ID.nl logo
Huis

Routers: Mu-Mimo, 64QAM, NitroQAM, NXXX en ACXXX uitgelegd

Reclamepraatjes als ‘2X sneller’, ‘Maximale Streaming’, ‘Mu-Mimo’, ‘Next-Gen AC’, ‘Gigabit’ en ‘1300 Mbit/s’, betekenen ze echt iets? In deze derde workshop rond het maximaliseren van je wifi-snelheid kijken we naar enkele geavanceerde technieken.

Sommige van bovenstaande begrippen vertellen je echt iets over de potentiële snelheid van een router. Andere termen zijn dan weer compleet verzonnen marketingtaal. En in alle gevallen geldt dat op de verpakking sowieso de theoretisch maximale snelheid staat. Dat is totaal iets anders dan de werkelijke snelheid die je in jouw thuissituatie gaat halen.

Lees eerst: Wifi traag? Tips voor een sneller draadloos netwerk
Lees eerst: 2,4 GHz en 5 GHz - snellere wifi door aanpassen frequenties en kanalen

Antennes combineren, ofwel mimo

Zend- en ontvangstkanalen combineren is één trucje om hogere wifi-snelheden te halen. Een tweede trucje is meerdere antennes combineren. Op die manier kun je twee, drie of vier gelijktijdige datastromen verzenden en ontvangen en de maximale doorvoersnelheid overeenkomstig verdubbelen, verdrievoudigen of verviervoudigen. Dit wordt afgekort tot mimo (multiple input output). 

Wireless-N laat bijvoorbeeld vier gelijktijdige datastromen toe. Dit wordt ook weleens aangeduid als 4 x 4. Het eerste cijfer is dan het aantal datastromen dat tegelijk uitgezonden kan worden. Het tweede cijfer heeft betrekking op de ontvangstkant. De totale doorvoersnelheid stijgt tot 600 Mbit/s voor Wireless-N (ofwel viermaal 150 Mbit/s) of 1732 Mbit/s voor Wireless-AC (ofwel viermaal 433 Mbit/s).

4 X 4 = vier gelijktijdige datastromen

Zender en ontvanger moeten echter evenveel antennes hebben om de maximale snelheid te halen. 4 x 4-routers bestaan al, maar 4 x 4-clients nog niet. De meeste laptops, smartphones, tablets en streamers hebben maar een of twee zend- en ontvangstantennes (2 x 2). En Asus heeft een (grote) 3 x 3-wifi-insteekkaart voor desktopcomputers. 

Met één antenne haal je zelfs bij een 4 x 4-Wireless-N-router toch ‘maar’ maximaal 150 Mbit/s. Met twee antennes stijgt dit tot 300 Mbit/s. De router kan zijn niet-gebruikte antennes natuurlijk wel inzetten om een tweede draadloos apparaat aan 300 Mbit/s te bedienen. Een router met meerdere antennes is dus wel degelijk nuttig in een omgeving met veel wifi-apparaten.

64QAM

Om hogere doorvoersnelheden te halen zijn er verschillende systemen om meer digitale gegevens over dezelfde analoge draaggolf te transporteren. Daarbij wordt het signaal op allerlei manieren gemanipuleerd om meer bits tegelijk te verzenden of te ontvangen. Dat heet moduleren en slaat bijvoorbeeld op het op allerlei manieren manipuleren van de amplitude of de fase van een signaal. Modulatie is een ingewikkelde materie waarover je gedetailleerde informatie vindt op het internet. 

Samenvattend gebruikt Wireless-N 64bit-kwadratuur-amplitudemodulatie, afgekort tot 64QAM. Daarmee kun je zes bits per ‘symbool’ versturen, maar het leidt wel tot meer fouten in het signaal, waardoor je meer moet corrigeren. Daarvoor heb je krachtigere en dus duurdere processoren nodig, reden waarom routers met geavanceerde modulatietechnieken duurder zijn. Wireless-AC kan dankzij 256QAM nog 33 procent meer bits per ‘symbool’ transporteren (acht in plaats van zes).

©PXimport

NitroQAM

Sommige fabrikanten zoals Broadcom leveren wifi-chips met nog krachtigere modulatietechnieken, zoals ‘NitroQAM’, wat in feite hetzelfde is als 1024QAM. Dat is nog eens 25 procent efficiënter dan 256QAM. NitroQAM haalt in theorie tot 1000 Mbit/s voor Wireless-N en tot 2166 Mbit/s voor Wireless-AC, afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare antennes. Maar die hogere snelheden zijn alleen mogelijk wanneer zender én ontvanger dezelfde modulatie ondersteunen én hetzelfde aantal antennes aan boord hebben. 

Die hogere snelheden staan mooi op de verpakking, maar zijn veeleer theorie aangezien er momenteel nauwelijks client-apparatuur bestaat die dit ondersteunt. Bovendien behoort NitroQAM voorlopig niet tot de officiële wifi-standaard, die het houdt bij 256QAM waarmee de Broadcom-chip overigens gewoon ook overweg kan. Het zal pas volgend jaar of nog later officieel worden toegevoegd aan de volgende wifi-standaard, 802.11ax.

Mu-mimo

Gewone of single-user (su-)mimo zendt en ontvangt van punt naar punt, dus van router naar endpoint of client-systeem. Je kunt de doorvoersnelheid nog opdrijven via een volgend trucje, namelijk multi-user (mu-)mimo. Eén antenne kan dan gelijktijdig tot vier aangesloten draadloze apparaten bedienen. Eén op één leidt mu-mimo niet noodzakelijkerwijs tot hogere doorvoersnelheden dan su-mimo, maar in een omgeving met meerdere draadloze endpoints wordt de capaciteit van het volledige draadloze netwerk wel efficiënter benut. 

Het gevolg zijn stabielere verbindingen en een verbeterde kwaliteit van bijvoorbeeld videostreaming naar meerdere apparaten tegelijkertijd. Mu-mimo zorgt ook voor minder ‘dead spots’ in het draadloze signaal, wat het bereik en dus de doorvoersnelheid verder verbetert.

©PXimport

Beamforming

Nog een trucje om de verbinding sneller te maken is ‘beamforming’. Daarbij richt de router zijn draadloze signaal actief naar de aangesloten client. Bij Wireless-N bestaat er geen beamforming-standaard; de router probeert zelf te raden waar de client zich bevindt en richt dan het signaal zo goed mogelijk. 

Bij Wireless-AC kan het client-apparaat aan de router laten weten in welke richting die moet uitzenden. Dit ‘transmit beamforming’ werkt efficiënter, maar is een optioneel onderdeel van de standaard. Het functioneert daarom alleen wanneer deze optie aanwezig is bij zowel router als aangesloten apparaat. Meestal is dat alleen het geval met routers en wifi-adapters van hetzelfde merk, reden waarom die vaak de hoogste doorvoersnelheden met elkaar halen.

Het verchil tussen NXXX en ACXXX

Op verpakkingen en in de literatuur wordt de snelheid van wifi-apparatuur steeds vaker afgekort tot NXXX en/of ACXXX, waarbij in plaats van de x’en een cijfer wordt gebruikt. Bijvoorbeeld N300 betekent dat het wifi-apparaat maximaal 300 Mbit/s haalt voor Wireless-N. Staat er bijvoorbeeld ‘N300+AC433’ dan lees je de snelheden voor respectievelijk Wireless-N en -AC. 

Om het ingewikkelder te maken, tellen fabrikanten tegenwoordig de N- en AC-snelheden samen in één ACXXX-afkorting. Dan moet je als gebruiker al iets van wifi-standaarden kennen om dit juist te interpreteren. Bijvoorbeeld AC750 op een apparaat dat zowel Wireless-N als Wireless-AC ondersteunt, telt effectief de N- en AC-doorvoersnelheden samen: in de praktijk is dat dan N300 en AC433. Maar als het apparaat alleen Wireless-AC ondersteunt, betekent het in de praktijk AC750. 

Afkortingen zijn niet gestandaardiseerd, dus verwarrend

Die afkortingen zijn duidelijk niet gestandaardiseerd en dus nogal verwarrend. Je hebt nu bijvoorbeeld al AC5400 routers van onder andere Asus en Linksys, maar denk niet dat je daarmee 5.400 Mbit/s haalt met één aangesloten apparaat. De afkorting slaat op de gecombineerde draadloze doorvoersnelheid van dit type router, dat drie aparte wifi-radio’s in één kast gebruikt, voorzien van de niet-standaard NitroQAM-technologie van Broadcom. 

Deze tri-band routers hebben één Wireless-N radio met een maximale snelheid van 1000 Mbit/s en twee Wireless-AC radio’s met een maximale snelheid van elk apart 2.166 Mbit/s. Tel je dat samen dan geeft dat 5.332 Mbit/s, maar dat zal je met één wifi-client natuurlijk nooit halen. Het zou trouwens eigenlijk afgekort moeten worden tot AC5300, maar Broadcom rondt het naar boven af tot AC5400. Jawel, AC5300 en AC5400 zijn dus in feite hetzelfde. (Zo bestaat er bijvoorbeeld ook AC3100 én AC3150, identieke afkortingen voor 1000 Mbit/s + 2166 Mbit/s dual-band routers met NitroQAM.)

802.11ac-routers

Hoewel 802.11ac op het eerste gezicht wellicht een uniforme standaard lijkt, is de praktijk een stuk minder overzichtelijk. Hieronder zie je een overzicht van de verschillende versies van 802.11ac-routers die je op dit moment kunt aanschaffen.

AC750: twee datastromen op 2,4 GHz (300 Mbit/s) en een op 5 GHz (433 Mbit/s);
AC1200: twee datastromen op 2,4 GHz (300 Mbit/s) en twee op 5 GHz (867 Mbit/s);
AC1750: drie datastromen op 2,4 GHz (450 Mbit/s) en drie op 5 GHz (1300 Mbit/s);
AC1900: drie datastromen op 2,4 GHz met TurboQAM (600 Mbit/s) en drie op 5 GHz (1300 Mbit/s), MU-MIMO mogelijk;
AC2350: drie datastromen op 2,4 GHz met TurboQAM (600 Mbit/s) en vier op 5 GHz (1750 Mbit/s), MU-MIMO;
AC2600: vier datastromen op 2,4 GHz met TurboQAM (800 Mbit/s) en vier op 5 GHz (1750 Mbit/s), MU-MIMO;
AC3100: vier datastromen op 2,4 GHz met NitroQAM (1000 Mbit/s) en vier op 5 GHz met NitroQAM (2165 Mbit/s), mu-mimo;
AC3200: drie datastromen op 2,4 GHz met TurboQAM (600 Mbit/s) en twee keer drie op 5 GHz (1300 + 1300 Mbit/s);
AC5300/5400: vier datastromen op 2,4 GHz met NitroQAM (1000 Mbit/s) en twee keer vier op 5 GHz met NitroQAM (2165 + 2165 Mbit/s), mu-mimo.

Tekst: Jozef Schildermans

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: