ID.nl logo
Hoe de EU innovatie afdwingt op de smartphonemarkt
© adam smigielski
Huis

Hoe de EU innovatie afdwingt op de smartphonemarkt

De tijd dat je smartphone al rond zijn eerste verjaardag heftig achter de feiten aanliep, ligt achter ons. De smartphone-markt lijkt verzadigd en innovaties vinden slechts geleidelijk plaats. Tenminste … als het aan de fabrikanten ligt. Als het aan wetgevers ligt, kunnen we de komende tijd wél veel vernieuwing verwachten. Niet per se fijn voor de smartphone-ontwikkelaars. Wel fijn voor ons en het milieu.

“Europeanen hebben zich lang genoeg geërgerd aan al die niet-uitwisselbare opladers die zich opstapelden in hun lades. We hebben de industrie ruimschoots de tijd gegeven om met eigen oplossingen te komen, nu is de tijd rijp voor wetgevende maatregelen voor een gemeenschappelijke oplader. Dit is een belangrijke overwinning voor consumenten en het milieu, en in lijn met onze groene en digitale ambities.” Dat waren de woorden van Eurocommissaris Margrethe Vestager, waarmee ze aankondigde dat de Europese Unie een universele oplader gaat verplichten voor oplaadbare elektronica, zoals smartphones, koptelefoons en camera’s.

In die woorden klonk best wel wat frustratie kunnen door. De Europese Unie heeft de afgelopen tien jaar de industrie meermaals aangespoord om gezamenlijk een universele lader te implementeren. Veel fabrikanten gingen hier in mee, maar sommige fabrikanten zoals Apple hielden zich Oost-Indisch doof. Inkomsten uit licenties en kabels zijn immers aantrekkelijk genoeg om regelgevers, consumenten- en milieubelangen te negeren. Met als saillant detail dat in het geval van Apple de eigen niet-universele lightning-aansluiting technisch en fysiek minderwaardig is vergeleken met de usb-c-standaard die eind 2023 verplicht wordt op alle apparatuur. Nog een saillant detail: voor andere producten, zoals MacBooks gebruikt Apple al usb-c in plaats van lightning.

Ondanks dat Apple zich maar wat graag profileert als een groen bedrijf, ging het bedrijf tegen de nieuwe standaard in verzet. Onder meer door te stellen dat ‘het (ongepast) gebruik van standaarden innovatie verstikt en het doel van brede interoperabiliteit ondermijnt’. Daarmee verwijst Apple naar de micro-usb-aansluiting die tien jaar terug de universele standaard was.

Vestager en de rest van de Europese Commissie trapten er niet in. Vanaf het najaar van 2023 mag geen iPhone (of ander Apple-apparaat) alleen over een lightning-aansluiting beschikken. Waarborgen dat usb-c in de toekomst plaats kan maken voor een nieuwe, betere universele aansluiting, ontkrachten daarbij Apples belangrijkste argumenten.

Eén aansluiting to rule them all.

E-waste

Hoe groot is het e-waste-probleem? Volgens een rapport van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er wereldwijd 50 miljoen ton per jaar afgedankt. Bijna de helft van het elektronisch afval ontstaat in Azië, zo’n 25 miljoen ton dus. Gerekend per hoofd van de bevolking voert Europa de lijst aan met 16,2 kilo per persoon. En in die hoge score heeft Nederland een belangrijk aandeel: gemiddeld dankte men hier in 2019 21,6 kilo af.

Innovatie

Een universele lader: fijn voor iedereen! Hoewel het voor sommigen even een zure appel wordt om doorheen te bijten als het aankomt op het vervangen van hun telefoon-oplaadkabels. De e-waste zal daarmee eerst hoger zijn, voordat het onvermijdelijk vermindert. Vooral omdat opladers niet meer meegeleverd mogen worden, zodat consumenten ze alleen maar aanschaffen wanneer ze deze daadwerkelijk nodig hebben.

