ID.nl logo
Huis

MBR of GPT: Alles over efficiënt partitioneren

Op een schijf installeer je een besturingssysteem en bewaar je data. Dat dient natuurlijk volgens strikte regels te verlopen. Zo moet je 'm eerst partitioneren en daar bestaan meerdere methodes voor, zoals MBR of GPT. We gaan hier in op de verschillen ervan.

Wanneer je in Windows een gloednieuwe schijf stopt, verschijnt die normaal gesproken niet zomaar in Windows Verkenner. Je hebt immers nog geen stationsletter toegekend en bovendien moet de schijf eerst worden geformatteerd. Anders gezegd, je dient de schijf van een bepaald bestandssysteem te voorzien, zoals exfat of ntfs. Zo’n bestandssysteem is weinig meer dan een set regels die het wegschrijven en inlezen van data op het opslagmedium regisseert. Echter, voordat je een schijf kunt formatteren, moet je die eerst partitioneren oftewel opdelen in logische volumes, ook als het je bedoeling is slechts één volume te gebruiken dat de hele schijf overspant.

Er zijn in principe twee partitieschema’s beschikbaar: mbr (master boot record) en gpt (guid partition table). Soms maakt die keuze niet zoveel uit, maar er zijn ook scenario’s waarin je eigenlijk gedwongen bent een bepaalde keuze te maken, wat dan vooral te maken heeft met het feit dat de partitiestructuur ook verband houdt met hoe een pc opstart. Het bootproces en de partitiestijl van een computer zijn dus twee verstrengelde aspecten die daarom ook beide aan bod komen in dit artikel.

Mbr-sector

We vertellen wat meer over mbr, het partitieschema dat al zo’n 35 jaar geleden werd bedacht. Linux kleeft er dan ook het archaïsche label ‘ms-dos’ op, maar toch kan mbr ook vandaag nog enig bestaansrecht claimen (zie de laatste paragraaf ‘De keuze’).

Mbr staat voor master boot record en wie iets van schijfstructuren weet, weet dat dit de eerste fysieke sector op een (opstartbare) schijf is. Het partitieschema is naar deze sector genoemd precies omdat die zo cruciaal is.

Zodra de bootstrapping-firmware uit het rom-bios in het geheugen is ingeladen, past die de uitvoerbare code uit de mbr-sector toe. Deze code controleert vervolgens de hoofdpartitietabel, die zich helemaal op het einde van deze sector bevindt – op de bootsector-handtekening 55AAh na. Deze tabel bevat namelijk de begin- en eindsector van de beschikbare schijfpartities. Een mbr-schijf kan in principe maximaal vier primaire partities bevatten, maar zodra je vanuit het Windows schijfbeheer een vierde partitie toevoegt, maakt Windows van deze partitie automatisch al een ‘uitgebreide partitie’ (extended partition), die zich dan verder laat opdelen in een aantal logische stations.

Tijdens de scan van de partitietabel wordt meteen gecontroleerd welke partitie als ‘actief’ werd gemarkeerd (met de bootsector-indicator 80h): de bootsector van het OS op die partitie handelt dan het verdere bootproces af.

Een uitstekende manier om deze mbr-sector zowel in hexcode als op geïnterpreteerde manier te bestuderen, is met de gratis tool Active@ Disk Editor. Je hoeft hier maar de juiste fysieke schijf te selecteren, linksboven het sjabloon Master Boot Record op te vragen en daar op het knopje met template fields coloring te klikken. De diverse componenten van de partitietabel, waaronder active partition flag, first sector, file system id enzovoort worden dan netjes leesbaar weergegeven.

©PXimport

Eén van de beperkingen van de mbr-partitiestijl is je inmiddels duidelijk geworden: een beperkt aantal (primaire) partities. Voor de doorsnee gebruiker is dat wellicht niet het grootste nadeel. Wellicht belangrijker is dat het aantal sectoren van een partitie in de partitietabel van een mbr-schijf als een 32bits-waarde wordt opgeslagen. Dat levert de volgende rekensom op: 2^32 x 512 bytes (de standaardgrootte van een fysieke sector) is circa 2,2 TB (of zo’n 2 TiB).

Schaf je je dus een schijf met een hogere capaciteit aan, dan wordt die begrensd op maximaal 2,2 TB en de rest van de schijf wordt ijskoud genegeerd. Nu zijn er ook wel schijven met meer dan 512 bytes per sector (zie kader ‘Meer dan 512 bytes per sector’), maar oudere besturingssystemen en heel wat schijftools zijn vast geprogrammeerd (‘hard coded’) om met sectorgroottes van 512 bytes om te gaan, wat tot compatibiliteitsproblemen kan leiden.

Een ander nadeel van een mbr-schijf is dat de mbr-sector zich steevast op de eerste fysieke sector van een opslagmedium bevindt. Raakt deze sector corrupt, dan kan de schijf – evenmin als de opgeslagen data – in zijn geheel niet meer (correct) worden benaderd.

En gpt dan?

Al deze restricties creëerden de noodzaak voor een nieuwe partitiestijl: gpt, wat staat voor guid partition table; guid op zijn beurt staat voor globally unique identifiers. De meeste besturingssystemen van de laatste pakweg acht jaar ondersteunen gpt. Willen Windows of macOS van een gpt-schijf kunnen opstarten, dan kan dat alleen maar in combinatie met (u)efi-firmware (zie paragraaf ‘Uefi’).

Wanneer je een gpt-schijf met een hex-editor bekijkt, dan zul je op de eerste fysieke sector alsnog een structuur herkennen die erg lijkt op die van een mbr-schijf. Dat komt omdat deze sector het zogenoemde protective mbr bevat. Dat is een bewuste strategie: door dit protective mbr zullen besturingssystemen en tools die niet met gpt overweg kunnen, aannemen dat de schijf van één grote, onbekende partitie is voorzien (want filesystem-ID EEh) en daardoor in principe geen verdere, ongewenste manipulaties toelaten.

Je begrijpt meteen wat we bedoelen als je een gpt-schijf met het programma Active@ Disk Editor bekijkt via het sjabloon Master Boot Record. Stel je Active@ Disk Editor in op het sjabloon GUID Partition Table, dan krijg je een goed inzicht in de typische opbouw van het gpt-partitieschema: eerst het Partition type GUID (zoals Microsoft Reserved Partition of Basic Data Partition), gevolgd door het Unique partition GUID.

©PXimport

Windows accepteert standaard tot 128 partities, maar dat is een beperking van het besturingssysteem zelf: het gpt-schema staat een onbeperkt aantal partities toe. De grootte van zo’n partitie is zo goed als onbeperkt: gaan we uit van fysieke sectoren van (slechts) 512 bytes, dan wordt maar liefst 9,4 ZB ondersteund (een zettabyte is 10^21).

Gpt biedt niet alleen een onbeperkt aantal partities van een nagenoeg onbeperkte capaciteit aan, er wordt tevens een kopie van de partitie- en bootdata bewaard. Wanneer de primaire gpt-header corrupt geraakt, wat dankzij uitgebreide cr-checks (cyclic redundancy) snel wordt gedetecteerd, dan kan die op basis van die kopie automatisch worden hersteld.

Gpt en uefi

We hebben het al een paar keer aangegeven: de ontwikkeling van gpt is nauw verweven met uefi oftewel Unified Extensible Firmware Interface. Zeg maar, de opvolger van het oude bios. Intussen is uefi aan versie 2.7A toe (augustus 2017): je vindt alle technische details over deze specificatie in deze lijvige pdf van circa 2500 pagina’s. Hoofdstuk 5 gaat heel specifiek over gpt.

Niet alleen maakt uefi voor de instellingen een prettige, grafische interface mogelijk (in een hoge schermresolutie en met ondersteuning voor aanraakschermen), ook naar veiligheid gaat de nodige aandacht uit, dankzij de ‘secure boot’-functie. Die controleert in een versleutelde database of een driver of app wel van een geldige handtekening is voorzien. Is dat niet het geval, dan weigert het systeem door te starten. Met uefi kunnen tevens firmware en drivers in 32- en zelfs in 64bit-modus opereren, zodat tijdens het opstarten meer geheugen kan worden aangesproken.

Het bootproces van een uefi-bios in combinatie met een gpt-schijf verloopt in een notendop als volgt. Initieel voert het uefi, net als bij het klassieke bios, enkele systeemconfiguratie-functies uit. Vervolgens wordt de guid-partitietabel (gpt) ingelezen, die zich in block 1 op de schijf bevindt, meteen achter block 0 met het protective mbr.

De efi-bootloader identificeert de efi-systeempartitie. Dat is een eenvoudige fat32-partitie (oudere Linux-distributies creëerden hiervoor zelfs nog een fat16-partitie) en bewaart in afzonderlijke mappen de bootloaders van de besturingssystemen die op de andere schijfpartities zijn geïnstalleerd. Voor een x64-besturingssysteem is dat bijvoorbeeld bootx64.efi, daarnaast komen bootia32.efi, bootia64.efi (Itanium), bootarm.efi en bootaa64.efi (ARM) voor. Zo’n bootloader initialiseert vervolgens een bootmanager, die uiteindelijk het eigenlijke besturingssysteem laat opstarten.

©PXimport

De keuze: mbr of gpt?

De belangrijkste kenmerken van beide partitieschema’s zijn inmiddels aan bod gekomen en het is overduidelijk dat gpt met uefi de meest toekomstgerichte oplossing biedt. Zo is Intel bijvoorbeeld voornemens tegen 2020 alleen nog zuivere uefi-systemen aan te bieden, zonder legacy bios-ondersteuning (uefi klasse 3).

Toch kunnen er nog scenario’s zijn waarin je mbr kunt overwegen. Werk je bijvoorbeeld met een ouder besturingssysteem als Windows XP 32 bit, dan heb je gewoon geen keuze: dit besturingssysteem ondersteunt gpt niet, niet als systeempartitie en zelfs niet als datapartitie. Windows XP 64 bit ondersteunt gpt uitsluitend als datapartitie en dus niet voor de systeempartitie.

Alle 64bit-Windows-versies vanaf Vista kunnen wél opstarten vanaf een gpt-systeempartitie, althans met een uefi-bios. Beschik je dus over een oudere pc met een klassiek bios waarop je een 64bit-Windows-versie wilt draaien, dan zit er weinig anders op dan voor mbr te kiezen.

▼ Volgende artikel
Meta test betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram
© ER | ID.nl
Huis

Meta test betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram

Meta gaat tests uitvoeren met betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram, zo heeft het bedrijf laten weten.

Dat liet Meta weten aan TechCrunch. In ruil voor betaalde abonnementen op bovengenoemde apps krijgen mensen toegang tot extra functies, al zijn die nog niet uit de doeken gedaan. De reguliere versies van de platforms moeten wel gratis beschikbaar blijven.

De precieze opties die mensen die betalen voor WhatsApp, Facebook of Instagram krijgen is niet bekend, maar Meta heeft het over "speciale features en meer controle over hoe men deelt en connecties maakt".

Manus en Vibes

Eén van de dingen die mogelijk onder de abonnementen gaan vallen, is Manus, een AI-agent die pas is aangeschaft door Meta voor ongeveer 2 miljard dollar. Manus moet geïntegreerd worden in Meta-producten, maar ook los beschikbaar komen. Op Instagram wordt er naar verluidt al gewerkt aan een shortcut naar de AI-tool.

Meta wil de abonnementen ook voor andere AI-features testen, zoals het genereren van videocontent in Vibes. Deze AI-videotool is nu nog gratis beschikbaar, maar het is de bedoeling dat extra opties via een abonnement beschikbaar komen.

Op Instagram zou een abonnement gebruikelijks wellicht de mogelijkheid kunnen geven om mensen die men volgt te bekijken die niet terug volgen. Ook zou het mogelijk een optie worden om een Story te bekijken zonder dat de persoon die het heeft geplaatst ziet dat deze door de persoon in kwestie is bekeken.

Meta wil de komende maanden de abonnementen testen, en niets is nog zeker - ook niet eventuele prijzen voor abonnementen. Duidelijk is in ieder geval dat het bedrijf hiermee gaat experimenteren.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op
© ID.nl
Huis

Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Heb je nog een oudere pc of laptop, dan is het zonde om deze ongebruikt te laten. Je kunt hem namelijk eenvoudig omvormen tot een veelzijdige thuisserver. Wat dacht je van een mediaserver of een synchronisatietool, beide gratis, opensource en beschikbaar voor vrijwel elk platform?

In dit artikel

Je hebt een nieuwe pc gekocht, maar je oude Windows-computer is vaak nog prima bruikbaar. Met gratis servertools maak je er een thuisserver van, bijvoorbeeld voor streamen, een (s)ftp-server, een NAS-omgeving, domotica of het blokkeren van advertenties en trackers. Veel oplossingen draaien direct op Windows. En wil je toch iets met Linux, dan kan dat vaak ook via WAMP, WSL2 of Docker Desktop.

In dit artikel houden we het bewust bij twee gratis opensource-servers die rechtstreeks op Windows draaien: Jellyfin en Syncthing. Je leest hoe je je pc klaarzet met een schone Windows-installatie, een vaste netwerkplek en een vast intern ip-adres. Daarna richt je Jellyfin in als mediaserver met bibliotheken, gebruikers en apps voor tv en telefoon. Ook stel je Syncthing in als 'private cloud' waarmee je bestanden direct tussen je eigen apparaten synchroniseert. Tot slot laten we zien hoe je beide ook op je mobiel gebruikt, eventueel buiten je thuisnetwerk, en welke instellingen helpen om snelheid, opslag en veiligheid in balans te houden.

Lees ook: Nieuwe laptop kopen? Zo kies je een laptop die jaren meegaat

Voorbereiding

Voor je begint, is het verstandig om je (oude) computer goed voor te bereiden met een schoon besturingssysteem. Installeer bij voorkeur Windows 10 of 11 opnieuw. Dit doe je via Instellingen / Systeem / Systeemherstel, waar je PC opnieuw instellen kiest en eventueel Alles verwijderen selecteert.

Update daarna het systeem via Instellingen / Windows Update / Naar updates zoeken en controleer ook of alle drivers up-to-date zijn. Dit kan handmatig door met rechts op de Windows-startknop te klikken, Apparaatbeheer te openen, met rechts op een apparaat te klikken en Stuurprogramma bijwerken te kiezen. Je kunt eventueel tijdelijk de gratis tool Driver Booster (let wel op voor extra software) installeren om snel verouderde drivers te detecteren, al raden we wel aan om ze handmatig te downloaden (van de websites van de fabrikant).

Plaats je pc liefst dicht bij de router of zeker op een plek met een stabiele verbinding, bij voorkeur via een ethernetkabel. Geef je computer ook een vast intern ip-adres, zodat het niet telkens wijzigt. Dit kun je instellen via Instellingen / Netwerk en internet: kies Ethernet (of Wi-Fi, en klik daarna op het juiste netwerk) en klik bij IP-toewijzing op Bewerken, waarna je Handmatig kiest en geschikte waarden invult.

Controleer bovendien of er genoeg opslagruimte beschikbaar is, zeker als je grote mediabestanden wilt bewaren. Schakel ten slotte energiebesparende slaapstanden uit wanneer de server continu actief moet blijven. Open Instellingen / Systeem / Aan/uit en zet alle opties bij Time-outs voor scherm, slaapstand en sluimerstand op Nooit.

Driver Booster: een snelle manier om verouderde drivers op te sporen - maar het downloaden doe je van die drivers doe je bij voorkeur zelf, vanaf de website van de fabrikant.

Jellyfin installeren

We starten met een wat complexere installatie, deze van mediaserver Jellyfin. Hiermee bouw je een Netflix-achtige omgeving voor films, series en muziek. De server biedt vrijwel alle functies van een modern mediacenter, van metadata en transcodering tot streaming met ondersteuning voor meerdere gebruikers, zonder beperkingen of betaalde upgrades. Op https://demo.jellyfin.org kun je een online demo bekijken.

Spreekt dit je aan, dan kun je meteen aan de installatie beginnen. Download de serversoftware via https://jellyfin.org/downloads/windows, klik op AMD64 en haal het bijbehorende exe-bestand op. Installeer het met een dubbelklik. Tijdens de setup kies je bij voorkeur Basic Install (Recommended) om toegangsproblemen bij mappen te vermijden. Bevestig met Next (twee keer) en kies een lege installatie- en datamap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en sluit af met Install en daarna Close.

Je kunt de server nu starten via het Windows-startmenu (Jellyfin Tray App) of via het bureaubladpictogram. In het Windows-systeemvak verschijnt dan het bijbehorende pictogram. Klik er met rechts op om de server te starten, te stoppen, te openen of om de logs te bekijken. Plaats hier een vinkje bij Autostart. Je kunt de server ook 'handmatig' openen door in je browser het adres http://localhost:8096 in te voeren.

Een Basic Install is de aanbevolen optie (om machtigingsproblemen te vermijden).

Jellyfin: basisconfiguratie

Bij de eerste keer opstarten verschijnt een instelgids. Vul een korte servernaam in en kies de weergavetaal, bijvoorbeeld Nederlands. Klik op Volgende en maak een beheeraccount aan met een gebruikersnaam en wachtwoord (twee keer). Klik nogmaals op Volgende om je mediabibliotheken te beheren.

Klik op Mediabibliotheek toevoegen, kies het gewenste inhoudstype, zoals Films, Muziek, Series of Homevideo's en foto's, en geef een weergavenaam op. Klik daarna op het plusje bij Mappen en selecteer een of meer mediamappen voor deze bibliotheek. Je kunt ook verwijzen naar gedeelde netwerkmappen via het UNC-pad, zoals \\nas\media.

Bevestig met OK om de bibliotheek aan te maken. Op dezelfde manier kun je vervolgens extra mediabibliotheken toevoegen.

Kies een passend inhoudstype voor je mediabibliotheken.

Jellyfin: bibliotheekinstellingen

Klik nu eerst op het knopje met de drie puntjes bij een toegevoegde bibliotheek. Naast voor de hand liggende opties als Hernoemen en Verwijderen vind je hier onder meer ook Bibliotheek beheren, met instellingen die deels afhangen van het gekozen inhoudstype. Sommige, zoals Voorkeurstaal voor downloads, spreken voor zich, maar een optie als Ingesloten titels boven bestandsnamen verkiezen vraagt wellicht enige toelichting. Deze is namelijk vooral handig als de bestandsnamen van je media de inhoud niet duidelijk weergeven.

Een andere optie is nog Nfo bij Metadata-opslag: activeer deze als je wilt dat Jellyfin de metadata en afbeeldingen opslaat in de mediamappen zelf in plaats van in de programmamap. Bij films kun je bovendien bepalen van welke diensten afbeeldingen mogen worden gedownload en of deze in de mediamappen bewaard moeten blijven. Er zijn verder opties voor het tonen van hoofdstukafbeeldingen en het zogeheten trickplay, wat bijvoorbeeld handig is tijdens het spoelen, maar wel meer rekenkracht vergt.

Afhankelijk van het inhoudstype zijn er best veel opties voor je bibliotheek.

Jellyfin: gebruikersbeheer

Terug in het venster met je bibliotheken klik je op Volgende en stel je de voorkeurstaal (Dutch; Flemish) en regio in (Netherlands of Belgium). In het volgende scherm laat je het vinkje staan bij Externe verbindingen met deze server toestaan als je ook buiten je netwerk toegang wilt tot je mediaserver. Rond af met Voltooien en meld je aan.

Via de knop linksboven kun je diverse instellingen aanpassen. Open Controlepaneel voor allerlei technische informatie over je serverinstallatie. Bij Gebruikers kun je anderen, bijvoorbeeld gezinsleden, toegang geven tot Jellyfin. Klik op de plusknop, vul een naam en wachtwoord in en bepaal tot welke mediabibliotheken de gebruiker toegang heeft. Klik op het knopje met de drie puntjes naast een gebruiker en kies Gebruiker bewerken om de machtigingen nauwkeurig aan te passen. Het tabblad Ouderlijk toezicht is daarbij handig voor kinderen.

Je legt haarfijn vast wat welke gebruikers (niet) mogen doen.

