ID.nl logo
Gratis foto's bewerken met Photoshop-alternatief GIMP
Huis

Gratis foto's bewerken met Photoshop-alternatief GIMP

Photoshop mag dan wel het bekendste programma voor professionele fotobewerking zijn, het is ook stevig aan de prijs. Wij kijken daarom liever naar een geheel gratis alternatief met vergelijkbare mogelijkheden, zeker in combinatie met enkele uitstekende plug-ins: GIMP.

GIMP staat voor GNU Image Manipulation Program, wat meteen verraadt dat de toepassing beschikbaar is voor GNU/Linux. Of beter gezegd ‘ook beschikbaar’, want deze opensource-applicatie draait net zo makkelijk op besturingssystemen als macOS en Windows.

In dit artikel gaan we met de Windows-versie aan de slag, maar de werking en functionaliteit zijn op alle ondersteunde platformen goed vergelijkbaar. We installeren de tool, wijzen je de weg naar enkele handige hulpbronnen en tonen je hoe je een en ander naar je hand zet. De focus van dit artikel ligt verder op het installeren van enkele extra’s die GIMP voor de veeleisende gebruiker nog boeiender maken.

Installatie

Je vindt GIMP op www.gimp.org, waar je de Download-sectie opent. Als het goed is, heeft de site je besturingssysteem correct gedetecteerd en verschijnen enkele geschikte download-knoppen. Zo kun je de Windows-versie ophalen via BitTorrent of van de Microsoft Store, maar wij verkiezen Download GIMP <versienummer> directly. In ons geval was dit versie 2.10.32. Het downloadbestand is behoorlijk fors (meer dan 250 MB), maar dat komt omdat die naast een reeks standaardplug-ins ook een installer bevat voor zowel Windows 32 bit als 64 bit. Een dubbelklik op het exe-bestand volstaat om de juiste variant voor je Windows-systeem te installeren.

Klik op Aanpassen als je zelf de installatiemap wilt installeren en wilt beslissen welke onderdelen je mee op schijf wilt zetten. Standaard staat Volledige installatie ingesteld en tenzij je redenen hebt om bepaalde componenten niet mee te installeren, kun je dit gerust zo laten.

Je zult merken dat er automatisch ook een aantal plug-ins wordt geïnstalleerd en bij het opstarten wordt geïnitialiseerd. Als het goed is verschijnt even later het fraaie programmavenster van GIMP, standaard in donkere themakleuren.

Lees ook:Foto bewerken? Tips voor 22 gratis programma's

Je hoeft niet noodzakelijk voor een volledige installatie te gaan.

Hulpbronnen

GIMP is een (semi-)professionele fotobewerkingstool met een behoorlijke leercurve, en dus is alle hulp welkom. Die vind je in eerste instantie in de menubalk bij Help. Druk je op F1 dan duikt het venster van de GIMP-hulpbrowser op. Deze haalt zijn informatie online op en werkt (daardoor) behoorlijk traag.

Je kunt deze hulpbron echter ook lokaal opslaan. Ga naar de Download-sectie op de GIMP-site, scrol tot bij Dutch, haal het helpbestand op en installeer het met een dubbelklik. (Her)start GIMP, ga naar het menu Bewerken en kies Voorkeuren. Open de rubriek Interface / Hulpsysteem en kies in het uitklapmenu bij Gebruikershandleiding de optie Een lokaal geïnstalleerde kopie gebruiken; de taal stel je in op Nederlands [nl] – hoewel er ook veel onvertaalde stukken in de helpfunctie zijn. Bij Te gebruiken hulpbrowser kun je Hulpbrowser voor GIMP geselecteerd laten, tenzij je hiervoor je eigen browser verkiest. Bevestig met OK.

Je kunt in GIMP ook contextgevoelige hulp oproepen. Druk hiervoor op Shift+F1, zodat de cursor in een vraagteken verandert en klik hiermee bijvoorbeeld op een tool in de gereedschapskist. Je krijgt nu feedback over die tool te zien.

Ook handig in de Help-sectie is Zoek een functie en voer deze uit (of gebruik de sneltoets /). Het volstaat hier een (deel van een) functienaam in te tikken, zoals Verscherp of Vervorm om suggesties aangereikt te krijgen. Met een dubbelklik op een suggestie open je het bijbehorende menu.

Het werkt sneller als je het hulpsysteem lokaal installeert.

Aanpassingen

Je hebt inmiddels gemerkt dat je via Bewerken / Voorkeuren toegang krijgt tot een dialoogvenster van waaruit je GIMP helemaal naar je hand kunt zetten. Blijkt GIMP bijvoorbeeld niet in je voorkeurstaal te verschijnen, dan pas je dit hier snel aan in de rubriek Interface, bij Taal (standaard staat hier System Language). In de rubriek Interface / Thema kun je een thema instellen. Naast de standaardoptie Dark is er onder meer nog Gray en Light.

Interessant is ook Interface / Gereedschapskist, waar je door het klikken op iconen zelf bepaalt welke tools in de gereedschapskist van GIMP verschijnen. Je kunt de items hier ook verslepen als je ze liever in een andere volgorde ziet. In de rubriek Mappen kom je te weten in welke mappen GIMP gaat zoeken naar bijvoorbeeld Patronen, Paletten, Penselen en Plug-ins.

GIMP laat zich gewillig aanpassen – tot de samenstelling van de gereedschapskist toe.

Plug-ins

Je hebt intussen vast al ondervonden dat GIMP heel wat functies aan boord heeft (www.kwikr.nl/gimpintro geeft je een aardig idee), maar een slim systeem van plug-ins maakt het programma nog krachtiger. Het is weliswaar zo dat die plug-ins vroeger centraal werden bewaard, maar helaas bestaat deze ‘GIMP Plugin Registry’ niet langer en moet je dus zelf op zoek naar interessante exemplaren. Even googelen naar gimp plugins bijvoorbeeld levert al meteen talrijke hits op, maar weet wel dat nogal wat plug-ins niet langer in recentere GIMP-versies blijken te functioneren. Check dat dus even voor je zo’n plug-in installeert.

Wat de installatie van plug-ins betreft zijn er twee methodes. Sommige plug-ins bevatten een eigen installer, en die hoef je alleen maar op te starten en de verdere instructies te volgen, maar in de meeste gevallen sta je voor een meer handmatige methode. Gewoonlijk komen deze plug-ins in een zip-archief dat je eerst dient uit te pakken. Bevat de inhoud een of meer bestanden met de extensie .py, dan dien je de mapinhoud naar de Plug-ins-map van GIMP te kopiëren. Gaat het om bestanden met de extensie .scm, dan kopieer je die naar de Scripts-map.

De locatie van deze mappen vind je als volgt. Start GIMP op en kies Bewerken / Voorkeuren. Ga naar de rubriek Mappen, vouw deze uit en dubbelklik op Plug-ins of Scripts. In het rechterpaneel verneem je de juiste locatie, die telkens begint met C:\Users.

We sluiten dit artikel af met een drietal plug-ins die we zelf indrukwekkend goed vinden.

Een blik in onze GIMP plug-inmap (met overwegend py-bestanden).

Darktable

GIMP is een uitstekende fotobeheerder die vlot overweg kan met formaten als png, jpg, tiff, psd en zelfs heic, maar helaas is er zo goed als geen ondersteuning voor ongecomprimeerde raw-foto’s met extensies als dng, arw, nef, cr2 en cr3. Gelukkig los je dit euvel snel op met een extra plug-in als RawTherapee en darktable, die beide veel functies uit Adobe Photoshop en Lightroom combineren. Darktable vinden we gebruiksvriendelijker en nemen we hier dus als voorbeeld.

Darktable was al op ons systeem geïnstalleerd toen we GIMP installeerden en we stelden vast dat GIMP de darktable plug-in niet correct initialiseerde. Gelukkig viel dit snel op te lossen: GIMP afsluiten, darktable de-installeren, opnieuw downloaden en installeren.

Darktable is een losstaand programma, maar het handige is wel dat het automatisch opent wanneer je in GIMP een raw-formaat selecteert. Zodra je darktable weer afsluit (na overigens non-destructieve aanpassingen), verschijnt de aangepaste foto automatisch in GIMP voor verdere bewerkingen.

Zodra je een raw-foto opent, start automatisch de ‘plug-in’ darktable op voor raw-optimalisaties.

G’MIC

De plugin G’MIC, wat staat voor GREYC’s Magic for Image Computing, is van een geheel andere orde dan darktable. G’MIC is namelijk een indrukwekkende verzameling van meer dan vijfhonderd filters waarmee je snel allerlei effecten op je foto’s kunt toepassen. Het gaat niet zomaar om wat Instagram-filters, genre klik-en-klaar, maar om heuse filters die je vaak heel nauwkeurig kunt afstellen, niet zelden met schuifbalken. Het gaat om zeer uiteenlopende filters, van filmische effecten tot warp-vervormingen.

Voor je de plug-in installeert kun je die online al even uittesten op https://gmicol.greyc.fr: upload een foto, klik op Select filter, kies een geschikt filter uit, en gaan met die banaan.

Je vindt het offline programma van G’MIC op www.gmic.eu, via de Download-knop. Voor (de GIMP-versie van) Windows haal je het exe-bestand op en installeer je dit met een dubbelklik, nadat je GIMP hebt afgesloten.

Wanneer je GIMP na de installatie weer opstart, pikt die de plug-in automatisch op. Je gaat er als volgt mee aan de slag. Open eerst een willekeurig fotobestand in GIMP, ga vervolgens naar Filters en kies G’MIC QT. Er verschijnt een nieuw dialoogvenster met een voorbeeldweergave van je foto en maar liefst twintig verschillende filterrubrieken. Zodra je een rubriek uitvouwt, komen de bijbehorende filters beschikbaar en wanneer je een filter selecteert, verschijnt een paneel met alle instelopties. Je ziet het effect meteen in de voorbeeldweergave. Klik op Toepassen of op OK om de wijzigingen door te zetten.

G’MIC bezit een indrukwekkend arsenaal aan filters, die je bovendien nauwgezet kunt aansturen.

Resynthesizer

Het overkomt je vast ook weleens: je neemt een foto en pas achteraf merk je een of ander storend object in het plaatje op. Gommen dus, maar het liefste zo dat de omringende achtergrond onmerkbaar de plaats inneemt van het verdwenen object. In Photoshop-speak heet dit ‘content aware fill’.

GIMP ontbeert zo’n geavanceerde tool, maar er bestaat een uitstekende plug-in voor: Resynthesizer. Surf naar www.kwikr.nl/resynt en dubbelklik op het bestand README.md. In dit document klik je op de link install Resynthesizer for Windows en vervolgens op An archive of the resynthesizer plugin for Windows. Dit brengt je naar een Download-knop voor een zip-bestand (van slechts 42 kb). Pak dit uit naar een lege map en kopieer de volledige inhoud (met een dozijn bestanden) naar de plug-ins-map van GIMP, zoals beschreven in de alinea ‘Plug-ins’.

(Her)start GIMP zodat de plug-in wordt geïnitialiseerd. Haal een foto op waaruit je een storend object wilt verwijderen en maak gebruik van (bijvoorbeeld) de lasso-tool om dit gebied te selecteren. Ga vervolgens naar Filters en kies Verbeteren / Heal selection. Pas eventueel de parameters aan in het dialoogvenster en bevestig met OK. Het storende element is verdwenen.

Tip: Bestel ook de cursus smartphone-fotografie

Een snelle healing-sessie en de bal is weg!

Fotograferen als een pro?

Bol.com verkoopt een breed scala aan flitsende camera's
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.