ID.nl logo
Data herstellen met Active@ Disk Editor
© Reshift Digital
Huis

Data herstellen met Active@ Disk Editor

In dit artikel richten we ons op data herstellen. We gebruiken speciale software die gegevensbestanden en datastructuren op een meer ‘fysiek’ niveau benadert.

Een bestandsbrowser als Windows Verkenner doet wat de naam aangeeft: je kunt er je schijf alleen op bestandsniveau mee benaderen. Je krijgt normaliter alleen toegang tot systeem- en gegevensbestanden, maar niet tot datastructuren als bootsectoren, MFT (Master File Table), MBR (Master Boot Record) of de GPT (GUID Partition Table). Met speciale software, zogeheten fysieke-schijfeditors, krijg je toegang tot (bijna) de complete schijf en laten de ruwe data zich tot op sectorniveau analyseren en bewerken. Twee waarschuwingen zijn hier op hun plaats. Gebruik van zulke tools veronderstelt een stevige voorkennis van schijf-, partitie- en bestandsstructuren. Verder moet je beseffen dat een ondoordachte handeling een onwerkbare schijf of een beschadigd bestand kan veroorzaken.

Verkenning

Een prima schijfeditor is Active@ Disk Editor (gratis voor persoonlijk gebruik). Het programma is beschikbaar voor Linux en Windows. We gaan met deze laatste aan de slag. Je vindt een beknopte handleiding van Active@ Disk Editor via https://kwikr.nl/deman.

Het startvenster mag je gerust sluiten, waarna je vanuit het navigatievenster het gewenste object kunt selecteren. In het linkerdeelvenster onder My Computer vind je zowel de fysieke schijven (zoals PhyiscalDrive0) als de logische mapstructuren terug (zoals C:\Windows\System32). Uiteindelijk kun je zo afdalen tot op bestandsniveau.

Wanneer je een item selecteert, krijg je hierover allerlei nuttige informatie te zien in het venster Properties. Bij een fysieke schijf is dat bijvoorbeeld de partitiestijl en het aantal sectoren per spoor. Bij een logische schijf (zoals C:) is dat onder meer de volumegeometrie, zoals de startsector en het totaal aantal sectoren.

©PXimport

Schijfniveau

Stel even, je wilt de MBR (Master Boot Record) of de GUID-partitietabel nakijken. Klik dan linksboven op My Computer, klik met rechts op de schijf (bijvoorbeeld PhysicalDrive0) en kies Open in Disk Editor. In het middelste deelvenster tref je zowel de hexadecimale, ASCII- als Unicode-weergave aan van de ruwe data in de opeenvolgende schijfsectoren. Active@ Disk Editor is redelijk slim, want afhankelijk van de partitiestijl van je schijf krijg je automatisch de MBR-sector (in de eerste fysieke sector) of de GUID Partition Table (in LBA 1; net daarvoor bevindt zich de ‘protective’ oftewel dummy MBR).

De app markeert de onderdelen met verschillende kleuren en als het goed is, toont die in het linkerdeelvenster ook automatisch de bijbehorende datastructuur, inclusief aanklikbare links. In het uitklapmenu zijn er nog andere structuursjablonen beschikbaar, maar het heeft natuurlijk alleen zin die te selecteren bij de juiste sector. Goed om weten: via het menu Navigate navigeer je ook rechtstreeks naar specifieke structuren, zoals Primary FAT32 / FAT1 of Primary NTFS / $MFT Mirror. Of je kiest hier Go to Sector of Go to Offset, als je goed weet waar je wilt zijn.

Als je merkt dat een datastructuur, zoals de MBR of GPT corrupt is, op basis van informatie via bijvoorbeeld https://kwikr.nl/drivembr of https://kwikr.nl/drivegpt), dan kun je die eventueel bewerken. Daarvoor moet je wel eerst met rechts op de data klikken, Allow Edit Content selecteren en je aanpassingen bevestigen met de knop Save. Nogmaals: doet dit enkel als je zeer goed weet wat je doet.

©PXimport

Professioneel dataherstel

Lukt het je maar niet om je data toegankelijk te maken of terug te halen, dan kun je nog de hulp inroepen van een professioneel dataherstelbedrijf. Naast veel praktijkervaring beschikken die over een ISO 5 (Class 100) cleanroom met geavanceerde apparatuur waarmee vaak nog gegevens terug te halen zijn op schijven met een defecte controller of op fysiek beschadigde schijven.

De kostprijs van het herstel is afhankelijk van de aard van de schade en vaak ook van de hoeveelheid te herstellen data. Het is dus belangrijk eerst een vooronderzoek uit te laten voeren. Bij sommige bedrijven is deze diagnose onder bepaalde voorwaarden gratis. Het is wel zo duidelijk als op de website prijzen voor verschillende herstelscenario’s staan vermeld, zoals op www.stellar.nl/prijzen.htm en https://datarecuperatie.be/price_estimate.

Veel bedrijven hanteren het principe ‘no cure, no pay’, wat zoveel betekent als: kunnen we geen data herstellen, dan hoef je niets te betalen. Even op internet zoeken naar bijvoorbeeld dataherstel Nederland of dataherstel België levert al meteen diverse kandidaten op.

Bestandsniveau

Zoals gezegd kun je met Active@ Disk Editor ook dataherstel op bestandsniveau uitvoeren. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar specifieke tekst in verloren bestanden en heb je geen idee waar die data zich bevinden, dan kun je de ingebouwde zoekfunctie Find gebruiken, waar je zowel naar ANSI-, Hex- als Unicode kunt zoeken. Jokertekens en reguliere expressies zijn eveneens mogelijk. Via Per block search kun je tevens naar specifieke offsets speuren, wat handig kan zijn als je bijvoorbeeld naar specifieke bestandsheaders of verloren partities gaat speuren.

Het kan natuurlijk ook gewoon zijn dat je het bestand prima kunt lokaliseren, maar dat het beschadigd blijkt. Selecteer dan het bestand vanuit My Computer en open opnieuw Active@ Disk Editor. Misschien is alleen de bestandsheader aangetast en kun je die op basis van een ‘gezond’ exemplaar van hetzelfde type herstellen via een copy-paste operatie. Bij bepaalde bestandstypen krijg je via File Preview een handige voorbeeldweergave.

Ook interessant: klik je vanuit My Computer met rechts op een bestand en kies je Inspect File Record, dan voert de app je meteen naar de bijbehorende ingang in de FAT of de MFT. Kortom, er zijn heel wat manieren waarop je een tool als Active@ Disk Editor voor datahersteloperaties kunt inzetten.

©PXimport

HxD

Mocht Active@ Disk Editor je toch niet bevallen, dan is HxD nog een mogelijk alternatief (gewoon te installeren of portable; 32 en 64 bit). Met deze software, die je bij voorkeur start als administrator, kun je de ruwe data van zowel bestanden, schijfstructuren en -images als gebieden in het intern geheugen benaderen. Om data te kunnen bewerken, moet je wel eerst een veiligheidsschakelaar omzetten bij Extra’s / Opties, waar je op het tabblad Algemeen het vinkje weghaalt bij Open schijven standaard als alleen-lezen.

Handig zijn de ingebouwde zoekfunctie (zowel naar tekststrings, hex-waarden, integers als floating-point-getallen) en de mogelijkheid om geselecteerde datablokken in één keer te vullen met bepaalde patronen. Helaas ontbreken handige navigatie-opties om snel naar een specifieke datastructuur te gaan en structuursjablonen, zoals je die bij Active@Disk Editor wel aantreft.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.