ID.nl logo
Van CC-licenties tot opensource: wanneer is content rechtenvrij?
© Pakin - stock.adobe.com
Huis

Van CC-licenties tot opensource: wanneer is content rechtenvrij?

Er is heel veel gratis content te vinden op het internet, zowel boeken, multimediabestanden als foto’s, audio, video en software. Naast de vraag waar je hiervoor het beste terechtkunt is er ook nog de vraag: is dit allemaal wel legaal?

In dit artikel brengen we je op de hoogte van de verschillende licenties die er bestaan. Daarna laten we zien waar je gratis content - al dan niet onder naamsvermelding - kunt vinden:

  • Boeken en literatuur
  • Afbeeldingen
  • Audio en muziek
  • Video's
  • Software

Je bent vast vertrouwd met het copyright-teken (©), dat aangeeft dat een (natuurlijke of rechts)persoon of zijn erfgenamen de maker en/of auteursrechthebbende is. Hoewel dit teken vaak gebruikt wordt, is het eigenlijk overbodig. Auteursrecht ontstaat namelijk automatisch bij creatief werk, waardoor niemand dit werk zonder toestemming mag publiceren of kopiëren. Zomaar een foto van het internet halen en op je eigen website zetten, kan dus een duidelijke inbreuk op het auteursrecht zijn. In de EU is het wel zo dat auteursrecht automatisch vervalt in het ‘publieke domein’, 70 jaar na de dood van de maker of, bij bedrijfsopdrachten, 70 jaar na de eerste publicatie. Na deze termijn mag het werk in principe vrij gebruikt worden.

Auteursrecht is trouwens niet het enige waarvoor je moet uitkijken. Vergeet ook niet het persoonlijkheidsrecht (morele rechten die de persoonlijke band tussen de maker en zijn werk bewaken), portretrecht (afgebeelde personen moeten akkoord gaan met de publicatie), exploitatierecht (de maker kan beslissen in hoeverre zijn werk openbaar mag worden gemaakt of mag worden gekopieerd), merkrecht (mogen die Nike-schoenen zomaar op een online afbeelding) en naburig recht (voor creatieve prestaties door uitvoerend kunstenaars, muziekproducenten, omroeporganisaties enzovoort).

©Cagkan Sayin

Het ©-teken is geen vereiste, want auteursrecht ontstaat vanzelf bij creatief werk.

1 Licentie-model

Auteursrecht beschermt de makers door hen exclusieve rechten te verlenen, maar sommigen vinden dit te beperkend. Daarom bestaan er flexibelere licenties waarmee makers hun werk op diverse manieren kunnen delen. Voordat we allerlei bronnen en hulpmiddelen voor het downloaden en gebruiken van content aan je voorstellen, is het belangrijk dat je eerst de belangrijkste licenties leert kennen.

We beginnen met Creative Commons (CC), een prominente organisatie met licenties voor diverse soorten inhoud, zoals tekst, muziek, foto’s en educatief materiaal. Vervolgens duiken we in licenties specifiek ontwikkeld voor software, zoals van het Open Source Initiative (OSI) en van de Free Software Foundation (FSF). Samen worden ze FOSS-licenties genoemd (Free and Open Source Software) en vormen ze de tegenhanger van propriëtaire software.

2 Creative Commons

Creative Commons is een wereldwijd initiatief dat diverse licenties verstrekt, toegespitst op tal van nationale rechtssystemen (zie bijvoorbeeld www.creativecommons.nl), en tevens ondersteuning biedt aan gebruikers.

Er zijn zes hoofdlicenties naast het publieke domein. Variërend van meest tot minst toegestaan zijn dit:

  1. CC BY (By Attribution): laat toe het werk op alle manieren te gebruiken, zelfs commercieel, mits de originele maker gecrediteerd (benoemd) wordt zoals dit door de maker of de licentiegever is gespecificeerd.

  2. CC BY-SA (Attribution-ShareAlike): staat gebruik, aanpassing en verspreiding toe, ook commercieel, als de maker gecrediteerd wordt en nieuwe werken dezelfde licentie krijgen. Wikipedia bijvoorbeeld maakt hier veelvuldig gebruik van.

  3. CC BY-ND (Attribution-NoDerivatives): laat elk gebruik toe, ook commercieel, mits je de maker crediteert en geen aanpassingen doorvoert.

  4. CC BY-NC (Attribution-NonCommercial): staat alleen niet-commercieel gebruik toe (inclusief aanpassingen), met opnieuw vereiste creditering van de maker.

  5. CC BY-NC-SA (Attribution-NonCommercial-ShareAlike): laat alleen niet-commercieel gebruik en aanpassingen toe als je de maker crediteert. Afgeleide werken dien je onder dezelfde voorwaarden aan te bieden.

