ID.nl logo
Huis

Eigen wifi-scanner bouwen met Raspberry Pi

Je telefoon zendt voortdurend informatie uit over het wifi-punt waar het verbinding mee heeft. Maar je telefoon zendt tegelijkertijd ook informatie uit over wifi-punten waar je in het verléden verbinding mee hebt gehad. Die informatie pluk je zo uit de lucht. Een eigen wifi-scanner bouwen doe je als volgt.

Door: Loran Kloeze

Apparaten zoals telefoons en laptops blijken voortdurend informatie uit te zenden over de wifi-punten waar het in het verleden verbinding mee hebben gehad. Dat komt doordat bijvoorbeeld een telefoon voortdurend zoekt of wifi-punten in de buurt zijn waar eerder contact mee is geweest. Met behulp van enige hard- en software is een scanner te ontwikkelen die registreert met welke wifi-punten telefoons in een straal van ongeveer 30 meter verbinding hebben gehad. Als je nog een ongebruikte router hebt liggen, kun je direct aan de slag.

Mobile station

Het is goed om eerst uit te doeken te doen hoe een wifi-verbinding tot stand komt en welke terminologie daarbij komt kijken. Een mobile station is het apparaat dat verbinding zoekt via wifi zoals een laptop, telefoon of tablet. Het accesspoint biedt wifi aan en dan kun je denken aan een wifi-router of wifi-repeater. Zo’n accesspoint heeft een herkenbare naam zoals ‘gast wifi’ of ‘ziggo2d0fa3’. Die herkenbare naam wordt een ssid genoemd.

Een mobile station maakt verbinding met een accesspoint door een probe-request te sturen waarna een accesspoint antwoordt met een probe-response. Zulke probe-request/responses worden 802.11-managementframes genoemd. In een probe-request vraagt een mobile station of een accesspoint beschikbaar is met een bepaalde ssid. Behalve het ssid staat in een probe-request ook het semi-uniek adres van het mobile station genaamd het mac-adres. Na de uitwisseling van de genoemde probes komt pas eventueel een verbinding op gang.

Een mobile station dat de afgelopen tijd met bijvoorbeeld tien accesspoints verbinding heeft gehad, stuurt elke paar minuten tien probe-requests. In elke probe-request vraagt het mobile station of een accesspoint met een bepaalde ssid in de buurt is. Al die probe-requests worden onversleuteld door de lucht verzonden door mobile stations en kunnen door iedereen worden opgepikt. Iedereen kan dus zien welke ssid’s gezocht worden door welke mobile stations in de buurt. Met de volgende stappen bouw je een scanner om al die ssid’s en mac-adressen uit de lucht op te pikken.

Benodigdheden

De hardware-eisen voor de scanner zijn eenvoudig: een Raspberry Pi met wat accessoires is voldoende. De wifi-hardware moet alle 802.11-managementframes op kunnen pikken uit de lucht. Dat kan met wifi-chips die in 802.11-monitormode zijn te zetten. Gebruik je andere hardware, let dan dus goed op of de aanwezige wifi-chip monitormode ondersteunt. Verder is het belangrijk dat de hardware bestuurd kan worden door Linux. Dat geldt voor praktisch alle routers, maar ook hier is de Pi een goede keuze.

Een voordeel van de Pi is dat je hem mee kunt nemen met eraan gekoppeld een powerpack. Een nadeel van de Pi is dat on-board wifi-chip niet zonder meer monitormode ondersteunt, dus daar is een externe wifi-dongel voor nodig. De nu te bouwen scanner bestaat daarom uit een Raspberry Pi 3B, een 2.5A-voeding, een 8GB-sd-kaart en een RT5370 Wifi-dongel. Voor 70 euro is die combinatie online te bestellen. Je kunt eventueel ook een wifi-dongel met een externe antenne aanschaffen zodat je managementframes van mobile stations op grotere afstand kunt oppikken.

©PXimport

Raspberry Pi als wifi-scanner instellen

Op dit moment heb je een lege sd-kaart waarop Raspbian geïnstalleerd moet worden. Dat is een op Debian gebaseerde distro voor de Pi. Uitgaande van Windows, download je Etcher. Download Raspbian Jessie Lite en controleer de sha1-sum. Installeer Raspbian op de sd-kaart met Etcher. Schuif de sd-kaart in de Pi en koppel de Pi aan een monitor, een toetsenbord, een voeding en een netwerk met internet. Sluit de wifi-dongel nog niet aan. Log in met pi en raspberry en verander je wachtwoord met

passwd

Start

sudo raspi-config

en kies interfacing options / P2 SSH, schakel daarna ssh in. Noteer het ip-adres van de Pi via

ifconfig eth0

Controleer of je met een ssh-client de Pi kunt benaderen zodat je de monitor en het toetsenbord kunt verwijderen. Raspbian gaat willekeurig om met de naamgeving van wifi-interfaces en daar krijg je in een later stadium last van. Schakel daarom de on-board wifi-chip uit om naamconflicten met de wifi-dongel te voorkomen. Voeg daarvoor de regel

dtoverlay=pi3-disable-wifi

toe aan /boot/config.txt en herstart de Pi. Start

iwconfig

en controleer of alleen lo en eth0 in de lijst staan. Sluit de wifi-dongel aan. Nu laat iwconfig de interface wlan0 ook zien. Update apt zodat straks de nieuwste softwareversies worden geïnstalleerd:

sudo apt-get update

Speciaal voor dit artikel is er een git-repository beschikbaar waarin enkele scripts en een webinterface staan. Installeer git met

sudo apt-get install git

en kloon de repo naar de home directory:

cd && git clone https://github.com/LoranKloeze/pcm_wifiscanner

©PXimport

Voordat je verdergaat is het belangrijk te testen of de Pi de managementframes goed ontvangt. Tcpdump is daar de juiste tool voor. Het staat er bekend om tcp/ip-packets te dumpen van een netwerkinterface. Maar tcpdump kan ook andere protocollen interpreteren waaronder 802.11-frames. Daarbij is tcpdump sowieso nodig voor de scripts die je straks installeert.

Tcpdump installeren

Installeer tcpdump met

sudo apt-get install tcpdump

Start tcpdump met:

sudo tcpdump -I -i wlan0 -e type mgt subtype probe-req

Dit staat kortgezegd voor: toon alle probe-requests die wlan0 opvangt. Er verschijnt een lijst met managementframes met bijna achterin de tekst probe request gevolgd door de ssid tussen haakjes. Met de optie -w <bestandsnaam> kan de output van tcpdump eventueel naar een pcap-bestand verstuurd worden om het met Wireshark te kunnen bekijken. Een accesspoint hoeft niet altijd een ssid te hebben en dat verklaart waarom er soms geen ssid bekend is.

Verschijnt er niks, maar staat er ook geen foutmelding? Dan kan het zijn dat er geen mobile stations in de buurt zijn. Wacht eventueel een paar minuten of pak zelf een mobile station zoals een telefoon en schakel de wifi uit/in. Dat zorgt er meestal voor dat de telefoon managementframes begint uit te zenden. Verschijnt de lijst met managementframes wel in beeld dan werkt de hardware goed en is de Pi klaar om verder ingericht te worden.

©PXimport

Managementframes opslaan in database

Alle opgepikte managementframes moeten opgeslagen worden in een lange-termijn-opslag omdat de frames later weer opvraagbaar moeten zijn. De Pi zou bijvoorbeeld ergens neergelegd kunnen worden om hem vervolgens enkele dagen later weer op te halen. Maar ook als de Pi via internet of wifi benaderbaar moet zijn, zal de historie van de opgepikte frames opvraag moeten blijven. Kortom, een database is nodig en in dit geval zijn de twee redelijke opties MySQL en SQLite. SQLite heeft als nadeel dat het slechter omgaat met gelijktijdige verbindingen en die gaan zeker voorkomen als er tegelijkertijd data ingevoerd en uitgelezen gaat worden. Daarom verdient MySQL de voorkeur. Start

sudo apt-get install mysql-server --fix-missing

en volg de aanwijzingen. Onthoud het wachtwoord voor root goed. Installeer de MySQL library voor Python:

sudo apt-get install python-mysqldb

. Installeer de databasetabellen met behulp van het script

~/pcm_wifiscanner/setup_db.py

uit de eerdergenoemde git-repository. Dat script creëert een database met de naam wifiscanner met drie tabellen mobile_stations, ssids en probe_requests. Het script maakt ook een MySQL-gebruiker aan met de naam wifiscan en het wachtwoord wifiscan. In de tabel mobile_stations worden alle gevonden mac-adressen verzameld. Dat adres is semi-uniek. Het is aan te passen, maar dat doen niet veel gebruikers dus gemakshalve wordt het mac-adres gebruikt als unieke identificatie van een mobile stations. In de tabel ssids worden alle gevonden ssid’s verzameld.