Jellyfin: extra opties

In het menu vind je nog een paar nuttige opties. Bij Afspelen / Transcoderen kun je hardwareversnelling inschakelen als je systeem dit ondersteunt. Onder Afspelen / Streamen kun je een bitsnelheidslimiet instellen om te voorkomen dat apparaten buiten je netwerk je uploadverbinding te zwaar belasten. Bij Geavanceerd / Netwerken staan diverse instellingen voor een optimale netwerkconfiguratie. Je kunt hier het poortnummer aanpassen waarop Jellyfin draait (standaard 8096 voor http en 8920 voor https), https activeren als er een certificaat beschikbaar is en bepalen welke apparaten of netwerken extern toegang krijgen tot je server. Bevestig alle aanpassingen onderaan met Opslaan.

Verder is er het onderdeel Plug-ins, waarmee je Jellyfin eenvoudig uitbreidt. Standaard zijn enkele plug-ins al aanwezig, maar via Alle vind je er nog zo'n dertig, zoals Open Subtitles en LrcLib Lyrics. Doorgaans volstaat het een plug-in te openen en op Installeren te klikken. Na een herstart verschijnt deze bij de geïnstalleerde plug-ins en kun je deze via Instellingen verder configureren.

Jellyfin laat zich handig uitbreiden met meer dan 30 plug-ins.

Jellyfin: client-verbinding

Om je mediabibliotheken via een ander apparaat te benaderen, kun je een browser gebruiken met het adres http://<interne-ip-adres-server>:<serverpoort>, zoals http://192.168.0.138:8096. Open daarna een bibliotheek en kies wat je wilt afspelen. Je kunt dit ook anders doen: op www.jellyfin.org vind je namelijk verschillende client-apps voor smart-tv's, mediaspelers als Google Cast en Apple TV, en desktop- en mobiele apps voor onder meer Android, iOS en iPadOS.

We nemen de Jellyfin-app uit de Android Play Store als voorbeeld. Installeer de app en start deze op. Bevindt jouw Android-toestel zich in hetzelfde netwerk als de Jellyfin-server, tik dan op Server kiezen en selecteer de juiste server. Je kunt natuurlijk ook handmatig het (interne) ip-adres of de hostnaam van de server met de netwerkpoort invoeren.

Na een succesvolle aanmelding heb je toegang tot je gedeelde media. Via het pictogram Afspelen op kun je de inhoud ook streamen naar onder meer een Google Chromecast.

Jellyfin heeft clients voor uiteenlopende platformen (hier: Android).
View post on TikTok

Syncthing: wat en hoe?

Wil je, bijvoorbeeld om privacyredenen, je data liever niet via cloudproviders synchroniseren, dan kun je dat doen binnen je eigen 'private cloud' met Syncthing. Je koppelt bijvoorbeeld je pc, laptop en NAS rechtstreeks via een beveiligde verbinding.

De tool werkt via peer-to-peer-synchronisatie: elk apparaat draait dezelfde software en communiceert via versleutelde verbindingen. Na het koppelen van apparaten met een unieke ID en het delen van een map zorgt Syncthing dat alle wijzigingen in realtime worden overgezet, zonder tussenkomst van externe servers of cloudaccounts. Alleen als een directe verbinding uitzonderlijk niet lukt, ondanks geavanceerde NAT-traversaltechnieken, schakelt Syncthing over op publieke relayservers. Je data blijven ook dan nog steeds end-to-end versleuteld en worden niet opgeslagen op die servers.

Syncthing installeren

Ga naar www.syncthing.net en klik op Syncthing Windows Setup of bezoek rechtstreeks www.github.com/Bill-Stewart/SyncthingWindowsSetup. Klik daar op Latest en download syncthing-windows-setup.exe. Start het met een dubbelklik. Klik op Next (twee keer) en kies een geschikte, lege installatiemap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en laat de standaardinstellingen staan, tenzij je bijvoorbeeld de standaardpoort 8384 van de service wilt wijzigen. Klik nogmaals op Next en laat de vinkjes staan zodat Syncthing automatisch met Windows opstart. Bevestig met Installeren en vervolgens met Ja om de firewallregels toe te voegen. Sluit af met Finish en open je browser op het adres http://localhost:8384.

