ID.nl logo
Zo maak je je systeem en netwerk veiliger
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je je systeem en netwerk veiliger

Je hebt phishingmails zo door en je hebt natuurlijk een firewall en een antivirustool draaien, maar zijn je systeem en je (thuis)netwerk nu helemaal veilig? Microsoft en andere softwareontwikkelaars waarschuwen namelijk geregeld voor nieuwe kwetsbaarheden. Hoe detecteer je die en hoe dicht je de gaten in Windows en in je netwerk?

Elke softwareontwikkelaar hoort zich ook met vulnerability management bezig te houden. Anders gezegd: hij dient grondig na te gaan welke mogelijke kwetsbaarheden de (systeem)software op elk moment bevat, bij voorkeur voor ze daadwerkelijk worden geëxploiteerd. Dat is een arbeidsintensieve en lastige taak. Immers, dat er vandaag geen kwetsbaarheid is, betekent niet dat die er morgen ook niet is. Het zou namelijk best kunnen dat er nieuwe en krachtiger aanvalstechnieken ontwikkeld worden die een eerdere beveiliging zomaar onderuithalen.

Ook Microsoft is zich daarvan bewust (zie ook www.tiny.cc/msvulna). Zo zijn er, naast allerlei ‘bug bounty’-programma’s en geautomatiseerde kwetsbaarheidsscans op basis van AI, ook zogeheten red teams van ethisch hackers die continu bezig zijn met het uitvoeren van penetratiestests.

Dat neemt niet weg dat er nog vaak nieuwe kwetsbaarheden worden gemeld en niet alleen door of van Microsoft. Als (thuis)systeembeheerder doe je er dus goed aan hiervan zo goed mogelijk op de hoogte te zijn. Bruikbare en doorzoekbare informatiebronnen zijn onder meer https://cve.mitre.org/cve (Common Vulnerabilities and Exposures), https://seclists.org/fulldisclosure en www.exploit-db.com (met onder meer de Google Hacking Database).

In deze masterclass gaan we na op welk niveaus kwetsbaarheden zich zoal kunnen voordoen en hoe je die, met behulp van veelal gratis tools, kunt opsporen en als het goed is, neutraliseren.

©PXimport

Kwetsbaarheidsniveaus

Elke goed geïnformeerde gebruiker weet dus dat er altijd wel kwetsbaarheden zijn die zijn systeem of netwerk kunnen compromitteren. De vraag is wel: op welke niveaus komen ze voor? Als we fysieke bedreigingen buiten beschouwing laten, waarbij een aanvaller zich toegang weet te verschaffen tot de fysieke machine, resten eigenlijk alleen aanvallen van buitenaf, via het internet of het netwerk. Dat maakt dat je router (alias de centrale toegangspoort) van cruciaal belang is, zeker wanneer je services bewust van buitenaf toegankelijk wilt maken, zoals een web- of mailserver. In dat geval kan een netwerkscanner absoluut zinvol zijn. Een web-kwetsbaarheidsscanner is ook nuttig wanneer je een dynamische site of webapplicatie draaien hebt, zoals op basis van JavaScript en/of een SQL-database.

Naast de ‘network edge’ dien je ook de individuele netwerkclients op potentiële kwetsbaarheden te scannen. Ongeacht het gebruikte besturingssysteem focus je je hierbij het best op diverse aspecten. We denken onder meer aan updates van het besturingssysteem en van (kritische) applicaties, accountbeheer en (netwerkgerelateerde) configuratie-instellingen, zoals die van je firewall, browser en netwerkprofielen (privé, openbaar, domein). Laten we met zulke clientcontroles beginnen. We richten ons hier op Windows-systemen.

Security suite

Met Windows Defender heb je al een degelijke antimalwaretool in huis en is er eigenlijk weinig reden om een extern antiviruspakket aan te schaffen. Wel is het zo dat de meeste antivirustools deel uitmaken van een security suite en die biedt vaak wel nuttige extra’s. Zo bevat Bitdefender Total Security (vanaf 34,99 euro per jaar voor vijf toestellen), naast modules als antispam, ransomwareprotectie en VPN, onder meer een kwetsbaarheidsanalyse. Die huldigt helaas het black box-principe (lees: niet altijd even duidelijke oorzaken of remedies) maar is toch leerzaam. Via www.bit.ly/bitdefdown vind je een gratis proefversie voor dertig dagen. Ruimschoots de tijd dus om op Kwetsbaarheidsscan te klikken en de resultaten te bestuderen. Ook deze scan focust op verouderde en kwetsbare software, ontbrekende Windows-veiligheidspatches en potentieel onveilige systeeminstellingen. Dit laatste gaat dan onder meer over het automatisch verbinden met publieke hotspots of het niet afdwingen van versleuteling over wifi.

