ID.nl logo
Alles over opslag: hoe bewaar jij je data?
© Reshift Digital
Huis

Alles over opslag: hoe bewaar jij je data?

Was ons leven een jaar of vijftien geleden nog een papierwinkel, tegenwoordig bewaren we steeds meer digitaal, zónder papieren reservekopie. Dat betekent wel dat je die gegevens zo goed en veilig mogelijk moet bewaren. Tegelijkertijd willen we ook graag dat die gegevens snel tot onze beschikking staan en gekopieerd kunnen worden. Hoe vind je nu de opslagmethode die het beste bij je behoefte past?

Tip 01: Online of offline?

We beginnen direct maar even met de belangrijkste vraag: wil je je gegevens online opslaan, of wil je ze fysiek bij je in de buurt hebben? Als je het niet eng vindt om je gegevens online op te slaan (en eerlijkheidshalve zitten daar veel minder risico’s aan verbonden dan vaak wordt gedacht), dan zou je kunnen overwegen om helemaal geen mediadrager aan te schaffen, maar online opslagcapaciteit, oftewel het zogenaamde opslaan in de cloud. De cloud is simpelweg een server die ergens ter wereld staat en die beheerd wordt door het bedrijf dat de clouddienst aanbiedt. Jij kunt daar je gegevens tegen betaling stallen, en zij zorgen ervoor dat je gegevens beschikbaar én veilig zijn. Het voordeel? Je hoeft je geen zorgen te maken om diefstal van of schade aan je schijf en je gegevens zijn altijd en overal beschikbaar zolang … en dat is het nadeel: je internet hebt. Zonder internettoegang kun je niet bij je bestanden. Nu zal dat zelden voorkomen, maar het kán natuurlijk wel gebeuren en dan is onbereikbaar ook écht onbereikbaar. Een ander nadeel zijn de terugkerende kosten (al zijn die met twee euro per maand voor 100 GB (bij bijvoorbeeld Google Drive) gering, en de snelheid van gegevensoverdracht die beperkt wordt door je eigen internetsnelheid.

©PXimport

Tip 02: Intern of extern

De tweede vraag die je jezelf kunt stellen, is of je liever je gegevens op een interne of een externe schijf wilt opslaan. De voordelen van een interne schijf zijn dat je je niet druk hoeft te maken om kabels en voeding en er dus letterlijk geen omkijken naar hebt. Dat gezegd hebbende, betekent een interne schijf wel dat je data opgesloten zit in je computer zelf. Wanneer je systeem is gecrasht of er iets anders aan de hand is waardoor je computer niet wil starten, dan kun je dus niet bij je gegevens. Je zult dan je pc open moeten schroeven, je schijf moeten verwijderen en deze in een externe behuizing óf in een andere pc moeten plaatsen om bij je gegevens te kunnen. Als je je daar zorgen om maakt, is een externe schijf misschien handiger, ook omdat je die schijf gewoon met je mee kunt nemen. Kortom, je gegevens worden er een stuk draagbaarder door. Een nadeel is natuurlijk wel dat een externe schijf kwetsbaarder is, omdat je er tegenaan kunt stoten of hem kunt laten vallen. Ga je voor extern, zorg dan dat je deze op een veilige en stabiele plaatst neerlegt/zet.

©PXimport

Tip 03: Netwerk?

Een andere mogelijkheid, al heeft die niet direct te maken met de drager zelf maar meer met de manier van benaderen, is de externe harde schijf aan een nas (Network Attached Storage) koppelen. Een nas is een apparaat dat ervoor zorgt dat de schijven die in die nas zijn ingebouwd, beschikbaar zijn via je thuisnetwerk, en, afhankelijk van je wensen, ook via internet. Daarmee heb je dan ook de voordelen van het werken in een cloud, terwijl je ondertussen je gegevens wel in eigen beheer houdt. Het nadeel is dat een nas wel een stuk prijziger is dan een losse externe schijf (voor een basis-nas van Synology betaal je bijvoorbeeld 330 euro en dan heb je nog geen schijven). Je krijgt er echter wel veel voor terug. Is dat je te duur, dan kun je ook altijd nog kijken naar een externe schijf met netwerkfunctionaliteit, zoals de WD My Passport Wireless Pro.

©PXimport

Als het om de veiligheid van je gegevens gaat, vergeet de hackers dan niet

-

Tip 04: Veiligheid

Veiligheid is natuurlijk ook een belangrijk aspect. Een externe schijf wordt natuurlijk makkelijker gestolen dan een interne schijf, en een usb-stick al helemaal. Nu is dat uiteraard niet van belang als je deze apparaten alleen maar gebruikt op je zolderkamer, maar neem je de externe schijf, usb-stick of sd-kaart mee naar buiten, dan is dat wel iets om rekening mee te houden. Bij veiligheid kun je echter ook denken aan hackers en dát kan je ook treffen op je zolderkamer. Stel dat je gehackt wordt of er wordt ransomware op je pc losgelaten, dan kun je zomaar al je gegevens kwijt zijn. Wat dat laatste betreft is de remedie overal hetzelfde: zorg voor goede antivirussoftware. Wil je je gegevens ook buitenshuis kunnen benaderen, maar ben je bang dat je apparatuur gestolen wordt, dan is een cloudoplossing of de eerdergenoemde nas een uitkomst. Ben je juist bang voor hackers en vrees je dat zelfs antivirussoftware niet goed genoeg is, dan kun je overwegen om je gegevens op een cd, dvd of blu-ray te branden. Doe je dit op een schijf die niet herschrijfbaar is, dan is er geen hacker die je gegevens ooit kan verwoesten. Berg dat schijfje dan natuurlijk wel veilig op.

©PXimport

Tip 05: Duurzaamheid

Wanneer je je gegevens opslaat, wil je natuurlijk wel dat je deze over pakweg een jaar nog kunt benaderen. Wat dit betreft kunnen we je geruststellen, de kwaliteit van gegevensdragers is in de afgelopen decennia zo sterk verbeterd dat je je geen zorgen hoeft te maken over de levensduur van het apparaat. Gegevens op een cd of dvd bijvoorbeeld kunnen doorgaans meer dan honderd jaar bewaard worden, iets waar jij dit leven dus geen probleem mee gaat hebben. Wat uiteraard wél een punt is, is de veerkracht van het opslagmedium. Laat je een cd, dvd of blu-ray vallen, dan is er niets aan de hand, maar komt er een flinke kras op, dan kunnen de gegevens onleesbaar raken. Een harde schijf zal van nature niet snel beschadigd raken, maar krijgt deze een flinke opdonder (dit geldt zowel voor een interne als externe harde schijf), dan kunnen ook dan je gegevens onleesbaar raken. Het meest duurzaam op dit gebied is een usb-stick, ssd-schijf of sd-kaartje. Een usb-stick en sd-kaart kun je in principe de kamer doorslingeren zonder dat er iets aan de hand is (op eigen risico, dat wel). Met een ssd-schijf raden we niet aan, maar dat komt vooral omdat de behuizing en de elektronische componenten dat niet overleven. Het meest duurzaam is op dit moment opslag in de cloud, simpelweg omdat de cloudprovider zorgdraagt voor vervanging van de hardware als dat nodig is.

©PXimport

Tip 06: Draagbaarheid

Ben je op zoek naar een draagbare oplossing, iets wat je altijd mee kunt nemen, dan valt een interne harde schijf uiteraard direct af. Een externe harde schijf zal daarentegen al snel boven aan je lijstje staan. We raden je wel aan om een zogenaamde rugged versie te kopen, oftewel eentje die is ingebouwd in een behuizing die tegen een stootje, water, zand enzovoort kan, omdat je nooit weet waar je in terechtkomt. In theorie zou een sd-kaart hier, vanwege z’n compactheid, ook geschikt zijn, maar de opslagcapaciteit van deze kaartjes is beperkt. Bovendien heeft niet iedere computer een ingebouwd slot voor sd-kaarten, hetgeen betekent dat je dus altijd een kaartlezer bij je zou moeten hebben. Verreweg de meest gebruikelijke oplossing voor draagbare opslag is een usb-stick. De opslagcapaciteit van deze sticks is door de jaren heen enorm gegroeid. Voor een stick van 256 GB betaal je zo’n 100 euro, en ze zijn zo compact dat ze in je broekzak of aan je sleutelhanger kunnen. Daarbij hebben steeds meer usb-sticks de mogelijkheid tot gegevensbescherming. Heb je meer opslag nodig, dan is een ssd-schijf je beste optie, maar weet wel dat dit nog betrekkelijk duur is: voor 1 TB betaal je al snel 250 euro.

©PXimport

Bewaar herinneringen op blu-ray: je raakt ze niet kwijt én zijn direct op jaar gecategoriseerd

-

Tip 07: Vast of vluchtig?

Een belangrijke afweging is of de gegevens die je wilt opslaan, permanent of tijdelijk zijn. Zit je in een situatie waarin je regelmatig gigabytes aan informatie te verwerken krijgt, maar je die informatie niet (lang) te bewaren hoeft, dan is een harde schijf of ssd een ideale oplossing. Een cloudoplossing raden voor deze situatie niet aan, omdat je dan constant al die gegevens moet downloaden en uploaden, en dat kan, afhankelijk van je internetverbinding, je werktempo behoorlijk vertragen. Heb je echter gegevens die veel ruimte in beslag nemen en (voor eeuwig) wilt bewaren, maar die je niet voortdurend nodig hebt, dan raden we je blu-ray aan. Denk bijvoorbeeld aan al je foto’s en filmpjes. Gevoelsmatig wil je die altijd paraat hebben, maar als je eerlijk bent, weet je dat ze een grote chaos vormen op je pc en smartphone en je er vrijwel nooit meer naar kijkt. Je kunt dan wel grotere harde schijven blijven kopen, omdat je schijf vol zit met foto’s en filmpjes, maar handiger (en goedkoper) is het om een blu-ray-brander te kopen, en elk jaar alle foto’s en filmpjes van dat jaar op een schijfje te zetten en op te bergen in de kast. Zo hoef je ten eerste niet te vrezen dat je die waardevolle herinneringen kwijtraakt door ransomware én ze zijn ook nog eens op jaar gecategoriseerd.

©PXimport

Tip 08: Capaciteit

Dit onderwerp hebben we al heel even aangestipt bij tip 6: welke mediadrager je nodig hebt, hangt sterk af van de opslagcapaciteit die je nodig hebt. Gaat het om gegevens die je voornamelijk op je eigen pc nodig hebt, en heb je aan 500 GB genoeg, dan raden we je absoluut een ssd-schijf aan. Deze zijn snel en betrouwbaar, maar vergeleken met de traditionele harde schijf beperkt in opslagcapaciteit en ook veel duurder. Heb je terabytes nodig, dan is een harde schijf de enige oplossing. Gaat het echt maar om enkele gigabytes én vind je het belangrijk om die gegevens altijd bij je te dragen, ga dan voor een usb-stick, mét de kanttekening dat snelheid niet de belangrijkste overweging voor je is.

©PXimport

Tip 09: Snelheid

Wellicht ben je van mening dat snelheid niet het allerbelangrijkste criterium is bij aankoop van een mediadrager. Die mening zul je waarschijnlijk bijstellen wanneer je probeert om een bestand van 20 gigabyte over te zetten naar, bijvoorbeeld, je pc. Snelheid is belangrijk voor het kopiëren van gegevens, maar vooral ook wanneer je de gegevens rechtstreeks uitleest vanaf de mediadrager, zoals bij videobewerking. Voor dit soort oplossingen is een usb-stick bijvoorbeeld totaal ongeschikt. De SanDisk Cruzer Ultra Flair 64 GB usb-stick, bijvoorbeeld (prima merk), heeft een maximale leessnelheid van 150 MB per seconde en een maximale schijfsnelheid van 60 MB per seconde.

Ter vergelijking: een Samsung 860 EVO 500GB ssd-schijf haalt ter vergelijking een maximale lees-/schrijfsnelheid van zo’n 550 MB per seconde. De lees-/schrijfsnelheid van een harde schijf ligt doorgaans aanzienlijk lager dan die van ssd, al verschilt dat sterk per merk en type schijf. Sd-kaartjes zijn eigenlijk geen optie voor snelle gegevensoverdracht, zelfs de Sandisk SDXC Extreme Pro heeft slechts een leessnelheid van 95 MB per seconde.

©PXimport

De snelheid van je mediadrager niet belangrijk? Daar kom je al snel op terug

-

Tip 10: Compatibiliteit

Tot slot een punt dat nog weleens over het hoofd wordt gezien: de compatibiliteit van mediadragers. Wanneer je je gegevens op een blu-ray brandt, en de computer waarop je ze wilt uitlezen geen blu-ray-speler heeft, houdt het snel op (tenzij je een externe speler aanschaft). Hetzelfde geldt voor een sd-kaartje, zoals we al eerder aangaven (sd-kaartjes blijken toch echt vooral geschikt voor het overdragen van bestanden uit een camera of smartphone naar de pc). De meest veilige keuze die je kunt maken, is een apparaat dat gebruikmaakt van usb, zoals een usb-stick of externe ssd-schijf of harde schijf. Al blijft het belangrijk om goed te kijken naar de specificaties. Koop je bijvoorbeeld een razendsnelle usb3.1-schijf, maar blijkt dat je op je computer slechts een usb 1.0-poort hebt zitten, dan kun je de capaciteiten van je razendsnelle schijf totaal niet gebruiken. Sinds de komst van usb-c is daar nog een complexiteit bijgekomen. Niet alleen heeft usb-c een andere stekker dan je gewend bent, het heeft ook nog eens andere mogelijkheden, zoals het doorgeven van (veel) stroom. Dit betekent niet alleen dat je soms bepaalde apparaten niet kunt aansluiten, maar ook dat je een poort volledig kunt doorbranden (al geldt dit vooral bij het gebruik van goedkope (verloop)kabels zonder beveiliging, gekocht via Chinese discounters). Het is dus belangrijk dat je goed nadenkt over de apparaten waarop je je mediadragers wilt gaan gebruiken, en wat de specificaties daarvan zijn.

©PXimport

Kooptips

De externe harde schijf, externe ssd-schijf en usb-stick zijn wat ons betreft de meest betrouwbare en gebruiksvriendelijke methoden om gegevens op te slaan die je vaak wilt gebruiken en mee wilt nemen. Uit elke categorie hebben we een prima kandidaat voor je geselecteerd. Soort: Kingston HyperX Savage USB 256 GB****Prijs: € 119,99 Deze usb-stick van Kingston is behoorlijk aan de prijs, maar daarvoor krijg je wel een stick met veel opslagcapaciteit en een bovengemiddelde lees-/schrijfsnelheid. Je kunt hem bevestigen aan je sleutelhanger en de stick is daarnaast voorzien van extra beschermkapje zodat er geen troep tussen de aansluiting kan komen. De stick ondersteunt het usb3.1-protocol voor extra snelle gegevensoverdracht (uiteraard wel beperkt door de snelheid van de stick zelf). Soort: LaCie Porsche Design Mobile Drive Usb C 2 TB****Prijs: € 89,- Niet alleen ziet deze harde schijf van LaCie er fantastisch uit en is hij heel compact, je sluit hem ook nog eens aan via usb-c voor die extra snelle gegevensoverdracht, terwijl je geen voedingskabel nodig hebt. Het prijskaartje en de 2 TB opslagcapaciteit staan prima met elkaar in verhouding en de compactheid van deze schijf betekent dat je hem prima op je systeemkast kunt leggen zonder dat hij in de weg ligt of het risico loopt om te vallen.

©PXimport

Soort: Samsung Portable T5 500GB****Prijs: € 129,99 Om een ssd-schijf betaalbaar te houden, moet je denken aan maximaal 500 GB (anders ga je al snel naar bedragen rond de 250 tot 300 euro). Deze ssd van Samsung is bizar licht en compact, namelijk iets groter dan je bankpasje, al is hij uiteraard wel een stuk dikker. De schijf is schokbestendig én energiezuinig en wordt geleverd met een usb-c-kabel, zonder dat je externe voeding hoeft aan te sluiten op je pc (al is een verloopkabeltje ook mogelijk, maar denk aan de waarschuwing bij tip 10).

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.