Het is wel een opvallend gegeven: in deze kwestie wordt innovatie gedreven door wetgevers, niet door fabrikanten. Smartphonefabrikanten zijn sowieso minder inventief dan tien jaar terug. Veel smartphones lijken op elkaar qua ontwerp en features, en er wordt vooral zijdelings veel geld verdiend. Bijvoorbeeld in het geval van lightning. Waarbij de boekhouders van Apple zeer creatief zijn in het wegmoffelen van deze inkomsten. Fabrikanten moeten vier dollar licentiekosten betalen voor lightning-apparaten, terwijl je ook ongelicenseerde, (natuurlijk) door Apple afgeraden, kabeltjes kunt kopen.

Usb-c is Apple niet vreemd: veel Apple-producten beschikken erover en Apple heeft zelfs actief bijgedragen aan de ontwikkeling van de aansluiting.

Verdienen maar!

Los van die licentiekosten verdient Apple natuurlijk ook zelf aan de verkoop van kabels, die minimale productiekosten met zich meebrengen en nou niet bepaald geproduceerd worden met een lange levensduur in het achterhoofd.

Vanuit dat licht bekeken is het verwijderen van de audiopoort ook logisch: daar kunnen geen licentiekosten voor worden gevraagd. Boekhouders zijn vooral blij met inkomsten voor oortjes met lightning-aansluiting en met name de verkoop van AirPods, die een enorme vlucht genomen heeft.

Natuurlijk is het niet alleen Apple dat enorm veel geld verdient aan bluetooth-audioapparatuur. Elektronicabedrijven zoals Samsung, OnePlus, Oppo, Google en Xiaomi verkopen allemaal bluetooth-oortjes en -telefoons zonder audio-aansluiting. Gelukkig wél met de nodige innovatie op het gebied van audiokwaliteit, ruisonderdrukking en slimme functies. Alleen is en blijft het een lucratieve wegwerpmarkt: de kleine accu’s van draadloze oortjes slijten na enkele jaren en zijn niet vervangbaar. Gamers en audiopuristen zitten met dongels opgescheept om geen last te hebben van minderwaardige bluetooth-audiokwaliteit of geluidsvertraging.

Platformen & poortwachters

Elektronicafabrikanten beschikken over meer melkkoeien. Smartphones zijn bijvoorbeeld enorm kwetsbaar, mede dankzij glazen voor- en achterzijden. Reparateurs wordt het leven zuur gemaakt door reparaties nodeloos ingewikkeld of zelfs gevaarlijk te maken. Vooral Samsung is op dit vlak berucht: door hun accu’s vast te lijmen, kun je deze alleen maar verwijderen door er een hittepistool op te richten. Met alle risico’s van dien.

En dan is het ook nog eens vrijwel onmogelijk om reserve-onderdelen te verkrijgen en in sommige gevallen worden onderdelen cryptografisch aan elkaar gekoppeld. Detecteert je smartphone een ander scherm? Dan wordt functionaliteit beperkt of zelfs onmogelijk gemaakt.

Nieuwe wetgeving en daaruit voortvloeiende innovatie kunnen we wel bij een andere melkkoe verwachten: applicatiewinkels. De Digital Markets Act (DMA) moet een eerlijkere markt creëren voor consumenten en app-ontwikkelaars. Momenteel is er een duopolie voor smartphoneplatformen: Apples iOS (het besturingssysteem voor iPhones) en Googles Android, waarop alle andere smartphones draaien. Beide platformen hebben een eigen applicatiewinkel, waarin hoge commissies gevraagd worden voor iedere (in-)app-aankoop of verkochte abonnementsdienst.

Bovendien mogen app-ontwikkelaars geen andere betaalmethode gebruiken dan die van Apple of Google en mag de app de consument niet doorverwijzen naar een mobiele website voor een aankoop, om zo onder de commissies of betaalmethodeverplichting uit te komen. De wereldwijde noodkreet van (vooral app-makers) is inmiddels luid genoeg om meerdere landen te laten werken aan wetgeving om deze praktijken aan banden te leggen.

