ID.nl logo
Van scanner tot smartphone: digitaliseer je documenten
© ra0 - stock.adobe.com
Huis

Van scanner tot smartphone: digitaliseer je documenten

Je hebt enkele documenten of een reeks foto’s liggen die je graag wil digitaliseren. Dat wordt dus scannen, maar hoe doe je dit optimaal en eventueel met tekstherkenning? En wat als je geen scanner of all-in-one-printer hebt? We bekijken verschillende opties.

Of je nu een scanner, all-in-one-printer of alleen maar je smartphone hebt, met alle apparaten heb je mogelijkheden om documenten en foto’s te digitaliseren.

  • Scanner installeren
  • Scannen vanuit een kantoorsuite
  • Foto's en documenten inscannen
  • Scannen met smartphone

Lees ook: 🧾 5 gratis apps voor het scannen van documenten

Het lijkt logisch: scannen doe je met een scanner. Maar wat als je geen scanner hebt? Dan is een all-in-one printer (AIO) een prima alternatief. Zo’n multifunctionele printer kan naast afdrukken namelijk ook scannen, kopiëren en soms faxen. Heb je geen van beide apparaten in huis, dan kun je je toevlucht ook nog nemen tot (de camera van) een tablet of smartphone. Toegegeven, het heeft dan meer weg van fotograferen, maar slimme software laat er vaak handige functies op los, zoals het automatisch rechtzetten van het beeld, het verwijderen van storende elementen als randen, vlekken en kreukels, en het herkennen van tekst (OCR, Optical Character Recognition). Eventueel kun je zelfs foto’s maken met een digitale camera, maar doorgaans vereist dit achteraf nog optimalisatie en eventueel OCR met extra software.

1 Criteria

Als je van plant bent geregeld te scannen en overweegt een scanner aan te schaffen, zijn er enkele aandachtspunten. Zo moet je weten dat er verschillende soorten scanners zijn, zoals de vlakbedscanner (met glazen plaat), documentscanner (met ingebouwde ADF-module; Automatic Document Feed voor het snel scannen van meerdere bladen), fotoscanner (met hoge resoluties en kleurdieptes), film- of diascanner (specifiek voor negatieven of dia’s), draagbare scanner (voor snelle scans onderweg) en een pen- of stiftscanner (voor het scannen van tekstregels).

We gaan hier uit van een betaalbare A4-vlakbedscanner. Reken op prijzen vanaf circa 100 euro, bijvoorbeeld de Epson Perfection V39 II. Belangrijke aspecten, vooral bij het scannen van foto’s, zijn de maximale optische resolutie, uitgedrukt in dpi (dots per inch) en de kleurdiepte. De eerste bepaalt mede hoeveel beelddetails de scanner kan opnemen en de tweede geeft aan hoeveel kleurinformatie deze kan verwerken. De meeste scanners bieden een resolutie van minstens 2400 dpi en een kleurdiepte van 24 bit (tot 16,7 miljoen kleuren) en dit kan volstaan voor de meeste scans. Hogere waarden mogen uiteraard, maar weet dat deze scans grotere bestanden opleveren. Let ook op de scansnelheid en op de softwarefunctionaliteit, zoals de genoemde OCR-functie.

Voor de scanmodule van een AIO-printer gelden vergelijkbare overwegingen.

Zelfs een betaalbare vlakbedscanner kan scanresoluties tot 4800 dpi aan.

2 Installatie

Een scanner installeren binnen Windows gebeurt in principe grotendeels automatisch. In de meeste gevallen hoe je alleen maar de scanner op je pc aan te sluiten – meestal via een usb-kabel - en het toestel in te schakelen, waarna Windows het herkent en installeert. Werkt het niet op deze manier, open dan (in Windows 11) Instellingen / Bluetooth en apparaten / Printersen scanners en klik op de knop Apparaat toevoegen. Als het goed is, verschijnt even later het apparaat, klik je nogmaals op Apparaat toevoegen en volg je de verdere instructies. Of je haalt zelf de (meegeleverde of gedownloade) drivers en de bijbehorende software op waarmee je de scanner of de scanfunctie van je AIO-printer installeert.

Wellicht wordt er de nodige scansoftware met je apparaat meegeleverd, maar voor een snelle check kun je ook de standaard geïnstalleerde app (Windows) Scanner starten. Desnoods haal je deze eerst op in de Microsoft Store.

Windows Scanner: minimalistischer wordt het niet.

3 Interfaces

Applicaties met een scanfunctie gebruiken vaak de interface TWAIN (Technology Without Any Interesting Name) of WIA (Windows Image Acquisition) om scanners te benaderen. Sommige bieden zelfs beide opties aan (zie ).

TWAIN is een al wat oudere standaard die nog breed ondersteund wordt door scanners en fotobewerkingssoftware. TWAIN biedt doorgaans een uitgebreide functionaliteit, met meer geavanceerde instellingen en controle over het scanproces.

WIA is een wat nieuwer framework van Microsoft met eenvoudiger en beperkter opties. Het zit geïntegreerd in Windows, zodat er geen extra software of drivers nodig zijn. WIA is vooral geschikt voor eenvoudige en snelle scans.

Zowel de reeds vermelde app Scanner als Paint, dat standaard in Windows zit, gebruikt WIA. Bij Scanner heb je nauwelijks instelmogelijkheden, terwijl je bij Paint de typische WIA-interface te zien krijgt. Ga hiervoor naar Bestand, kies Importeren naar Canvas / Vanscanner of camera en selecteer je scanner. In het WIA-dialoogvenster kun je het gewenste scantype instellen: Kleurenafbeelding, Zwart-witafbeelding, Zwart-witafbeelding of tekst, of Aangepaste instellingen. Voor deze laatste klik je op Dekwaliteit van de gescande foto aanpassen, waarna je Helderheid, Contrast, Resolutie(dpi) en Type afbeelding kunt instellen.

Het dialoogvenster met de opties van een WIA-interface (hier: in Paint).

4 Office-scan (start)

Wellicht wil je ook graag rechtstreeks vanuit je favoriete kantoorsuite kunnen scannen. In de gratis suite LibreOffice is dit zonder meer mogelijk. Open een kantoorapplicatie, zoals Writer of Impress, ga naar het menu Invoegen en kies Media /Scannen / Bron selecteren. Afhankelijk van je situatie krijg je hier zelfs twee interfaces voor je scanner: TWAIN en WIA. Selecteer de gewenste interface en bevestig met Selecteren.

In de kantoorsuite Microsoft 365 is de scanoptie helaas al een tijd niet meer beschikbaar. Met een kort VBA-script (Visual Basic for Applications) kun je deze functionaliteit gelukkig weer toevoegen. We nemen Word als voorbeeld, maar het kan dus ook in Excel en PowerPoint.

Om te beginnen, zorg ervoor dat het tabblad Ontwikkelaars zichtbaar is. Ga hiervoor naar Bestand / Opties, open de sectie Lint aanpassen, zet in het deelvenster Hoofdtabbladen een vinkje bij het onderdeel Ontwikkelaars en bevestig met OK.

Open vervolgens het tabblad Ontwikkelaars en klik op Macro’s. In het dialoogvenster vul je een macronaam in (bijvoorbeeld Scan) en bij Macro’sin kies je het best Normal.dotm (algemene sjabloon), zodat de macro standaard beschikbaar is in alle nieuwe documenten. Klik op Maken, open het tabblad Extra, kies Verwijzingen en zet een vinkje bij Microsoft Windows Image Acquisition Library v2.0. Bevestig met OK.

De TWAIN-interface, opgeroepen vanuit Writer LibreOffice.

5 Office-scan (code)

In het codevenster typ of plak je de volgende code, net boven de laatste regel End Sub:

Klik op het diskette-icoon en sluit het dialoogvenster af.

Om via de macro te scannen, open je opnieuw het tabblad Ontwikkelaars, druk je op de knop Macro’s, selecteer je de macro en klik je op Maken. Als het goed is komt nu het WIA-dialoogvenster in beeld en kun je rechtstreeks vanuit Word scannen.

Via een VBA-macro wordt alsnog de (WIA-)scanfunctionaliteit in Microsoft 365 beschikbaar.

Scan-knop Als je regelmatig direct wilt scannen vanuit Word of een andere kantoorapplicatie, dan is het handig om de scan-macro toe te voegen als een knop aan het Lint. Ga naar het tabblad Invoegen, klik met de rechtermuisknop op het Lint en selecteer Het lint aanpassen. In het deelvenster Hoofdtabbladen klik je met de rechtermuisknop op Illustraties en kies je Nieuwe groep toevoegen. Geef de toegevoegde groep de naam Scannen en bevestig met OK.

In het linkerdeelvenster kies je bij Opdrachten kiezen de optie Macro’s en selecteer je de macro Normal.NewMacros.Scan. Zorg ervoor dat de groep Scannen (aangepast) is geselecteerd in het rechterdeelvenster en klik op Toevoegen. Rechtsklik hierop, geef het toegevoegde item de naam Scan en kies een geschikt pictogram. Na bevestiging vind je de Scan-knop terug in het onderdeel Invoegen. Voortaan scan je met één druk op de knop.

Een eigen Scan-knop in een kantoortoepassing van Microsoft 365.

6 Foto’s

Je weet nu al hoe je je scanner kunt benaderen vanuit verschillende applicaties, maar waarop moet je nu zoal letten bij het scannen? Laten we beginnen met foto’s.

Maak deze eerst schoon, bijvoorbeeld met een statisch stofwisdoekje, en leg elke foto recht op de scanplaat, om softwarematige optimalisaties naderhand te voorkomen. Kies de meest geschikte interface voor het scannen, wellicht TWAIN, of de software van je scannerproducent. Scan je zwart-witfoto’s, stel de software dan in op grijswaarden (maar niet op zwart-wit) om mogelijke kleurenzweem te vermijden.

Let ook op de scanresolutie. Hogere resoluties geven meer details, maar duren langer en creëren grotere bestanden. Om je een idee te geven: een print van 15 × 10 cm op 300 dpi levert een digitale afbeelding van ongeveer 1800 × 1200 pixels (op (tot circa 1,5 MB), op 600 dpi wordt dit al 3600 × 2400 pixels (tot circa 5 MB) en op 2400 dpi maar liefst 14400 × 9600 pixels (tot circa 60 MB). Er is een vuistregel die stelt dat hoe kleiner de foto is, hoe hoger je de scanresolutie instelt.

De vraag is ook wat je met het scanresultaat wilt doen. Meestal zit je goed met 300 dpi, maar voor uitvergrotingen kun je gerust tot 600 dpi of meer gaan.

Afhankelijk van de scansoftware zijn er meerdere bestandsformaten beschikbaar. Jpg is vooral geschikt voor foto’s met veel kleurnuances, maar gebruikt wel verliesgevende compressie. Png is ideaal voor afbeeldingen met tekst, grafieken of transparantie, met maximale kwaliteit door verliesloze compressie. Ook het tiff-formaat werkt trouwens met verliesloze compressie.

Een fotoscan op 300 dpi (2,7 MB) in verhouding tot dezelfde foto op 1200 dpi (37 MB).

7 Documenten

Ook bij het scannen van documenten is de resolutie van belang. Ook hier kun je doorgaans met 300 dpi volstaan. Wil je OCR toepassen, dan kun je eventueel wat hoger gaan, maar om documenten te archiveren of bijvoorbeeld via e-mail te delen, is 200 dpi gewoonlijk voldoende. Gaat het alleen om tekst, dan kun je de scanmodus instellen op Zwart/Wit.

Stel dat je inderdaad tekstherkenning wilt toepassen op gescande tekstdocumenten. Met wat geluk beschikt de software van je scanner een OCR-module, zoals onze eigen AIO-printer (HP Color LaserJet Pro). Maar wat als dat niet het geval is? Dan kun je (bijvoorbeeld) de gratis pdf-suite PDF24 Tools gebruiken. Druk op de blauwe downloadknop bovenaan om de desktopapplicatie op te halen en te installeren.

Met wat geluk biedt je scansoftware ook optische tekenherkenning aan.

8 PDF24 Tools

Open de app PDF24 vanuit het Windows-startmenu. In het startvenster zie je bijna 50 knoppen, met verschillende bewerkingsopties voor je (al dan niet gescande) pdf-documenten.

Nu is vooral de knop PDF OCR belangrijk. Je kunt deze zelfs gebruiken wanneer je eigen scansoftware geen pdf’s kan creëren, maar bijvoorbeeld alleen jpg, png of tiff. Overigens kun je zo’n bestandsformaat ook eerst omzetten naar pdf via de knop Converteren naarPDF, maar dit is dus niet nodig.

Klik op Bestanden toevoegen en selecteer een of meer scanbestanden. Deze worden weergegeven in het programmavenster. Als je klaar bent, kies dan in het rechterpaneel eerst de gewenste Taal (enkele tientallen, waaronder Dutch). Profiel stel je bij voorkeur in op Beste kwaliteit en DPI kun je op 300 ingesteld laten. Eventueel plaats je een vinkje bij de opties Achtergrond verwijderen, Pagina’s rechtzetten (als het document scheef gescand is) en/of Pagina’s automatisch draaien (bijvoorbeeld bij zowel staande als liggende pagina’s). Wijs een uitvoermap toe en klik op de knop Starten. Je kunt de voortgang volgen en zien hoeveel woorden de OCR-module heeft herkend. Bewaar het resultaat met Bestanden opslaan.

Wanneer je zo’n pdf met je favoriete pdf-reader opent, kun je bijvoorbeeld met de ingebouwde zoekfunctie naar (herkende) woorden zoeken.

De OCR-module van PDF24 kan zelfs met gescande afbeeldingen overweg.

9 Smartphone

Als je geen scanner of AIO-printer hebt, kun je nog steeds goed uit de voeten met een smartphone. Met de ingebouwde camera en geschikte software kun je namelijk ook prima ‘scannen’, zowel foto’s als tekstdocumenten. Belangrijk bij het fotograferen is dat er voldoende, gelijkmatig verdeeld licht is. Richt de camera op een documentgedeelte met voldoende contrast, voor een optimale focus. Plaats je smartphone op een stabiel oppervlak of gebruik een flexibele klembevestiging voor een betere stabiliteit. Positioneer de camera zo dat schitteringen en schaduwen worden vermeden, bij voorkeur direct boven het document. Leg je document op een donkere, effen achtergrond voor het beste resultaat. Nu hoef je alleen nog maar een van de geschikte apps te gebruiken.

Suboptimale scanomstandigheden leiden tot minder goede scan- en ocr-resultaten.

10 OneDrive en Google Drive

Er zijn verschillende goede en gratis mobiele scanapps, waaronder apps die wellicht al op je toestel zijn geïnstalleerd, zoals Microsoft OneDrive en Google Drive, beide beschikbaar voor Android en iOS. We nemen OneDrive op Android als voorbeeld, maar de werkwijze voor Google Drive is vergelijkbaar, ook op iOS. 

Open de OneDrive-app en tik op Start. Klik op het camera-icoontje en veeg naar de gewenste optie: Whiteboard, Document, Visitekaartje of Foto. We gaan hier uit van een document. Positioneer je camera optimaal en tik op de witte cirkel. Versleep de handvatten tot net rond de gewenste tekst en tik op Bevestigen. In het volgende scherm zie je verschillende opties: Toevoegen (voor een nieuwe scan), Filters (om bijvoorbeeld het contrast te optimaliseren), Bijsnijden (om de randen aan te passen) en Meer (om te draaien of tekst of ‘inkt’ toe te voegen). Tik bovenaan op Opties en stel de bestandsgrootte in op Hoog voor een optimale OCR-verwerking. Druk op Gereed, geef je scan een naam scan en selecteer een opslaglocatie. Bevestig met het vinkje om je document als (doorzoekbaar) pdf-bestand op te slaan.

Goed om te weten: OneDrive maakt gebruik van de Microsoft Lens-technologie (ook beschikbaar als een afzonderlijke app), net als de mobiele apps van Microsoft Office, OneNote en Teams.

Ook OneDrive gebruikt de krachtige Microsoft Lens-technologie tijdens het scannen.

11 Adobe Scan

De scanfunctie van Google Lens is zeker degelijk, maar een app als Adobe Scan, ook beschikbaar voor iOS en Android, biedt iets meer functionaliteit en levert vaak net iets betere resultaten op. Je kunt de app downloaden of vinden in de officiële appstores. Hier gebruiken we de gratis versie op Android. De betaalde premium-editie biedt extra mogelijkheden, zoals het combineren van bestanden, het comprimeren van pdf’s, het bewerken van scans (zoals het toevoegen van tekst) en het beveiligen met een wachtwoord, evenals het verhogen van de OCR-limiet (van 25 naar 100 pagina’s).

Start de app en tik op het camera-icoon. Veeg naar de juiste optie: Whiteboard, Boek, Document, ID-kaart of Visitekaartje. Laten we hier uitgaan van een document. De app zou automatisch de contouren van het tekstdocument moeten detecteren, maar je kunt dit nog handmatig aanpassen. Onderaan vind je verschillende opties: Roteren, Filters (waaronder Automatisch, Lichte tekst en Grijswaarden), Aanpassen (contrast en helderheid), Opschonen (om ongewenste tekstdelen te verwijderen), Markeren (met een stift), Andere lay-out (Automatisch, A3 of A4, Staand of Liggend) en Verwijderen.

Kies PDF opslaan om het document te bewaren, waarna je het kunt doorzoeken en bewerken.

Adobe Scan levert doorgaans uitstekende documentscans met OCR af.
▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl