ID.nl logo
Huis

MBR of GPT: Alles over efficiënt partitioneren

Op een schijf installeer je een besturingssysteem en bewaar je data. Dat dient natuurlijk volgens strikte regels te verlopen. Zo moet je 'm eerst partitioneren en daar bestaan meerdere methodes voor, zoals MBR of GPT. We gaan hier in op de verschillen ervan.

Wanneer je in Windows een gloednieuwe schijf stopt, verschijnt die normaal gesproken niet zomaar in Windows Verkenner. Je hebt immers nog geen stationsletter toegekend en bovendien moet de schijf eerst worden geformatteerd. Anders gezegd, je dient de schijf van een bepaald bestandssysteem te voorzien, zoals exfat of ntfs. Zo’n bestandssysteem is weinig meer dan een set regels die het wegschrijven en inlezen van data op het opslagmedium regisseert. Echter, voordat je een schijf kunt formatteren, moet je die eerst partitioneren oftewel opdelen in logische volumes, ook als het je bedoeling is slechts één volume te gebruiken dat de hele schijf overspant.

Er zijn in principe twee partitieschema’s beschikbaar: mbr (master boot record) en gpt (guid partition table). Soms maakt die keuze niet zoveel uit, maar er zijn ook scenario’s waarin je eigenlijk gedwongen bent een bepaalde keuze te maken, wat dan vooral te maken heeft met het feit dat de partitiestructuur ook verband houdt met hoe een pc opstart. Het bootproces en de partitiestijl van een computer zijn dus twee verstrengelde aspecten die daarom ook beide aan bod komen in dit artikel.

Mbr-sector

We vertellen wat meer over mbr, het partitieschema dat al zo’n 35 jaar geleden werd bedacht. Linux kleeft er dan ook het archaïsche label ‘ms-dos’ op, maar toch kan mbr ook vandaag nog enig bestaansrecht claimen (zie de laatste paragraaf ‘De keuze’).

Mbr staat voor master boot record en wie iets van schijfstructuren weet, weet dat dit de eerste fysieke sector op een (opstartbare) schijf is. Het partitieschema is naar deze sector genoemd precies omdat die zo cruciaal is.

Zodra de bootstrapping-firmware uit het rom-bios in het geheugen is ingeladen, past die de uitvoerbare code uit de mbr-sector toe. Deze code controleert vervolgens de hoofdpartitietabel, die zich helemaal op het einde van deze sector bevindt – op de bootsector-handtekening 55AAh na. Deze tabel bevat namelijk de begin- en eindsector van de beschikbare schijfpartities. Een mbr-schijf kan in principe maximaal vier primaire partities bevatten, maar zodra je vanuit het Windows schijfbeheer een vierde partitie toevoegt, maakt Windows van deze partitie automatisch al een ‘uitgebreide partitie’ (extended partition), die zich dan verder laat opdelen in een aantal logische stations.

Tijdens de scan van de partitietabel wordt meteen gecontroleerd welke partitie als ‘actief’ werd gemarkeerd (met de bootsector-indicator 80h): de bootsector van het OS op die partitie handelt dan het verdere bootproces af.

Een uitstekende manier om deze mbr-sector zowel in hexcode als op geïnterpreteerde manier te bestuderen, is met de gratis tool Active@ Disk Editor. Je hoeft hier maar de juiste fysieke schijf te selecteren, linksboven het sjabloon Master Boot Record op te vragen en daar op het knopje met template fields coloring te klikken. De diverse componenten van de partitietabel, waaronder active partition flag, first sector, file system id enzovoort worden dan netjes leesbaar weergegeven.

©PXimport

Eén van de beperkingen van de mbr-partitiestijl is je inmiddels duidelijk geworden: een beperkt aantal (primaire) partities. Voor de doorsnee gebruiker is dat wellicht niet het grootste nadeel. Wellicht belangrijker is dat het aantal sectoren van een partitie in de partitietabel van een mbr-schijf als een 32bits-waarde wordt opgeslagen. Dat levert de volgende rekensom op: 2^32 x 512 bytes (de standaardgrootte van een fysieke sector) is circa 2,2 TB (of zo’n 2 TiB).

Schaf je je dus een schijf met een hogere capaciteit aan, dan wordt die begrensd op maximaal 2,2 TB en de rest van de schijf wordt ijskoud genegeerd. Nu zijn er ook wel schijven met meer dan 512 bytes per sector (zie kader ‘Meer dan 512 bytes per sector’), maar oudere besturingssystemen en heel wat schijftools zijn vast geprogrammeerd (‘hard coded’) om met sectorgroottes van 512 bytes om te gaan, wat tot compatibiliteitsproblemen kan leiden.

Een ander nadeel van een mbr-schijf is dat de mbr-sector zich steevast op de eerste fysieke sector van een opslagmedium bevindt. Raakt deze sector corrupt, dan kan de schijf – evenmin als de opgeslagen data – in zijn geheel niet meer (correct) worden benaderd.

En gpt dan?

Al deze restricties creëerden de noodzaak voor een nieuwe partitiestijl: gpt, wat staat voor guid partition table; guid op zijn beurt staat voor globally unique identifiers. De meeste besturingssystemen van de laatste pakweg acht jaar ondersteunen gpt. Willen Windows of macOS van een gpt-schijf kunnen opstarten, dan kan dat alleen maar in combinatie met (u)efi-firmware (zie paragraaf ‘Uefi’).

Wanneer je een gpt-schijf met een hex-editor bekijkt, dan zul je op de eerste fysieke sector alsnog een structuur herkennen die erg lijkt op die van een mbr-schijf. Dat komt omdat deze sector het zogenoemde protective mbr bevat. Dat is een bewuste strategie: door dit protective mbr zullen besturingssystemen en tools die niet met gpt overweg kunnen, aannemen dat de schijf van één grote, onbekende partitie is voorzien (want filesystem-ID EEh) en daardoor in principe geen verdere, ongewenste manipulaties toelaten.

Je begrijpt meteen wat we bedoelen als je een gpt-schijf met het programma Active@ Disk Editor bekijkt via het sjabloon Master Boot Record. Stel je Active@ Disk Editor in op het sjabloon GUID Partition Table, dan krijg je een goed inzicht in de typische opbouw van het gpt-partitieschema: eerst het Partition type GUID (zoals Microsoft Reserved Partition of Basic Data Partition), gevolgd door het Unique partition GUID.

©PXimport

Windows accepteert standaard tot 128 partities, maar dat is een beperking van het besturingssysteem zelf: het gpt-schema staat een onbeperkt aantal partities toe. De grootte van zo’n partitie is zo goed als onbeperkt: gaan we uit van fysieke sectoren van (slechts) 512 bytes, dan wordt maar liefst 9,4 ZB ondersteund (een zettabyte is 10^21).

Gpt biedt niet alleen een onbeperkt aantal partities van een nagenoeg onbeperkte capaciteit aan, er wordt tevens een kopie van de partitie- en bootdata bewaard. Wanneer de primaire gpt-header corrupt geraakt, wat dankzij uitgebreide cr-checks (cyclic redundancy) snel wordt gedetecteerd, dan kan die op basis van die kopie automatisch worden hersteld.

Gpt en uefi

We hebben het al een paar keer aangegeven: de ontwikkeling van gpt is nauw verweven met uefi oftewel Unified Extensible Firmware Interface. Zeg maar, de opvolger van het oude bios. Intussen is uefi aan versie 2.7A toe (augustus 2017): je vindt alle technische details over deze specificatie in deze lijvige pdf van circa 2500 pagina’s. Hoofdstuk 5 gaat heel specifiek over gpt.

Niet alleen maakt uefi voor de instellingen een prettige, grafische interface mogelijk (in een hoge schermresolutie en met ondersteuning voor aanraakschermen), ook naar veiligheid gaat de nodige aandacht uit, dankzij de ‘secure boot’-functie. Die controleert in een versleutelde database of een driver of app wel van een geldige handtekening is voorzien. Is dat niet het geval, dan weigert het systeem door te starten. Met uefi kunnen tevens firmware en drivers in 32- en zelfs in 64bit-modus opereren, zodat tijdens het opstarten meer geheugen kan worden aangesproken.

Het bootproces van een uefi-bios in combinatie met een gpt-schijf verloopt in een notendop als volgt. Initieel voert het uefi, net als bij het klassieke bios, enkele systeemconfiguratie-functies uit. Vervolgens wordt de guid-partitietabel (gpt) ingelezen, die zich in block 1 op de schijf bevindt, meteen achter block 0 met het protective mbr.

De efi-bootloader identificeert de efi-systeempartitie. Dat is een eenvoudige fat32-partitie (oudere Linux-distributies creëerden hiervoor zelfs nog een fat16-partitie) en bewaart in afzonderlijke mappen de bootloaders van de besturingssystemen die op de andere schijfpartities zijn geïnstalleerd. Voor een x64-besturingssysteem is dat bijvoorbeeld bootx64.efi, daarnaast komen bootia32.efi, bootia64.efi (Itanium), bootarm.efi en bootaa64.efi (ARM) voor. Zo’n bootloader initialiseert vervolgens een bootmanager, die uiteindelijk het eigenlijke besturingssysteem laat opstarten.

©PXimport

De keuze: mbr of gpt?

De belangrijkste kenmerken van beide partitieschema’s zijn inmiddels aan bod gekomen en het is overduidelijk dat gpt met uefi de meest toekomstgerichte oplossing biedt. Zo is Intel bijvoorbeeld voornemens tegen 2020 alleen nog zuivere uefi-systemen aan te bieden, zonder legacy bios-ondersteuning (uefi klasse 3).

Toch kunnen er nog scenario’s zijn waarin je mbr kunt overwegen. Werk je bijvoorbeeld met een ouder besturingssysteem als Windows XP 32 bit, dan heb je gewoon geen keuze: dit besturingssysteem ondersteunt gpt niet, niet als systeempartitie en zelfs niet als datapartitie. Windows XP 64 bit ondersteunt gpt uitsluitend als datapartitie en dus niet voor de systeempartitie.

Alle 64bit-Windows-versies vanaf Vista kunnen wél opstarten vanaf een gpt-systeempartitie, althans met een uefi-bios. Beschik je dus over een oudere pc met een klassiek bios waarop je een 64bit-Windows-versie wilt draaien, dan zit er weinig anders op dan voor mbr te kiezen.

▼ Volgende artikel
CES 2026: 4 opvallende dingen gespot door Martin van Power Unlimited Tech
Huis

CES 2026: 4 opvallende dingen gespot door Martin van Power Unlimited Tech

Je hebt ze deze week al eerder voorbij zien komen: de meest opvallende dingen die Martin Verschoor van Power Unlimited Tech tegen is gekomen op de CES in Las Vegas. We hebben er weer een aantal voor je verzameld!

Ook leuk: CES 2026: 3 opvallende dingen gespot door Martin van Power Unlimited Tech

De Mouth of Truth (maar dan anders)

View post on TikTok

Samsung SmartThings-AI als dierenarts 

View post on TikTok

TCL AiMe: gezelschapsrobot wordt steeds persoonlijker

View post on TikTok

LG televisie: met recht een Wallpaper-tv

View post on TikTok
▼ Volgende artikel
CES 2026: LG OLED evo W6 Wallpaper TV is 9 mm dun en is 'true wireless' met Zero Connect Box
© LG
Huis

CES 2026: LG OLED evo W6 Wallpaper TV is 9 mm dun en is 'true wireless' met Zero Connect Box

LG heeft op CES 2026 de OLED evo W6 aangekondigd: een nieuwe versie van zijn Wallpaper TV die ongeveer 9 millimeter dun is en vrijwel vlak tegen de muur kan hangen. Aansluitingen zoals HDMI zitten niet meer in het scherm, maar in een losse Zero Connect Box die je tot 10 meter verderop kunt plaatsen; beeld en geluid gaan daarna draadloos naar de tv.