  6. CC BY-NC-ND (Attribution-NonCommercial-NoDerivatives): staat, bij creditering van de maker, gebruik en delen toe, maar zonder aanpassingen en niet voor commercieel gebruik.

Denk je eraan om zelf creatief werk aan te bieden en zoek je naar de optimale CC-licentie? Op deze site vind je hiervoor een handige licentiekiezer.

Beantwoord enkele vragen en je weet onder welke CC-licentie je werk valt.

3 Opensource

Opensource-licenties hebben als doel ontwikkelaars in staat te stellen hun werk te delen zoals zij dit bedoelen, vergelijkbaar met CC-licenties. Ook FOSS-licenties willen de zekerheid bieden dat afgeleide werken onder dezelfde licentieverspreiding vallen. Een uitgebreide tabel met FOSS-licenties vind je via www.kwikr.nl/foss. We lichten hier enkele veelgebruikte types toe, buiten de publieke domeinlicenties:

  • 'Permissieve licenties', zoals Apache, BSD en MIT, stellen minimale eisen aan gebruik, distributie en wijziging. Het behoud van het originele auteursrecht en licentievermeldingen is wel een vereiste.

  • 'Copyright-licenties', zoals de GNU General Public License (GPL), eisen dat afgeleide werken onder dezelfde licentie worden verspreid, analoog aan CC BY-SA. Copyleft, uiteraard een woordspeling op de term copyright, zorgt ervoor dat wijzigingen ook in de toekomst aanpasbaar blijven. In dit opzicht verschilt copyleft van bijvoorbeeld BSD-licenties, die wel toestaan dat men (delen van) het werk of afgeleiden daarvan onder een propriëtaire licentie opnieuw uitbrengen.

  • 'Licenties met zwakke copyleft', zoals de GNU Lesser General Public License (LGPL), hebben minder eisen dan volledige copyleft-licenties, omdat ze toestaan dat afgeleide werken ook onder een andere licentie worden verspreid.

Een kleine greep uit de talrijke opensource-licenties (bron: Wikipedia).

Dubbelcheck Bij het gebruik van CC- en FOSS-licenties dek je veel gebruiksscenario’s af voor gratis media en software, maar extra waakzaamheid blijft geboden bij het downloaden van dergelijke bestanden. Gratis aanbod op een website betekent niet automatisch dat het legaal is. Zo vind je op www.z-lib.io talrijke boeken, maar de bijbehorende ‘request codes’ leiden je wel naar een obscure Discord-server. Wees alert als sites geen betrouwbare contactgegevens tonen, overladen zijn met opdringerige reclame of essentiële informatie missen, zoals pagina’s rond DMCA-verwijderverzoeken (Digital Millennium Copyright Act), privacybeleid of gebruiksvoorwaarden. Sites die normaliter te betalen werken gratis aanbieden, moeten ook een lampje doen branden.

Om de authenticiteit van een gedownload beeldbestand te controleren, kun je eventueel CIBR-tools (Content-based Image Retrieval) gebruiken, zoals PimEyes of Google Afbeeldingen (klik hier op het tweede icoontje Zoeken op afbeelding). Maar het kan ook om een legale site gaan, die met aangepaste licenties werkt. Dit geldt bijvoorbeeld voor het populaire Pixabay. In de voorwaarden lees je onder meer dat zelfs inhoud onder CC0 bepaalde beperkingen kan hebben, zoals aangegeven in het begin van dit artikel.

Soms is het aanbod te mooi om waar te zijn.

4 Boeken en literatuur

Nu je bekend bent met de belangrijkste licenties voor gratis content en je je ervan bewust bent dat je altijd de legaliteit en specifieke voorwaarden van websites moet controleren, kun je met een gerust geweten van je downloads genieten.

Voor e-books is Project Gutenberg een uitstekende bron, met een collectie van meer dan 60.000 boeken. Deze bevat vooral klassiekers waarvan de auteursrechten zijn verlopen of die tot het publieke domein behoren. Open Library, een ambitieus initiatief van Internet Archive en ManyBooks bieden ook een aanzienlijke boekencollectie, voornamelijk in de Engelse taal. Voor luisterboeken is LibriVox een prima keuze, met bijna 20.000 titels. Google Books laat je toe om via Geavanceerd zoeken volledige boeken te bekijken (van de meeste boeken zijn er gedeeltes weggelaten), en je kunt zoeken op trefwoorden, jaartal, taal, titel en auteur. Specifiek wat educatieve teksten betreft, biedt OpenStax een reeks (vooral Engelstalige) leerboeken voor het hoger onderwijs.

Zijn klassiekers helemaal op je lijf geschreven? Dan is Project Gutenberg een must.

5 Afbeeldingen

Om diverse gratis afbeeldingen te vinden, is Google een prima startpunt (). Voer je zoekwoorden in, klik op Tools en filter bij Gebruiksrechten op Creative Commons-licenties. De licentiegegevens van een afbeelding controleer je in het rechterdeelvenster. Voor exclusief publiek domein-materiaal, probeer je www.publicdomainpictures.net, waar je met trefwoorden of via filters als Categorieën en Seizoen Foto’s kunt zoeken. Voor clipart in het publiek domein is er Openclipart, met circa 160.000 gratis plaatjes. Blijkt de site niet beschikbaar te zijn (wat weleens gebeurt) dan heb je met FreeSVG een vergelijkbaar alternatief. Ook Freepik biedt een breed scala aan vectorafbeeldingen en iconen.

Voor hoogwaardige foto’s is Pixabay, met ongeveer 1 miljoen afbeeldingen een uitstekende bron. Je kunt hier trouwens ook terecht voor illustraties en vectorbestanden, en zelfs audio en video. Klik op een foto voor de licentiegegevens en voor downloads in diverse resoluties. Net als Pixabay komen ook Pexels (3 miljoen foto’s) en Unsplash (2 miljoen foto’s) met aangepaste licenties, geïnspireerd op Creative Commons. PxHere beschikt over zo’n 1,2 miljoen foto’s, allemaal onder een CC0-licentie en eveneens beschikbaar in diverse resoluties.

Vind je niet de gewenste tekening of foto in deze immense collecties, dan kun je eventueel je geluk nog beproeven bij generatieve AI-chatbots, zoals ChatGPT Plus, waarin Dall-E 3 is inbegrepen, of het gratis Copilot. In het kader ‘Generatieve AI’ lees je meer over de totstandkoming van deze beelden en het auteursrecht.

Ook bij de vertrouwde Google-zoekmachine kun je specifiek naar CC-afbeeldingen zoeken.

Generatieve AI De opkomst van generatieve AI, die zelfstandig content zoals tekst, beelden, muziek en video’s creëert, brengt zware juridische uitdagingen met zich mee, vooral op het vlak van auteursrecht. Centraal staat de vraag of deze werken als ‘origineel’ en het resultaat van ‘menselijk auteurschap’ gezien kunnen worden: essentiële concepten binnen het auteursrecht.

AI-systemen worden getraind met enorme datasets, vaak inclusief auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het gebeurt dan ook geregeld dat AI-output elementen bevat die lijken op deze trainingsdata. Daarom is het van belang dat gebruikers van generatieve AI inzicht hebben in de oorsprong van de content, om te bepalen of er bijvoorbeeld een Creative Commons-licentie op van toepassing is. Het gegenereerde kan tenslotte nog onder bestaande auteursrechtelijke beperkingen vallen.

Misschien niet dé Mona Lisa, maar toch minstens haar tweelingzus.

6 Audio en muziek

Zoals vermeld kun je bij Pixabay ook terecht voor geluidseffecten en muziek, en dan vooral voor korte soundtracks en instrumentale stukjes. Is het je alleen om geluidseffecten te doen, dan is FreeSound een betere optie.

Ook op YouTube vind je gratis muziek en audio-effecten. Ga naar de audiobibliotheek en open het tabblad Muziek of Geluidseffecten. Ook de FMA-site is absoluut de moeite waard (gratis registratie). Je typt je trefwoord(en) in, waarna je de resultaten eventueel nog verder filtert op onder meer genre, duur, instrumentaal of op licentietype, waaronder de zes CC-licenties. Op de site vind je trouwens ook een link naar Tribe of Noise PRO, voor een uitgebreide collectie muzieknummers die je voor mediaprojecten kunt gebruiken. Jamendo is een platform voor gratis muziek onder CC-licenties, dat zich voornamelijk richt op onafhankelijke artiesten. Voor wie het nog wat creatiever mag, is het muziekplatform CC Mixter een leuke optie. Hier kun je muziektracks downloaden om te remixen, waarna je je creaties onder een CC-licentie kunt delen. Ook bij Bensound vind je een ruim aanbod aan muzieknummers van verschillende genres. Let wel, alleen de songs met een Download-knop zijn echt gratis (onder de CC BY-licentie).

Het zal je weinig verbazen dat ook hier weer AI opduikt. Zo kun je op Soundraw muziektracks op basis van een beschrijving laten genereren, met een specifiek genre, stemming of thema. Ook bij Suno is dit mogelijk, inclusief gezongen tekst en lyrics.

Lees zeker ook dit artikel voor nog gratis muziek: 🎧 Op deze plekken kun je gratis muziek downloaden

Op de FMA-site kun je onder meer filteren op publiek domein en op CC-licenties.

7 Video’s

Pixabay blijkt van alle markten thuis, want je vindt hier ook rechtenvrije video’s, met filters als Effecten (zoals Animatie, Time lapse en Slow Motion) en Resolutie. Ook op het reeds vermelde Pexels vind je een fraai video-aanbod.

Zowel Mixkit als Videezy bieden ook talrijke video’s aan, maar je moet hier wel goed controleren om welke licentie het gaat, want niet exemplaren zijn gratis in alle resoluties te gebruiken. Bij Videezy bijvoorbeeld zijn alleen de licenties Standaard en CreativeCommons echt gratis, en in beide gevallen is attributie vereist.

Erg fraaie stockvideo’s vind je ook bij Videvo, zowel gratis als premium (vanaf zo’n 7,50 euro per maand). Dankzij filters als Free clips en Creative Commons 3.0 kun je snel inzoomen op de gratis exemplaren, maar deze vereisen bijna altijd naamsvermelding. Ook op de site Mazwai vind je een selectie uit het gratis Videvo-aanbod, maar deze is relatief beperkt en je kunt eigenlijk alleen filteren op een beperkt aantal tags.

De eerste stappen op het gebied van het genereren van video’s met AI zijn er inmiddels ook. Zo heeft OpenAI de videogenerator Sora uitgebracht, maar helaas is deze nog niet voor het grote publiek beschikbaar. Op www.openai.com/sora vind je wel al enkele indrukwekkende voorbeelden.

Het bovenste gedeelte met ‘Video’s gesponsord door iStock’ laat je op Videezy maar beter links liggen (omdat ze niet gratis zijn).

8 Diverse media

Er zijn nog heel wat andere sites en tools die je naar uiteenlopende gratis media leiden. Een ervan is het zoekportaal Creative Commons Search waar je via links naar zo’n twintig online collecties als Nappy, Sketchfab, Vimeo, SoundCloud en Flickr kunt zoeken naar de gewenste media.

Ook Wikimedia Commons bevat een uitgebreide databank met uiteenlopende media als foto’s, audio en video, die je vrij kunt gebruiken en bewerken. De inhoud is beschikbaar onder diverse licenties, waaronder – uiteraard – Creative Commons.

Het Internet Archive stelt al bijna 30 jaar een digitale bibliotheek samen van sites, media en culturele artefacten en mag dus evenmin op je lijst ontbreken. Je kunt hier terecht voor vele miljoenen boeken en teksten, audio-opnames, video’s, afbeeldingen en zelfs 1 miljoen softwareprogramma’s. Via Advanced Search komen er heel wat extra filteropties beschikbaar, zodat het aanbod wat minder overweldigend is.

Ben je vooral geïnteresseerd in het digitale culturele erfgoed van Europa, zoals kunst, boeken, films en muziek, dan is Europeana een absolute must. Deze collectie kun je via trefwoorden doorzoeken, met zoekfilters als thema, media, taal, kleur, bestandsformaat en gebruiksrechten via het uitklapmenu bij Kan ik dit gebruiken?. Onderaan elk object lees je de licentie af, zoals Copyright, Public Domain of CC BY-NC-SA.

Europeana biedt een online culturele bibliotheek met meer dan 50 miljoen items.

9 Software

Zoek je naar software, dan biedt GitHub een uitstekend platform. Talrijke ontwikkelaars werken hier namelijk samen aan allerlei projecten, delen elkaars code en rapporteren bugs. Het is onder meer de thuisbasis voor miljoenen opensource-projecten. Ook op SourceForge vind je talrijke opensource-projecten, kun je software downloaden, beoordelen en erover discussiëren.

Ook zijn er natuurlijk de meer ‘traditionele’ freeware-collecties, zoals FileHippo, MajorGeeks, Ninite en SnapFiles (rubriek Freeware).

Handig is ook AlternativeTo. Deze site laat je bijvoorbeeld de naam van een bekende, commerciële applicatie invoeren waarna je een reeks alternatieven voorgeschoteld krijgt. Bij elk alternatief krijg je een beschrijving evenals reacties van de community en worden de ondersteunde platformen vermeld. Rechtsboven vind je onder meer filters als Free en OpenSource.

Voor je (gratis) software opstart of installeert, raden we je in elk geval en ongeacht de bron aan deze door een online virusscanner als VirusTotal te laten controleren. Zodra pakweg meer dan 5% van de geraadpleegde virusscanners onraad ruiken, installeer je de software beter niet direct op je werk-pc. Probeer het programma dan bijvoorbeeld eerst uit in een virtuele omgeving, via systeemvirtualisatie, zoals met VirtualBox, of via toepassingsvirtualisatie, zoals met SandBoxie Plus.

Gedownloade freeware haal je veiligheidshalve eerst door een virusscanner als VirusTotal.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.