Je kunt de basisinstellingen in principe ongemoeid laten.

Syncthing: basisconfiguratie

Je komt nu in het Syncthing-dashboard met enkele gebruiksstatistieken. Open eerst Acties / Instellingen en ga naar het tabblad GUI om veiligheidshalve een gebruikersnaam en wachtwoord in te stellen voor toegang tot het dashboard. Bevestig met Opslaan en meld je aan.

Ga daarna opnieuw naar Instellingen en open het tabblad Verbindingen. Hier kun je onder meer de download- en uploadsnelheid beperken. Je laat hier bij voorkeur de opties NAT traversal inschakelen, Relaying inschakelen, Globale detectie en Lokale detectie aangevinkt staan. Bevestig opnieuw met Opslaan.

In het hoofdvenster klik je vervolgens op +Map toevoegen. Geef een naam op bij Maplabel, kies een (hoofdlettergevoelig) Map-ID en vul bij Maplocatie het volledige pad in, bijvoorbeeld C:\Gegevens. Klik op Opslaan. Bij de toegevoegde map kun je vervolgens detailinformatie bekijken, de map (opnieuw) scannen, bewerken of verwijderen.

De eerste map is klaar om via Syncthing gedeeld te worden.

Syncthing: client-verbinding

Nu moet je Syncthing nog vertellen met welke apparaten je de map wilt delen voor synchronisatie. Daarvoor heb je minstens één extra apparaat nodig. Clients bestaan voor verschillende platformen; voor iOS kun je Möbius Sync gebruiken.

We nemen Android als voorbeeld, met de app Syncthing-Fork uit de Play Store. Tik tijdens de eerste setup op Machtiging verlenen en activeer de gevraagde rechten voor datadeling, batterij-optimalisatie, locatie en meldingen.

In het hoofdvenster van Syncthing-Fork open je het tabblad Apparaten en tik je op de plusknop. Als server en client zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het apparaat-ID van je server meestal automatisch gedetecteerd. Zo niet, open dan op je serverdashboard Acties / ID weergeven en vul het getoonde ID handmatig in of scan de QR-code. Geef op de client een apparaatnaam op en bevestig met het vinkicoontje.

Herhaal dit op je server door in het hoofdvenster op de groene knop +Apparaat toevoegen te klikken en het juiste apparaat-ID van het clienttoestel in te voeren. Bevestig met Opslaan.

Open daarna op je server de gedeelde map, kies Bewerken, ga naar het tabblad Delen, vink het clienttoestel aan en bevestig met Opslaan. Accepteer de meldingen om de synchronisatie te starten en kies op je client welke map voor downloads wordt gebruikt.

De synchronisatie tussen beide apparaten is gelukt.

Externe connectie

Omdat Syncthing gebruikmaakt van NAT-traversaltechnieken en relayservers, kun je de server ook via internet bereiken. In je client-app geef je dan eventueel nog aan dat Syncthing via een mobiele dataverbinding mag werken, via Instellingen / Uitvoervoorwaarden.

Bij Jellyfin en veel andere thuisservers komt er helaas wat meer kijken om externe verbindingen mogelijk te maken. Je moet dit niet alleen in de server toestaan, maar ook op netwerk- en routerniveau instellen. In je router kun je bijvoorbeeld een poortdoorverwijzing (Port Forward of ook wel Virtual Server) maken naar het interne ip-adres van je server, eventueel met een andere poort. Zo kun je ook poort 80 koppelen aan <internet-ip-adres-jellyfin-server>:8096, zodat externe gebruikers poort 8096 niet hoeven te onthouden.

Maak bij voorkeur ook een gratis dynamische DNS-naam aan, zodat je netwerk bereikbaar blijft, zelfs bij een wisselend ip-adres, bijvoorbeeld via een ddns-provider als Dynu. Met de bijbehorende updater-tool houd je deze koppeling actief.

Nog betrouwbaardere, maar technisch complexere alternatieven zijn een VPN (eventueel Tailscale op basis van WireGuard) of een Cloudflare Tunnel.