In de tabel probe_requests worden alle ssid’s behorende bij een mac-adres verzameld samen met signaalsterke en een timestamp. Het mac-adres wordt als string opgeslagen. Dit had natuurlijk ook gewoon een integer kunnen zijn want een mac-adres is niets anders dan een getal. Maar de database is wat makkelijker te bekijken als de mac-adressen er als strings in staan. Performance en opslagruimte is niet direct prioriteit in dit geval.

Dumpdaemon installeren en instellen

Op de achtergrond moet er een script gaan draaien waarmee de uitvoer van tcpdump uiteindelijk in de database terechtkomt. Deze dumpdaemon moet voldoen aan een paar eisen waarvan de belangrijkste twee zijn dat het moet starten na het booten van de Pi en dat het eeuwig blijft doordraaien, wat er ook gebeurt. Stel dat tcpdump vastloopt dan moet het script tcpdump gewoon weer opstarten. Verder wisselt de dumpdaemon het actieve 802.11-kanaal van wlan0. Sommige mobile stations verzenden namelijk alleen probe-requests over een specifiek kanaal. Installeer en start de dumpdaemon:

sudo cp ~/pcm_wifiscanner/dumpdaemon/dumpdaemon.service /etc/systemd/system &amp;&amp; sudo chmod 664 /etc/systemd/system/dumpdaemon.service &amp;&amp; sudo systemctl daemon-reload &amp;&amp; sudo systemctl enable dumpdaemon.service &amp;&amp; sudo systemctl start dumpdaemon.service

Deze daemon start ~/pcm_wifiscanner/dumpdaemon/dump_mfs.py en blijft deze herstarten na een eventuele crash. Gebruik

sudo journalctl -u dumpdaemon.service

om te controleren of de daemon gestart is. Na een tijdje zal de MySQL-database gegevens gaan bevatten. Controleer dat met de view die aangemaakt werd in setup_db.py:

mysql -u wifiscan -pwifiscan -D wifiscanner -e 'SELECT * FROM view_requests'

Er hoort een leesbare tabel te verschijnen. Staat er niets, wacht dan nog enkele minuten en zorg dat er mobile stations in de buurt zijn. Vanaf nu wordt bij het starten van de Pi de database automatisch gevuld met gevonden probe-requests van mobile stations in de buurt.

©PXimport

Gebruik de webinterface

Alle probe-requests worden nu opgeslagen in een database, maar dat is bijna onleesbaar en onhandelbaar voor een mens. Een webinterface kan realtime tonen welke accesspoints gezocht worden door mobile stations in de buurt. Verder kan het informatie weergeven die de afgelopen tijd is verzameld. Dat geeft antwoord op vragen als: ‘wanneer is deze telefoon voor het laatst in de buurt geweest?’. Een webinterface voor de Pi is het snelst te ontwikkelen in php. Het voert in dit artikel te ver om een volledige webinterface op te tuigen.

In de git-repository is een reeds ontwikkelde webinterface aanwezig. Deze moet alleen nog geïnstalleerd worden op de Pi zodat de interface altijd actief en opvraagbaar is op poort 80. Installeer eerst de webserver Apache op de Pi:

sudo apt-get install apache2

. Controleer of de webserver draait op http://<ip_adres_pi>. Installeer dan php:

sudo apt-get install php5 libapache2-mod-php5 php5-mysql

Herstart Apache2:

sudo systemctl restart apache2

Kopieer de webinterface uit de git-repository naar /var/www/html:

sudo cp -R ~/pcm_wifiscanner/webinterface/* /var/www/html

Controleer of de webinterface nu in de browser verschijnt. De webinterface toont een lijst met mobile stations met daarachter de gevonden accesspoints en het tijdstip dat het mobile station voor het laatst is gezien. Elke vijf seconden vraagt de webinterface aan de Pi of er nieuwe mobile stations zijn gevonden en óf er mobile stations opnieuw zijn gezien. Elke mobile station dat (op)nieuw is gezien, wordt bovenin de tabel geplaatst en de lijst met accesspoints wordt dan bijgewerkt. De twee knoppen bovenin spreken voor zich.

©PXimport

Uitbreidingen

De webinterface is redelijk kaal op dit moment. Er zitten weinig visuele elementen in en het geheel is nogal statisch. Dat nodigt uit om de webinterface naar eigen inzicht aan te passen en te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan het creëren van een tijdlijn per mobile station of het ontwikkelen van een zoekfunctie.

De interface is ontwikkeld in php met Bootstrap als css-framework. Dat maakt het voor iedereen met enige ervaring in web-ontwikkeling mogelijk om de interface naar eigen wens aan te passen. In het bestand pcm_wifiscanner/webinterface/api.php is af te lezen hoe de database bevraagd kan worden. Dat bestand wordt nu gebruikt om de updates op te vragen vanuit de interface. Verder is de Pi eventueel uit te breiden met een gps-module. Op die manier kun je de locatie van de Pi vastleggen per moment dat een mobile station wordt gezien.

Mocht je vervolgens gaan rondrijden met de Pi dan heb je na verloop van tijd een hele database met locaties waar bijvoorbeeld telefoons zijn gezien. De nauwkeurigheid is de straal waarin mobile stations worden gezien door de Pi. Hoe groter het bereik, hoe lager de nauwkeurigheid van de locatie. Een ander voordeel van de gps-module is dat er vaak een realtime-klok in zit waarvan de Pi de actuele tijd kan aflezen.

Wil je echt volledig onafhankelijk zijn van externe bekabeling? Bestel dan een gps-module én een powerpack van 12.000 mAh die 2,1 ampère stroom kan leveren. Dan heb je geen voeding en geen internet nodig.

▼ Volgende artikel
Hoe vaak moet je een wasbaar dekbed wassen?
© ID.nl
Huis

Hoe vaak moet je een wasbaar dekbed wassen?

Een wasbaar dekbed klinkt ideaal: nooit meer worstelen met een overtrek, gewoon alles in één keer in de wasmachine. Maar hoe vaak moet dat eigenlijk gebeuren? Elke week, of is dat overdreven? Het antwoord hangt af van een aantal factoren. In dit artikel lees je er meer over.

Lees ook: Wasbaar dekbed: handig of juist niet?

Bij een traditioneel dekbed vangt de losse hoes het meeste zweet en andere viezigheid op, maar bij een wasbaar dekbed vormt de buitenlaag (de tijk) samen met de vulling één geheel. Daardoor kan vuil dat normaal in de overtrek blijft sneller in het dekbed zelf trekken, wat regelmatig wassen extra belangrijk maakt.

Tegelijk is dat precies waarom zo’n dekbed in de praktijk vaak juist hygiënischer is: je doet telkens het hele dekbed, inclusief vulling, in de was. Heb je een traditioneel dekbed met een aparte hoes, dan was je die dekbedhoes waarschijnlijk eens per week of twee weken. Het dekbed zelf was je waarschijnlijk een stuk minder vaak. Dus per saldo is een dekbed zonder overtrek dus hygiënischer. Mits je het dus regelmatig wast…

Hoe vaak is regelmatig wassen?

Voor de meeste mensen volstaat het om dit dekbed eens in de één à twee weken in de wasmachine te stoppen. Slaap je in je eentje en zweet je weinig, dan kun je die twee weken aanhouden. Heb je het snel warm, deel je het bed met iemand (of een huisdier) of heb je last van allergieën, dan is wekelijks wassen beter. Zo blijft niet alleen de buitenkant schoon, maar ook de binnenkant van het dekbed.

Het is wel belangrijk dat je dat wassen op de juiste manier doet. Wasbare dekbedden kunnen best wat hebben, maar te veel draaien in de trommel kan de vezels beschadigen. Gebruik daarom een mild vloeibaar wasmiddel en sla de wasverzachter over. Zorg ook dat het dekbed genoeg ruimte heeft in de machine. Wanneer je echt moet proppen om hem erin te krijgen, schuurt de stof tegen de trommelwand en slijt het sneller.

©ID.nl

Wanneer moet je een dekbed zonder losse hoes vaker wassen?

Soms is een extra wasbeurt nodig. Ben je ziek geweest of heb je koorts gehad? Na ziekte of koorts is het verstandig het dekbed meteen te wassen op minimaal 40 graden. Kijk op het etiket om te zien of je misschien zelfs op 60 graden kunt wassen. Eet je weleens in bed en mors je koffie, thee of iets anders? Of heb je een bloedneus of een wondje? Ook dan is een extra wasbeurt geen overbodige luxe. Tot slot is het voor jezelf prettig om het dekbed in de zomer echt minimaal 1x per week te wassen. Je zweet dan nu eenmaal meer, en de nachten kunnen broeierig zijn.

Waarom je beter geen wasverzachter kunt gebruiken

De vulling van de meeste moderne wasbare dekbedden bestaat uit gesiliconiseerde holle vezels. Deze vezels hebben van nature een gladde siliconenlaag waardoor ze soepel langs elkaar heen glijden. Dit zorgt voor de luchtigheid van het dekbed. Wasverzachter brengt een wasachtig, vettig laagje aan op deze vezels. In plaats van dat de vezels langs elkaar glijden, worden ze juist een beetje plakkerig. Zodra de vezels aan elkaar kleven, verdwijnt de lucht tussen de vezels en daarmee ook de veerkracht en de warmte-isolatie van het dekbed. Het voelt dus klonterig aan. Ook verstopt de vette laag van de wasverzachter de holle ruimtes in en tussen de vezels. Hierdoor kan het dekbed minder goed vocht en warmte reguleren. Je dekbed ademt daardoor minder goed.

Wasbaar dekbed drogen

Wil je een traditioneel dekbed drogen, dan duurt dat vaak uren. Maar omdat de vulling van wasbare dekbedden bestaat uit synthetische holle vezels, is de droogtijd een stuk korter. Kijk wel goed op het wasetiket hoe heet de droger mag staan; je kunt een iets langer programma kiezen op een lagere temperatuur dan een superkort programma dat eigenlijk te heet staat. Dat is voor een synthetische vulling niet goed.

Wasbaar dekbed? 1x per week of twee weken in de was!

Zoals je ziet valt het onderhoud eigenlijk reuze mee. Door een wasbaar dekbed wekelijks of om de week te wassen en goed te laten drogen, blijft je bed schoon en fris. Vaker is alleen in een enkel uitzonderingsgeval nodig. Al met al is het dus niet zo veel werk als je misschien denkt!

▼ Volgende artikel
Clair Obscur: Expedition 33-makers geridderd in Frankrijk
Huis

Clair Obscur: Expedition 33-makers geridderd in Frankrijk

De werknemers van Sandfall Interactive, de ontwikkelaar van de vorig jaar uitgekomen game Clair Obscur: Expedition 33, zijn geridderd in Frankrijk.

De 28 Franse ontwikkelaars hebben afgelopen week de hoogst mogelijk culturele onderscheiding in Frankrijk ontvangen. Het gaat om de Orde van Kunst en Letteren. Dit vanwege hun werk aan Clair Obscur: Expedition 33.

De Franse minister van Cultuur, Rachida Dati, ridderde de werknemers. In Frankrijk worden elk jaar maximaal tweehonderd mensen geridderd voor de Orde van Kunst en Letteren. Mensen die geridderd worden moeten een significante bijdrage hebben geleverd aan de verrijking van de culturele erfgoed van het land. Eerdere mensen uit de game-industrie die ook zijn geridderd in Frankrijk, zijn Rayman-bedenker Michel Ancel en Mario-bedenker Shigeru Miyamoto.

Over Clair Obscur: Expedition 33

Clair Obscur: Expedition 33 kwam afgelopen voorjaar uit voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles en pc. De game van Sandfall Interactive combineert traditionele turn-based rpg-gameplay met een flitsende, moderne presentatie.

In de game leeft de mensheid in een maatschappij waarin een entiteit genaamd de Paintress elk jaar de wereld opnieuw schildert. Daarbij plaatst ze een vervloekt cijfer, waardoor iedereen die de leeftijd heeft gelijk aan dat cijfer verdwijnt. In de game is het de beurt aan drieëndertigjarigen, maar een team geleid door Gustave probeert dit tegen te gaan.

Clair Obscur: Expedition 33 bleek een groot succes: het spel werd miljoenen keren verkocht en won de award voor game van het jaar tijdens The Game Awards eind vorig jaar. Dat is des te indrukwekkender wetende dat het om de debuutgame van Sandfall Interactive gaat.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.