ID.nl logo
Wat is DNS: Alles over het Domain Name System
© Reshift Digital
Huis

Wat is DNS: Alles over het Domain Name System

Wanneer je surft, tik je doorgaans een webadres op basis van een (sub)domeinnaam in. Daarmee zet je wel een heel systeem in werking, want achterliggend wordt naar de gewenste webserver op basis van het ip-adres gezocht. Er is dus een vertaalslag nodig en daar zorgt het DNS-protocol voor. Wat is DNS?

Wat is DNS?

DNS (Domain Name System) is een client-serversysteem dat via het gelijknamige protocol een ip-adres dat bij een hostnaam hoort (of omgekeerd) opzoekt in een gedistribueerde en dynamische database.

De oorsprong van het internet ligt bij het Amerikaanse DARPAnet (Defense Advanced Research Projects Agency Network). Aanvankelijk was dit netwerk nog voldoende behapbaar om de koppeling tussen ip-adressen en hostnamen in een statisch tekstbestand (host.txt) te vatten en nieuwe adressen handmatig toe te voegen. Het team dat deze lijst onderhield, ontwikkelde trouwens ook het concept van (sub)domeinen en zette een whois-directory op om administratieve gegevens van een host te achterhalen.

De explosieve groei van het internet vanaf de jaren 80 maakte de behoefte aan een geautomatiseerd systeem steeds groter en dit leidde tot het ontstaan van DNS in 1983. De specificaties werden in 1987 vastgelegd in RFC’s 1034 en 1035, de verdienste van computerwetenschapper Paul Mockapetris (https://kwikr.nl/rfc1034 en https://kwikr.nl/rfc1035). RFC’s (Request for Comments) zijn documenten die de protocollen en andere aspecten van het internet beschrijven.

Inmiddels hebben bijkomende RFC’s voor allerlei uitbreidingen van het DNS-protocol gezorgd. Op https://kwikr.nl/dnstl vind je hiervan een overzicht.

Zoekmechanisme

Wat gebeurt er nu wanneer je bijvoorbeeld www.pcmweb.nl in je browser intikt of een e-mail verstuurt naar iets als mailbox@pcmweb.nl?

In eerste instantie vraagt je netwerkapplicatie aan de lokale resolver naar de hostgegevens. Deze software kijkt normaliter eerst in het lokale hosts-bestand (in /etc/hosts of in %systemroot%\System32\etc\hosts). Vindt die niks, dan wordt mogelijk nog een (caching of forwarding) resolver binnen je eventuele bedrijf geraadpleegd. Geen succes? Dan gaat je DNS-verzoek naar een recursive resolver, kortweg recursor, zoals die van je internetprovider of van een DNS-provider als Google of Cloudflare. Kent ook die het antwoord niet, dan verzoekt deze aan de root-nameservers om de DNS-records voor www.pcmweb.nl in hun databases op te zoeken.

De kans is groot dat die als respons geven “ik vind de host niet, maar ik beschik wel over de DNS-gegevens van .nl; je checkt het daarom best even bij de tld-nameservers (topleveldomein) van .nl”. De recursor gaat hierop in en krijgt vervolgens wellicht de suggestie door “check het bij de sld-nameserver (secondleveldomein) van pcmweb.nl”, waarop die vermoedelijk zal reageren met het gezochte antwoord: www.pcmweb.nl A 149.210.193.187. De recursor stuurt dit vervolgens netjes terug naar je webapplicatie.

Merk ook op dat in dit proces alleen de recursor recursief werkt en het geretourneerde antwoord verwerkt en doorstuurt. De andere, gezaghebbende (authoritative) DNS-servers zijn van het iteratieve type en zorgen slechts voor een doorverwijzing. Dit is begrijpelijk, omdat recursie veel te intensief zou zijn voor de overbevraagde nameservers.

©PXimport

Caching

In de praktijk beschikken de resolvers ook over uitgebreide caches. Dat geldt tevens voor je eigen systeem. Zo beschikt niet alleen je besturingssysteem over een eigen DNS-cache – in Windows haal je die op met ipconfig /displaydns en maak je die leeg met ipconfig /flushdns – maar kunnen ook de internetapplicaties zelf een DNS-cache bevatten. In Chrome bijvoorbeeld beheer en leeg je die via chrome://net-internals/#dns en in Firefox via about:networking#dns.

Ook recursors beschikken normaliter over caches, bedoeld om de DNS-nameservers te ontlasten. Hoelang een DNS-record wordt gecachet, hangt af van de TTL-waarde (Time To Live) die in (het SOA-record van) het zogenoemde zonebestand van je DNS-server is ingesteld. In Windows Opdrachtprompt kun je deze waarde opvragen met een opdracht als nslookup -type=soa pcmweb.nl.

Door deze caching zal een wijziging in een DNS-record ook niet meteen overal worden gepropageerd – dat kan wel tot drie dagen duren. Daarom is het vaak een goed idee de TTL-waarde tijdelijk lager in te stellen, voordat je aanpassingen aan je DNS-records doorvoert.

©PXimport

DNS-records

We hebben het al even gehad over zogeheten zonebestanden (zone files) in de nameservers, die zowat alle informatie over een domeinnaam bevatten en in principe uit twee delen bestaan: richtlijnen, zoals het al vermelde $ TTL, en bronrecords (resource records). Deze laatste bevatten DNS-informatie over een specifieke host of internetbron. De IETF (Internet Engineering Task Force) heeft talrijke recordtypes gedefinieerd. We beperken ons hier tot enkele van de meest gebruikte.

Zo bevatten de al eerder vermelde SOA-records (Start Of Authority) administratieve informatie voor de complete zone, waaronder dus de TTL-waarde. A-records linken dan weer een domeinnaam aan IPv4-adressen, terwijl AAAA-records dat voor IPv6-adressen doen. Een CNAME (Canonical Name Record) verwijst naar een andere domeinnaam, wat handig is als je een subdomein hebt dat naar hetzelfde ip-adres als je hoofddomein mag verwijzen. Ook MX-records verwijzen naar een domeinnaam, maar hier is dat de doelserver voor e-mailverkeer.

Veiligheid en privacy

Sinds het ontstaan van DNS in 1983 werd tot voor kort eigenlijk uitsluitend het UDP-transportprotocol gebruikt, kortweg Do53 (DNS-over-UDP op poort 53). Hierbij wordt een DNS-query in leesbare tekst van de client naar de server verstuurd en ook de reply komt in leesbare vorm in zo’n UDP-pakket terug. Erg veilig of privacybewust is dit uiteraard niet, omdat er op dit niveau niet in encryptie of in enig authenticatiemechanisme wordt voorzien en je evenmin garanties krijgt op een succesvolle of niet-gemodificeerde aflevering.

Via een RFC werd daarom naderhand ook TCP (Transmission Control Protocol) als mogelijk transportprotocol toegevoegd en nog later werd het DNSCrypt-protocol ontwikkeld, dat encryptie toeliet aan de downstream-zijde van recursive DNS-resolvers.

Inmiddels werden er ook diverse andere DNS-transportroutes ontwikkeld, waaronder DNS-over-TLS (DoT), DNS-over-HTTPS (DoH), DNS-over-Quic (DoQ), DNS-over-HTTPS/3 (DoH3) en Oblivious DNS-over-HTTPS (ODoH). Bij Apple heet die laatste trouwens Private Relay.

©PXimport

De ontwikkeling van DNS

1983 Ontwikkeling van DNS

1985 Verdere ontwikkeling van DNS-serversoftware BIND

1989 Ook TCP kan worden ingezet voor DNS-query-transport (RFC 1123)

2000 BIND 9 (geheel nieuwe versie)

2011 DNSCrypt-protocol

2016 DoT

2018 DoH

2019 Toevoeging van een ‘geanonimiseerde’ modus aan DNSCrypt

2019 DNS-over-TOR

2021 ODoH

▼ Volgende artikel
Samsung Galaxy S26-teaser richt zich op het privacyscherm
© Samsung
Huis

Samsung Galaxy S26-teaser richt zich op het privacyscherm

Samsung heeft een nieuwe teaser online gedeeld van de aankomende Samsung Galaxy S26-serie, ditmaal gericht op een nieuwe privacyfunctie.

Zoals al duidelijk was, hebben de aankomende Samsung Galaxy S26-smartphones een functie voor een privacyscherm. Dit is een optie die mensen desgewenst aan kunnen zetten, zodat alleen de persoon die recht voor het scherm gepositioneerd zit of staat de inhoud van het scherm daadwerkelijk goed kan zien. Omstanders kunnen dat niet, waardoor men dus meer privacy heeft wanneer de smartphone bijvoorbeeld in het openbaar vervoer wordt gebruikt.

Als de nieuwe teaser trailer geloofd kan worden, is het privacyscherm aanzetten zo simpel als een knop omzetten - genaamd 'Zero Peeking Privacy' - waardoor de persoon naast de smartphonegebruiker in het filmpje niets meer van het scherm ziet. Als het goed is kunnen gebruikers straks er ook voor kiezen om deze optie automatisch aan te zetten voor specifieke apps of alleen delen van het scherm.

Watch on YouTube

Wanneer wordt de Samsung Galaxy S26-lijn onthuld?

Onlangs bleek al dat Samsung op 25 februari de nieuwste editie van het tweejaarlijkse Galaxy Unpacked-evenement organiseert. Het is zo goed als zeker dat daar de nieuwe Samsung Galaxy S26-lijn wordt onthuld. Om precies te zijn begint het om 19:00 uur Nederlandse tijd - dan zal het evenement, dat in San Francisco wordt gehouden, ook live online te zien zijn.

Over de Samsung Galaxy S26-toestellen

Samsung brengt dit jaar naar verwachting de Galaxy S26, S26+ en S26 Ultra uit. Eind vorig jaar lekten er al foto's van dummyversies van de smartphones op social media, waaruit blijkt dat deze modellen waarschijnlijk een ovaalvormig camera-eiland krijgen, vergelijkbaar met de Galaxy Z Fold-smartphones.

Qua kleuren zouden de nieuwe Galaxy-modellen in Black Shadow, White Shadow, Galactic Blue en Ultraviolet beschikbaar komen. Zoals hierboven al gemeld zal een grote focus ook liggen op de toevoeging van het privacyscherm. Daarnaast ligt de focus op verbeterde camera's en het gebruik van AI bij het schieten van plaatjes, zo bleek onlangs al uit enkele teaservideo's.

▼ Volgende artikel
Sega's hardware-ontwerper Hideki Sato is overleden
Huis

Sega's hardware-ontwerper Hideki Sato is overleden

Hideki Sato, de ontwerper van zo goed als alle spelcomputers van het Japanse bedrijf Sega, is op 77-jarige leeftijd overleden.

Volgens de Japanse X-account Beep21 (via Eurogamer) is dat afgelopen weekend gebeurd. Precieze details over zijn overlijden zijn er niet.

Sato werd ook wel liefkozend de 'vader van Sega-hardware' genoemd. Hij ging in 1971 bij Sega aan de slag en leidde in de jaren negentig de research & development-afdeling binnen Sega. Begin jaren nul was hij kort de directeur van Sega.

Sato en zijn team ontworpen de meeste hardware van Sega, waaronder consoles zoals de Mega Drive en Dreamcast, alsmede de meeste arcademachines van het bedrijf. In 2008 vertrok hij bij Sega.

View post on X

Over Sega als consolebedrijf

Sega kreeg vooral voet in de markt met zijn arcademachines, maar bracht ook spelcomputers uit waarmee het zeker in de jaren negentig van de vorige eeuw veel succes had en geduchte concurrentie voor Nintendo vormde.

Met de komst van PlayStation werd Sega's positie binnen de spelcomputermarkt echter steeds kleiner, en na enkele misstappen bij de release van de Saturn-console, bracht het bedrijf al snel de opvolger uit, de Dreamcast. Hoewel deze console geliefd was onder de fans en nog altijd als een van de betere projecten van het bedrijf wordt gezien, bleek het de allerlaatste spelcomputer van Sega te worden. Sindsdien brengt het bedrijf zijn games naar consoles van Nintendo, Sony en Microsoft en pc.