ID.nl logo
Review Xiaomi Smart Pet Food Feeder - Automatiseert het voeren van je huisdieren
Huis

Review Xiaomi Smart Pet Food Feeder - Automatiseert het voeren van je huisdieren

Er zijn genoeg automatische voerbakken op de markt die op gezette tijden je hond of kat van brokjes voorzien. Xiaomi gaat een stapje verder met de Smart Pet Food Feeder, die onderdeel uit maakt van je smart home. Hoe het apparaat in praktijk bevalt lees je in deze Xiaomi Smart Pet Food Feeder review.

Uitstekend
Conclusie

De slimme voerautomaat van Xiaomi is een prettig hebbeding. Het neemt zeker niet de verantwoordelijkheid van het voeren van je huisdieren weg, maar het helpt zeker om ervoor te zorgen dat je hond of kat op vaste tijden genoeg te eten krijgt. Bij meerdere huisdieren is de eethoeveelheid nog altijd lastig te monitoren. Net als bij gewone voerbakjes. De voerbak is slim ontworpen: mooi, functioneel en iedereen kan ‘m in elkaar zetten. Ook de app is toegankelijk, alleen door de vele gebruikersvoorwaarden en accountverplichting zijn er wel wat privacyzorgen.

Plus- en minpunten
  • Mooi en praktisch ontwerp
  • Handige meldingen in app
  • Dure droogmiddelpatronen
  • Account verplicht

Met een automatische voerdispenser kun je op gezette tijden je huisdieren voeren. Dat is niet alleen gemakkelijk, maar ook voor de diertjes prettig: zo krijgen ze op vaste tijden hun eten. Het geeft ook wat vrijheid om wat langer de deur uit te gaan, vooral als je een kat hebt. Een slimme voerbak gaat daarmee een stapje verder.

Naast een slimme voerbak heeft Xiaomi ook een slimme drinkfontein op de markt gebracht. Met beide apparaten in huis is het nog makkelijker om voor je dieren te zorgen. Ook als je niet thuis bent.

Lees ook: De Xiaomi Smart Pet Fountain weet dorstige diertjes te lokken

De interesse van het testpanel was meteen gewekt.

Voeren met een app

De Xiaomi Smart Pet Food Feeder wordt gekoppeld aan een app, waardoor je een melding krijgt wanneer voer volgens schema wordt gedispenseerd. Je maakt een voerschema hoe vaak er voer moet worden uitgedeeld en hoeveel gram brokjes. En je kunt via de app handmatig extra brokjes geven. Desgewenst kan dat laatste ook via een knopje op het apparaat.

Gaat er iets niet goed met dispenseren? Dan krijg je uiteraard ook een melding, bijvoorbeeld als er niet genoeg brokjes meer zijn of er een blokkade optreedt. Om dat laatste te voorkomen moet je zorgen dat de brokjes het juiste formaat hebben. De app legt precies uit wat voor soort brokjes wel of niet in de slimme voerdispenser kunnen.

De app van Xiaomi ziet er verzorgd uit.

Slim en mooi ontwerp

Xiaomi heeft merkbaar veel aandacht besteed aan het ontwerp van de slimme voerbak. Aan de voorzijde is er een plateautje waarin een metalen kom geplaatst is. De brokjes vallen in de kom uit het reservoir dat er hoger achter zit. De metalen kom kun je zo van het plateau af halen om schoon te maken.

Het reservoir bereik je door een deksel aan de bovenzijde open te maken. Wanneer je deze opent krijg je overigens ook direct een melding in de app. In het reservoir zit een bakje dat je er eenvoudig uithaalt om schoon te maken en te vullen. Simpel en handig om in elkaar te zetten en in gebruik. Je hoeft niet technisch onderlegd te zijn om de voerbak in elkaar te zetten, te vullen, te reinigen of zelfs te koppelen aan de Xiaomi Home-app.

De app is overzichtelijk, geeft meldingen wanneer nodig en geeft bovendien tips hoe je de voerautomaat schoonhoudt. Pluspunten. Toch geven vele gebruikersovereenkomsten die je moet accepteren en de verplichting van een Xiaomi-account voor een onbehagelijk gevoel als het op privacy aankomt.

Verdienen aan krokante brokjes

In het deksel aan de bovenzijde zit een ‘droogmiddelpatroon’. Een klein onderdeeltje dat het vocht uit de lucht haalt van het brokjesreservoir. Zo blijven de brokjes krokant. Dat droogmiddelpatroon werkt zo’n dertig dagen, waarna je deze dient te vervangen. Deze patronen kun je in setjes van drie voor twintig euro kopen op de site van Xiaomi.

Ik weet niet of Xiaomi nou echt zo begaan is met het kraken van de brokjes of dat ze makkelijk proberen te verdienen aan vervangbare onderdelen. Of misschien is beide wel van toepassing. Feit is dat het beide testkandidaten koud laat of het droogmiddelpatroon vervangen moet worden of niet.

Krokant of niet, de brokjes bevallen altijd.

Testkandidaten

Want die testkandidaten lieten weinig voorkeur blijken als het op de staat van de brokjes aankomt. Het testpanel voor deze review bestond (net als de gelijktijdig geteste Xiaomi Smart Pet Fountain) uit twee katten: Tijger en Graaf. Aanvankelijk was het even wennen voor beiden, aangezien het dispenseren een onverwacht geluid maakt. Dat is even schrikken geblazen. Inmiddels wordt het geluid gezien als een roep, waarna een sprint naar de voerbak volgt. Ongeacht de testers zich nu in de bovenkamer of de tuin bevinden.

De brokjes worden gegeten op eenzelfde tempo als het traditionele voerbakje. Omdat dit testpanel uit twee deelnemers bestaat moet de slimme voerbak wel gedeeld worden, iets wat met de oude bakjes niet het geval is. Hoewel ze er beiden enthousiast van eten lijkt het er op dat één van de twee testers wat molliger wordt dan de andere.

Voorzichtige conclusie is daarom dat zo’n slimme voerbak er niet voor zorgt dat je geen omkijken meer hebt naar het voeren van je beestjes. Vooral niet als je er meerdere hebt. Tijdens de testperiode hebben we dan toch ook maar de kattenoppas tijdens een midweekse vakantietrip gevraagd ervoor te zorgen dat beide katten hebben gegeten. Gelukkig stond deze toch paraat voor de kattenbak, waar helaas nog geen slimme oplossing voor is gevonden.

Een deel van het testpanel moest even de kat uit de boom kijken.

Conclusie: Xiaomi Smart Pet Food Feeder kopen?

De slimme voerautomaat van Xiaomi is een prettig hebbeding. Het neemt zeker niet de verantwoordelijkheid van het voeren van je huisdieren weg, maar het helpt zeker om ervoor te zorgen dat je hond of kat op vaste tijden genoeg te eten krijgt. Bij meerdere huisdieren is de eethoeveelheid nog altijd lastig te monitoren. Net als bij gewone voerbakjes. De voerbak is slim ontworpen: mooi, functioneel en iedereen kan ‘m in elkaar zetten. Ook de app is toegankelijk, alleen door de vele gebruikersvoorwaarden en accountverplichting zijn er wel wat privacyzorgen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.