ID.nl logo
Simpele support voor iPads en iPhones
© Reshift Digital
Huis

Simpele support voor iPads en iPhones

Nu werknemers hun eigen mobiele apparaten mee mogen brengen, vreest IT dat ze steeds meer tijd kwijt zullen zijn aan ondersteuning. Voor iOS is die vrees ongegrond.

Ik krijg de afgelopen maanden steeds vaker hetzelfde te horen van IT-managers: ja, we kunnen apparaten beveiligen door middel van Exchange of managementtools voor mobiele apparaten, maar waar we ons echt zorgen over maken is de extra druk die al die iPads en iPhones op ons zullen leggen. Ik je kan gelukkig vertellen dat de druk op IT-ondersteuning niet al te veel of zelfs helemaal niet hoeft toe te nemen - tenminste, niet wanneer werknemers iOS-apparaten binnenbrengen.

Maar eerst even een waarschuwing: Android is een heel ander verhaal, vanwege de verschillen in het besturingssysteem per leverancier en de onduidelijkheid over de herkomst van apps. Sommige principes die ik hieronder beschrijf voor de ondersteuning van iOS-apparatuur, gelden ook voor Android. Maar in tegenstelling tot bij iOS kun je van Android-gebruikers wel telefoontjes verwachten omdat ze geen verbinding kunnen maken met je beveiligde draadloze netwerk, omdat Android 2.x en 3.x geen PEAP-beveiligde WiFi-netwerken ondersteunen. Hetzelfde geldt voor gebruikers van Android 2.x smartphones wiens apparatuur geen ondersteuning biedt voor een groot deel van de Exchange ActiveSync policies, zoals on-device encryptie en complexe wachtwoorden. Daar kan ik je helaas niet mee helpen.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat iOS-apparaten van alle belangrijke mobiele platformen de minste ondersteuning vereisen. Het platform waar IT op dit moment nog de voorkeur aan geeft, BlackBerry van Research in Motion, is moeilijker te ondersteunen, maar aangezien BlackBerry duidelijk op zijn retour is, zou de druk op IT support uit die richting moeten afnemen. Het lijkt er zelfs op dat het agressief vervangen van Blackberry's door iPhones een snelle en effectieve manier kan zijn om de druk op het support-team te verlichten. Android-apparaten vereisen de meeste ondersteuning, maar het gebrek aan fundamentele beveiliging en management tools voor dat platform betekent dat waarschijnlijk toch al dat je dat platform niet snel binnen zult halen, en dan hoef je ze dus ook niet te ondersteunen. (Overigens is Motorola wel al goed bezig met pogingen om hun nieuwe zakelijke Android-toestellen geschikt te maken voor de zakelijke omgeving, door bijvoorbeeld standaard ondersteuning toe te voegen voor Exchange en een deel van het Exchange ActiveSync-beleid.)

Het onderzoek geeft voor de gunstige beoordeling van iOS een reden waar niemand raar van zal opkijken: de gebruikersinterface van iOS is gemakkelijker voor gebruikers, dus hebben ze doorgaans minder hulp nodig. Rapporten van Forrester Research en de Aberdeen Group laten zien dat gebruikers die hun eigen apparaat uitkiezen (ongeacht wie ervoor betaalt) minder ondersteuning nodig hebben. Bovendien: als het apparaat van de gebruiker zelf is, ook al wordt hij voor het bedrijf gebruikt, gaan mensen er veel voorzichtiger mee om. Dit alles verklaart de lagere ondersteuningsbelasting voor iOS-apparaten.

Maar op een gegeven moment zal IT zelf iOS-apparaten willen verstrekken, ondersteunen en beheren. En wanneer dat gebeurt zijn er manieren om met minimale inspanning aan de behoeften van de gebruikers te voldoen.

Maak gebruik van beveiligingspolicies en certificaten

iOS ondersteunt meer Exchange ActiveSync (EAS) policies dan enig ander modern mobiel besturingssysteem; alleen het vrijwel uitgestorven Windows Mobile, dat nog steeds door de overheid en een aantal bedrijven gebruikt wordt, ondersteunt er meer. Wanneer iemand vanuit Exchange of Gmail (met EAS ingeschakeld) e-mail probeert te benaderen, valideert de e-mailserver de policies meteen, waardoor gebruikers gedwongen worden zich eraan te houden in ruil voor toegang. Omdat iOS gebruik maakt van standaard EAS-policies hoef je ze alleen maar in te stellen, zonder dat je hoeft te weten of de gebruiker iOS heeft - dezelfde set policies kan ook voor desktoptoegang worden gebruikt.

Als je IBM's Lotus Notes en Domino gebruikt kun je deze policies niet opleggen aan het iOS-apparaat (met versie 8.5.2 of nieuwer van de Notes Server), alleen aan de Lotus client. Dat is een beperking van IBM - niet van Apple. Hetzelfde geldt, om dezelfde reden, voor de GroupWise e-mailserver, ervan uitgaand dat je het Data Mobility Pack geïnstalleerd hebt om EAS-ondersteuning toe te voegen. Voor deze twee oldschool e-mailsystemen is het het overwegen waard een mobile device management (MDM) tool in gebruik te nemen die door middel van policies meerdere mobiele besturingssystemen ondersteunt.

iOS ondersteunt ook certificaten, zoals voor PEAP-beveiligde WiFi-toegang en VPNs. Ook daar zou de ondersteuning niet af moeten wijken van andere apparaten.

Maak gebruik van configuratieprofielen

Maar waar je echt in moet investeren is provisioningprofielen, omdat deze je heel wat tijd kunnen besparen als je een zelfconfiguratiedienst opzet voor gebruikers.

De provisioningcertificaten van Apple zijn gebaseerd op XML, dus je kunt ze op verschillende manieren genereren. MDM-tools kunnen dat bijvoorbeeld. Mac OS X Lion Server genereert ze ook en installeert ze van op afstand, naar behoefte per gebruiker of per apparaat, passend bij je Active Directory of Open Directory infrastructuur, zodat je policies kunt instellen en toepassen voor individuen, groepen, apparaten en groepen van apparaten. De webinterface is eenvoudig, en de policies kunnen toegepast worden op Macs die Lion draaien. Dit betekent dat je een aparte tool moet gebruiken, maar dat verschilt niet van het gebruik van BlackBerry Enterprise Server (BES) waar je hetzelfde doet voor Blackberry's. Mac OS X Lion Server is veel goedkoper dan een MDM-tool, mits de policies ervan aan je behoeften voldoen. (Lion Server kost slechts € 39,99.)

Verder heb je Apple's gratis iPhone Configuration Utility, de nog steeds beschikbare voorganger van OSX Lion Servers policymanager. De iPhone Configuration Utility draait op zowel Windows (XP tot en met 7) en Macs (zowel Snow Leopard als Lion), dus het is best mogelijk dat veel IT-organisaties het verkiezen boven Lion Server. Je kunt voor elk apparaat een profiel aanmaken, en het apparaat vervolgens met het profiel synchroniseren via USB, door het naar de gebruiker te e-mailen, of door het bestand op een webpagina te plaatsen en de gebruiker die link te laten openen.

Maar wat je vooral wilt doen als je je gebruikers zelf hun configuratie wilt laten uitrollen is configuratieprofielen aanmaken voor verschillende klassen gebruikers, in plaats van elke gebruiker individueel te behandelen. Ook dat kan met de iPhone Configuration Utility: je kunt configuratieprofielen aanmaken door Configuration Profiles te selecteren in het Library-gedeelte in de Sidebar. Klik vervolgens op New. Je krijgt dan verschillende vensters te zien, één voor elk type policy of configuratie dat je wilt instellen. Doorloop ze één voor één.

Zo kun je voor de VPN shared secret credentials instellen zodat jij of de gebruiker ze niet op ieder apparaat met de hand hoeft in te voeren - de gebruiker moet alleen zijn eigen legitimatie invoeren (en dat wil je sowieso, anders ligt je VPN wijdopen als het apparaat verloren zou raken), net als in Active Directory. Op dezelfde wijze kun je het adres van de Exchange Server voor een groep toevoegen, of de instellingen voor interne WiFi toegangspunten, LDAP-configuraties, gedeelde agendagegevens, beveiligingskenmerken laden, een benodigde MDM-server specificeren, enzovoorts - alle gebruikelijke dingen die je voor een groep moet doen.

Belangrijk in het venster General is de optie Security; hier kun je instellen met welk wachtwoord het configuratiecertificaat herroepen kan worden, zodat IT dat in noodgevallen op afstand kan regelen.

Als je enkele configuraties hebt die universeel zijn en andere die specifiek zijn voor een bepaalde rol of afdeling, maak dan aparte configuratieprofielen aan. Je kunt dit het beste hiërarchisch doen, zodat alleen het universele profiel de universele instellingen vastlegt en de lokale profielen alleen de lokale instellingen. iOS laat je meerdere configuraties installeren, zodat je de configuraties gelaagd kunt opslaan en later slechts de universele of een lokale kunt updaten, zonder dat de instellingen van de andere configuraties worden beïnvloed.

Wanneer je het profiel opslaat kun je het vervolgens delen met zoveel gebruikers als je maar wilt. Je kunt de profielen emailen en wanneer de gebruikers het profiel op hun iOS-apparaat openen krijgen ze een prompt te zien om het te installeren. Een andere mogelijkheid, die wellicht meer geschikt is voor zelfbediening, is dat je links naar deze profielen op een webpagina of intranetsite plaatst (zoals een welkomstpagina voor nieuwe gebruikers die ook het personeelshandboek, de salaris- en de urenadministratie en dat soort zaken bevat), zodat gebruikers simpel hun eigen profiel kunnen installeren. Omdat deze profielen hun iPhones en iPads configureren zodat ze ermee op je netwerk en bij de bedrijfsmiddelen kunnen, weet je dat ze dat ook zullen doen - nou ja, ervan uitgaande dat ze die apparatuur ook inderdaad voor werkdoeleinden gebruiken.

Het nadeel van de iPhone Configuration Utility is dat het geïnstalleerde profielen niet automatisch kan updaten, zoals een MDM-tool of Lion Server dat wel kan. Gebruikers moeten zelf de nieuwste versie downloaden, tenzij je je eigen over-the-air policyserver wilt creëren (Apple heeft instructies gepubliceerd om dit te doen met behulp van het SCEP-protocol en een Cisco IOS of het Microsoft Windows Server platform).

Helaas is mij niets bekend van vergelijkbare manieren om dergelijke zelf-installatieprofielen voor Blackberry, Android of andere mobiele platforms te creëren (tips in die richting zijn zeer welkom in de reacties).

Bedrijfsapplicaties

Wat je verder kunt doen om zelfbediening door werknemers te bevorderen is webpagina's aanbieden met daarop links naar apps waar je voorkeur naar uitgaat. Apple heeft een iTunes minisite aangemaakt met daarop populaire bedrijfsapps; dat is een goede plek om geschikte apps te vinden.

Klik in iTunes met de rechter muisknop op het icoon van een app en kies Copy Link in het contextmenu. Als een gebruiker op die link klikt, wordt hij of zij naar de iTunes Store op het iOS-apparaat geleid om de app te kopen of te downloaden. Op deze manier stimuleer je het gebruik van de tools waarvan jij graag wilt dat je werknemers ze gebruiken. Voor gebruikers van Android kun je links aanmaken naar de Google Android Market voor je aanbevolen Android apps.

Het is waarschijnlijk het gemakkelijkst om werknemers deze aanbevolen apps zelf te laten betalen en ze te laten declareren; iTunes ze stuurt via email een printervriendelijke rekening. Apple heeft wel een Business App Store service waarmee je een soort eigen gesloten app store kunt inrichten, maar dat is helaas vooralsnog alleen beschikbaar in de VS.

Als je gebruikers wilt beperken tot specifieke apps, dan kan dat via policies, maar dan heeft de hele BYOD-benadering natuurlijk weinig zin. Ik neem aan dat de meeste bedrijven die iOS-apparaten willen ondersteunen met zo min mogelijk druk op IT, ook de belasting voor werknemers die de apparaten gebruiken zo laag mogelijk willen houden. Bedenk vooral dat hoe meer je oplegt, hoe meer ondersteuning je moet bieden.

