ID.nl logo
Simpele support voor iPads en iPhones
© Reshift Digital
Huis

Simpele support voor iPads en iPhones

Nu werknemers hun eigen mobiele apparaten mee mogen brengen, vreest IT dat ze steeds meer tijd kwijt zullen zijn aan ondersteuning. Voor iOS is die vrees ongegrond.

Ik krijg de afgelopen maanden steeds vaker hetzelfde te horen van IT-managers: ja, we kunnen apparaten beveiligen door middel van Exchange of managementtools voor mobiele apparaten, maar waar we ons echt zorgen over maken is de extra druk die al die iPads en iPhones op ons zullen leggen. Ik je kan gelukkig vertellen dat de druk op IT-ondersteuning niet al te veel of zelfs helemaal niet hoeft toe te nemen - tenminste, niet wanneer werknemers iOS-apparaten binnenbrengen.

Maar eerst even een waarschuwing: Android is een heel ander verhaal, vanwege de verschillen in het besturingssysteem per leverancier en de onduidelijkheid over de herkomst van apps. Sommige principes die ik hieronder beschrijf voor de ondersteuning van iOS-apparatuur, gelden ook voor Android. Maar in tegenstelling tot bij iOS kun je van Android-gebruikers wel telefoontjes verwachten omdat ze geen verbinding kunnen maken met je beveiligde draadloze netwerk, omdat Android 2.x en 3.x geen PEAP-beveiligde WiFi-netwerken ondersteunen. Hetzelfde geldt voor gebruikers van Android 2.x smartphones wiens apparatuur geen ondersteuning biedt voor een groot deel van de Exchange ActiveSync policies, zoals on-device encryptie en complexe wachtwoorden. Daar kan ik je helaas niet mee helpen.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat iOS-apparaten van alle belangrijke mobiele platformen de minste ondersteuning vereisen. Het platform waar IT op dit moment nog de voorkeur aan geeft, BlackBerry van Research in Motion, is moeilijker te ondersteunen, maar aangezien BlackBerry duidelijk op zijn retour is, zou de druk op IT support uit die richting moeten afnemen. Het lijkt er zelfs op dat het agressief vervangen van Blackberry's door iPhones een snelle en effectieve manier kan zijn om de druk op het support-team te verlichten. Android-apparaten vereisen de meeste ondersteuning, maar het gebrek aan fundamentele beveiliging en management tools voor dat platform betekent dat waarschijnlijk toch al dat je dat platform niet snel binnen zult halen, en dan hoef je ze dus ook niet te ondersteunen. (Overigens is Motorola wel al goed bezig met pogingen om hun nieuwe zakelijke Android-toestellen geschikt te maken voor de zakelijke omgeving, door bijvoorbeeld standaard ondersteuning toe te voegen voor Exchange en een deel van het Exchange ActiveSync-beleid.)

Het onderzoek geeft voor de gunstige beoordeling van iOS een reden waar niemand raar van zal opkijken: de gebruikersinterface van iOS is gemakkelijker voor gebruikers, dus hebben ze doorgaans minder hulp nodig. Rapporten van Forrester Research en de Aberdeen Group laten zien dat gebruikers die hun eigen apparaat uitkiezen (ongeacht wie ervoor betaalt) minder ondersteuning nodig hebben. Bovendien: als het apparaat van de gebruiker zelf is, ook al wordt hij voor het bedrijf gebruikt, gaan mensen er veel voorzichtiger mee om. Dit alles verklaart de lagere ondersteuningsbelasting voor iOS-apparaten.

Maar op een gegeven moment zal IT zelf iOS-apparaten willen verstrekken, ondersteunen en beheren. En wanneer dat gebeurt zijn er manieren om met minimale inspanning aan de behoeften van de gebruikers te voldoen.

Maak gebruik van beveiligingspolicies en certificaten

iOS ondersteunt meer Exchange ActiveSync (EAS) policies dan enig ander modern mobiel besturingssysteem; alleen het vrijwel uitgestorven Windows Mobile, dat nog steeds door de overheid en een aantal bedrijven gebruikt wordt, ondersteunt er meer. Wanneer iemand vanuit Exchange of Gmail (met EAS ingeschakeld) e-mail probeert te benaderen, valideert de e-mailserver de policies meteen, waardoor gebruikers gedwongen worden zich eraan te houden in ruil voor toegang. Omdat iOS gebruik maakt van standaard EAS-policies hoef je ze alleen maar in te stellen, zonder dat je hoeft te weten of de gebruiker iOS heeft - dezelfde set policies kan ook voor desktoptoegang worden gebruikt.

Als je IBM's Lotus Notes en Domino gebruikt kun je deze policies niet opleggen aan het iOS-apparaat (met versie 8.5.2 of nieuwer van de Notes Server), alleen aan de Lotus client. Dat is een beperking van IBM - niet van Apple. Hetzelfde geldt, om dezelfde reden, voor de GroupWise e-mailserver, ervan uitgaand dat je het Data Mobility Pack geïnstalleerd hebt om EAS-ondersteuning toe te voegen. Voor deze twee oldschool e-mailsystemen is het het overwegen waard een mobile device management (MDM) tool in gebruik te nemen die door middel van policies meerdere mobiele besturingssystemen ondersteunt.

iOS ondersteunt ook certificaten, zoals voor PEAP-beveiligde WiFi-toegang en VPNs. Ook daar zou de ondersteuning niet af moeten wijken van andere apparaten.

Maak gebruik van configuratieprofielen

Maar waar je echt in moet investeren is provisioningprofielen, omdat deze je heel wat tijd kunnen besparen als je een zelfconfiguratiedienst opzet voor gebruikers.

De provisioningcertificaten van Apple zijn gebaseerd op XML, dus je kunt ze op verschillende manieren genereren. MDM-tools kunnen dat bijvoorbeeld. Mac OS X Lion Server genereert ze ook en installeert ze van op afstand, naar behoefte per gebruiker of per apparaat, passend bij je Active Directory of Open Directory infrastructuur, zodat je policies kunt instellen en toepassen voor individuen, groepen, apparaten en groepen van apparaten. De webinterface is eenvoudig, en de policies kunnen toegepast worden op Macs die Lion draaien. Dit betekent dat je een aparte tool moet gebruiken, maar dat verschilt niet van het gebruik van BlackBerry Enterprise Server (BES) waar je hetzelfde doet voor Blackberry's. Mac OS X Lion Server is veel goedkoper dan een MDM-tool, mits de policies ervan aan je behoeften voldoen. (Lion Server kost slechts € 39,99.)

Verder heb je Apple's gratis iPhone Configuration Utility, de nog steeds beschikbare voorganger van OSX Lion Servers policymanager. De iPhone Configuration Utility draait op zowel Windows (XP tot en met 7) en Macs (zowel Snow Leopard als Lion), dus het is best mogelijk dat veel IT-organisaties het verkiezen boven Lion Server. Je kunt voor elk apparaat een profiel aanmaken, en het apparaat vervolgens met het profiel synchroniseren via USB, door het naar de gebruiker te e-mailen, of door het bestand op een webpagina te plaatsen en de gebruiker die link te laten openen.

Maar wat je vooral wilt doen als je je gebruikers zelf hun configuratie wilt laten uitrollen is configuratieprofielen aanmaken voor verschillende klassen gebruikers, in plaats van elke gebruiker individueel te behandelen. Ook dat kan met de iPhone Configuration Utility: je kunt configuratieprofielen aanmaken door Configuration Profiles te selecteren in het Library-gedeelte in de Sidebar. Klik vervolgens op New. Je krijgt dan verschillende vensters te zien, één voor elk type policy of configuratie dat je wilt instellen. Doorloop ze één voor één.

Zo kun je voor de VPN shared secret credentials instellen zodat jij of de gebruiker ze niet op ieder apparaat met de hand hoeft in te voeren - de gebruiker moet alleen zijn eigen legitimatie invoeren (en dat wil je sowieso, anders ligt je VPN wijdopen als het apparaat verloren zou raken), net als in Active Directory. Op dezelfde wijze kun je het adres van de Exchange Server voor een groep toevoegen, of de instellingen voor interne WiFi toegangspunten, LDAP-configuraties, gedeelde agendagegevens, beveiligingskenmerken laden, een benodigde MDM-server specificeren, enzovoorts - alle gebruikelijke dingen die je voor een groep moet doen.

Belangrijk in het venster General is de optie Security; hier kun je instellen met welk wachtwoord het configuratiecertificaat herroepen kan worden, zodat IT dat in noodgevallen op afstand kan regelen.

Als je enkele configuraties hebt die universeel zijn en andere die specifiek zijn voor een bepaalde rol of afdeling, maak dan aparte configuratieprofielen aan. Je kunt dit het beste hiërarchisch doen, zodat alleen het universele profiel de universele instellingen vastlegt en de lokale profielen alleen de lokale instellingen. iOS laat je meerdere configuraties installeren, zodat je de configuraties gelaagd kunt opslaan en later slechts de universele of een lokale kunt updaten, zonder dat de instellingen van de andere configuraties worden beïnvloed.

Wanneer je het profiel opslaat kun je het vervolgens delen met zoveel gebruikers als je maar wilt. Je kunt de profielen emailen en wanneer de gebruikers het profiel op hun iOS-apparaat openen krijgen ze een prompt te zien om het te installeren. Een andere mogelijkheid, die wellicht meer geschikt is voor zelfbediening, is dat je links naar deze profielen op een webpagina of intranetsite plaatst (zoals een welkomstpagina voor nieuwe gebruikers die ook het personeelshandboek, de salaris- en de urenadministratie en dat soort zaken bevat), zodat gebruikers simpel hun eigen profiel kunnen installeren. Omdat deze profielen hun iPhones en iPads configureren zodat ze ermee op je netwerk en bij de bedrijfsmiddelen kunnen, weet je dat ze dat ook zullen doen - nou ja, ervan uitgaande dat ze die apparatuur ook inderdaad voor werkdoeleinden gebruiken.

Het nadeel van de iPhone Configuration Utility is dat het geïnstalleerde profielen niet automatisch kan updaten, zoals een MDM-tool of Lion Server dat wel kan. Gebruikers moeten zelf de nieuwste versie downloaden, tenzij je je eigen over-the-air policyserver wilt creëren (Apple heeft instructies gepubliceerd om dit te doen met behulp van het SCEP-protocol en een Cisco IOS of het Microsoft Windows Server platform).

Helaas is mij niets bekend van vergelijkbare manieren om dergelijke zelf-installatieprofielen voor Blackberry, Android of andere mobiele platforms te creëren (tips in die richting zijn zeer welkom in de reacties).

Bedrijfsapplicaties

Wat je verder kunt doen om zelfbediening door werknemers te bevorderen is webpagina's aanbieden met daarop links naar apps waar je voorkeur naar uitgaat. Apple heeft een iTunes minisite aangemaakt met daarop populaire bedrijfsapps; dat is een goede plek om geschikte apps te vinden.

Klik in iTunes met de rechter muisknop op het icoon van een app en kies Copy Link in het contextmenu. Als een gebruiker op die link klikt, wordt hij of zij naar de iTunes Store op het iOS-apparaat geleid om de app te kopen of te downloaden. Op deze manier stimuleer je het gebruik van de tools waarvan jij graag wilt dat je werknemers ze gebruiken. Voor gebruikers van Android kun je links aanmaken naar de Google Android Market voor je aanbevolen Android apps.

Het is waarschijnlijk het gemakkelijkst om werknemers deze aanbevolen apps zelf te laten betalen en ze te laten declareren; iTunes ze stuurt via email een printervriendelijke rekening. Apple heeft wel een Business App Store service waarmee je een soort eigen gesloten app store kunt inrichten, maar dat is helaas vooralsnog alleen beschikbaar in de VS.

Als je gebruikers wilt beperken tot specifieke apps, dan kan dat via policies, maar dan heeft de hele BYOD-benadering natuurlijk weinig zin. Ik neem aan dat de meeste bedrijven die iOS-apparaten willen ondersteunen met zo min mogelijk druk op IT, ook de belasting voor werknemers die de apparaten gebruiken zo laag mogelijk willen houden. Bedenk vooral dat hoe meer je oplegt, hoe meer ondersteuning je moet bieden.

Problemen oplossen

iOS mag dan voor de meeste gebruikers intuïtief zijn, niet alles is meteen duidelijk. En elk apparaat heeft weleens problemen. Voor sommige, zoals verloren wachtwoorden, zou IT al een universeel systeem moeten hebben. Maar er zijn vragen die vaker opduiken en waar je de antwoorden maar beter alvast in een zelfbedienings FAQ kunt opnemen:

[list]iCloud backupt automatisch de apparaatinstellingen voor gebruikers die inloggen met hun Apple ID of iCloud account. Dat is ideaal voor het herstellen van een systeem dat op één of andere manier gereset wordt. Maar applicatiegegevens worden niet naar iCloud gebackupped. iTunes volgt ook alle apps en media die via iTunes worden aangeschaft, dus die kunnen opnieuw worden gedownload wanneer een apparaat gewist of gereset wordt, en ze kunnen ook (zonder extra kosten) naar een nieuw apparaat worden gedownload, mocht een werknemer het huidige apparaat verliezen. Verder maakt iTunes een backup van gebruikersgegevens en instellingen, dus door regelmatig het iOS-apparaat te synchroniseren met iTunes kan een gebruiker zelf een gewist apparaat herstellen of de apps, data en instellingen naar een nieuw apparaat overzetten. De draadloze backupmogelijkheden van iOS 5 maken dit backupproces nog eenvoudiger.

iOS heeft geen zichtbaar bestandssysteem (bestanden worden als beveiligingsmaatregel binnen hun apps opgeslagen), dus het is voor gebruikers vaak onduidelijk hoe ze bestanden aan e-mails moeten hangen of binnen een app moeten openen. De truc is te beginnen met de inhoud. Bijvoorbeeld: om een foto te emailen ga je naar de Foto's app. Selecteer de foto's, gebruik vervolgens het Delen menu om ze via email te versturen. De meeste apps gebruiken dat menu of iets vergelijkbaars. Om bestanden tussen apps te verplaatsen zoek je naar het Openen In menu. Dit krijg je te zien door op een document te drukken en vast te houden, of door het Delen menu te openen, of andere applicatiespecifieke methodes. Apps moeten wel specifiek Openen In ondersteunen, dus sommige apps hebben deze mogelijkheid niet. Een andere optie die je kunt proberen is bepaalde inhoud te selecteren en te kopiëren (door er enige tijd op te drukken) en het vervolgens in een andere app te plakken.

Als een werknemer problemen krijgt wanneer hij niet in de buurt is van een IT-ondersteuningsmedewerker kan hij gemakkelijk een screenshot maken die hij kan doormailen om het probleem te laten zien. Druk tegelijkertijd op de Sluimer-knop en de Home-knop om een screenshot te maken. Deze verschijnt dan in de Foto's app. Je kunt zoveel screenshots maken als je wilt.

De meeste apps bieden een optie om snel te kunnen scrollen: druk bovenaan op het scherm en gewoonlijk springt dan het beeld van de app naar het begin (zoals de lijst met e-mailberichten). Helaas is er geen vergelijkbare functie om helemaal naar beneden te scrollen.

Een aantal gebaren zijn universeel: scroll binnen een app met één vinger; scroll binnen een venster in een app (doorgaans is dit voor Websites) met twee vingers. Beweeg je wijsvinger naar je duim toe om in te zoomen en doe het omgekeerde om uit te zoomen. Druk tweemaal op de Home-knop om de taakbalk met alle draaiende apps te zien te krijgen waarmee je op een andere reeds openstaande app kunt overstappen (of deze kunt sluiten door een app ingedrukt te houden en vervolgens op Sluiten te drukken).[/list]

Meer tips voor zo'n FAQ zijn zeer welkom in de reacties.

Als je je zorgen maakt over een stortvloed aan iOS-apparaten waarin je ondersteuningsteam gaat verdrinken: relax. Ze zijn gemakkelijker te ondersteunen dan je denkt - en door je werknemers zelfbedieningsopties aan te bieden met de technieken hierboven, kun je de druk nog verder verminderen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.