ID.nl logo
Benader je thuisnetwerk vanaf internet
© Reshift Digital
Huis

Benader je thuisnetwerk vanaf internet

Ieder thuisnetwerk zit achter een router. De router zorgt ervoor dat alle pc's van het thuisnetwerk toegang hebben tot internet. Wil je een apparaat in je huis benaderen vanaf het internet, dan voorkomt de router dat juist. Je zult poorten moeten openen en toegang moeten verlenen. Hoe doe je dat?

In elk thuisnetwerk zit minimaal één router. Vaak is deze gecombineerd met het modem, maar noodzakelijk is dat niet. De belangrijkste taak van een router is het routeren, dat wil zeggen het door een netwerk loodsen van een netwerkbericht of datapakketje om het van de ene plek op de andere te krijgen. Routers gebruiken daarvoor het IP-adres van de bestemming dat in elk netwerkpakketje staat. Ze beslissen dan heel snel of dat IP-adres op het thuisnetwerk hoort. Zo niet, dan stuurt de router het pakketje het netwerk van de provider op. De router doet echter nog veel meer. Een tweede belangrijke functie van een router is NAT (Network Address Translation): dit is het vervangen van het IP-adres van een netwerkpakketje door een ander IP-adres binnen het thuisnetwerk. Dit is noodzakelijk omdat een deel van alle bestaande IP-adressen alleen op het thuisnetwerk kan worden gebruikt en niet op internet.

De derde belangrijke functie van de router is de firewall. De router zal standaard elk bericht dat van het internet komt beoordelen en het enkel doorlaten als het een antwoord is op een bericht van een computer op het thuisnetwerk. Alle andere berichten worden geblokkeerd, zo beveiligt de firewall het thuisnetwerk tegen indringers. Samen zorgen deze functies voor een prima verbinding met internet, maar maken ze het benaderen van het thuisnetwerk vanaf het internet een stuk lastiger. Toch wil je sommige apparaten binnen je thuisnetwerk wel vanaf internet benaderen, bijvoorbeeld een NAS of een webcam.

01 Het eigen netwerk

Mogelijk weet je al het een en ander over je netwerk, maar voor portforwarding moet je in elk geval de IP-configuratie kennen van zowel de router als van het apparaat dat je wilt ontsluiten via internet. Om het netwerk te verkennen open je in Windows een opdrachtprompt: klik op de startknop, tik een deel van het woord opdrachtprompt en klik op de optie Opdrachtprompt. In het opdrachtpromptvenster voer je het commando ipconfig uit. Zo achterhaal je het eigen IP-adres, het subnetmasker, maar ook het IP-adres van de standaardgateway (dat is het adres van de router). Het IP-adres van de NAS of IP-camera zit in hetzelfde netwerk als de pc en de router. Je kunt ook een netwerkscanner als Angry IP Scanner gebruiken. Op je smartphone kun je een app als Fing (ook voor Android) gebruiken om deze informatie te verkrijgen.

©PXimport

Om het netwerk te leren kennen gebruik je de opdrachtprompt.

©PXimport

Ook met smartphone en een app als Fing kun je eenvoudig het IP-adres van de router vinden.

02 Inloggen op de router

Beheer van de router gaat altijd via de browser. Start de browser en typ in de adresbalk het IP-adres van de standaardgateway, bijvoorbeeld http://192.168.1.1. Log in met je gebruikersnaam en wachtwoord. Anders dan de apparaten in het thuisnetwerk, heeft een router niet één, maar twee IP-adressen. Het IP-adres aan de kant van het thuisnetwerk is het IP-adres van de router als standaardgateway. Daarnaast heeft de router nog een IP-adres aan de kant van het internet, vaak de WAN-poort geheten. Beide IP-adressen zijn te vinden in de configuratie van de router. Noteer de IP-adressen, later heb je allebei nodig. Als je alles goed hebt ingesteld, gebruik je het externe IP-adres (van de WAN-poort) om vanaf internet verbinding te maken met bijvoorbeeld je NAS of IP-camera.

©PXimport

De router heeft twee IP-adressen, een voor het interne netwerk (LAN) en een voor op internet (WAN).

03 Vast IP-adres

Voor portforwarding is het belangrijk dat het apparaat dat je via internet wilt gebruiken, zoals een NAS of IP-camera, altijd op hetzelfde IP-adres in het thuisnetwerk te vinden is. Het apparaat mag dus niet via DHCP zijn IP-adres krijgen, maar een vast IP-adres hebben. Dit wordt ook wel een 'static' IP-adres genoemd. In de configuratie van de NAS of IP-camera kun je zo'n vast IP-adres instellen. Log daarvoor in op de webinterface van het apparaat en open de netwerkconfiguratie.

©PXimport

Geef alle apparaten die je wilt kunnen bereiken vanaf internet een vast IP-adres op het thuisnetwerk.

04 De theorie van portforwarding

Om alles zo in te stellen dat iemand via internet de beelden van de IP-camera in het thuisnetwerk kan zien, moet je een aantal gegevens weten. Gezien vanaf het internet zijn dat: het IP-adres aan de WAN-kant van de router, het IP-adres op het thuisnetwerk van de IP-camera en het poortnummer waarop de webcamsoftware actief is op de IP-camera. Bij portforwarding open je dan een poort in de firewall van de router (dat kan poort 80 zijn of poort 5000) en die koppel je aan het IP-adres van de IP-camera en het poortnummer op de IP-camera.

Wanneer je vervolgens een browser opent en zorgt dat deze echt via internet verbinding maakt (dus niet via het interne netwerk) en het adres van de router in de adresbalk typt met het juiste poortnummer, dan zal de firewall die verbinding accepteren en doorzetten naar het IP-adres en het poortnummer dat je hebt opgegeven in de regel voor portforwarding. Vanaf stap 6 laten we je voor een aantal populaire merken routers zien hoe je portforwarding instelt.

©PXimport

De iPhone en notebook maken beide verbinding met een apparaat op het thuisnetwerk, via een verzoek aan de router met verschillende poortnummers.

IP-adressen

TCP/IP is het communicatieprotocol op je thuisnetwerk én internet. Wanneer je bijvoorbeeld een webpagina opent, dan gaat er een groot aantal netwerkpakketjes van de computer naar de webserver en terug. De basis daarvan is de IP-adressering. Elke computer, NAS of IP-camera heeft een IP-adres. Elk adres bestaat uit vier blokken van elk maximaal 3 cijfers, van 0 tot 255.

Alle adressen zitten dus tussen 0.0.0.0 en 255.255.255.255, in totaal 4.294.967.296 IP-adressen (2^32). Van al die adressen zijn een paar blokken alleen voor gebruik op privénetwerken, deze kunnen niet op internet worden gebruikt. Dit zijn 10.0.0.0 tot 10.255.255.255, 127.0.0.0 tot 127.255.255.255 en 192.168.0.0 tot 192.168.255.255. Dit geldt overigens voor IPv4. Er is inmiddels een opvolger in de vorm van IPv6, waarbij er genoeg IP-adressen beschikbaar zijn om ieder apparaat een uniek adres te geven. IPv6 wordt echter nog nauwelijks gebruikt.

05 Meerdere routers in het thuisnetwerk

In veel huizen hangt de eigen router achter een router van de internetprovider. Je hebt dan dus twee routers tussen de IP-camera en het internet en je moet dan ook op beide de portforwarding regelen. Je kunt dat heel precies doen door op Router1 een portforwarding-regel maken naar Router2 en van daar nog weer naar de IP-camera. Je kunt Router2 ook in de DMZ (demilitarized zone) van Router1 zetten, dan worden alle verbindingen die binnenkomen naar de tweede router doorgezet.

©PXimport

Zitten er twee routers in het netwerk, dan is op beide portforwarding noodzakelijk.

TCP/IP-poorten

Om een NAS of IP-camera te ontsluiten moet je behalve het IP-adres ook het poortnummer weten waarop de service van dat apparaat bereikbaar is. Een webserver draait bijvoorbeeld standaard op poortnummer 80 en een beveiligde webserver op poortnummer 443. Een apparaat in het netwerk heeft doorgaans één IP-adres met 65.536 mogelijke poortnummers. Zijn op een NAS meerdere diensten actief, bijvoorbeeld een webserver en een ftp-server, dan zal de webserver doorgaans op poort 80 werken en de ftp-server op poort 21. Je kunt echter in de configuratie van de NAS of IP-camera zelf met het poortnummer schuiven en de webserver bijvoorbeeld op poort 2000 draaien als je dat wilt. Tevens kun je aan de internetkant kiezen voor een andere poort dan binnen je netwerk.

Draait de webserver op de NAS bijvoorbeeld op poort 80, kun je die aan de buitenkant koppelen aan poort 5000. Daarom moet je bij elke regel voor portforwarding altijd een externe poort opgeven en een interne. De eerste is de poort op de router, de tweede die op de NAS. De poorten tot en met 1023 zijn gereserveerd voor standaardservices, de poorten boven de 1024 kun je altijd vrij gebruiken.

06 Portforwarding bij ASUS

ASUS behoort inmiddels tot de populairste routermerken. We gebruiken de RT-N66U, maar de firmware komt overeen met die van de meeste ASUS-routers. Log in op de webinterface van de router en blader naar WAN. Klik op Virtual Server/Port Forwarding. Kies bij Enable Port Forwarding voor Yes. Bij Famous Server List kun je nu een veelvoorkomende service kiezen zoals ftp of http (website) waarna de router al het goede poortnummer invult. Je kunt dit ook handmatig doen, dat is zelfs noodzakelijk bij niet-standaard poorten die niet in de lijst met voorgedefinieerde services zitten. Klik in de regel onder Port Forwarding List en type bij Service Name een naam voor deze dienst zodat die later duidelijk te herkennen is.

©PXimport

Toegang tot de webinterface van de NAS op poort 8080 is nu opengezet vanaf internet voor alle browsers op poort 80.

Bij Portrange zet je het poortnummer of de poortnummers waarmee je aan de WAN-kant aanklopt. Selecteer bij Local IP het juiste IP-adres uit de lijst of typ dit IP-adres zelf in. Vul bij Local Port het poortnummer in van de betreffende netwerkdienst op de NAS of IP-camera. Selecteer het protocol (TCP, UDP of BOTH) en bevestig met een klik op Add en Apply.

©PXimport

De ASUS-router weet welke apparaten op zijn interne netwerk zitten en deze kun je ook selecteren bij het configureren van de portforwarding.

TCP, UDP of beide

Bij elke regel voor portforwarding wordt gevraagd of het TCP, UDP of beide (Engels: both) is. TCP en UDP zijn allebei protocollen die het transport van netwerkpakketjes regelen. Het verschil tussen de twee is dat TCP zekerder is, van elk pakketje dat het verstuurt vraagt het om een bevestiging van ontvangst. UDP doet dat niet. Bovenliggende protocollen als http en ftp kunnen vaak met beide overweg. TCP heeft daarbij vaak de voorkeur. Welke je moet gebruiken is afhankelijk van het protocol. Bij twijfel, kies beide. Werkt het niet, wissel dan tussen de drie opties.

07 Portforwarding bij TP-Link

De webinterface van de TP-Link Archer C2 AC750 is gelijk aan die van veel andere routers van TP-Link. Log in op de router en open het menu NAT. Belangrijk is dat bij beide NAT-opties in dat venster de optie Enabled is geselecteerd. Is dat niet het geval, pas dat dan aan en klik op de knop Save. Klik dan op Forwarding / Virtual Server. TP-Link noemt elke machine die op het thuisnetwerk services aanbiedt op het internet een virtual server. Klik op Add new. Je moet nu een regel maken voor de firewall. Deze begint met de Service Port, dat is het externe poortnummer waarmee je vanaf internet aanklopt op de WAN-kant van de router. Bij IP Address komt het IP-adres van de NAS of IP-camera, bij Internal Port het poortnummer op de NAS of IP-camera waar de dienst op te bereiken is die je wilt kunnen gebruiken. Selecteer bij Protocol de juiste instelling (TCP of UDP) en bevestig met Save. De regel is meteen actief.

©PXimport

Twee portforwarding-regels op de TP-Link. Eenmaal binnenkomend poort 5000 naar poort 80 op de NAS en eenmaal binnenkomend poort 80 naar poort 80 op de IP-camera.

©PXimport

TP-Link biedt meerdere NAT-opties, maar de standaardinstelling werkt het beste voor portforwarding.

08 Portforwarding bij Sitecom

Sitecom is één van de populairste routermerken in Nederland. De interface van de door ons gebruikte X8 AC1750 is hetzelfde als veel andere Sitecom-routers. Log in op de beheerpagina van de router en schakel eerst over naar het Nederlands via het menu rechtsboven. De Sitecom heeft een tabblad genaamd Firewall, maar voor portforwarding moet je bij het tabblad Geavanceerd zijn. Klik op Virtuele Server en zet een vinkje voor de optie Virtuele Server aan.

Typ nu bij Lokaal IP het IP-adres van de NAS of de IP-camera op het thuisnetwerk. Bij Lokale poort zet je het poortnummer van de service op de NAS of IP-camera, bij Type kies je weer TCP, UDP of Beide, en bij Publieke poort zet je het poortnummer waarmee je vanaf internet verbinding maakt. Geef de regel een naam in het vak Commentaar en bevestig via Toevoegen en daarna Toepassen. Je kunt meerdere regels toevoegen, en via Selecteren later ook verwijderen.

©PXimport

Sitecom gebruikt de Virtuele Server-functie voor het toegang geven aan een systeem op het LAN vanaf het internet.

09 Portforwarding bij Netgear

We hebben voor Netgear de Nighthawk R7000 gebruikt, maar de interface komt overeen met andere Netgear-routers. Kies in de webinterface Geavanceerd / Geavanceerde instellingen. Klik op Poort doorsturen / poort activeren. Gaat het om een standaard poort, dan kun je die in het menu Servicenaam selecteren en daarna het IP-adres compleet maken. Klik dan op Toevoegen. Wil je meer maatwerk, bijvoorbeeld een niet-standaard poort of een andere poort aan de buitenkant van de router dan waar je naar doorzet op het LAN, klik dan op de wat minder goed zichtbare knop Aangepast service toevoegen. Typ een Servicenaam voor de herkenbaarheid en kies TCP, UDP of TCP/UDP. Je kunt één poort gebruiken door bij Externe beginpoort en Externe eindpoort hetzelfde poortnummer in te vullen, maar je kunt ook meerdere poorten ineens configureren door een reeks te maken met begin- en eindpoortnummers die niet gelijk zijn.

©PXimport

Netgear biedt veel configuratieopties voor de portforwarding op één overzichtelijke pagina.

Als je een andere poort op het LAN wilt gebruiken, haal je het vinkje weg bij Gebruik hetzelfde poortbereik voor interne poort en typ je de poortnummers in. Voer het IP-adres in of selecteer het apparaat in de lijst met Aangesloten apparaten en bevestig met Toepassen.

©PXimport

Wil je een standaard poortnummer één op één doorzetten van WAN naar LAN, dan kun je die selecteren uit het menu met standaard services.

10 Portforwarding met Linksys

Linksys is tegenwoordig onderdeel van Belkin, maar heel veel routers draaien nog software met vooral verwijzingen naar Cisco. Deze verschillen tussen de oudere en nieuwere modellen zijn vooral cosmetisch. Kies in de webinterface Beveiligingsconfiguratie weergeven en wijzigen. Voor portforwarding open je het derde tabblad Toepassingen en games. Linksys biedt de mogelijkheid een poortbereik door te sturen, maar kies voor Enkele poort doorsturen. Klik dan op Doorsturen één poort toevoegen. Geef de regel een naam bij Naam toepassing, voeg een Externe poort toe voor het poortnummer waarmee je vanaf het internet bij de router aanklopt, en een Interne poort, waarop de service actief is op de NAS of IP-camera.

©PXimport

Let er op dat je het vinkje Waar aan vinkt.

Selecteer bij Protocol de optie TCP, UDP of Beide en voeg het IP-adres toe. Let erop dat er een vinkje staat in de kolom Ingeschakeld en klik dan op Opslaan. Bevestig met Toepassen of OK onderop de pagina.

©PXimport

Gemiste kans: het overzicht van aangesloten apparaten kan niet gebruikt worden om eenvoudig een port te forwarden.

Verbinden met alternatieve poort

Wanneer je een website opent, maakt de browser contact met poort 80 van de webserver. Als je 'https' voor de naam van de site zet, dan is dat poort 443. Je kunt de browser echter ook forceren om met een andere poort contact te maken. Dat is noodzakelijk wanneer je zelf op de router als externe poort voor een service bijvoorbeeld poort 5000 hebt geconfigureerd. Om met een browser op een andere poort te verbinden dan de standaardpoort 80, zet je achter het IP-adres of de domeinnaam een dubbele punt en dan het poortnummer. In het geval van poort 5000 wordt dat bijvoorbeeld http://123.12.34.23:5000. Als IP-adres gebruik je het WAN-IP-adres van je router.

▼ Volgende artikel
 Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer
© ID.nl
Huis

Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer

Wie denkt dat de Foto’s-app in Windows 11 niet meer is dan een basisviewer, vergist zich. Het programma combineert overzichtelijke organisatie, handige bewerkingstools en slimme koppelingen met andere Microsoft-diensten tot een verrassend veelzijdige tool.

De meeste gebruikers openen Foto’s om simpelweg een jpg- of png-bestand te bekijken. Toch is de app ontworpen als tool om niet alleen foto’s, maar ook video’s te beheren en te bewerken. Bovendien is de AI waarmee Windows 11 uitpakt, ook in deze app geïntegreerd. We bekijken enkele geavanceerde functies. 

Elementen verwijderen

Vaak merk je pas achteraf dat er iets storends op een foto staat: denk aan elektriciteitsdraden, rondslingerende rommel of een ex die je nooit meer wilt zien. In zulke gevallen biedt Foto’s een handige AI-functie: Genererend wissen. In tegenstelling tot het klassieke gummetje dat enkel overschildert, verwijdert deze tool het ongewenste object echt. De achtergrond wordt hierbij automatisch aangevuld alsof het element er nooit is geweest.

Zo werkt het: open de foto en klik op Bewerken. Bovenaan verschijnt de knop met het label AI. Selecteer Genererend wissen. Gebruik de kwast om over het object te gaan dat je wilt verwijderen. Met de schuifregelaar Kwastgrootte bepaal je de dikte van de kwast. Het geselecteerde object krijgt kort een gearceerde overlay en verdwijnt vervolgens netjes uit beeld.

Twee seconden later is de fietser uit beeld verdwenen.

Op twee manieren wissen

Wanneer je een groot object wilt verwijderen, kan het zijn dat je Genererend wissen meerdere keren moet toepassen. Soms blijven er namelijk restanten zichtbaar, maar meestal is dat na een tweede poging verholpen.

Standaard staat de verdwijnkwast op Automatisch toepassen. Schakel je dit uit, dan krijg je twee extra mogelijkheden: Masker toevoegen en Masker verwijderen. Met een masker bedoelt Microsoft de overlay waarmee je aanduidt wat moet verdwijnen. Op die manier kun je nauwkeuriger werken: stukjes overlay toevoegen waar nodig, of juist weghalen als je te veel hebt geselecteerd. Ben je niet tevreden met het resultaat, dan kun je altijd terug via de knop Opnieuw instellen.

We gebruiken de tool Genererend wissen tot we als resultaat een eenzame fietser hebben.

Tekst uit foto’s halen

De nieuwe Foto’s-app beschikt over een ingebouwde tekstherkenningsfunctie. Met behulp van Optical Character Recognition (OCR) haalt de app tekst uit afbeeldingen, zodat je die kunt kopiëren, plakken en bewerken. Handig bij screenshots, maar ook bij handgeschreven notities die netjes genoeg zijn om door de OCR te worden herkend.

Open een afbeelding met tekst in Foto’s. Klik onderaan op Tekst scannen. De app markeert automatisch de tekstgebieden. Klik met de rechtermuisknop op de gevonden tekst en kies Alle tekst selecteren. Er verschijnt een lichtrode overlay over de geselecteerde tekst. Klik opnieuw met de rechtermuisknop en kies Tekst kopiëren. De tekst staat nu op het klembord en kun je in elke toepassing plakken.

Wanneer de tekst is gekopieerd, kun je deze in elke toepassing plakken.

Achtergrond verwijderen

Een nieuwe AI-tool in Foto’s maakt het mogelijk om de achtergrond van een foto transparant te maken. Open de foto en klik op Bewerken. Kies bovenaan de knop Achtergrond. De AI herkent automatisch de voorgrond en achtergrond. De achtergrond wordt vervangen door een schaakbordpatroon, wat aangeeft dat dit gebied transparant is.

Als de automatische selectie te veel of te weinig heeft verwijderd, kun je dit aanpassen met het Hulpmiddel voor achtergrondkwast. Hiermee krijg je een kwast waarmee je maskers kunt toevoegen of verwijderen. Je kunt zowel de grootte als de zachtheid van de kwast instellen. Hoe zachter de kwast, hoe zachter de overgang tussen zichtbaar en transparant wordt.

Om de transparante achtergrond te behouden, moet je de afbeelding opslaan in een indeling die transparantie ondersteunt. Bij Opties voor opslaan kun je bijvoorbeeld kiezen voor png, aangezien de veelgebruikte jpg-indeling geen transparantie ondersteunt.

Zelfs een complexe achtergrond vormt geen probleem.

Vervagen of vervangen

Met dezelfde AI-tool kun je niet alleen de achtergrond transparant maken, maar ook vervagen of vervangen. Wanneer je Achtergrond AI selecteert, markeert Foto’s automatisch het voorgrondobject. In dit voorbeeld kiest de app correct de vrouw als voorgrond. Wil je dat ook het betonnen trapje waarop ze zit deel uitmaakt van de voorgrond? Selecteer dan Hulpmiddel voor achtergrondkwast om het trapje aan de selectie toe te voegen. Vervolgens kun je de optie Onscherp gebruiken. Met de schuifregelaar bepaal je de mate van onscherpte, waardoor een scherptediepte-effect ontstaat.

Er is ook een optie Vervangen. Het resultaat hiervan is beperkt: omdat Foto’s geen lagen ondersteunt zoals Microsoft Paint, kun je geen fotografische achtergrond toevoegen. De optie Vervangen laat je alleen de achtergrond vervangen door een effen kleur.

De dame en het trapje blijven scherp, de achtergrond vervaagt

Vergroten en verkleinen

Vaak wil je de grootte van een afbeelding aanpassen. Foto’s beschikt over een ingebouwde, aanpasbare resizer. Let op: wil je meerdere afbeeldingen tegelijk aanpassen, dan kan dat niet. Batchverwerking wordt niet ondersteund. Bij een geopende afbeelding klik je niet op Bewerken, maar op de drie puntjes bovenaan. In het menu kies je vervolgens Formaat van afbeelding wijzigen.

Je kunt het formaat instellen in pixelwaarden of in percentage. Tegelijk is het mogelijk om de afbeelding naar een andere indeling te converteren, bijvoorbeeld naar jpg of png. Met een schuifregelaar bepaal je de kwaliteit, wat de mate van compressie regelt. Hoe meer compressie, hoe kleiner het bestand, maar ook hoe groter het risico op kleine verstoringen (zogenaamde artefacten).

Onderaan zie je telkens het verschil tussen het huidige en het nieuwe bestand. Deze tool kun je niet alleen gebruiken om afbeeldingen te verkleinen; je kunt ze ook vergroten. Het verhogen van de resolutie heet upscaling of opschalen. Bij zowel upscalen als downscalen wordt automatisch de hoogte-breedteverhouding behouden, zodat de afbeelding niet wordt vervormd.

Door de resolutie en de compressie aan te passen, wordt het afbeeldingsbestand twintig keer kleiner.
Super Resolution

Op sommige computers verschijnt in deze app een knop Super Resolution. Dit is een AI-functie die foto’s automatisch scherper en gedetailleerder maakt. Zo kan een afbeelding van 800 × 600 worden opgeschaald naar 1600 × 1200 of zelfs hoger, terwijl de details grotendeels behouden blijven.

Bovendien corrigeert Super Resolution ook compressie-artefacten.De functie is alleen beschikbaar op pc’s met Copilot en een Neural Processing Unit (npu). Eind vorig jaar verscheen de knop per vergissing ook op apparaten die dit niet ondersteunden. Dat is inmiddels rechtgezet, zodat Super Resolution nu enkel zichtbaar is op geschikte toestellen.

Met Super Resolution helpt AI om je de afbeelding drastisch te upscalen.

Video’s bewerken

Met Microsoft Foto’s kun je ook eenvoudig video’s trimmen. Open de video in de app en die start meteen met afspelen. Linksboven verschijnt een rode knop Knippen. In het venster dat opent, gebruik je onderaan de tijdlijn de verticale indicator om het beginpunt van de video te bepalen. Daarna versleep je de achterste hendel om het eindpunt vast te leggen. Ben je tevreden met de selectie, dan kies je voor Opslaan als kopie (de originele video blijft behouden) of voor Opslaan (de oorspronkelijke video wordt overschreven).

Op de tijdlijn bepaal je eenvoudig het begin- en eindpunt van de video.

Filters en effecten

Zodra je op Bewerken hebt geklikt, kun je de afbeelding verfijnen met de knoppen Aanpassing (het pictogram van de zwart-witte bol) en Filteren (het pictogram van de kwast). Met Aanpassing pas je via schuifregelaars de belichting, kleur en scherpte aan. Zo maak je de kleuren warmer, verhoog je het contrast of voeg je extra helderheid toe. Onder Filteren vind je de functie Automatisch verbeteren en een reeks filters waarmee je de uitstraling van je foto in één klik verandert. Denk aan creatieve zwart-witfilters of effecten die je foto een vintage look geven. Pas je een filter toe, dan kun je de intensiteit traploos aanpassen.

Van elke filter kun je de intensiteit aanpassen.

Diashow

Je kunt in Foto’s heel snel een diashow starten. Selecteer in de galerij de gewenste afbeeldingen, klik er met de rechtermuisknop op en kies Diashow starten. De voorstelling begint onmiddellijk. Beweeg de muis naar boven, dan verschijnt een klein bedieningsvenster waarmee je de diashow kunt pauzeren of hervatten.

Via het muzieknootpictogram krijg je extra instellingen. Je kunt animaties of overgangen inschakelen, de voorstelling in een lus laten afspelen en een achtergrondmuziekje kiezen, bijvoorbeeld: Relaxed, Sentimenteel of Beats. Een belangrijke beperking: de diashow is slechts een tijdelijke weergave op het scherm. Je kunt hem dus niet rechtstreeks als videobestand opslaan. Wil je de slideshow later opnieuw bekijken, dan moet je de stappen opnieuw uitvoeren.

Met een klein regelvenster kun je de eigenschappen van de diashow regelen.

Horizonlijn corrigeren

Het komt vaak voor dat je snel een foto maakt en je focust op de persoon op de voorgrond, zonder te merken dat de horizon scheef staat. Dat kun je eenvoudig corrigeren in Foto’s tijdens de nabewerking. Klik op Bewerken en kies daarna Bijsnijden. Onderaan verschijnt een regelaar waarmee je de foto naar links of rechts kunt draaien. Terwijl je dit doet, verschijnt er een raster met hulplijnen, zodat je de achtergrond precies horizontaal kunt uitlijnen.

Door te roteren en rekening te houden met de hulplijnen, plaats je de horizonlijn perfect vlak.

Gelijkenissen zoeken

Wanneer je een afbeelding opent in Foto’s, zie je onderaan naast de knop Tekst scannen ook de optie Visueel zoeken met Bing. Met één muisklik opent Bing zijn afbeeldingzoeker in de browser en krijg je direct vergelijkbare afbeeldingen te zien. Dit is handig om objecten op basis van een foto te identificeren of om webpagina’s te vinden die exact dezelfde foto gebruiken. Je kunt deze zoekopdracht bovendien aanvullen met zoektermen.

Vanuit Foto’s laat je Bing zoeken naar gelijksoortige afbeeldingen op het web
Weergave 1:1 of 100%

Bovenaan zie je een klein knopje dat mogelijk vragen oproept: Werkelijke grootte, herkenbaar aan het pictogram 1:1. Een afbeelding bestaat uit beeldpuntjes, oftewel pixels, net zoals een computerscherm. Wanneer je de afbeelding via deze knop zodanig vergroot dat ieder beeldpuntje van de afbeelding exact overeenkomt met één pixel op het scherm, spreken we van een 1:1- of een 100%-weergave. Deze weergave is belangrijk om de scherpte van de afbeelding goed te kunnen beoordelen. Op het scherm wordt een foto vaak verkleind weergegeven, waardoor je niet kunt voorspellen of hij bij afdruk scherp zal zijn. Als de foto in Werkelijke grootte scherp oogt, kun je ervan uitgaan dat de kwaliteit in orde is.

Nu wordt de afbeelding op 37% getoond, met de knop 1:1 zien we hem op 100%

Info vragen aan Copilot

In de app vind je rechtsboven ook een knop naar Copilot. Daarmee kun je de AI raadplegen om vragen te stellen over de geselecteerde afbeelding. Open een foto, klik op de Copilot-knop en stel bijvoorbeeld de vraag: “Waar is deze opname gemaakt?” Met wat geluk herkent Copilot de omgeving en geeft hij meteen een verklaring waarom hij denkt dat de foto daar genomen is. Interessant is dat Copilot ook nagaat of je de vraag uit pure nieuwsgierigheid stelt of omdat je van plan bent de plek daadwerkelijk te bezoeken. In dat laatste geval helpt de assistent je verder met de voorbereiding van de reis.

Copilot geeft uitvoerig toelichting bij deze foto.

Exporteren naar Clipchamp

Selecteer in de Foto’s-galerij de afbeeldingen en video’s die je wilt combineren tot één filmmontage. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de selectie en kies de opdracht Een video maken in Microsoft Clipchamp. Daarmee open je Clipchamp, de gratis video-editor die sinds 2021 eigendom is van Microsoft en standaard wordt meegeleverd met Windows 11. Het programma is de opvolger van de oude Video Editor in Foto’s.

Clipchamp is laagdrempelig in gebruik, maar tegelijk krachtig genoeg om snel aantrekkelijke video’s te maken zonder dat je een professioneel pakket zoals Adobe Premiere nodig hebt. De geselecteerde media worden automatisch toegevoegd aan de map Jouw media in Clipchamp. Het enige wat je nog hoeft te doen, is de clips naar de tijdlijn te slepen, de duur van elke clip in te stellen en eventueel overgangen of effecten toe te voegen.

▼ Volgende artikel
Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?
© Golib Tolibov
Huis

Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?

Providers verleiden je graag met pakketten van 1 Gbit/s of meer, maar de meeste huishoudens benutten die bandbreedte zelden volledig. Of je nu streamt in 4K, fanatiek gamet of veel thuiswerkt, de juiste snelheid kiezen kan je flink wat geld besparen. We leggen uit hoeveel Mbit/s daadwerkelijk vereist is voor een stabiele verbinding zonder onnodige kosten.

Om te bepalen wat je nodig hebt, moet je eerst weten wat je verbruikt. Internetsnelheid wordt uitgedrukt in megabit per seconde, oftewel Mbit/s. Voor simpel surfgedrag, zoals het lezen van nieuwswebsites of het versturen van e-mails, heb je nauwelijks bandbreedte nodig. Vaak is 10 tot 20 Mbit/s in combinatie met een fatsoenlijke router al ruim voldoende. De echte belasting ontstaat pas bij het streamen van video. Diensten als Netflix of Disney+ geven duidelijke richtlijnen: voor een film in Full HD heb je ongeveer 5 Mbit/s nodig, maar wil je in de hoogste 4K-kwaliteit kijken, dan loopt dat al snel op naar 25 Mbit/s per stream. Als je in je eentje woont en vooral streamt, is een instapabonnement van 50 tot 100 Mbit/s dus vaak al meer dan genoeg.

De impact van meerdere gebruikers

De rekensom verandert zodra er meerdere mensen tegelijkertijd van het netwerk gebruikmaken. Je moet de internetverbinding zien als een digitale waterleiding: als iedereen tegelijk de kraan openzet, neemt de druk af. In een gezinssituatie waar de één een film in 4K kijkt, de ander een groot spelbestand downloadt en een derde persoon aan het videobellen is, telt het verbruik al snel op. Voor een gemiddeld gezin van vier personen wordt een snelheid tussen de 100 en 200 Mbit/s aangeraden. Hiermee voorkom je de gevreesde buffer-cirkels tijdens het filmkijken en zorg je dat downloads op de achtergrond de rest van het verkeer niet platleggen.

©Pixel-Shot

Uploadsnelheid bij thuiswerken

Veel consumenten staren zich blind op de downloadsnelheid, oftewel hoe snel je gegevens binnenhaalt. Maar sinds het massale thuiswerken is de uploadsnelheid minstens zo belangrijk geworden. Die bepaalt immers hoe snel jij gegevens naar het internet kan versturen. Tijdens een videogesprek via Teams of Zoom moet jouw beeld en geluid helder bij de collega's aankomen.

Bij traditionele kabelverbindingen is de uploadsnelheid vaak een fractie van de downloadsnelheid. Glasvezel biedt hier een groot voordeel omdat de upload- en downloadsnelheid daar meestal gelijk zijn (symmetrisch). Als je vaak grote bestanden naar de cloud stuurt of veel videobelt, is een abonnement met een hogere uploadsnelheid geen overbodige luxe.

Populaire merken voor netwerkapparatuur

Bij de zoektocht naar betere routers of mesh-systemen om je internetsnelheid optimaal te benutten, kom je al snel een aantal bekende namen tegen. TP-Link is momenteel een van de grootste spelers en biedt met de Deco-reeks toegankelijke oplossingen voor betere wifi-dekking in het hele huis. Netgear is een andere zwaargewicht die met hun Nighthawk-routers en Orbi-systemen vaak de bovenkant van de markt bedient voor veeleisende gebruikers. Voor consumenten die zweren bij stabiliteit en uitgebreide functies is het Duitse AVM, de maker van de iconische FRITZ!Box, al jaren een vaste waarde. Ook ASUS timmert hard aan de weg met krachtige routers die specifiek gericht zijn op gamers en gebruikers die maximale controle over hun netwerkinstellingen wensen.

Gigabit-internet vaak overkill

Providers adverteren steeds vaker met snelheden van 1000 Mbit/s (1 Gbit/s) of hoger. Hoewel dat indrukwekkend klinkt, is het voor de gemiddelde consument vaak overkill. Je merkt dat verschil eigenlijk alleen als je zeer regelmatig gigantische bestanden downloadt, zoals updates voor moderne games die soms wel 100 GB groot zijn. Met een gigabit-verbinding is zo'n update in enkele minuten binnen, terwijl je met een 100Mbit/s-verbinding wat langer moet wachten. Voor dagelijks gebruik, inclusief streamen en surfen, merk je in de praktijk weinig verschil tussen 200 Mbit/s en 1000 Mbit/s, omdat de servers van websites en streamingdiensten de snelheid vaak zelf beperken.

Wifi als vertragende factor

Besef tot slot dat de snelheid die je bij je provider inkoopt niet altijd de snelheid is die je op je apparaat haalt. Vaak ligt een trage verbinding niet aan het abonnement, maar aan de wifi-dekking in huis. Een duur abonnement van 1 Gbit/s lost een slecht wifi-signaal op zolder niet op. Voordat je je abonnement upgradet omdat het internet traag aanvoelt, is het verstandig om eerst te controleren of je router op een goede plek staat of dat je wellicht een mesh-netwerk nodig hebt om het signaal te verbeteren. In veel gevallen is investeren in betere wifi-apparatuur effectiever dan betalen voor een hogere snelheid die je draadloos toch niet kunt benutten.