ID.nl logo
Alles over decentralized finance: Bankieren zonder bank
© Reshift Digital
Huis

Alles over decentralized finance: Bankieren zonder bank

Begin 2020 stond decentralized finance nog in de kinderschoenen en bijna niemand was er mee bezig. Inmiddels hebben gebruikers meer dan tien miljard dollar aan cryptomunten in deze diensten gestopt. Hiermee voeden ze de mogelijkheid om munten te wisselen en geld te lenen, allemaal zonder dat er een tussenpersoon of gecentraliseerde organisatie aan te pas komt.

Twintig jaar geleden kregen klanten een paar procent rente op hun spaargeld, maar tegenwoordig moeten we blij zijn als er geen negatieve rente op een bankrekening zit. Consumenten mogen niet op hun geld zitten, maar moeten consumeren en investeren. Logisch dat er initiatieven ontstaan als alternatief voor het traditionele bankwezen. Met de uitvinding van de Bitcoinblockchain tien jaar geleden, werd de eerste stap gezet. 

Daarna deed centralized finance zijn intrede, waarbij bedrijven financiële diensten verzorgen voor digitale assets, waaronder cryptocurrencies. Denk hierbij aan wisselkantoren en handelsplatformen. Onlangs heeft decentralized finance haar doorbraak gemaakt. Handelaren worden ‘liquidity providers’, verdienen ‘SUSHI’, en zijn bezig met ‘yield farming’. Het is momenteel de grote trend in het blockchain-landschap.

Wat is decentralized finance?

In het kort kan decentralized finance het best beschreven worden als het idee dat traditionele financiële diensten van banken en andere investeringsdiensten nagemaakt en verbeterd kunnen worden door middel van blockchain-technologie. Deze diensten draaien volledig op zogeheten smart contracts, ofwel opensource software op de blockchain. Hierbij is niemand afhankelijk van een gecentraliseerd orgaan of aandeelhouders. Gedecentraliseerde financiële diensten, ook wel DeFi genoemd, zijn toegespitst op het opslaan, verdienen en versturen van bijvoorbeeld cryptomunten. Er zijn diensten die draaien om het lenen of verhandelen van cryptomunten, en er zijn zelfs verzekeringen.

DeFi beschikt over enkele unieke kenmerken. Zo zijn er bijvoorbeeld geen tussenpersonen. Gebruikers handelen onderling door middel van een softwarematige interface. Bovendien houden gebruikers controle over hun eigen cryptomunten via hun eigen portemonnee. Metamask is hiervoor een veelgebruikte browser-extensie. Iedereen met een crypto-portemonnee, waar dan ook ter wereld, kan meedoen. 

©PXimport

Daarnaast beschikken de meeste DeFi-platformen over een zogeheten governance token. Deze verdienen gebruikers door te participeren op het platform, en geeft hen stemrecht bij bepaalde beslissingen.

DeFi-producten gebruiken verschillende diensten om het eigen product op te bouwen. Aan de basis staat uiteraard een blockchain, vooral Ethereum wordt momenteel veel gebruikt. Daar bovenop komen andere frameworks, zoals technologie om verschillende blockchains met elkaar te verbinden of zogeheten oracles die zorgen voor een geverifieerde datavoorziening. 

Daarnaast zijn er verschillende cryptomunten die ontwikkelaars of gebruikers kunnen verbinden aan een DeFi-product. Uiteindelijk heeft een consument alleen te maken met een eindproduct, denk hierbij aan een crypto-portemonnee, een leenplatform of een wisseldienst.

Liquidity providers

Laten we vooropstellen dat decentralized finance een zeker vertrouwen vereist in de toekomst van cryptomunten. Hoewel toepassingen binnen DeFi een uitstekend rente geven op basis van je inbreng, wordt deze rente wel uitbetaald in cryptomunten. Op die manier kan een rente van 15 procent teniet worden gedaan als de waarde van de munten te hard daalt. 

Een van de meest toegankelijke manieren om mee te doen aan deze trend, is door als liquidity provider, ofwel liquiditeitsvoorziener, op te treden. Die biedt de valuta aan die het mogelijk maakt om handel te drijven. Op een decentraal wisselkantoor ligt geen pot met cryptomunten. Het zijn de gebruikers zelf die het wisselgeld beschikbaar stellen. Participeren als liquiditeitsvoorziener is voor iedereen weggelegd. Zo krijgen gebruikers die 100 DAI, een cryptomunt gelijkwaardig aan de dollar, in het Aave platform stoppen een rente van 4,33 procent op jaarbasis. Leg je USDT in, dan krijg je ‘slechts’ 2,65 procent. Dat heeft alles te maken met vraag en aanbod. Het is de kern van een trend binnen decentralized finance: yield farming.

Momenteel is Uniswap het meest populaire decentrale wisselkantoor voor allerlei cryptomunten. Handelen vindt hier plaats in een zogeheten pool, bijvoorbeeld een pool waar handel tussen Ether (ETH) en de dollar (USDT) plaatsvindt. 

©PXimport

Als liquiditeitsvoorziener stel je een hoeveelheid ETH beschikbaar en een gelijkwaardige hoeveelheid USDT, vervolgens ontvang je een speciale token als kassabonnetje. Dit bonnetje wordt opgeslagen in de cryptoportemonnee van de persoon die de cryptomunten beschikbaar stelt. Op basis van de handel die plaatsvindt in de betreffende pool en het aandeel in de totale pool, verdient de liquiditeitsvoorziener een percentage over de transactiekosten.

Met ruim 2,9 miljard dollar is Uniswap de absolute marktleider in de wereld van decentralized finance. Waar rente op een bank maandelijks of jaarlijks wordt uitbetaald, kan dat via decentralized finance dagelijks. Deze eigenschap brengt ook gevaren met zich mee waar menig investeerder zich al aan heeft gebrand, namelijk het eerder aangestipte yield farming. 

Wanneer iemand vroeg in een nieuw project duikt, zal die persoon naar alle waarschijnlijkheid flinke winsten maken. Hebberigheid heeft al verschillende problemen van decentralized finance blootgelegd. Bij yield farming verdienen liquidity providers een nieuwe token voor het aanbrengen van liquiditeit. Zo verdienen liquiditeitsvoorzieners bij Yam Finance de YAM token. Alleen software op de blockchain is niet altijd foutloos. Zo kunnen kwaadwillenden proberen een zwakte in een smart contract uit te buiten.

Dit gebeurde recent bij Yam Finance, waardoor het project als een kaartenhuis in elkaar stortte. De waarde van de YAM token kelderde van 160 dollar naar 20 cent. Het opensource project is inmiddels aan een doorstart begonnen. Op het moment van schrijven is YAM net iets meer waard dan 9 dollar.

Grootschalige hacks

Na Yam deden deze zomer verschillende projecten hun intrede, waarbij vooral SushiSwap in het oog springt. Dit gedecentraliseerde wisselkantoor kopieerde het systeem van Uniswap en gooide daar een vorm van gamificatie overheen. Liquiditeitsvoorzieners verdienen hier SUSHI voor hun inbreng, en deze token kan vervolgens ook weer verhandeld worden. De anonieme beheerder van het project ging er met 14 miljoen dollar vandoor, maar gaf dit uiteindelijk enkele dagen later weer terug. 

Niet iedereen is zo goedwillig als de anonieme SushiChef, want decentralized finance heeft in haar korte bestaan al diverse scams meegemaakt. Toch is het een goede manier om in de economie van cryptomunten te participeren. Standaard wisselkantoren bieden immers ook geen zekerheid.

©PXimport

Bij een gecentraliseerd wisselkantoor plaatsen gebruikers hun cryptomunten in het beheer van een bedrijf, denk aan Binance or Coinbase. Ook dit is niet zonder risico’s. Binance en Coinbase zijn in het verleden slachtoffer geweest van grootschalige hacks waarbij hackers miljoenen hebben buitgemaakt. Recent werd het wisselkantoor Kucoin ook gehackt, waarbij dieven zo’n 140 miljoen dollar aan cryptomunten hebben buitgemaakt.

Grote wisselkantoren zijn verzekerd en hebben een buffer om dit soort tegenslagen op te vangen. Toch helpt dit niet altijd. Het in Nieuw Zeeland gevestigde Cryptopia werd op 14 januari 2019 gehackt en is deze klap niet meer te boven gekomen. Vier maanden later werd de stekker uit het wisselkantoor getrokken.

Dit zijn problemen die we bij decentralized finance niet tegenkomen. Iedere deelnemer handelt vanuit zijn eigen portemonnee en legt zijn vertrouwen in de software. Is de software goed, dan hoeft niemand bang te zijn voor een hack.

Snelle ontwikkelingen

De ontwikkelingen op het gebied van gedecentraliseerde financiële diensten zitten in de lift. Waar gebruikers tot voor kort alleen maar konden handelen, zijn er inmiddels allerlei toepassingen in ontwikkeling. Gebruikers kunnen geld lenen via platformen als Compound, Cream Finance en Maker. Ook aan wisselplatformen is geen tekort. Naast Uniswap zijn er platformen als dYdX, Bancor, Kyber en Balancer. 

