ID.nl logo
Gratis foto's bewerken met Photoshop-alternatief GIMP
Huis

Gratis foto's bewerken met Photoshop-alternatief GIMP

Photoshop mag dan wel het bekendste programma voor professionele fotobewerking zijn, het is ook stevig aan de prijs. Wij kijken daarom liever naar een geheel gratis alternatief met vergelijkbare mogelijkheden, zeker in combinatie met enkele uitstekende plug-ins: GIMP.

GIMP staat voor GNU Image Manipulation Program, wat meteen verraadt dat de toepassing beschikbaar is voor GNU/Linux. Of beter gezegd ‘ook beschikbaar’, want deze opensource-applicatie draait net zo makkelijk op besturingssystemen als macOS en Windows.

In dit artikel gaan we met de Windows-versie aan de slag, maar de werking en functionaliteit zijn op alle ondersteunde platformen goed vergelijkbaar. We installeren de tool, wijzen je de weg naar enkele handige hulpbronnen en tonen je hoe je een en ander naar je hand zet. De focus van dit artikel ligt verder op het installeren van enkele extra’s die GIMP voor de veeleisende gebruiker nog boeiender maken.

Installatie

Je vindt GIMP op www.gimp.org, waar je de Download-sectie opent. Als het goed is, heeft de site je besturingssysteem correct gedetecteerd en verschijnen enkele geschikte download-knoppen. Zo kun je de Windows-versie ophalen via BitTorrent of van de Microsoft Store, maar wij verkiezen Download GIMP <versienummer> directly. In ons geval was dit versie 2.10.32. Het downloadbestand is behoorlijk fors (meer dan 250 MB), maar dat komt omdat die naast een reeks standaardplug-ins ook een installer bevat voor zowel Windows 32 bit als 64 bit. Een dubbelklik op het exe-bestand volstaat om de juiste variant voor je Windows-systeem te installeren.

Klik op Aanpassen als je zelf de installatiemap wilt installeren en wilt beslissen welke onderdelen je mee op schijf wilt zetten. Standaard staat Volledige installatie ingesteld en tenzij je redenen hebt om bepaalde componenten niet mee te installeren, kun je dit gerust zo laten.

Je zult merken dat er automatisch ook een aantal plug-ins wordt geïnstalleerd en bij het opstarten wordt geïnitialiseerd. Als het goed is verschijnt even later het fraaie programmavenster van GIMP, standaard in donkere themakleuren.

Lees ook:Foto bewerken? Tips voor 22 gratis programma's

Je hoeft niet noodzakelijk voor een volledige installatie te gaan.

Hulpbronnen

GIMP is een (semi-)professionele fotobewerkingstool met een behoorlijke leercurve, en dus is alle hulp welkom. Die vind je in eerste instantie in de menubalk bij Help. Druk je op F1 dan duikt het venster van de GIMP-hulpbrowser op. Deze haalt zijn informatie online op en werkt (daardoor) behoorlijk traag.

Je kunt deze hulpbron echter ook lokaal opslaan. Ga naar de Download-sectie op de GIMP-site, scrol tot bij Dutch, haal het helpbestand op en installeer het met een dubbelklik. (Her)start GIMP, ga naar het menu Bewerken en kies Voorkeuren. Open de rubriek Interface / Hulpsysteem en kies in het uitklapmenu bij Gebruikershandleiding de optie Een lokaal geïnstalleerde kopie gebruiken; de taal stel je in op Nederlands [nl] – hoewel er ook veel onvertaalde stukken in de helpfunctie zijn. Bij Te gebruiken hulpbrowser kun je Hulpbrowser voor GIMP geselecteerd laten, tenzij je hiervoor je eigen browser verkiest. Bevestig met OK.

Je kunt in GIMP ook contextgevoelige hulp oproepen. Druk hiervoor op Shift+F1, zodat de cursor in een vraagteken verandert en klik hiermee bijvoorbeeld op een tool in de gereedschapskist. Je krijgt nu feedback over die tool te zien.

Ook handig in de Help-sectie is Zoek een functie en voer deze uit (of gebruik de sneltoets /). Het volstaat hier een (deel van een) functienaam in te tikken, zoals Verscherp of Vervorm om suggesties aangereikt te krijgen. Met een dubbelklik op een suggestie open je het bijbehorende menu.

Het werkt sneller als je het hulpsysteem lokaal installeert.

Aanpassingen

Je hebt inmiddels gemerkt dat je via Bewerken / Voorkeuren toegang krijgt tot een dialoogvenster van waaruit je GIMP helemaal naar je hand kunt zetten. Blijkt GIMP bijvoorbeeld niet in je voorkeurstaal te verschijnen, dan pas je dit hier snel aan in de rubriek Interface, bij Taal (standaard staat hier System Language). In de rubriek Interface / Thema kun je een thema instellen. Naast de standaardoptie Dark is er onder meer nog Gray en Light.

Interessant is ook Interface / Gereedschapskist, waar je door het klikken op iconen zelf bepaalt welke tools in de gereedschapskist van GIMP verschijnen. Je kunt de items hier ook verslepen als je ze liever in een andere volgorde ziet. In de rubriek Mappen kom je te weten in welke mappen GIMP gaat zoeken naar bijvoorbeeld Patronen, Paletten, Penselen en Plug-ins.

GIMP laat zich gewillig aanpassen – tot de samenstelling van de gereedschapskist toe.

Plug-ins

Je hebt intussen vast al ondervonden dat GIMP heel wat functies aan boord heeft (www.kwikr.nl/gimpintro geeft je een aardig idee), maar een slim systeem van plug-ins maakt het programma nog krachtiger. Het is weliswaar zo dat die plug-ins vroeger centraal werden bewaard, maar helaas bestaat deze ‘GIMP Plugin Registry’ niet langer en moet je dus zelf op zoek naar interessante exemplaren. Even googelen naar gimp plugins bijvoorbeeld levert al meteen talrijke hits op, maar weet wel dat nogal wat plug-ins niet langer in recentere GIMP-versies blijken te functioneren. Check dat dus even voor je zo’n plug-in installeert.

Wat de installatie van plug-ins betreft zijn er twee methodes. Sommige plug-ins bevatten een eigen installer, en die hoef je alleen maar op te starten en de verdere instructies te volgen, maar in de meeste gevallen sta je voor een meer handmatige methode. Gewoonlijk komen deze plug-ins in een zip-archief dat je eerst dient uit te pakken. Bevat de inhoud een of meer bestanden met de extensie .py, dan dien je de mapinhoud naar de Plug-ins-map van GIMP te kopiëren. Gaat het om bestanden met de extensie .scm, dan kopieer je die naar de Scripts-map.

De locatie van deze mappen vind je als volgt. Start GIMP op en kies Bewerken / Voorkeuren. Ga naar de rubriek Mappen, vouw deze uit en dubbelklik op Plug-ins of Scripts. In het rechterpaneel verneem je de juiste locatie, die telkens begint met C:\Users.

We sluiten dit artikel af met een drietal plug-ins die we zelf indrukwekkend goed vinden.

Een blik in onze GIMP plug-inmap (met overwegend py-bestanden).

Darktable

GIMP is een uitstekende fotobeheerder die vlot overweg kan met formaten als png, jpg, tiff, psd en zelfs heic, maar helaas is er zo goed als geen ondersteuning voor ongecomprimeerde raw-foto’s met extensies als dng, arw, nef, cr2 en cr3. Gelukkig los je dit euvel snel op met een extra plug-in als RawTherapee en darktable, die beide veel functies uit Adobe Photoshop en Lightroom combineren. Darktable vinden we gebruiksvriendelijker en nemen we hier dus als voorbeeld.

Darktable was al op ons systeem geïnstalleerd toen we GIMP installeerden en we stelden vast dat GIMP de darktable plug-in niet correct initialiseerde. Gelukkig viel dit snel op te lossen: GIMP afsluiten, darktable de-installeren, opnieuw downloaden en installeren.

Darktable is een losstaand programma, maar het handige is wel dat het automatisch opent wanneer je in GIMP een raw-formaat selecteert. Zodra je darktable weer afsluit (na overigens non-destructieve aanpassingen), verschijnt de aangepaste foto automatisch in GIMP voor verdere bewerkingen.

Zodra je een raw-foto opent, start automatisch de ‘plug-in’ darktable op voor raw-optimalisaties.

G’MIC

De plugin G’MIC, wat staat voor GREYC’s Magic for Image Computing, is van een geheel andere orde dan darktable. G’MIC is namelijk een indrukwekkende verzameling van meer dan vijfhonderd filters waarmee je snel allerlei effecten op je foto’s kunt toepassen. Het gaat niet zomaar om wat Instagram-filters, genre klik-en-klaar, maar om heuse filters die je vaak heel nauwkeurig kunt afstellen, niet zelden met schuifbalken. Het gaat om zeer uiteenlopende filters, van filmische effecten tot warp-vervormingen.

Voor je de plug-in installeert kun je die online al even uittesten op https://gmicol.greyc.fr: upload een foto, klik op Select filter, kies een geschikt filter uit, en gaan met die banaan.

Je vindt het offline programma van G’MIC op www.gmic.eu, via de Download-knop. Voor (de GIMP-versie van) Windows haal je het exe-bestand op en installeer je dit met een dubbelklik, nadat je GIMP hebt afgesloten.

Wanneer je GIMP na de installatie weer opstart, pikt die de plug-in automatisch op. Je gaat er als volgt mee aan de slag. Open eerst een willekeurig fotobestand in GIMP, ga vervolgens naar Filters en kies G’MIC QT. Er verschijnt een nieuw dialoogvenster met een voorbeeldweergave van je foto en maar liefst twintig verschillende filterrubrieken. Zodra je een rubriek uitvouwt, komen de bijbehorende filters beschikbaar en wanneer je een filter selecteert, verschijnt een paneel met alle instelopties. Je ziet het effect meteen in de voorbeeldweergave. Klik op Toepassen of op OK om de wijzigingen door te zetten.

G’MIC bezit een indrukwekkend arsenaal aan filters, die je bovendien nauwgezet kunt aansturen.

Resynthesizer

Het overkomt je vast ook weleens: je neemt een foto en pas achteraf merk je een of ander storend object in het plaatje op. Gommen dus, maar het liefste zo dat de omringende achtergrond onmerkbaar de plaats inneemt van het verdwenen object. In Photoshop-speak heet dit ‘content aware fill’.

GIMP ontbeert zo’n geavanceerde tool, maar er bestaat een uitstekende plug-in voor: Resynthesizer. Surf naar www.kwikr.nl/resynt en dubbelklik op het bestand README.md. In dit document klik je op de link install Resynthesizer for Windows en vervolgens op An archive of the resynthesizer plugin for Windows. Dit brengt je naar een Download-knop voor een zip-bestand (van slechts 42 kb). Pak dit uit naar een lege map en kopieer de volledige inhoud (met een dozijn bestanden) naar de plug-ins-map van GIMP, zoals beschreven in de alinea ‘Plug-ins’.

(Her)start GIMP zodat de plug-in wordt geïnitialiseerd. Haal een foto op waaruit je een storend object wilt verwijderen en maak gebruik van (bijvoorbeeld) de lasso-tool om dit gebied te selecteren. Ga vervolgens naar Filters en kies Verbeteren / Heal selection. Pas eventueel de parameters aan in het dialoogvenster en bevestig met OK. Het storende element is verdwenen.

Tip: Bestel ook de cursus smartphone-fotografie

Een snelle healing-sessie en de bal is weg!

Fotograferen als een pro?

Bol.com verkoopt een breed scala aan flitsende camera's
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.