View post on TikTok

LG grijpt met de W6 terug op het 'Wallpaper Design' dat het in 2017 introduceerde. Het idee is dat de tv zo min mogelijk uitsteekt en van rand tot rand vlak tegen de muur hangt. Volgens LG is dat gelukt door interne onderdelen te verkleinen en de opbouw van het toestel opnieuw te ontwerpen. De wandbeugel is daarbij aangepast om de tv strakker tegen de muur te laten zitten.

Het 'true wireless'-deel zit in die Zero Connect Box. Daar sluit je al je bronnen op aan, terwijl de tv zelf zo leeg mogelijk blijft. LG zegt dat de draadloze verbinding 4K-video en audio naar het scherm stuurt zonder zichtbaar kwaliteitsverlies. In de praktijk is dit vooral interessant als je geen kabelbundel naar de tv wilt of als je apparatuur liever in een kast zet, bijvoorbeeld een spelcomputer of settopbox.

Naast het ontwerp zet LG ook in op beeldkwaliteit. Het bedrijf spreekt over een nieuw beeldpakket met 'Hyper Radiant Color Technology'. Dat moet dat zorgen voor diep zwart, felle kleuren en een hogere helderheid, terwijl reflecties op het scherm juist worden teruggedrongen.

De beeldverwerking komt van de nieuwe α (Alpha) 11 AI Processor Gen3. LG stelt dat de neurale rekenkracht in deze generatie flink is toegenomen en dat een 'Dual AI Engine' twee taken tegelijk kan uitvoeren: ruis verminderen én detail behouden. Dat moet vooral helpen bij gecomprimeerde streams en oudere content, waar tv's soms óf te veel gladstrijken óf juist onnatuurlijk scherpte toevoegen.

Ook op gaming mikt LG nadrukkelijk. De W6 en de andere 2026 OLED evo-modellen ondersteunen 4K met een verversingssnelheid tot 165 Hz, samen met NVIDIA G-SYNC Compatible en AMD FreeSync Premium om tearing te beperken. Verder zijn Auto Low Latency Mode en een opgegeven pixelresponstijd van 0,1 ms aanwezig, wat vooral belangrijk is als je snel bewegende games speelt en zo weinig mogelijk vertraging wilt.

Aan de softwarekant blijft webOS het platform, met extra personalisatie. Via Voice ID kan de tv herkennen wie er praat en schakelt hij naar een persoonlijke startpagina met bijbehorende apps en widgets. LG integreert daarnaast AI-functies met onder meer Google Gemini en Microsoft Copilot, zodat je vragen kunt stellen of extra context kunt opvragen zonder de app te verlaten. Met de nieuwe optie 'In This Scene' kun je bijvoorbeeld informatie over acteurs en gerelateerde content oproepen.

Wie de tv ook als 'scherm aan de muur' wil gebruiken, heeft toegang tot LG Gallery+. Dat is een dienst die de tv afbeeldingen laat tonen, van kunst en video-stills tot eigen foto's en beelden die je met generatieve AI maakt. LG zegt dat er ruim 4.500 visuals beschikbaar zijn en dat de dienst op meer modellen in de 2026-line-up uitrolt, niet alleen op de W6.

Wanneer de LG OLED evo W6 precies op de markt komt, in welke formaten en wat de prijzen gaan worden is nog niet bekend.

©LG

 Bekijk alle televisies van LG op Kieskeurig.nl