Vrije digitale markt

Ook hier is Apple als eerste in het vizier- gekomen, nadat Spotify in 2019 een antitrust klacht over dit bedrijf had gedeponeerd. Reden genoeg voor Eurocommissaris Vestager om de mouwen wederom op te stropen:

“App-stores spelen een centrale rol in de huidige digitale economie. We kunnen via apps onze boodschappen doen, toegang krijgen tot nieuws, muziek of films in plaats van websites te bezoeken. Onze voorlopige bevinding is dat Apple een poortwachter is voor gebruikers van iPhones en iPads via hun App Store. Met Apple Music concurreert Apple ook met aanbieders van muziekstreaming. Door strikte regels op te stellen voor de App Store die concurrerende muziekstreamingdiensten benadelen, ontneemt Apple gebruikers goedkopere muziekstreamingkeuzes en verstoort het de concurrentie. Dit wordt gedaan door hoge commissies in rekening te brengen voor elke transactie in de App Store voor rivalen en door hen te verbieden hun klanten te informeren over alternatieve abonnementsopties.”

De Europese DMA is nog in werk in uitvoering. Maar het is niet ondenkbaar dat commissies verplicht omlaag moeten, ontwikkelaars zelf mogen kiezen welke betaalmethodes ze toepassen of dat zelfs alternatieve applicatiewinkels geïnstalleerd mogen worden. Niet alleen Apple krijgt hiermee te maken. Ook Googles Play Store en andere opkomende applicatiewinkels zullen met nieuwe spelregels geconfronteerd worden; of het nu een Windows Store of applicatiewinkel voor VR-brillen is. Alternatieve applicatiewinkels installeren is al mogelijk op Android, maar zal wellicht zelfs vanuit de Play Store en App Store moeten gebeuren. Of anders zal er een mogelijkheid komen om apps buiten de App Store te mogen installeren (sideloaden).

Natuurlijk was Apple er al bij de eerste geruchten als de kippen bij om een rapport te publiceren over het Apple-ecosysteem, waarin wordt gesteld dat openheid funest zou zijn voor privacy en veiligheid.

Paniekvoetbal: een rapport dat aangeeft waarom alternatieve applicatiewinkels ten koste zou gaan van onze veiligheid.

Betaalvrijheid op je iPhone

Nóg een gebied waar Apple waarschijnlijk moet inschikken en mogelijk ook forse EU-boetes kan verwachten: de NFC-chip. Deze kan voor veel doeleinden gebruikt worden: identificatie, mobiel betalen, koppelen van apparaten en in sommige landen zelfs om in te checken bij het OV. Behalve als je een iPhone hebt, want daarop mag de NFC-chip alleen gebruikt worden voor Apple Pay; de eigen betaaldienst van Apple, waarbij het bedrijf geld ontvangt (0,15%) voor iedere transactie.

Zo mogen andere betaaldiensten, zoals PayPal of je bank, alleen mobiel bankieren toestaan als ze Apple Pay implementeren. Andere toepassingen voor de NFC-chip op de iPhone worden eveneens geweerd. Op 2 mei maakte de EU formeel bezwaar tegen de NFC-praktijken van Apple en startte tegelijk een antitrustonderzoek. Dit kan leiden tot een boete van maximaal tien procent van de jaaromzet van Apple: 36 miljard euro.

Vestager hierover: “Voor de integratie van de Europese betaalmarkten is het van belang dat consumenten profiteren van een concurrerend en innovatief betaallandschap. We hebben aanwijzingen dat Apple de toegang van derden tot belangrijke technologie die nodig is om concurrerende mobiele portemonnee-oplossingen op Apple-apparaten te ontwikkelen, bewust heeft beperkt.” Apple heeft nog geen formele reactie op het onderzoek gegeven.

Waarom EU-innovatie?

Dat de Europese Unie bereid is techgiganten aan te pakken die hun machtspositie misbruiken, is al bekend sinds Microsoft torenhoge boetes kreeg vanwege misbruik van hun browser. De roep om het machtsmisbruik van techgiganten aan te pakken, is overigens niet alleen in de EU hoorbaar. Ook in de VS, VK, Japan en Zuid-Korea worden de teugels aangetrokken; met name vanwege de regels binnen de applicatiewinkels.

Maar ook over het ‘ecosysteem’ wordt veel gesproken. Techbedrijven lokken klanten graag in hun wereldje van producten en diensten, waarna het vervolgens onmogelijk wordt gemaakt over te stappen naar andere diensten door bijvoorbeeld je data binnen hun muren te houden. Van gezondheidsdata op je Fitbit tot chatgegevens in iMessage.

Het nieuwe regelgevingspakket van de EU waarborgt dan ook dat jij controle krijgt over jouw data, dus meer openheid en migratiemogelijkheden van apps en platformen. Bijvoorbeeld door te verplichten dat je via WhatsApp een bericht kunt sturen naar iemand op iMessage, Signal of Telegram – en vice versa.

Door deze machtsposities te doorbreken, moeten niet alleen consumenten meer keuzevrijheid en eerlijkere prijzen krijgen, ook app-ontwikkelaars zijn beter af. Innovatie die niet op een hardwarematige manier, zoals bij eerdergenoemde aansluitingen, maar op een softwarematige wijze de digitale markt flink opschudt. Hoewel de consument hier niet direct veel van zal merken en het onwaarschijnlijk lijkt dat men straks massaal andere applicatiewinkels gaat downloaden, verandert er toch iets fundamenteels: in plaats van dat smartphonebedrijven bepalen wat wij mogen doen op onze eigen smartphones, krijg je zelf de controle over jouw toestel en jouw data.

Nieuwe smartphones met oude Androidversies, korte update-ondersteuning en een trage update-uitrol: Motorola laat zien hoe het niet moet.

DMA

Veel van de komende innovatie zit al verpakt in EU-wetgeving die steeds concreter wordt: de DMA (Digital Markets Act) en de DSA (Digtital Services Act). Wetten die een veel breder terrein omvatten dan alleen smartphones.

Andere veranderingen die we kunnen verwachten, zijn onder meer de mogelijkheid om voorgeïnstalleerde apps van smartphones te mogen verwijderen. Dataportabiliteit: de mogelijkheid om over te stappen naar andere diensten met behoud van je gegevens (bijvoorbeeld van Deezer naar Spotify, met behoud van je playlists) en interoperabiliteit (bijvoorbeeld om via WhatsApp een bericht te sturen naar een ander op Signal).

Margrethe Vestager is als Eurocommissaris verantwoordelijk voor de portefeuille digitalisering.

Groener, veiliger en open

Het lijkt er dus op dat veel innovatie op smartphonegebied niet uit de koker komt van fabrikanten, maar van wetgevers. De Europese Unie voorop. En er zijn nog meer dubieuze gebruiken van smartphonefabrikanten onder de aandacht gebracht. Zo wordt de roep om ‘reparatierecht’ steeds feller. Het zou de smartphonefabrikanten, die zonder uitzondering pretenderen een groen bedrijf te zijn, sieren. Met reparatierecht wordt met name bedoeld dat er reserve-onderdelen en handleidingen beschikbaar komen en dat reparatie überhaupt mogelijk is zonder technische restricties en softwarematige koppelingen.

In het verlengde hiervan is ook een updateverplichting in de agenda’s komen te staan. Niet alleen voor smartphones overigens, maar bijvoorbeeld ook voor smarthome-apparatuur. Een updateverplichting zou fabrikanten ertoe dwingen hun ondersteuning op orde te brengen. Met name voor Chinese smartphonemakers zou dit een cultuuromslag betekenen. Merken als Motorola, OnePlus, Xiaomi en Oppo zijn berucht als het aankomt op de ondersteuningsduur en uitrolsnelheid van hun updates. Bovendien worden nieuwe toestellen vaak zelfs met een verouderde Androidversie op de markt gebracht. Betere ondersteuning, in combinatie met reparatierecht moeten ervoor gaan zorgen dat een smartphone langer meegaat, waarmee de enorme berg e-waste niet nodeloos groeit.

Wetgeving moet ervoor zorgen dat duurzaamheid verder gaat dan plaatjes van planten op websites van fabrikanten.
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos