ID.nl logo
Benader je thuisnetwerk vanaf internet
© Reshift Digital
Huis

Benader je thuisnetwerk vanaf internet

Ieder thuisnetwerk zit achter een router. De router zorgt ervoor dat alle pc's van het thuisnetwerk toegang hebben tot internet. Wil je een apparaat in je huis benaderen vanaf het internet, dan voorkomt de router dat juist. Je zult poorten moeten openen en toegang moeten verlenen. Hoe doe je dat?

In elk thuisnetwerk zit minimaal één router. Vaak is deze gecombineerd met het modem, maar noodzakelijk is dat niet. De belangrijkste taak van een router is het routeren, dat wil zeggen het door een netwerk loodsen van een netwerkbericht of datapakketje om het van de ene plek op de andere te krijgen. Routers gebruiken daarvoor het IP-adres van de bestemming dat in elk netwerkpakketje staat. Ze beslissen dan heel snel of dat IP-adres op het thuisnetwerk hoort. Zo niet, dan stuurt de router het pakketje het netwerk van de provider op. De router doet echter nog veel meer. Een tweede belangrijke functie van een router is NAT (Network Address Translation): dit is het vervangen van het IP-adres van een netwerkpakketje door een ander IP-adres binnen het thuisnetwerk. Dit is noodzakelijk omdat een deel van alle bestaande IP-adressen alleen op het thuisnetwerk kan worden gebruikt en niet op internet.

De derde belangrijke functie van de router is de firewall. De router zal standaard elk bericht dat van het internet komt beoordelen en het enkel doorlaten als het een antwoord is op een bericht van een computer op het thuisnetwerk. Alle andere berichten worden geblokkeerd, zo beveiligt de firewall het thuisnetwerk tegen indringers. Samen zorgen deze functies voor een prima verbinding met internet, maar maken ze het benaderen van het thuisnetwerk vanaf het internet een stuk lastiger. Toch wil je sommige apparaten binnen je thuisnetwerk wel vanaf internet benaderen, bijvoorbeeld een NAS of een webcam.

01 Het eigen netwerk

Mogelijk weet je al het een en ander over je netwerk, maar voor portforwarding moet je in elk geval de IP-configuratie kennen van zowel de router als van het apparaat dat je wilt ontsluiten via internet. Om het netwerk te verkennen open je in Windows een opdrachtprompt: klik op de startknop, tik een deel van het woord opdrachtprompt en klik op de optie Opdrachtprompt. In het opdrachtpromptvenster voer je het commando ipconfig uit. Zo achterhaal je het eigen IP-adres, het subnetmasker, maar ook het IP-adres van de standaardgateway (dat is het adres van de router). Het IP-adres van de NAS of IP-camera zit in hetzelfde netwerk als de pc en de router. Je kunt ook een netwerkscanner als Angry IP Scanner gebruiken. Op je smartphone kun je een app als Fing (ook voor Android) gebruiken om deze informatie te verkrijgen.

©PXimport

Om het netwerk te leren kennen gebruik je de opdrachtprompt.

©PXimport

Ook met smartphone en een app als Fing kun je eenvoudig het IP-adres van de router vinden.

02 Inloggen op de router

Beheer van de router gaat altijd via de browser. Start de browser en typ in de adresbalk het IP-adres van de standaardgateway, bijvoorbeeld http://192.168.1.1. Log in met je gebruikersnaam en wachtwoord. Anders dan de apparaten in het thuisnetwerk, heeft een router niet één, maar twee IP-adressen. Het IP-adres aan de kant van het thuisnetwerk is het IP-adres van de router als standaardgateway. Daarnaast heeft de router nog een IP-adres aan de kant van het internet, vaak de WAN-poort geheten. Beide IP-adressen zijn te vinden in de configuratie van de router. Noteer de IP-adressen, later heb je allebei nodig. Als je alles goed hebt ingesteld, gebruik je het externe IP-adres (van de WAN-poort) om vanaf internet verbinding te maken met bijvoorbeeld je NAS of IP-camera.

©PXimport

De router heeft twee IP-adressen, een voor het interne netwerk (LAN) en een voor op internet (WAN).

03 Vast IP-adres

Voor portforwarding is het belangrijk dat het apparaat dat je via internet wilt gebruiken, zoals een NAS of IP-camera, altijd op hetzelfde IP-adres in het thuisnetwerk te vinden is. Het apparaat mag dus niet via DHCP zijn IP-adres krijgen, maar een vast IP-adres hebben. Dit wordt ook wel een 'static' IP-adres genoemd. In de configuratie van de NAS of IP-camera kun je zo'n vast IP-adres instellen. Log daarvoor in op de webinterface van het apparaat en open de netwerkconfiguratie.

©PXimport

Geef alle apparaten die je wilt kunnen bereiken vanaf internet een vast IP-adres op het thuisnetwerk.

04 De theorie van portforwarding

Om alles zo in te stellen dat iemand via internet de beelden van de IP-camera in het thuisnetwerk kan zien, moet je een aantal gegevens weten. Gezien vanaf het internet zijn dat: het IP-adres aan de WAN-kant van de router, het IP-adres op het thuisnetwerk van de IP-camera en het poortnummer waarop de webcamsoftware actief is op de IP-camera. Bij portforwarding open je dan een poort in de firewall van de router (dat kan poort 80 zijn of poort 5000) en die koppel je aan het IP-adres van de IP-camera en het poortnummer op de IP-camera.

Wanneer je vervolgens een browser opent en zorgt dat deze echt via internet verbinding maakt (dus niet via het interne netwerk) en het adres van de router in de adresbalk typt met het juiste poortnummer, dan zal de firewall die verbinding accepteren en doorzetten naar het IP-adres en het poortnummer dat je hebt opgegeven in de regel voor portforwarding. Vanaf stap 6 laten we je voor een aantal populaire merken routers zien hoe je portforwarding instelt.

©PXimport

De iPhone en notebook maken beide verbinding met een apparaat op het thuisnetwerk, via een verzoek aan de router met verschillende poortnummers.

IP-adressen

TCP/IP is het communicatieprotocol op je thuisnetwerk én internet. Wanneer je bijvoorbeeld een webpagina opent, dan gaat er een groot aantal netwerkpakketjes van de computer naar de webserver en terug. De basis daarvan is de IP-adressering. Elke computer, NAS of IP-camera heeft een IP-adres. Elk adres bestaat uit vier blokken van elk maximaal 3 cijfers, van 0 tot 255.

Alle adressen zitten dus tussen 0.0.0.0 en 255.255.255.255, in totaal 4.294.967.296 IP-adressen (2^32). Van al die adressen zijn een paar blokken alleen voor gebruik op privénetwerken, deze kunnen niet op internet worden gebruikt. Dit zijn 10.0.0.0 tot 10.255.255.255, 127.0.0.0 tot 127.255.255.255 en 192.168.0.0 tot 192.168.255.255. Dit geldt overigens voor IPv4. Er is inmiddels een opvolger in de vorm van IPv6, waarbij er genoeg IP-adressen beschikbaar zijn om ieder apparaat een uniek adres te geven. IPv6 wordt echter nog nauwelijks gebruikt.

05 Meerdere routers in het thuisnetwerk

In veel huizen hangt de eigen router achter een router van de internetprovider. Je hebt dan dus twee routers tussen de IP-camera en het internet en je moet dan ook op beide de portforwarding regelen. Je kunt dat heel precies doen door op Router1 een portforwarding-regel maken naar Router2 en van daar nog weer naar de IP-camera. Je kunt Router2 ook in de DMZ (demilitarized zone) van Router1 zetten, dan worden alle verbindingen die binnenkomen naar de tweede router doorgezet.

©PXimport

Zitten er twee routers in het netwerk, dan is op beide portforwarding noodzakelijk.

TCP/IP-poorten

Om een NAS of IP-camera te ontsluiten moet je behalve het IP-adres ook het poortnummer weten waarop de service van dat apparaat bereikbaar is. Een webserver draait bijvoorbeeld standaard op poortnummer 80 en een beveiligde webserver op poortnummer 443. Een apparaat in het netwerk heeft doorgaans één IP-adres met 65.536 mogelijke poortnummers. Zijn op een NAS meerdere diensten actief, bijvoorbeeld een webserver en een ftp-server, dan zal de webserver doorgaans op poort 80 werken en de ftp-server op poort 21. Je kunt echter in de configuratie van de NAS of IP-camera zelf met het poortnummer schuiven en de webserver bijvoorbeeld op poort 2000 draaien als je dat wilt. Tevens kun je aan de internetkant kiezen voor een andere poort dan binnen je netwerk.

Draait de webserver op de NAS bijvoorbeeld op poort 80, kun je die aan de buitenkant koppelen aan poort 5000. Daarom moet je bij elke regel voor portforwarding altijd een externe poort opgeven en een interne. De eerste is de poort op de router, de tweede die op de NAS. De poorten tot en met 1023 zijn gereserveerd voor standaardservices, de poorten boven de 1024 kun je altijd vrij gebruiken.

06 Portforwarding bij ASUS

ASUS behoort inmiddels tot de populairste routermerken. We gebruiken de RT-N66U, maar de firmware komt overeen met die van de meeste ASUS-routers. Log in op de webinterface van de router en blader naar WAN. Klik op Virtual Server/Port Forwarding. Kies bij Enable Port Forwarding voor Yes. Bij Famous Server List kun je nu een veelvoorkomende service kiezen zoals ftp of http (website) waarna de router al het goede poortnummer invult. Je kunt dit ook handmatig doen, dat is zelfs noodzakelijk bij niet-standaard poorten die niet in de lijst met voorgedefinieerde services zitten. Klik in de regel onder Port Forwarding List en type bij Service Name een naam voor deze dienst zodat die later duidelijk te herkennen is.

©PXimport

Toegang tot de webinterface van de NAS op poort 8080 is nu opengezet vanaf internet voor alle browsers op poort 80.

Bij Portrange zet je het poortnummer of de poortnummers waarmee je aan de WAN-kant aanklopt. Selecteer bij Local IP het juiste IP-adres uit de lijst of typ dit IP-adres zelf in. Vul bij Local Port het poortnummer in van de betreffende netwerkdienst op de NAS of IP-camera. Selecteer het protocol (TCP, UDP of BOTH) en bevestig met een klik op Add en Apply.

©PXimport

De ASUS-router weet welke apparaten op zijn interne netwerk zitten en deze kun je ook selecteren bij het configureren van de portforwarding.

TCP, UDP of beide

Bij elke regel voor portforwarding wordt gevraagd of het TCP, UDP of beide (Engels: both) is. TCP en UDP zijn allebei protocollen die het transport van netwerkpakketjes regelen. Het verschil tussen de twee is dat TCP zekerder is, van elk pakketje dat het verstuurt vraagt het om een bevestiging van ontvangst. UDP doet dat niet. Bovenliggende protocollen als http en ftp kunnen vaak met beide overweg. TCP heeft daarbij vaak de voorkeur. Welke je moet gebruiken is afhankelijk van het protocol. Bij twijfel, kies beide. Werkt het niet, wissel dan tussen de drie opties.

07 Portforwarding bij TP-Link

De webinterface van de TP-Link Archer C2 AC750 is gelijk aan die van veel andere routers van TP-Link. Log in op de router en open het menu NAT. Belangrijk is dat bij beide NAT-opties in dat venster de optie Enabled is geselecteerd. Is dat niet het geval, pas dat dan aan en klik op de knop Save. Klik dan op Forwarding / Virtual Server. TP-Link noemt elke machine die op het thuisnetwerk services aanbiedt op het internet een virtual server. Klik op Add new. Je moet nu een regel maken voor de firewall. Deze begint met de Service Port, dat is het externe poortnummer waarmee je vanaf internet aanklopt op de WAN-kant van de router. Bij IP Address komt het IP-adres van de NAS of IP-camera, bij Internal Port het poortnummer op de NAS of IP-camera waar de dienst op te bereiken is die je wilt kunnen gebruiken. Selecteer bij Protocol de juiste instelling (TCP of UDP) en bevestig met Save. De regel is meteen actief.

©PXimport

Twee portforwarding-regels op de TP-Link. Eenmaal binnenkomend poort 5000 naar poort 80 op de NAS en eenmaal binnenkomend poort 80 naar poort 80 op de IP-camera.

©PXimport

TP-Link biedt meerdere NAT-opties, maar de standaardinstelling werkt het beste voor portforwarding.

08 Portforwarding bij Sitecom

Sitecom is één van de populairste routermerken in Nederland. De interface van de door ons gebruikte X8 AC1750 is hetzelfde als veel andere Sitecom-routers. Log in op de beheerpagina van de router en schakel eerst over naar het Nederlands via het menu rechtsboven. De Sitecom heeft een tabblad genaamd Firewall, maar voor portforwarding moet je bij het tabblad Geavanceerd zijn. Klik op Virtuele Server en zet een vinkje voor de optie Virtuele Server aan.

Typ nu bij Lokaal IP het IP-adres van de NAS of de IP-camera op het thuisnetwerk. Bij Lokale poort zet je het poortnummer van de service op de NAS of IP-camera, bij Type kies je weer TCP, UDP of Beide, en bij Publieke poort zet je het poortnummer waarmee je vanaf internet verbinding maakt. Geef de regel een naam in het vak Commentaar en bevestig via Toevoegen en daarna Toepassen. Je kunt meerdere regels toevoegen, en via Selecteren later ook verwijderen.

©PXimport

Sitecom gebruikt de Virtuele Server-functie voor het toegang geven aan een systeem op het LAN vanaf het internet.

09 Portforwarding bij Netgear

We hebben voor Netgear de Nighthawk R7000 gebruikt, maar de interface komt overeen met andere Netgear-routers. Kies in de webinterface Geavanceerd / Geavanceerde instellingen. Klik op Poort doorsturen / poort activeren. Gaat het om een standaard poort, dan kun je die in het menu Servicenaam selecteren en daarna het IP-adres compleet maken. Klik dan op Toevoegen. Wil je meer maatwerk, bijvoorbeeld een niet-standaard poort of een andere poort aan de buitenkant van de router dan waar je naar doorzet op het LAN, klik dan op de wat minder goed zichtbare knop Aangepast service toevoegen. Typ een Servicenaam voor de herkenbaarheid en kies TCP, UDP of TCP/UDP. Je kunt één poort gebruiken door bij Externe beginpoort en Externe eindpoort hetzelfde poortnummer in te vullen, maar je kunt ook meerdere poorten ineens configureren door een reeks te maken met begin- en eindpoortnummers die niet gelijk zijn.

©PXimport

Netgear biedt veel configuratieopties voor de portforwarding op één overzichtelijke pagina.

Als je een andere poort op het LAN wilt gebruiken, haal je het vinkje weg bij Gebruik hetzelfde poortbereik voor interne poort en typ je de poortnummers in. Voer het IP-adres in of selecteer het apparaat in de lijst met Aangesloten apparaten en bevestig met Toepassen.

©PXimport

Wil je een standaard poortnummer één op één doorzetten van WAN naar LAN, dan kun je die selecteren uit het menu met standaard services.

10 Portforwarding met Linksys

Linksys is tegenwoordig onderdeel van Belkin, maar heel veel routers draaien nog software met vooral verwijzingen naar Cisco. Deze verschillen tussen de oudere en nieuwere modellen zijn vooral cosmetisch. Kies in de webinterface Beveiligingsconfiguratie weergeven en wijzigen. Voor portforwarding open je het derde tabblad Toepassingen en games. Linksys biedt de mogelijkheid een poortbereik door te sturen, maar kies voor Enkele poort doorsturen. Klik dan op Doorsturen één poort toevoegen. Geef de regel een naam bij Naam toepassing, voeg een Externe poort toe voor het poortnummer waarmee je vanaf het internet bij de router aanklopt, en een Interne poort, waarop de service actief is op de NAS of IP-camera.

©PXimport

Let er op dat je het vinkje Waar aan vinkt.

Selecteer bij Protocol de optie TCP, UDP of Beide en voeg het IP-adres toe. Let erop dat er een vinkje staat in de kolom Ingeschakeld en klik dan op Opslaan. Bevestig met Toepassen of OK onderop de pagina.

©PXimport

Gemiste kans: het overzicht van aangesloten apparaten kan niet gebruikt worden om eenvoudig een port te forwarden.

Verbinden met alternatieve poort

Wanneer je een website opent, maakt de browser contact met poort 80 van de webserver. Als je 'https' voor de naam van de site zet, dan is dat poort 443. Je kunt de browser echter ook forceren om met een andere poort contact te maken. Dat is noodzakelijk wanneer je zelf op de router als externe poort voor een service bijvoorbeeld poort 5000 hebt geconfigureerd. Om met een browser op een andere poort te verbinden dan de standaardpoort 80, zet je achter het IP-adres of de domeinnaam een dubbele punt en dan het poortnummer. In het geval van poort 5000 wordt dat bijvoorbeeld http://123.12.34.23:5000. Als IP-adres gebruik je het WAN-IP-adres van je router.

▼ Volgende artikel
Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden
© MG | ID.nl
Huis

Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden

Zelfs een royaal bemeten schijf raakt ooit weer vol met bestanden, van freeware en tijdelijke systeembestanden tot foto’s en vergeten downloads. Dat is niet alleen hinderlijk voor jezelf, maar kan ook problemen geven. Hoog tijd dus om schijfruimte vrij te maken en je ruimte voortaan ook beter te beheren.

Wanneer de vrije schijfruimte tot minder dan circa 15 procent van de totale capaciteit zakt, is het hoog tijd om ruimte vrij te maken. Windows heeft namelijk ruimte nodig voor tijdelijke bestanden, updates, caches, herstelpunten en het wisselbestand (pagefile). Een nagenoeg volle schijf dwingt het systeem om voortdurend data te herschikken, wat merkbare vertraging veroorzaakt. Bovendien kan Windows bij ruimtegebrek updates of systeembescherming pauzeren, en ook de (indexering van de) ingebouwde zoekfunctie kan trager werken. Voor ssd’s komt daar nog bij dat de controller eerst oude datablokken moet wissen voordat hij nieuwe kan schrijven, wat bij een nagenoeg volle schijf extra vertraging geeft.

Maar ook met meer dan 15 procent vrije ruimte blijft schijfopruiming zinvol, al zal dit dan weinig invloed hebben op de (systeem)prestaties. Een opgeruimde schijf zonder oude downloads, dubbele bestanden en ongebruikte apps biedt namelijk meer overzicht, je vindt sneller wat je zoekt en ook je back-ups worden kleiner en sneller. Bovendien kunnen oude documenten, browserdata en caches gevoelige informatie bevatten, waardoor opruimen ook je privacy ten goede komt.

Bij minder dan 20 procent vrije schijfruimte kan Windows in ademnood raken.

Opslaganalyse

Voor je begint met opruimen, controleer je eerst hoeveel vrije schijfruimte je nog hebt en welke bestanden de meeste ruimte gebruiken. Klik in Verkenner in het navigatievenster op Deze pc om meteen te zien hoeveel ruimte er op elk station nog vrij is.

Wil je weten welke bestandscategorieën de meeste ruimte innemen, open dan Instellingen in Windows en kies Systeem / Opslag. Bovenaan zie je hoeveel ruimte op je systeempartitie in gebruik is. Daaronder toont Windows verschillende categorieën, zoals Geïnstalleerde apps, Tijdelijke bestanden en E-mailberichten, telkens met de hoeveelheid ingenomen ruimte. Klik op Meer categorieën weergeven voor alle categorieën. Let op: bij categorieën als Documenten, Afbeeldingen, Video’s en Muziek controleert Windows enkel de standaardmappen, zoals C:\Users\<accountnaam>\Afbeeldingen. Klik op een categorie voor meer details en voor mogelijke verwijderacties.

Windows toont je de gebruikte schijfruimte per datacategorie.

Analyse met TreeSize Free

De ingebouwde opslaganalyse beperkt zich tot de systeemschijf, terwijl je vaak ook het ruimteverbruik op andere partities of schijven wilt zien. Dit kan met een tool als TreeSize Free (www.kwikr.nl/treesize2). Start de app als administrator, open het tabblad Start en kies bij Selecteer map het station of de map. Na de scan verschijnen de (sub)mappen en bestanden in het bovenste venster, met onder meer hun grootte, aantal mappen en bestanden, en het opslagpercentage binnen de bovenliggende map. Je kunt op elke kolomkop klikken om te sorteren. Via de knoppenbalk bepaal je wat in het onderste deelvenster wordt getoond. Klik bijvoorbeeld op Grootte om elke (sub)map weer te geven als een rechthoek waarvan het oppervlak overeenkomt met de gebruikte schijfruimte, zodat je meteen ziet welke mappen het grootst zijn. Je kunt ook kiezen voor Aantal bestanden of Percentage. De Personal-versie (gratis proefversie van 14 dagen, daarna 27 euro) biedt ten opzichte van de Free-versie extra functies, zoals wizards om snel de grootste, oudste of dubbele bestanden te vinden.

Met TreeSize vind je snel welke mappen veel ruimte innemen.

Schijfopruiming

Met een tool als TreeSize kun je makkelijker overtollige opslagverbruikers vinden en ze verplaatsen of verwijderen, maar dit handmatig doen kost tijd. Het kan ook ‘semiautomatisch’ via de ingebouwde tool Schijfopruiming, die Microsoft helaas steeds minder prominent maakt. Typ schijf in het startmenu, open Schijfopruiming en kies het station dat je wilt opruimen. Na bevestiging met OK verschijnt een lijst met items die je kunt selecteren en verwijderen via OK / Bestanden verwijderen, zoals Windows Update opschonen, Tijdelijke internetbestanden en Prullenbak. Je ziet ook telkens hoeveel ruimte elk item inneemt.

Met de knop Systeembestanden opschonen start je een nieuwe scan, met op het extra tabblad Meer opties twee knoppen Opruimen: een om overbodige programma’s te verwijderen en een om oude herstelpunten te wissen. Verder in dit artikel komen we op deze onderdelen terug.

Je kunt ook opruimprofielen maken, waarbij telkens andere onderdelen worden opgeschoond. Druk op Windows-toets+Ren voer cleanmgr /sageset:<n>uit (vervang <n> door een willekeurig profielnummer, bijvoorbeeld 1), zet de gewenste vinkjes en bevestig met OK. Herhaal dit voor een ander profiel (zoals cleanmgr /sageset:<n+1>). Voer Schijfopruiming later opnieuw uit met een bestaand profiel via bijvoorbeeld cleanmgr

De tool Schijfopruiming is ook in Windows 11 nog goed bruikbaar.

De-junking

Er bestaan ook gratis tools die zich richten op het opsporen en verwijderen van tijdelijke en andere ongewenste bestanden (junk). Zulke tools zijn niet strikt noodzakelijk, maar wel handig om in één keer alle webbrowsers en andere applicaties schoon te maken. Maak vooraf wel een systeemherstelpunt: klik in het startmenu op Een herstelpunt maken en volg de instructies.

Bekende tools zijn CCleaner (www.ccleaner.com) en het opensource BleachBit (www.bleachbit.org). We nemen hier BleachBit als voorbeeld. Na het opstarten zie je in het linkervenster de onderdelen die kunnen worden opgeschoond, met rechts telkens een korte toelichting. Selecteer de gewenste items, zoals Google Chrome, Microsoft Edge, Microsoft Office en Systeem, en klik op Voorvertonen om te zien wat er precies wordt verwijderd en hoeveel ruimte dat oplevert. Je kunt ook met rechts op een item klikken en hier Voorvertonen kiezen om direct te zien hoeveel schijfruimte je ermee vrijmaakt. Bevestig met Opruimen om het opschoonproces te starten.

Heel wat programma’s laten sporen na die je wellicht liever opgeruimd ziet.

Programma’s verwijderen

Er is zoveel goede freeware dat je waarschijnlijk al regelmatig een gratis programma uitprobeert en installeert. Zulke programma’s kosten wel schijfruimte. Gebruik je een applicatie niet langer, dan verwijder je die bij voorkeur. Dat kan via Instellingen / Apps / Geïnstalleerde apps. Klik op het knopje met drie puntjes naast de app en kies Verwijderen (twee keer). Oudere of complexere toepassingen haal je weg via het Configuratiescherm met Een programma verwijderen.

Een nadeel van de Windows-procedures is dat je slechts één toepassing tegelijk verwijdert en niet altijd alle sporen meeneemt. Gratis alternatieven als IObit Uninstaller (www.kwikr.nl/uninst) en het opensource Bulk Crap Uninstaller (www.bcuninstaller.com) ondersteunen batchverwijdering en ruimen grondiger op. Omdat IObit nogal opdringerig is, focussen we hier op BCU, gericht op iets gevorderde gebruikers.

Sommige programma’s kun je vanuit het Configuratiescherm verwijderen.

BCU

Installeer BCU en start het programma. De eerste keer verschijnt een wizard die je in een zevental stappen door de initiële configuratie leidt; de voorgestelde opties kun je gerust laten staan. Daarna zie je een lijst met gedetecteerde programma’s die je kunt sorteren op bijvoorbeeld Naam, Installatiedatum of Grootte.

Met de Ctrl- of Shift-toets selecteer je meerdere ongewenste programma’s tegelijk, waarna je op De-installeer (stil) klikt. In het dialoogvenster dat volgt kun je het verwijderproces eventueel nog aanpassen, of zelfs kiezen voor De-installatie simuleren. Na bevestiging kun je eventueel nog aangeven welke programma-onderdelen je alsnog wilt behouden. BCU maakt automatisch een herstelpunt en zoekt na afloop naar restanten, zoals registersleutels, die je desgewenst kunt laten verwijderen. Via Help / Help openen krijg je toegang tot een uitgebreide Engelstalige handleiding.

BCU laat je het verwijderproces van applicaties nauwkeurig sturen.

Bloatware

De kans is groot dat Windows al vooraf geïnstalleerd was toen je je pc of laptop kocht. In dat geval heeft de fabrikant waarschijnlijk flink wat ‘crapware’ oftewel ‘bloatware’ toegevoegd, zoals proefversies en extra software naast de standaard Windows-apps. Je kunt deze handmatig verwijderen zoals eerder beschreven, maar er bestaan ook gratis tools die zich specifiek op bloatware richten.

Een daarvan is O&O AppBuster (www.kwikr.nl/appbuster). De app toont alle gedetecteerde programma’s en geeft per item in de kolom Recommendation een aanbeveling om het al dan niet te verwijderen. Kies je vervolgens de optie Computer, dan verdwijnen de geselecteerde apps ook bij toekomstige Windows-accounts. Beantwoord de vraag om eerst een herstelpunt te maken met Yes.

Voor iets gevorderde gebruikers is er Bloatware Removal Utility (www.kwikr.nl/bru). Klik op de groene Code-knop en kies Download ZIP. Pak het archief uit, navigeer naar de map, klik met rechts op Bloatware-Removal-Utility.bat en kies Als administrator uitvoeren. Dit start een PowerShell-script dat de aanwezige applicaties oplijst. Via Toggle Suggested Bloatware krijg je suggesties voor te verwijderen apps. Laat in het Options-menu de standaardinstellingen staan, zodat automatisch ook een herstelpunt wordt gemaakt. Selecteer de ongewenste items, klik op Remove Selected en bevestig met Y in het PowerShell-venster.

Op een Windows-pc is vaak veel ‘bloatware’ geïnstalleerd die je wellicht liever kwijt dan rijk bent.

Dubbele bestanden

Na verloop van tijd stapelen zich niet alleen overtollige bestanden op, maar vaak ook dubbele exemplaren. Wanneer je deze opspoort en verwijdert, moet je er zeker van zijn dat het echt om exacte kopieën gaat en dat het systeem of andere applicaties ze niet nodig hebben, wat geregeld voorkomt.

Handmatig dubbele bestanden opruimen is haast onmogelijk, maar met een hulpmiddel als het gratis opensource dupeGuru (https://dupeguru.voltaicideas.net) lukt dat wel. Installeer de app en start deze bij voorkeur als administrator. Met het plusknopje onderaan voeg je de mappen toe die je wilt laten analyseren. De Toepassingsmodus laat je bij voorkeur staan op Standaard, tenzij je specifiek dubbele muziek- of beeldbestanden zoekt. Bij Onderzoekstype kies je wellicht Bestandsnaam, maar je kunt ook Inhoud (duurt langer) of Mappen selecteren.

Je kunt direct op Onderzoeken klikken, rechtsonder, maar via Meer Opties pas je indien gewenst eerst zoekfilters aan. Zo kun je bijvoorbeeld Negeer bestanden kleiner dan x KB instellen om je op grote ruimtevreters te concentreren. Na de scan toont dupeGuru alle mogelijke dubbele bestanden met een zekerheidspercentage. Via Acties kun je geselecteerde bestanden kopiëren, verplaatsen of verwijderen. Nogmaals, wees hierbij wel voorzichtig.

Dubbele bestanden opsporen doe je liever niet helemaal handmatig.

Extra ruimte

We belichten graag nog enkele specials: onderdelen die vaak over het hoofd worden gezien, maar waarmee je toch flink wat schijfruimte kunt winnen.We doelen hier niet op allerlei ‘optimizer tools’ en ‘registry cleaners’, die zelden extra ruimte of betere systeemprestaties opleveren en soms zelfs schade veroorzaken. Wat wél merkbaar ruimte kan besparen is het uitschakelen van de sluimerstand. Tijdens deze energiemodus wordt de inhoud van het werkgeheugen opgeslagen in het verborgen systeembestand C:\hiberfil.sys voordat de pc wordt afgesloten. Dit bestand kan tot zo’n 75 procent van het totale RAM-geheugen groot zijn. Kun je zonder sluimerstand, open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer powercfg -h off uit (h staat voor hibernation). Na bevestiging verdwijnt hiberfil.sys. Met de parameter -on kun je de sluimerstand desgewenst later weer inschakelen.

Ook door systeemherstelpunten te verwijderen kun je tijdelijk veel ruimte vrijmaken. Druk op Windows-toets+R en voer systempropertiesprotection uit. In het venster Systeemeigenschappen open je het tabblad Systeembeveiliging, klik je op Configureren en daarna op Verwijderen en Doorgaan. Zodra het kan, kun je via de knop Maken opnieuw een herstelpunt creëren.

Bij acute schijfnood kun je eventueel ook de gemaakte herstelpunten verwijderen.

Acuut

Bij acute schijfnood kun je overwegen de schijfinhoud te comprimeren. Windows biedt hier standaard tools voor. Open de Verkenner, klik met rechts op de gewenste stationsletter en kies Eigenschappen. Plaats op het tabblad Algemeen een vinkje bij Dit station comprimeren om schijfruimte te besparen. Bevestig met OK en geef aan of je dit ook op alle onderliggende mappen wilt toepassen. De compressie start dan meteen. Je kunt het vinkje later weer weghalen om de data te decomprimeren. Compressie kun je ook via de opdrachtprompt starten, uitgevoerd als administrator. Met:

compact /compactos:always


comprimeer je een aantal Windows-systeembestanden, wat enkele gigabytes ruimte kan opleveren. Met:

/compactos:never

maak je dit ongedaan. .Ook afzonderlijke mappen kun je op deze manier comprimeren met:

compact.exe /c /s:<pad_naar_map>

waarbij /s ook submappen meeneemt. Vervang /c (compress) door /u (uncompress) om bestanden weer te decomprimeren. Houd er rekening mee dat het automatisch decomprimeren van bestanden bij gebruik een licht prestatieverlies kan veroorzaken, vooral op oudere pc’s.

Als de nood het hoogst is, is compressie nabij.
Cloudopslag

Een extra tip voor wie de synchronisatiefunctie van cloudopslagdiensten als Google Drive of Microsoft OneDrive gebruikt: je kunt instellen dat lokale bestanden enkel verwijzingen zijn naar de exemplaren in de cloud. Pas wanneer je zo’n bestand opent, wordt het tijdelijk gedownload en op je systeem beschikbaar. Dit bespaart veel ruimte, maar het betekent wel dat je data fysiek alleen in de cloud staan en dat je een internetverbinding nodig hebt om nog niet gedownloade bestanden te openen.

In Microsoft OneDrive bijvoorbeeld stel je dit als volgt in. Klik op het OneDrive-pictogram in het systeemvak van de taakbalk, klik op het tandwielpictogram en kies Instellingen. Ga onderaan naar Geavanceerde instellingen en klik op Schijfruimte vrijmaken bij Bestanden op aanvraag. Bevestig met Doorgaan. Je herkent de verwijzingen aan een wolkicoontje; een wit bolletje met vinkje betekent tijdelijk offline opgeslagen, een groen bolletje wijst op altijd lokaal beschikbaar.

Proactief

Tot nu toe hebben we ons vooral gericht op tools en technieken om overtollige bestanden gericht op te sporen en te verwijderen, maar je kunt ook proactiever te werk gaan. Een handig hulpmiddel daarvoor vind je in de Instellingen van Windows. Kies Systeem / Opslag en klik bij Opslagbeheer op Opslaginzicht. Plaats een vinkje bij Windows probleemloos laten werken door […], zodat tijdelijke bestanden voortaan automatisch worden opgeschoond. Je kunt ook de optie Gebruikersinhoud automatisch opschonen activeren.

Bij Opslaginzicht uitvoeren bepaal je zelf wanneer deze functie actief wordt. De standaardinstelling Bij weinig vrije schijfruimte lijkt ons prima. Daarnaast kun je instellen dat bestanden in de prullenbak automatisch worden verwijderd zodra ze langer dan een instelbaar aantal dagen (tussen 1 en 60) aanwezig zijn. Voor bestanden in de map ‘Downloads’ geldt hetzelfde: ook die kunnen automatisch verdwijnen na een bepaald aantal dagen ongeopend te zijn gebleven. Tot slot kun je, aanvullend op wat we in het kaderstuk schreven, instellen dat bestanden uit OneDrive alleen nog online beschikbaar blijven als je ze gedurende een instelbaar aantal dagen niet hebt geopend. Klik op Opslaginzicht nu uitvoeren om de ingestelde opruimacties meteen te starten.

Je kunt diverse opschoonoperaties bij een tekort aan schijfruimte automatisch laten uitvoeren.
▼ Volgende artikel
Ontslagen bij Ubisoft Toronto, Splinter Cell-remake nog wel in ontwikkeling
Huis

Ontslagen bij Ubisoft Toronto, Splinter Cell-remake nog wel in ontwikkeling

Ubisoft heeft bevestigd dat er ongeveer veertig werknemers van diens studio in Toronto, Canada worden ontslagen. Wel benadrukt het bedrijf dat de Splinter Cell-remake nog altijd in ontwikkeling is.

De veertig ontslagen werknemers beslaan ongeveer acht procent van de complete Ubisoft Toronto-studio. Dat is een van de grotere Ubisoft-studio's. "Dit besluit is niet lichtzinnig gemaakt en zegt niets over het talent, de motivatie en bijdrage van de individuen", zo stelde een woordvoerder.

Ubisoft Toronto heeft odner andere Far Cry 6, Splinter Cell: Blacklist en Watch Dogs Legion ontwikkeld. Ook werkt het al geruime tijd aan een remake van Splinter Cell. Ubisoft heeft benadrukt dat die remake in ontwikkeling blijft bij de studio.

Remake van Splinter Cell

In 2021 werd de remake van de klassieke stealthgame Splinter Cell aangekondigd. Sindsdien is er maar mondjesmaat informatie over de game naar buiten gekomen. Kort na de aankondiging werd gemeld dat het verhaal wordt herschreven voor een moderner publiek.

Eind vorig jaar bleek dat David Grivel terugkeerde naar Ubisoft Toronto om aan het spel te werken. Hij nam de regie van de remake oorspronkelijk op zich, maar vertrok in 2022. Inmiddels is hij dus weer terug op het oude nest en werkt hij weer aan het spel.

Watch on YouTube

Reorganisatie van Ubisoft

Afgelopen januari kondigde de Franse uitgever en ontwikkelaar Ubisoft al een grootschalige reorganisatie van het bedrijf aan, waarbij ook zes games werden geannuleerd - waaronder de remake van Prince of Persia: The Sands of Time.

Ubisoft noemde de reorganisatie een "grote organisatorische, operationele en portfolio-reset". Daarbij wil het bedrijf nog meer letten op de kwaliteit die het uitgeeft. Ubisofts nieuwe model gaat zich richten op verschillende 'creatieve huizen' die zich elk met andere soorten games bezighouden. Een daarvan is Vantage Studios, de vorig jaar met Tencent opgerichte dochteronderneming waar Assassin's Creed, Far Cry en Rainbow Six nu onder vallen.

Ubisoft heeft daarnaast aangekondigd dat het thuiswerken niet meer toelaat en dat alle werknemers worden geacht om fulltime op kantoor aanwezig te zijn. Wel krijgen werknemers een "een jaarlijkse toelage bestaande uit thuiswerkdagen". Twee studio's van Ubisoft sloten daarnaast hun deuren: de studio's in Halifax en Stockholm. Gedurende de volgende twee jaren wil het bedrijf nog eens 200 miljoen euro besparen.

Ubisoft heeft de laatste jaren wisselend succes met zijn games. Zo viel de verkoop van het miljoenenproject Star Wars Outlaws tegen. Zover bekend is het begin vorig jaar uitgekomen Assassin's Creed Shadows wel een verkoopsucces.