ID.nl logo
Huis

Tips voor de expert: Geheugenbeheer in Windows

Wanneer je Windows-systeem niet zo vlot blijkt te draaien als je had gehoopt, dan loont het de moeite om eens opnieuw te kijken naar het geheugen. Hoe je alles uit het geheugenbeheer in Windows, lees je hier.

Wanneer je iemand vraagt over hoeveel geheugen zijn systeem beschikt, dan krijg je steevast te horen hoeveel ram erin zit. Windows en de lopende processen beperken zich echter niet noodzakelijk tot het fysieke geheugen, maar werken ook met virtueel geheugen. In deze masterclass komen beide aan bod en geven we ook tools en technieken mee om die te optimaliseren.

Lees ook:RAM kopen - hier moet je op letten

Verschil 32 bit en 64 bit

Laten we beginnen met het fysieke systeemgeheugen. De hoeveelheid fysiek geheugen die Windows kan aanspreken hangt van diverse factoren af, niet in het minst van de Windows-releases zelf. Via www.tiny.cc/winversies krijg je een detailoverzicht van vrijwel alle Windows-versies, zowel van de x86- als de x64-varianten. Je ziet hier bijvoorbeeld dat Windows 7 Home Premium beperkt is tot 4 GB (x86) en 16 GB (x64), dat Windows 8 Professional maximaal 4 GB (x86) en 512 GB (x64) aankan en dat alle versies van Windows 10 overweg kunnen met maximaal 4 GB (x86) dan wel 2 TB (x64; een uitzondering is Windows 10 Home dat maximaal ‘slechts’ 128 GB aankan).

Een opvallende constante is dat geen enkel Windows 32bit-systeem (x86) meer dan 4 GB ram-geheugen kan aanspreken. Immers, 2(32) = 4294967296 bytes oftewel 4 GB. Zowat alle moderne computersystemen hebben echter een 64bit-processor aan boord en daar kun je dus een 64bit-besturingssysteem (x64) op draaien. 64 bits versus 32 bits lijkt misschien slechts een verdubbeling maar een snelle rekensom leert ons dat 2(64) maar liefst 16 EB (exabyte) bedraagt, oftewel meer dan 16 miljard GB. Dat is echter een theoretisch plafond. In de praktijk ondersteunen de diverse Windows x64-systemen veel minder geheugen en bij de meeste moederborden is het maximum vaak nog veel lager.

De 4 GB-limiet

De officiële limiet voor Windows 32 bit ligt op 4 GB ram, maar de werkelijkheid blijkt nog weerbarstiger. Heb je zelf Windows 32 bit draaien, check dan even bij Configuratiescherm / Systeem en beveiliging / Systeem: de kans is groot dat je bij Geïnstalleerd geheugen iets afleest als (3,00 GB beschikbaar), ook al heb je 4 GB (of zelfs meer) ram ingeprikt. Dat komt omdat ook allerlei hardwarecomponenten, zoals de netwerkadapter en de grafische kaart, geheugen innemen en aangezien Windows 32 bit niet weet hoe het geheugengebied boven de 4 GB-grens aan te spreken, wordt ook dat geheugen binnen het 4GB-gebied ingedeeld.

Het gevolg is duidelijk: Windows en de applicaties hebben nog minder geheugen ter beschikking. Wil je exact weten hoeveel ram door hardware wordt afgesnoept, open dan Windows Taakbeheer (met Ctrl+Shift+Esc). Klik hier op Meer details / tabblad Prestaties / Broncontrole openen / tabblad Geheugen. En om te weten te komen welke hardware hiervoor precies verantwoordelijk is, start je Windows Apparaatbeheer (Start / typ devmgmt.msc). Klik op het menu Beeld, selecteer de optie Bronnen op verbinding en open de rubriek Geheugen. Je zult merken: alle hardware op je 32bit-systeem bevindt zich binnen de 4GB-grens (FFFFFFFF in hexadecimale notatie).

Meer dan 4 GB op 32 bit

Een 64bit-besturingssysteem is dus de logische oplossing voor wie meer dan 4 GB ram effectief wil aanspreken. Toch bestaat er een manier om ook onder Windows 32 bit meer dan 4 GB ram beschikbaar te stellen. Immers, al vanaf de Pentium Pro-processor werd de PAE-techniek (physical address translation) geïntroduceerd waardoor 36 in plaats van 32 adreslijnen beschikbaar komen zodat er (in theorie) 2(36) oftewel 64 GB beschikbaar komt.

Niet alleen de processor, maar ook het besturingssysteem moet hier echter mee overweg kunnen, maar dat is al zo sinds Windows 2000. Deze functie moet je doorgaans wel eerst activeren. Dat kan door als administrator op de opdrachtprompt bcdedit /set pae ForceEnable uit te voeren (met ForceDisable schakel je die weer uit).

Schuw je het experiment (op eigen risico) niet, dan kun je het ook nog proberen met de tool PAEPatch . De kans is aanwezig dat deze tool niet werkt, lees in elk geval eerst het meegeleverde readme.txt-bestand.

Meer RAM kopen?

Je weet intussen hoeveel ram een Windows-systeem maximaal aankan, maar de vraag blijft: wat is de optimale hoeveelheid ram (in de veronderstelling dat je liever geen geld besteedt aan overtollig geheugen). Microsoft zelf stelt dat je voor desktopversies van Windows 10 al wegkomt met 1 GB (32 bit) of 2 GB (64 bit), maar dat zijn uiteraard minimalistische hoeveelheden waar een systeem nauwelijks mee vooruit te branden is.

Het is echter zeer lastig absolute ram-hoeveelheden mee te delen voor een optimaal systeem gezien dat vooral afhangt van hoe (intens) je dat gebruikt.

Je krijgt echter al een aardig idee wanneer je de gebruikelijke applicaties hebt draaien en vervolgens de hoeveelheid beschikbaar geheugen checkt. Dat kan via de eerder vermelde tool Broncontrole, op het tabblad Geheugen. Bij Fysiek geheugen lees je op elk moment af hoeveel geheugen in gebruik is. Het exacte percentage verneem je op het tabblad Overzicht, op de balk Geheugen. Blijkt de hoeveelheid gebruikt fysiek geheugen gedurende langere tijd opvallend hoog – bijvoorbeeld iets in de grootte van 70% – dan is je systeem hoogstwaarschijnlijk gebaat met een geheugenuitbreiding.

Je kunt dit geheugengebruik ook automatisch over een langere periode monitoren met behulp van de ingebouwde Prestatiemeter (druk op Windows-toets+R en voer perfmon uit). Hiervoor gebruik je de functie Gegevensverzamelaarsets. Hier hebben we een extra artikeltje neergezet hoe je met deze tool het geheugen automatisch laat monitoren.

©PXimport

RAM-boosters: Ja of nee?

Op internet vind je tal van tools (ook gratis) die beweren geheugen vrij te kunnen maken, wat dan tot merkbare prestatieverbeteringen zou leiden. Wanneer je zo’n tool gebruikt, zie je vaak de gebruikte hoeveelheid geheugen drastisch verlagen. Maar het is zeer bedenkelijk of je dat vooruit helpt, aangezien het om weinig meer dan een sluwe truc gaat.

Eerst dwingt zo’n tool actieve toepassingen hun werkgeheugen naar het wisselbestand te schrijven, dat uiteraard veel trager is dan ram. Vervolgens eist de tool heel even een pak geheugen voor zichzelf op zodat Windows wordt verplicht de reeds gecachete data uit het geheugen te halen en die eveneens naar het wisselbestand te schrijven. Ten slotte maakt de tool het opgeëiste geheugen weer vrij, met als resultaat een plotse toename in vrij geheugen.

De kans is echter groot dat je systeem hier trager van wordt, omdat allerlei data nu uit het wisselbestand in plaats van uit het ram moet worden ingelezen. Ram-boosters verkopen vooral gebakken lucht.

Het lijkt wellicht dat processen die op hetzelfde ogenblik actief zijn, binnen de beschikbare hoeveelheid ram-geheugen moeten passen. Maar dat is dus niet zo: wanneer er op een bepaald ogenblik meer geheugen nodig is dan er fysiek beschikbaar is, dan kan Windows de harde schijf gebruiken om daar tijdelijk data op te slaan die eigenlijk in het ram thuishoren. Die data belanden dan in het zogenoemde paging file (ietwat inaccuraat vertaald als wisselbestand), Microsoft zelf heeft het hier over virtueel geheugen. Het beschikbare fysieke en virtuele geheugen samen vormen dan de totale hoeveelheid geheugen die Windows kan aanspreken.

Nu kun je redeneren: waarom dan (duur) ram erbij prikken als Windows hiervoor de harde schijf kan inzetten? Een harde schijf is echter vele malen trager dan ram. Zelfs een snelle pcie-ssd met nvme is nog altijd vele malen trager dan ram.

Optimale grootte wisselbestand

Het wisselbestand, standaard met de name pagefile.sys, zit al lang in Windows. Echter, met de komst van Windows 8 is er een extra systeembestand met de naam swapfile.sys bijgekomen, dat slechts circa 256 MB groot is. Dit bestand wordt uitsluitend gebruikt voor de echte ‘apps’ van Windows, zoals je die in de Windows Store kunt vinden. In tegenstelling tot de klassieke Windows-toepassingen kan bij deze apps de complete werkset (een verzameling geheugenpagina’s in ram die actief gebruikt worden door een proces) naar schijf geschreven worden, in dit geval naar swapfile.sys en daaruit weer worden opgehaald als de gebruiker naar die app terugschakelt. Het bestand verdwijnt zodra je het gewone wisselbestand uitschakelt, maar zoals je in deze masterclass kunt lezen: dat is geen goed idee.

Wel is het zo dat een groot aantal apps op de achtergrond actief kunnen blijven, bijvoorbeeld om live tegels te updaten, notificaties te ontvangen of nieuwe gegevens op te halen. Dat vraagt natuurlijk ook geheugen (en batterijverbruik op laptops). Je kunt echter zelf bepalen welke apps je die toestemming wilt geven: ga naar Instellingen en open Privacy / Achtergrond-apps. Zet de schakelaar op Uit bij apps die je niet langer op de achtergrond wilt laten draaien.

Je kunt je terecht afvragen wat de optimale grootte van zo’n wisselbestand is. Op internet wordt er druk gegoocheld met allerlei zogenaamde ultieme formules, zoals anderhalf tot tweemaal de hoeveelheid ram-geheugen. De praktijk blijkt echter genuanceerder, want de optimale grootte hangt niet alleen van je systeem af, maar ook van hoe je het systeem gebruikt en welke programma’s er geregeld actief zijn. Standaard is het zo dat Windows de wisselbestandsgrootte zelf beheert en in de praktijk blijkt dat doorgaans erg goed te werken!

Wisselbestand aanpassen

Wil je toch zelf de grootte bepalen (wij raden dat af), dan kan dat onder meer met de gratis tool Process Explorer. Zorg wanneer je de tool start dat ook alle applicaties die je wel vaker tegelijk geopend houdt, volop actief zijn. Open vervolgens het menu View en selecteer System Information. Er verschijnt een nieuw venster waar je het tabblad Memory opent. Focus je hier op de rubriek Commit Charge, met de items Current, Limit en Peak. Merk op dat Current (in kB) overeenkomt met de grafiek System Commit (in GB): dit getal duidt namelijk de hoeveelheid geheugen aan die momenteel in gebruik is. Limit verwijst naar de maximale hoeveelheid beschikbaar geheugen, zowel het fysieke als het virtuele geheugen.

©PXimport

Om het wisselbestand te controleren of aan te passen, open je het Windows Configuratiescherm en kies je achtereenvolgens Systeem en beveiliging / Systeem / Geavanceerde systeeminstellingen / Geavanceerd / Instellingen (bovenste knop) / Geavanceerd / Wijzigen. De kans is echter groot dat de meeste opties niet beschikbaar zijn. Dat komt omdat er een vinkje staat bij Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren. Dat houdt in dat Windows zelf de huishouding van het wisselbestand beheert en zoals gezegd is dat in de meeste gevallen een goede oplossing.

Wil je toch aan de instellingen sleutelen, verwijder dit vinkje dan. Doorgaans kies je hier de Windows-partitie als locatie voor het wisselbestand: C in de meeste gevallen. Alleen wanneer je een tweede fysieke schijf hebt aangesloten die minstens even snel is als de systeemschijf kun je het wisselbestand daar plaatsen, zoals op een ssd. Je hoeft niet echt bang te zijn dat zo’n wisselbestand de levensduur van je ssd drastisch zal inkorten (ondanks dat sommige internetpagina’s anders beweren).

Vast of dynamisch wisselbestand

In het venster Virtueel geheugen hoef je slechts het gewenste station te selecteren, Aangepaste grootte te selecteren en een geschikte waarde in te vullen (in MB) bij Begingrootte en Maximale grootte. Bij Maximale grootte zou je in principe dezelfde waarde als bij Begingrootte kunnen invullen. Dit heeft alvast het voordeel dat het wisselbestand constant blijft en niet wordt gefragmenteerd. Het nadeel van zo’n vast wisselbestand is echter dat het niet kan meegroeien met de behoefte van het moment. Je kunt daarom ook een hogere waarde invullen, bijvoorbeeld het dubbele van de Begingrootte (voor ons eerdere voorbeeld zou dat respectievelijk 2048 MB en 4096 MB kunnen zijn). Bevestig je wijzigingen met Instellen en met OK, waarna je de pc herstart.

Voor wie het wisselbestand zelf wil bekijken: standaard bewaart Windows dat in de rootmap als een verborgen systeembestand. Om het zichtbaar te maken in Windows Verkenner open je het menu Beeld en kies je Opties / Weergave, waarna je het vinkje weghaalt bij de optie Beveiligde besturingssysteembestanden verbergen (aanbevolen).

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.