Problemen oplossen

iOS mag dan voor de meeste gebruikers intuïtief zijn, niet alles is meteen duidelijk. En elk apparaat heeft weleens problemen. Voor sommige, zoals verloren wachtwoorden, zou IT al een universeel systeem moeten hebben. Maar er zijn vragen die vaker opduiken en waar je de antwoorden maar beter alvast in een zelfbedienings FAQ kunt opnemen:

[list]iCloud backupt automatisch de apparaatinstellingen voor gebruikers die inloggen met hun Apple ID of iCloud account. Dat is ideaal voor het herstellen van een systeem dat op één of andere manier gereset wordt. Maar applicatiegegevens worden niet naar iCloud gebackupped. iTunes volgt ook alle apps en media die via iTunes worden aangeschaft, dus die kunnen opnieuw worden gedownload wanneer een apparaat gewist of gereset wordt, en ze kunnen ook (zonder extra kosten) naar een nieuw apparaat worden gedownload, mocht een werknemer het huidige apparaat verliezen. Verder maakt iTunes een backup van gebruikersgegevens en instellingen, dus door regelmatig het iOS-apparaat te synchroniseren met iTunes kan een gebruiker zelf een gewist apparaat herstellen of de apps, data en instellingen naar een nieuw apparaat overzetten. De draadloze backupmogelijkheden van iOS 5 maken dit backupproces nog eenvoudiger.

iOS heeft geen zichtbaar bestandssysteem (bestanden worden als beveiligingsmaatregel binnen hun apps opgeslagen), dus het is voor gebruikers vaak onduidelijk hoe ze bestanden aan e-mails moeten hangen of binnen een app moeten openen. De truc is te beginnen met de inhoud. Bijvoorbeeld: om een foto te emailen ga je naar de Foto's app. Selecteer de foto's, gebruik vervolgens het Delen menu om ze via email te versturen. De meeste apps gebruiken dat menu of iets vergelijkbaars. Om bestanden tussen apps te verplaatsen zoek je naar het Openen In menu. Dit krijg je te zien door op een document te drukken en vast te houden, of door het Delen menu te openen, of andere applicatiespecifieke methodes. Apps moeten wel specifiek Openen In ondersteunen, dus sommige apps hebben deze mogelijkheid niet. Een andere optie die je kunt proberen is bepaalde inhoud te selecteren en te kopiëren (door er enige tijd op te drukken) en het vervolgens in een andere app te plakken.

Als een werknemer problemen krijgt wanneer hij niet in de buurt is van een IT-ondersteuningsmedewerker kan hij gemakkelijk een screenshot maken die hij kan doormailen om het probleem te laten zien. Druk tegelijkertijd op de Sluimer-knop en de Home-knop om een screenshot te maken. Deze verschijnt dan in de Foto's app. Je kunt zoveel screenshots maken als je wilt.

De meeste apps bieden een optie om snel te kunnen scrollen: druk bovenaan op het scherm en gewoonlijk springt dan het beeld van de app naar het begin (zoals de lijst met e-mailberichten). Helaas is er geen vergelijkbare functie om helemaal naar beneden te scrollen.

Een aantal gebaren zijn universeel: scroll binnen een app met één vinger; scroll binnen een venster in een app (doorgaans is dit voor Websites) met twee vingers. Beweeg je wijsvinger naar je duim toe om in te zoomen en doe het omgekeerde om uit te zoomen. Druk tweemaal op de Home-knop om de taakbalk met alle draaiende apps te zien te krijgen waarmee je op een andere reeds openstaande app kunt overstappen (of deze kunt sluiten door een app ingedrukt te houden en vervolgens op Sluiten te drukken).[/list]

Meer tips voor zo'n FAQ zijn zeer welkom in de reacties.

Als je je zorgen maakt over een stortvloed aan iOS-apparaten waarin je ondersteuningsteam gaat verdrinken: relax. Ze zijn gemakkelijker te ondersteunen dan je denkt - en door je werknemers zelfbedieningsopties aan te bieden met de technieken hierboven, kun je de druk nog verder verminderen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.