©PXimport

Updatebeheer

Kwetsbaarheidsbeheer kan niet zonder gestructureerd update- en patchbeheer. Nu is het wel zo dat Windows (ga naar Instellingen / Bijwerken en beveiliging / Windows Update) en veel applicaties automatisch op updates kunnen checken en die vaak ook downloaden en installeren. Maar je doet er toch goed aan de update-instellingen regelmatig te controleren en na te gaan of alle nodige updates daadwerkelijk zijn geïnstalleerd.

Twee populaire tools om eventuele lacunes op te sporen (Secunia PSI en MBSA oftewel Microsoft Baseline Security Analyzer) worden helaas niet langer doorontwikkeld en zijn dus ook niet langer betrouwbaar. Het probleem met zulke tools is niet zozeer het bijwerken van de GUI-app maar het actualiseren van de koppeling met achterliggende databases. Verderop in dit artikel bespreken we een paar alternatieven in de vorm van scripts.

Wel zijn er nog diverse tools die nagaan in hoeverre geïnstalleerde applicaties up-to-date zijn en je geautomatiseerde downloads aanbieden. We zijn helaas geen voorstander van dit laatste, omdat niet altijd de juiste downloads (in de gewenste taal) worden opgehaald.

Een gratis en tegelijk een van de grondigste tools is SUMo. Klik na het opstarten op Geïnstalleerde software automatisch detecteren en vervolgens op Controleren. Je ziet nu welke applicaties aan een (grote of minder grote) update toe zijn en welke dat is, waarna je de update na controle zelf kunt downloaden van de ontwikkelaarssite. Via SUMO kan dat alleen als je de PRO-versie aanschaft.

©PXimport

Updatebeheer hoort deel uit te maken van elk kwetsbaarheidsbeheer

-

WSUS offline scan

Tools als SUMo richten zich vooral op updates van bekende applicatiesoftware. Om zeker te weten dat je ook over de alle nodige updates en patches voor Windows zelf beschikt moet je dus naar een andere geautomatiseerde oplossing uitkijken. Een bruikbaar alternatief voor MBSA is de ingebouwde Windows Update Agent (WUA) in combinatie met een WSUS offline scanbestand. Die richt zich in de eerste plaats op domeinnetwerken, maar is ook elders inzetbaar. Download eerst het betreffende scanbestand via www.tiny.cc/wsus2. (let op: het cab-bestand in kwestie wordt gelijk gedownload). Via een script kun je dan op basis van dit bestand een grondige offline scan uitvoeren. Dat kan zowel een VBS-script zijn als een PowerShell-script. Je vindt een voorbeeld voor een VBS-script via www.tiny.cc/wsusvbs (dit verwacht het scanbestand standaard in C:\) en een voorbeeld voor een PowerShell-script via www.bit.ly/wsuspower (zoekt naar het scanbestand in C:\Temp).

We kijken kort naar het PowerShell-script, maar de werking van beide is vergelijkbaar. Start PowerShell als administrator op (wij werken met PowerShell 7.x) en voer het volgende commando uit:

Install-Script -Name Scan-UpdatesOffline

Voeg met Y het scriptpad toe aan de path-variabele en bevestig dat je het script van de repository wilt downloaden. Met:

Set-PSRepository -Name "PSGallery" -InstallationPolicy Trusted

geef je aan dat je deze vertrouwt.

Ten slotte voer je Scan-UpdatesOffline.ps1 uit. Na afloop van de (langdurige) scan verschijnt het resultaat.

©PXimport

WES-NG

Een andere, snelle methode om kwetsbaarheden op te sporen is met de Python-tool Windows Exploit Suggester - Next Generation (WES-NG). Deze tool richt zich op informatie gegenereerd door de ingebouwde opdrachtregeltool systeminfo.exe, waarna die tegen databases met kwetsbaarheden wordt afgezet: Microsoft Security Bulletin, MSRC en NVD (NIST National Vulnerability Database).

