ID.nl logo
Last van ongewenste mail? Zo voorkom én blokkeer je het
© alphaspirit - stock.adobe.com
Huis

Last van ongewenste mail? Zo voorkom én blokkeer je het

Je ervaart misschien minder spam dan vroeger, maar toch is ongeveer 45 procent van alle verstuurde e-mails nog altijd ongewenst. Hoe zorg je ervoor dat spammers je e-mailadres niet ontdekken en wat doe je als er toch spam in je inbox belandt?

In dit artikel beschrijven we hoe je ongewenste mail kunt vermijden en buiten je inbox kunt houden.

  • E-mailadres verbergen op je eigen website
  • Alias of wegwerpadres gebruiken
  • Spamfilter naar wens instellen
  • Klacht indienen bij autoriteiten

Goed om te weten! Kun je nog anoniem surfen? Met deze instellingen verberg je jezelf online

Tip 01: Spam versus ham

Spam, ook bekend onder de meer technische namen als UBE (Unsolicited Bulk Email) en UCE (Unsolicited Commercial Email) is meestal reclamemail waar je niet om gevraagd hebt en die massaal wordt verstuurd. Ontvang je veel spam, dan kan dat zeer hinderlijk zijn. Phishing-mails zijn ook een vorm van spam, maar deze zijn ook nog eens kwaadaardig en willen je via links naar malafide sites lokken om je zo gevoelige informatie te ontfutselen. In dit artikel gaan we niet specifiek in op phishing.

Reguliere (gewenste) mail wordt ook weleens 'ham' genoemd. Dit is niet eens zo vreemd, want spam is de merknaam van een goedkoop, populair vleesproduct in Amerika. Na een sketch van Monty Python, met als achterliggende boodschap dat niemand eigenlijk spam wil, maar dat je het overal tegenkomt, werd de naam al snel gebruikt om te verwijzen naar al even opdringerige e-mailberichten.

©Darren Baker

Een muur van Spam waar je moeilijk aan kunt ontsnappen.

Tip 02: Verbergen op eigen website

Om spam te voorkomen, is het belangrijk dat je je e-mailadres zo min mogelijk op publieke sites deelt. Heb je een eigen website waarop je je e-mailadres zet als contactmogelijkheid, bescherm je pagina dan met een captcha zoals Googles reCAPTCHA of maak gebruik van een online contactformulier.

Ook zijn er andere methodes om je adres te verbergen; dergelijke aanpassingen maak je in de broncode van je website. Denk aan het omzetten van het e-mailadres naar een eenvoudige afbeelding, het @-teken vervangen door [at], de tekens vervangen door html-codering of een eenvoudig Javascript-snippet in je html-broncode zetten, zoals in onderstaande afbeelding te zien is:

Of alle browsers je e-mailadres dan nog optimaal weergeven, en of spiders en spambots zulke trucs niet zullen doorzien, is nog maar de vraag. We wilde je de mogelijkheden niet onthouden, maar verwacht er niet te veel van.

Je kunt je e-mailadres in de broncode van je website met een simpel script verdoezelen.

Tip 03: Aliassen

Het is een uitdaging om je e-mailadres privé te houden als je je bij een dienst of webapplicatie registreert en je hiervoor een bevestigingscode of -link via e-mail moet ontvangen. Toch kun je soms prima een tijdelijk adres gebruiken dat je kunt opheffen zodra je ongewenste e-mails ontvangt of na een (vooraf ingestelde) bepaalde tijd.

Sommige e-mailproviders bieden dergelijke diensten aan, afhankelijk van het abonnement. Zo kun je bij Fastmail (jaarlijks 50 euro + 14 euro voor een eigen domeinnaam) talloze aliassen (@<je_eigendomein>) en gemaskeerde e-mailadressen (@fastmail.com) aanmaken en verwijderen. Het is slim om te onderzoeken welke mogelijkheden jouw e-mailprovider op dit vlak biedt.

Gmail heeft een soortgelijke functionaliteit. Met het plusteken kun je verschillende aliassen creëren, zoals mijnnaam+appY@gmail.com of mijnnaam+dienstZ@gmail.com. Als je op zo'n alias spam ontvangt, weet je meteen welke dienst je adres heeft gedeeld of doorverkocht. Bovendien kun je zulke binnenkomende e-mails gemakkelijker organiseren door ze te filteren, automatisch te labelen, naar mappen te verplaatsen of andere specifieke acties erop toe te passen.

Ook in Outlook kun je aliassen creëren. Klik op het tandwielpictogram en kies E-mail / E-mail synchroniseren. Klik vervolgens op Primairealias beheren of kiezen en vervolgens op E-mailadres toevoegen bij Accountaliassen. Vul een e-mailadres in en bevestig met Alias toevoegen

Bij sommige mailproviders, zoals hier Fastmail, kun je (onbeperkt) aliassen aanmaken.

Tip 04: Wegwerpadres

Aliassen zijn nuttig, maar dergelijke plusadressen, zoals van Gmail, bieden geen volledige bescherming. Spammers kunnen je hoofdadres hier tenslotte eenvoudig uit afleiden. Een echt wegwerpadres is daarom vaak een veiligere keuze. Naast providers als Fastmail zijn er ook gratis diensten beschikbaar.

Een voorbeeld is AdGuard Temp Mail. Je gebruikt het tijdelijke adres op de gewenste website en bekijkt de berichten op de AdGuard-site, die ze na 24 uur verwijdert. Als je zeven dagen lang geen berichten ontvangt en de site in tussentijd niet bezoekt, verdwijnt je mailbox. Een vergelijkbare dienst biedt IncognitoMail, hierbij worden je binnenkomende berichten standaard twee uur bewaard.

Een dienst als SpamGourmet werkt anders. Je maakt eerst een account aan met je echte e-mailadres. Na verificatie gebruik je een wegwerpadres als dienstZ.3.<gebruikersnaam>@spamgourmet.com. SpamGourmet stuurt binnenkomende berichten op dit adres automatisch door naar je achterliggende echte adres. Het getal in het wegwerpadres, 3 in ons voorbeeld, bepaalt hoeveel berichten je kunt ontvangen voordat het adres automatisch vervalt.

Wees je er wel bewust van dat sommige platforms weigeren berichten naar adressen te sturen als ze het domein van het adres herkennen als afkomstig van een dienst voor wegwerpadressen.

Je kunt binnenkomende mail (tijdelijk) op een wegwerpadres laten binnenkomen.

Gehackt Wegwerpadressen en aliassen zijn handig om je privacy te beschermen, zelfs bij betrouwbare sites. Er bestaat tenslotte altijd een risico dat hun databanken worden gehackt. Hierdoor kan je e-mailadres in verkeerde handen vallen. Gelukkig kun je met diensten als www.scatteredsecrets.com (informatie na registratie, inclusief gekraakte wachtwoorden), F-Secure (informatie via e-mail), en www.haveibeenpwned.com (directe informatie) controleren of je e-mailadres is gelekt. Op deze laatste site kun je je via Notify me, in het menu bovenaan, abonneren op notificaties voor toekomstige datalekken. Omdat niet elke dienst dezelfde databases gebruikt, kan het nuttig zijn om meerdere diensten te raadplegen.

Het betreffende e-mailadres komt – inclusief gekraakte wachtwoorden – in zes gehackte databases voor.

Tip 05: Uitschrijven

Het is in elk geval geen goed idee om op spamberichten te reageren, want daarmee bevestig je aan de spammers dat je e-mailadres actief gebruikt wordt. Als het om commerciële e-mail van een legitiem Europees bedrijf gaat, vind je doorgaans een uitschrijflink of -knop, waarmee je je direct en definitief kunt afmelden, zoals wettelijk vereist. Dit geldt ook voor zogeheten 'grijze mail', zoals nieuwsbrieven waarvoor je je ooit hebt ingeschreven, promotionele aanbiedingen van bedrijven waar je eerder zaken mee hebt gedaan, of updates van sociale media. Wees extra voorzichtig met uitschrijven bij onbekende of dubieuze bedrijven of andere instanties, vooral buiten Europa. De uitschrijfknop en andere links kunnen misbruikt worden om de geldigheid van je mailbox te bevestigen of zelfs om je naar een phishing-site te leiden. In zulke situaties is het beter om de e-mail meteen als spam te markeren of een aangepast filter te maken op basis van bijvoorbeeld de afzender of het onderwerp (zie ook tip 7 t/m 10).

Een klik op de uitschrijfknop leidt je vaak naar een webpagina met extra opties. Check dan goed waarvoor je je wilt uitschrijven.

 Tip 06: Spamfilter

Als je e-mailadres toch in handen van spammers terecht is gekomen, kun je spamberichten verwachten. Gelukkig hebben de meeste (web)mailproviders een standaard geactiveerd spamfilter. Dit filter kun je vaak naar wens (de)activeren en instellen hoe om te gaan met verdachte berichten: blokkeren, verplaatsen naar een spammap of een label toevoegen in de onderwerpregel. Bij sommige providers, zoals Fastmail, kun je het beschermingsniveau aanpassen, zelfs tot een eigen gedefinieerd niveau met zelf ingestelde parameters. Fastmail verbetert bovendien continu zijn spamfilter op basis van jouw feedback over wat wel of geen spam is, met behulp van het populaire en opensource spamfilter Apache SpamAssassin. We raden je aan de instellingen en mogelijkheden op dit vlak bij je eigen mailprovider na te gaan.

Nagenoeg alle mailproviders zetten een spamfilter in, maar als gebruiker heb je hierin niet altijd evenveel inspraak.

Tip 07: Beheren in Gmail

Ook al heeft je mailprovider waarschijnlijk al een spamfilter aan de serverkant, je kunt in je eigen mail-app nog extra maatregelen treffen tegen spam. We lichten eerst toe hoe dit in Gmail werkt.

Log in en open een ongewenst bericht. Door rechts op de knop met drie puntjes te klikken, open je een menu met opties. Je kunt hier kiezen voor <afzendernaam> blokkeren, waarna toekomstige berichten van deze afzender direct naar de map Spam gaan, waar ze na dertig dagen worden verwijderd. Je kunt ook Spam melden of Phishing melden selecteren om een kopie van het bericht naar Google te sturen ter verdere analyse. Als een bericht ten onrechte als spam is gemarkeerd, klik je daar in de spammap met rechts op en selecteer je uit het contextmenu Geen spam.

Met de optie Berichten zoals deze filteren open je een dialoogvenster waarin je specifieke criteria kunt instellen voor het filteren van berichten, zoals Aan, Onderwerp, Met dewoorden en Grootte. In een vervolgvenster bepaal je de acties voor deze berichten, zoals Inbox overslaan (archiveren) of Het label toepassen (bijvoorbeeld Ongewenste e-mail). Bevestig met Filter maken. Zowel geblokkeerde adressen als filters kun je beheren via het tandwielpictogram. Kies dan voor Alle instellingenbekijken en ga naar het tabblad Filters en geblokkeerde adressen.

Gmail bevat verschillende opties om ongewenste berichten af te handelen.

Tip 08: Webversie Outlook

Ook de webversie van Outlook biedt functies om ongewenste e-mails te beheren. Open een spambericht en klik op de drie puntjes voor opties als Ongewenste e-mail melden, Aanmerken als phishing en Probleem melden. Door een bericht als ongewenst te markeren, verplaats je het naar de map Ongewenste e-mail, waar het na tien dagen wordt verwijderd. De andere opties sturen een kopie naar Microsoft voor analyse. Bij Probleem melden moet je een specifieke reden aangeven, zoals Seksueel ongepast of Inbreuk op auteursrecht.

Naast de optie Melden is er ook Blokkeren, waarbij mails die afkomstig zijn van die afzender voortaan direct naar de map Verwijderde items gaan, waar ze na dertig dagen definitief verdwijnen. Met Herstellen verplaats je zo'n bericht voor die tijd alsnog naar je inbox.

Verder is er nog de optie Regel maken, waarmee je specifieke acties en voorwaarden voor e-mails van een afzender in kunt stellen. Met Meer opties kun je nog meer filtervoorwaarden en -acties eraan toevoegen. Je kunt deze regels en filters verder beheren via het tandwielpictogram onder E-mail / Regels. Bij E-mail / Ongewenste e-mail vind je de lijst van zowel geblokkeerde als veilig gemarkeerde afzenders en domeinen.

De webversie van Outlook heeft vergelijkbare spammaatregelen met Gmail.

Tip 09: Beheren in Outlook

Microsoft is volop bezig met het vervangen van de apps Mail en Agenda door 'het nieuwe Outlook', ook wel bekend als Outlook voor Windows in de Microsoft Store. Deze nieuwe app lijkt sterk op de webversie, maar biedt minder mogelijkheden voor spambeheer. Veel meer dan het melden van spam en het verplaatsen van zulke berichten naar de map Ongewenste e-mail zit er helaas niet bij.

Je mag deze app trouwens niet verwarren met de klassieke Outlook uit de Microsoft Office-suite, die uitgebreidere spambeheeropties heeft. Je kunt hier bijvoorbeeld vanuit het contextmenu van een bericht Ongewenste mail selecteren, met keuzes als Afzender (nooit) blokkeren, Domein van de afzender nooit blokkeren en Deze groep of mailinglijstnooit blokkeren. Je vindt hier ook Opties voor ongewenste e-mail, waarna je in het dialoogvenster het gewenste beveiligingsniveau tegen ongewenste e-mail kunt instellen, met opties als Geen automatisch filter, Laag en Hoog. Dit venster bevat bovendien tabbladen voor het beheren van Veilige afzenders en Veilige geadresseerden, Geblokkeerdeafzenders en Internationaal (om mails van specifieke landen te blokkeren). Via het menu Bestand / Regels en waarschuwingen beheren kun je bovendien heel specifieke filters samenstellen.

De Outlook-app uit Office 365 bevat uitgebreide opties voor spambeheer.

E-mailprotocollen Het gemak waarmee (vervalste) spam- of phishing-berichten kunnen worden verstuurd, hangt nauw samen met het gebruik van SMTP (Simple Mail Transport Protocol), dat standaard geen encryptie- of verificatiemechanismen bevat. Oplossingen als S/MIME en PGP (Pretty Good Privacy) zijn helaas clientgericht en vereisen actie van een (onderlegde) gebruiker.

Er bestaat ook TLS (Transport Layer Security), maar dit biedt alleen bescherming tijdens het verzenden tussen compatibele servers. Andere technieken als SPF (Sender Policy Framework) laten toe om te specificeren namens welke domeinen een mailserver berichten mag verzenden. DKIM (DomainKeys Identified Mail) voegt een handtekening toe om vervalsing tijdens het transport tegen te gaan. DMARC (Domain-based Message Authentication, Reporting and Conformance) bouwt voort op de technieken SPF en DKIM. Voor het instellen van DMARC kun je informatie vinden in een pdf-bestand. Je kunt deze en andere technieken voor je domein testen via MXToolbox, via opties als SPF Record Lookup, DKIM Lookup en DMARC Lookup.

Er zijn onlinetools waarmee je de implementatie van e-mailprotocollen als DMARC kunt checken.

Tip 10: Extra spamfilter

Het klopt dat veel mailproviders en mailapps al over ingebouwde spamfilters beschikken, waardoor een extra spamfilter minder noodzakelijk is dan enkele jaren geleden. Ontvang je toch nog steeds te veel spam of wil je meer controle over het beheer van de ongewenste e-mails, dan kun je overwegen een extern spamfilter te gebruiken. SpamFighter, Spamihilator en Mailwasher Free zijn mogelijke kandidaten voor Windows.

Laten we Mailwasher als voorbeeld nemen (ook beschikbaar voor Android en iOS). Als het goed is, detecteert de app zelf je bestaande e-mailaccounts, maar je kunt ook handmatig accounts toevoegen via Instellingen / Accounts. We raden aan de automatische mailcontrole in je mail-app uit te schakelen, zodat Mailwasher de binnenkomende berichten kan scannen op spam, door rechtstreeks met de mailserver te verbinden via POP3 of IMAP. Berichten verschijnen in Mailwasher zonder dat deze gedownload worden, zodat je ze veilig (in zuivere tekstmodus) kunt bekijken of verwijderen. Via Instellingen / Spam-gereedschap kun je niet alleen witte en zwarte lijsten opstellen, maar ook eigen filters met diverse criteria creëren. Je kunt ook externe zwarte lijsten gebruiken, zoals die van SpamCop en Spamhaus. Er is zelfs een 'profanity'-filter dat instelbare woorden automatisch door een asterisk vervangt. Via een (uitschakelbare) Bayesiaanse leermodus kan Mailwasher het spamfilter verfijnen op basis van berichten die je zelf als spam of ham hebt aangemerkt.

Mailwasher beschikt over verschillende tools voor een optimaal spambeheer.

Tip 11: Juridisch

Als je ondanks alle inspanningen nog steeds spam ontvangt, kun je actie ondernemen. Er is namelijk al jaren een Europese richtlijn die het versturen van ongewenste e-mails onder bepaalde voorwaarden verbiedt. Meer informatie hierover vind je onder meer via de website van de Europese Unie (pdf). In Nederland kun je vermoedelijke overtredingen melden bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) via een online formulier. Dit geldt ook voor spam via socialemedia- of sms-berichten. Voor bepaalde vormen van phishing kun je terecht bij de politie.

In België hangt de instantie waar je terechtkunt af van de aard van de overtreding: de Gegevensbeschermingsautoriteit voor ongewenste e-mails, de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie voor bedrieglijke of verboden reclame, en het Centrum voor Cybersecurity voor phishingberichten.

Op de website van de ACM vind je een online klachtenformulier voor ontvangen spam.

Tip 12: Headeranalyse

Mogelijk wil je zelf ontdekken wie verantwoordelijk is voor bepaalde spamberichten. Dit is niet eenvoudig en vergt bijna altijd een diepgaande analyse van de zogenaamde e-mailheaders. Die bevatten namelijk essentiële technische details, zoals de route van het bericht, inclusief de ip-adressen van de servers en tijdstempels. Deze gegevens zijn cruciaal om een bericht te traceren.

In vrijwel alle e-mailprogramma's kun je deze headers inzien. Instructies voor diverse apps vind je hier. We kunnen hier niet in detail treden over hoe je deze gegevens precies moet interpreteren, wel kun je via hier er het een en ander over lezen. Goed om weten is dat de headers Received: door de mailservers zijn toegevoegd en in omgekeerd chronologische volgorde staan. De eerst aangesproken mailserver vind je dus bij de onderste Received:-header.

Verder zijn er online tools zoals MXToolbox, DNSChecker en Gaijin's E-Mail Header Analyzer die headers analyseren en feedback geven. Je hoeft de (complete) header alleen maar in een venster te plakken. DNSChecker voert bovendien een whois-query uit op het ip-adres, wat soms direct bruikbare contactinformatie oplevert. Door je bij Spamcop te registreren, kun je na een headeranalyse direct een spamrapport verzenden naar de betrokken servers vanwaar de ip-adressen worden misbruikt.

DNSChecker analyseert de e-mailheaders en probeert je via een whois-query de juiste contactinformatie te bezorgen.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.