Store service waarmee je een soort eigen gesloten app store kunt inrichten, maar dat is helaas vooralsnog alleen beschikbaar in de VS.

Als je gebruikers wilt beperken tot specifieke apps, dan kan dat via policies, maar dan heeft de hele BYOD-benadering natuurlijk weinig zin. Ik neem aan dat de meeste bedrijven die iOS-apparaten willen ondersteunen met zo min mogelijk druk op IT, ook de belasting voor werknemers die de apparaten gebruiken zo laag mogelijk willen houden. Bedenk vooral dat hoe meer je oplegt, hoe meer ondersteuning je moet bieden.

Problemen oplossen

iOS mag dan voor de meeste gebruikers intuïtief zijn, niet alles is meteen duidelijk. En elk apparaat heeft weleens problemen. Voor sommige, zoals verloren wachtwoorden, zou IT al een universeel systeem moeten hebben. Maar er zijn vragen die vaker opduiken en waar je de antwoorden maar beter alvast in een zelfbedienings FAQ kunt opnemen:

[list]iCloud backupt automatisch de apparaatinstellingen voor gebruikers die inloggen met hun Apple ID of iCloud account. Dat is ideaal voor het herstellen van een systeem dat op één of andere manier gereset wordt. Maar applicatiegegevens worden niet naar iCloud gebackupped. iTunes volgt ook alle apps en media die via iTunes worden aangeschaft, dus die kunnen opnieuw worden gedownload wanneer een apparaat gewist of gereset wordt, en ze kunnen ook (zonder extra kosten) naar een nieuw apparaat worden gedownload, mocht een werknemer het huidige apparaat verliezen. Verder maakt iTunes een backup van gebruikersgegevens en instellingen, dus door regelmatig het iOS-apparaat te synchroniseren met iTunes kan een gebruiker zelf een gewist apparaat herstellen of de apps, data en instellingen naar een nieuw apparaat overzetten. De draadloze backupmogelijkheden van iOS 5 maken dit backupproces nog eenvoudiger.

iOS heeft geen zichtbaar bestandssysteem (bestanden worden als beveiligingsmaatregel binnen hun apps opgeslagen), dus het is voor gebruikers vaak onduidelijk hoe ze bestanden aan e-mails moeten hangen of binnen een app moeten openen. De truc is te beginnen met de inhoud. Bijvoorbeeld: om een foto te emailen ga je naar de Foto's app. Selecteer de foto's, gebruik vervolgens het Delen menu om ze via email te versturen. De meeste apps gebruiken dat menu of iets vergelijkbaars. Om bestanden tussen apps te verplaatsen zoek je naar het Openen In menu. Dit krijg je te zien door op een document te drukken en vast te houden, of door het Delen menu te openen, of andere applicatiespecifieke methodes. Apps moeten wel specifiek Openen In ondersteunen, dus sommige apps hebben deze mogelijkheid niet. Een andere optie die je kunt proberen is bepaalde inhoud te selecteren en te kopiëren (door er enige tijd op te drukken) en het vervolgens in een andere app te plakken.

Als een werknemer problemen krijgt wanneer hij niet in de buurt is van een IT-ondersteuningsmedewerker kan hij gemakkelijk een screenshot maken die hij kan doormailen om het probleem te laten zien. Druk tegelijkertijd op de Sluimer-knop en de Home-knop om een screenshot te maken. Deze verschijnt dan in de Foto's app. Je kunt zoveel screenshots maken als je wilt.

De meeste apps bieden een optie om snel te kunnen scrollen: druk bovenaan op het scherm en gewoonlijk springt dan het beeld van de app naar het begin (zoals de lijst met e-mailberichten). Helaas is er geen vergelijkbare functie om helemaal naar beneden te scrollen.

Een aantal gebaren zijn universeel: scroll binnen een app met één vinger; scroll binnen een venster in een app (doorgaans is dit voor Websites) met twee vingers. Beweeg je wijsvinger naar je duim toe om in te zoomen en doe het omgekeerde om uit te zoomen. Druk tweemaal op de Home-knop om de taakbalk met alle draaiende apps te zien te krijgen waarmee je op een andere reeds openstaande app kunt overstappen (of deze kunt sluiten door een app ingedrukt te houden en vervolgens op Sluiten te drukken).[/list]

Meer tips voor zo'n FAQ zijn zeer welkom in de reacties.

Als je je zorgen maakt over een stortvloed aan iOS-apparaten waarin je ondersteuningsteam gaat verdrinken: relax. Ze zijn gemakkelijker te ondersteunen dan je denkt - en door je werknemers zelfbedieningsopties aan te bieden met de technieken hierboven, kun je de druk nog verder verminderen.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.