Ga naar de GitHub-pagina van WES-NG via www.bit.ly/gitwesng en download het code-zipbestand. Pak dit uit naar een lege map, bijvoorbeeld naar C:\wesng. Download en installeer de complete Python-installer voor Windows via www.python.org/downloads/windows. Gemakshalve plaatst je hier ook een vinkje bij Add Python [x.y] to PATH. Vervolgens voer je de drie volgende commando’s uit op de opdrachtprompt:

pip install chardet

systeminfo.exe > sysinfo.txt

wes.py sysinfo.txt

Met het eerste commando installeer je een (aanbevolen) Python-library en het tweede zorgt ervoor dat de uitvoer van systeminfo in een tekstbestand terechtkomt. Het derde commando voert de eigenlijke kwetsbaarheidsscan uit, op basis van de gegevens uit sysinfo.txt. Als het goed is, krijg je een overzicht van de gedetecteerde kwetsbaarheden met onderaan de aangewezen patches om die gaten te dichten (zie ook kader ‘Knowledge base’). Na de installatie van de patch(es) en de herstart van Windows voer je het best opnieuw een scan uit. Via parameters kun je de uitvoer van WES-NG ook filteren, als volgt:

wes.py sysinfo.txt -s critical of

wes.py sysinfo.txt -e

Het eerste commando somt alleen kritieke kwetsbaarheden op, met het tweede check je op kwetsbaarheden waar reeds exploits voor beschikbaar zijn.

©PXimport

Knowledge base

WES-NG (en ook wel andere kwetsbaarheidsscanners) leveren je de noodzakelijk geachte patches aan in de vorm van een KB-nummer. Dat staat voor Knowledge Base, en verwijst naar Microsofts online database met Windows- en andere Microsoft-updates en patches. Op www.catalog.update.microsoft.com kun je gericht zoeken naar KB’s. We raden je aan eerst goed de bijbehorende informatie te lezen voor je een update downloadt en installeert. Zorg er ook voor dat je de juiste update voor je systeemarchitectuur te pakken hebt. Mocht je zo’n update onverhoopt toch weer willen verwijderen en lukt dat echt niet vanuit Instellingen / Bijwerken en beveiliging / Windows Update, probeer het dan als volgt: open als administrator de Opdrachtprompt en voer het volgende uit: *wusa /uninstall /kb:

©PXimport

AutoLogger

AutoLogger is strikt genomen geen kwetsbaarheidsscanner, aangezien die vooral achteraf naar sporen zoekt. Anders gezegd, naar mogelijke indicaties dat je systeem al is besmet met enigerlei vorm van malware, spyware of adware. We bewandelen hier dus in zekere zin de omgekeerde weg: aan de hand van typische kenmerken van malwaresporen proberen we uit te zoeken aan welke exploits en dus kwetsbaarheden ons systeem wellicht blootstond of -staat. We bekijken kort de werking van het AutoLogger-script van Russische origine.

Met de installatie belanden onder meer de tools AVZ (zie ook www.tiny.cc/kasavz) en HiJackThis Fork (zie ook www.bit.ly/hijackfork) op je systeem.

Je downloadt AutoLogger via www.bit.ly/autologger via de oranje knop. Pak het zip-bestand uit naar een lege map en start AutoLogger.exe op. Even later start het script automatisch een voor een de geïnstalleerde tools op en wordt je systeem grondig gescand. Dit proces kan wel even duren. Na afloop wordt de logbestanden in een zip-bestand opgenomen, in de submap \AutoLogger. Nu kun je dit zip-bestand, na je aanmelding bij GitHub, wel uploaden via een bug-tracking issue-sectie waarna je mogelijk zinvolle feedback ontvangt, maar we raden je toch aan dit bestand eerst uit te pakken en de vier logbestanden zelf te bestuderen. Mogelijk schrikt de detaillering van de gegevens je toch wat af om die data zomaar te uploaden en bovendien zijn deze logs ook best leerzaam. In het kader vertellen we je wat meer over de logs van HiJackThis Fork.

©PXimport

HiJackThis

Veel computergebruikers zullen HiJackThis, van Nederlandse origine, nog kennen als een grondige scanner voor allerlei spyware en andere malware. Helaas is de officiële ondersteuning van de tool al jaren stopgezet, maar gelukkig wordt die wel nog door derden onderhouden op GitHub. De logs zijn vaak erg uitgebreid, maar wel goed gestructureerd via secties met getalcodes. De Help-knop van dit programma geeft je op het tabblad Sections feedback over de diverse secties. Op het tabblad Keys kun je terecht voor een reeks parameters waarmee je HiJackThis verder kunt aansturen.

©PXimport

Poortscan

We verschuiven onze zoektocht naar mogelijke kwetsbaarheden nu naar de netwerkzijde van je systeem. Daar hoort natuurlijk een grondige poortscan bij. Je kunt weliswaar specifieke poorten scannen, bijvoorbeeld als je een ip-camera hebt waarvan je de beelden via een webinterface bekijkt en je wilt weten of die poort ook van buitenaf bereikbaar is. Dat kan heel eenvoudig door het adres www.grc.com/x/portprobe=<poortnummer> in je browser in te voeren. Is het juist je bedoeling dat die poort openstaat, dan ga je in elk geval na of de bijbehorende service up-to-date is en of er geen kwetsbaarheden of exploits van bekend zijn.

We raden je aan om een poortscan op een zo ruim mogelijk poortbereik uit te voeren. Immers, je kunt altijd wel een service of applicatie over het hoofd zien.

Een poortscan van binnenuit uitvoeren is uiteraard een optie, maar gezien hackpogingen doorgaans van buitenaf gebeuren, laat je er het best (ook) een online poortscan op los. Een populaire en snelle scan kan via ShieldsUP!. Klik op Proceed / All Service Ports, zodat de poorten 0 tot 1055 worden gescand.

Een blauw vakje wijst op een gesloten poort, maar nog veiliger is een groen vakje (stealth), aangezien die poort helemaal niet op binnenkomende datapakketjes reageert, wat maakt dat de hacker in principe niet weet dat er een poort aanwezig is. Een rood vakje geeft een open poort aan.

©PXimport

Poortscan: interpretatie

Klik op zo’n poortvakje voor meer details over het poortgebruik en eventuele kwetsbaarheden. Je moet wel even opletten met het interpreteren van de poortscanresultaten. Vergeet immers niet dat al het netwerkverkeer van buitenaf – dus ook de poortscans van ShieldsUP! – je router moet passeren. Voer je zo’n scan uit vanaf een netwerkclient en geven de resultaten open poorten aan, dan betekent dat niet noodzakelijk dat die openstaan op het systeem waarmee je de scan startte. Het zou zomaar kunnen dat je, ik noem maar wat, twee IoT-apparaten of ip-camera’s deze poorten gebruiken en dat je beide poorten via port forwarding (helaas) ongefilterd vanuit je router naar die apparaten hebt doorgelust. Maar het werkt ook in de andere richting: het zou kunnen dat je veel meer groene vakjes te zien krijgt, precies omdat je NAT-router deels ook als firewall fungeert.

Om echt te weten hoe je eigen systeem scoort, kun je dat ofwel rechtstreeks met je modem verbinden ofwel als DMZ in je router configureren. Je kunt ook nagaan in hoeverre het in- of uitschakelen van je firewall een verschil maakt. Besef wel dat het systeem tijdens zo’n test mogelijk onbeschermd is tegen potentiële aanvallen!

©PXimport

Een kwetsbaarheidsscan kun je ook (eerst) in een virtueel testlab uitvoeren

-

Virtueel testlab

Er bestaan natuurlijk ook gespecialiseerde kwetsbaarheidsscanners en wanneer je googelt naar ‘vulnerability scanner’ kom je al snel bij enkele kandidaten uit. Wil je het gratis doen, dan kun je de pentesting-distributie Kali Linux overwegen. Deze heeft namelijk een fraaie rubriek Vulnerability Analysis beschikbaar.

Kali Linux is beschikbaar voor WSL, maar laat zich net zo goed bare metal of in dual boot, als live bootmedium of in een virtuele machine (VM) installeren. Voor je hiermee in een productieomgeving aan de slag gaat, doe je er goed aan ervaring op te bouwen in een virtueel testlab, bijvoorbeeld met VirtualBox.

Start de tool op en ga naar Bestand / Voorkeuren. Bij Netwerk ga je naar het tabblad NAT-netwerken, klik je op de groene plus-knop en dubbelklik je op het toegevoegde item. Eventueel pas je hier de Netwerknaam (NatNetwork) en/of de Netwerk-CIDR (10.0.2.0./24) aan. Plaats een vinkje bij Inschakelen netwerk en bevestig met OK.

Je kunt nu Kali Linux ophalen, bijvoorbeeld via www.osboxes.org/kali-linux (pak het gedownloade 7z-archiefbestand uit) en als VM installeren. Bij deze download is de standaard login voor Kali Linux osboxes (User) en osboxes.org (Password; ook voor root).

Vervolgens installeer je de gewenste doelsystemen in afzonderlijke VM’s. Dat kan net zo goed ook een geïnstalleerd Windows-systeem zijn dat je met de gratis tool Disk2vhd naar een virtuele harde schijf (VHD) hebt omgezet. Deze is in PCM 11/2021 aan bod gekomen, op pagina 92.

©PXimport

Kali: kwetsbaarheidsscanners

Kali bevat al een paar handige kwetsbaarheidsscanners, zoals de populaire en krachtige tool Nikto voor het scannen op kwetsbaarheden in webservers en -applicaties. Sommige hiervan tref je helaas niet meer in Kali Linux aan, maar laten zich met wat moeite alsnog integreren, zoals netwerk-kwetsbaarheidsscanner OpenVAS (Open Vulnerability Assessment System).

OpenVAS is eigenlijk een afgeleide van de ooit zo populaire kwetsbaarheidsscanner Nessus, toen die nog opensource was. Nessus is intussen gecommercialiseerd, maar er bestaan talloze plug-ins voor, geschreven in de scripttaal NASL (Nessus Attack Scripting Language). Handig is wel dat ook OpenVAS met NASL-scripts overweg kan.

Voer de volgende gebruikelijke commando’s uit om alles te updaten:

sudo apt update

sudo apt dist-upgrade

Nu kun je OpenVAS installeren met:

sudo apt install -y openvas

Voor de verdere configuratie en het opstarten vind je meer informatie via www.bit.ly/openvas.

©PXimport

Nessus Essentials

Spreekt de kwetsbaarheidsscanner in Kali je toch niet aan en vind je het integreren van extra tools, zoals OpenVAS, wat lastig, dan heb je aan Nessus Essentials een uitstekend alternatief (dat je overigens ook wel in Kali kunt opnemen: zie www.bit.ly/kaliness).

Je vindt dit op www.tenable.com/products/nessus. Deze gratis editie beperkt je wel tot het scannen van zestien ip-adressen, wat voor veel thuisnetwerken wellicht volstaat. De onbeperkte versie is helaas stevig aan de prijs: zo’n 3450 euro per jaar. Na je registratie met je e-mailadres kun je de tool downloaden, onder meer voor Windows.

De installatie is rechttoe rechtaan en na het invullen van de ontvangen activatiecode en het aanmaken van een beheerdersaccount haalt Nessus de nodige plug-ins op en compileert die. Dit proces kan wel even duren.

Na afloop kun je aan de slag vanuit de Nessus-webclient, standaard op het adres https://localhost:8834. In principe volstaat het om het gewenste ip-bereik of een subnet in CIDR-notatie (bijvoorbeeld 192.168.0.0/24) in te vullen, waarna een zogeheten host discovery en een poortscan worden uitgevoerd. Eventuele kwetsbaarheden vind je op een afzonderlijk tabblad, op basis van ernst (severity).

©PXimport

Nessus heeft inmiddels vele tienduizenden plug-ins geïntegreerd

-

Nessus: plug-ins

Zoals vermeld, schuilt de ware kracht van Nessus in de ondersteuning van plug-ins. Die maken het mogelijk dat je voor je netwerkclients modulaire scans uitvoert, samengesteld uit de plug-ins van jouw keuze. Je vindt een overzicht van de meer dan 160.000 plug-ins op www.tenable.com/plugins, die samen bijna 65.000 CVE’s aanpakken.

Ga naar het tabblad Scans en klik op New Scan: in de Essentials-versie zijn er vijftien scan-sjablonen (templates) beschikbaar, zoals Basic Network Scan, Malware Scan, Spectre and Meltdown enzovoort. Geef een naam op en de gewenste doelsystemen, bevestig met Save en voer de scan uit. Je kunt ook eigen beleidsregels (policies) creëren, die dan als basis voor een scansjabloon fungeren.

We geven je hier al een eerste aanzet voor. Open de rubriek Policies en kies New Policy. Kies een basissjabloon en vul bij Settings / Basic een naam in. Op het tabblad Credentials vul je eventueel de nodige referenties of inloggegevens in. Ga vervolgens naar het tabblad Plugins en klik (eventueel) op Disable all. In het linkervenster open je bijvoorbeeld (een van) de drie Windows-collecties. Rechts verschijnen de bijbehorende plug-ins. Klik op Enable naast de plug-ins die je in je scan wilt opnemen. Bestig met Save. Wanneer je nu op New Scan klikt, vind je de aangepaste scan terug op het tabblad User Defined en kun je die op de gewenste doelsystemen uitvoeren.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.