Het is slechts een kleine greep uit de mogelijkheden die decentralized finance biedt. Er zijn zelfs initiatieven om je cryptomunten te verzekeren. Hiervoor biedt Yearn Finance een opensource oplossing waarbij de gemeenschap geld inlegt. Het platform gebruikt dit vervolgens om de waarde van cryptomunten bij liquiditiy providers te verzekeren. Daalt de waarde van je investering, dan dekt de verzekering het verschil.

Yearn Finance erkent de problemen rond het risico van decentralized finance. Daarom lanceerden zij in samenwerking met Nexus Mutual een platform genaamd Yinsure Finance. Via dit platform kunnen investeerders zich indekken tegen onvoorziene marktbewegingen. Dit alles werkt op basis van smart contracts, en hier komt verder dus geen tussenpersoon aan te pas. Yearn Finance is overigens ook geen kleine partij, want de governance token van dit project is inmiddels bijna twee keer zoveel waard als een bitcoin.

©PXimport

Andre Cronje is het grote brein achter Yearn Finance. Hij is continu bezig nieuwe projecten op de markt te brengen. Eind september ontdekten enthousiastelingen dat Cronje bezig was met iets nieuws. Niemand wist wat het was, maar binnen de kortste keren hadden gebruikers miljoenen dollars aan cryptomunten in het smart contract geplaatst. 

De hebberigheid en zoektocht naar gemakkelijk geld hebben zij duur moeten bekopen. Een hacker zag dit alles gebeuren en besloot de 15 miljoen dollar uit het contract mooi in zijn eigen zak te steken. Cronje kreeg vervolgens veel kritiek te verwerken vanuit de online gemeenschap, maar benadrukte vooral dat het dom is van gebruikers om geld in iets te stoppen dat nog niet eens is onthuld.

Maak er een spelletje van

Bankieren leuker en gemakkelijker maken begon eigenlijk al jaren geleden. Wie kan zich die Pennie Rekening spaarpot nog herinneren van de Postbank? Het is een fysiek schoolvoorbeeld om bankieren leuker te maken. Met decentralized finance gebeurt in zeker zin hetzelfde. Bovendien is er een grote overlap tussen decentralized finance en games. 

Zo zijn er games die hun eigen token op de markt hebben gebracht. The Sandbox gebruikt de SAND-token om spelers te belonen, maar diezelfde token kunnen gamers ook weer gebruiken om een virtueel landgoed of een gamepersonage te kopen. Bovendien kunnen gamers hun inkomsten uit The Sandbox omzetten naar andere cryptomunten. 

Daarnaast wordt SAND ook verhandeld op handelsplatformen als Uniswap, wat weer rente oplevert voor de liquiditeitsvoorzieners. Dit onderstreept maar weer dat decentralized finance meer is dan een handige bankrekening, en dat games in combinatie met blockchain-technologie en decentralized finance meer is dan een spelletje.

©PXimport

The Sandbox is niet het enige voorbeeld. Zo heeft Animoca Brands een racegame op de markt gebracht, genaamd F1 Delta Time. In dit spel speelt een token genaamd REVV een centrale rol. Spelers verdienen REVV, maar moeten ook REVV gebruiken. Het interessante aan dit ecosysteem is dat F1 Delta Time niet het enige spel is voor REVV. Animoca Brands wil al haar racespellen integreren in het ecosysteem, waaronder een spel gebaseerd op de MotoGP en twee klassieke racespellen van Atari. 

Gamers verdienen cryptomunten door te participeren in de gamewereld, en kunnen dat verdiende geld ook weer uitgeven aan in-game items of iets totaal anders. Maar de gamesindustrie is pas net begonnen met de implementatie van decentralized finance. De verwachting is dat dit in de komende jaren een vogelvlucht zal nemen.

Waar games steeds meer aspecten van decentralized finance omarmen, is decentralized finance juist erg bezig met gamificatie. Met tokens als YAM en SUSHI gebeurt het op het niveau van de gebruikerservaring en de gebruikersinterface. Wanneer we praten over SAND gaat het meer om de integratie van een financieel product in een game. 

Eén van de meest opvallende producten van dit jaar is zonder twijfel MEME. Dit project begon als een grap, maar is inmiddels uitgegroeid tot één van de meest besproken producten. Jordan Lyall is eigenlijk een Ethereum ontwikkelaar bij Consensys. Op Twitter maakte hij een grap over het Wilde Westen dat ontstaan is rond decentralized finance. Een half uur later was de MEME-token een feit. 

Door de MEME-token in een smart contract te stoppen, genereert de gebruiker ananas-punten. Deze ananas-punten kunnen vervolgens gebruikt worden om digitale kunstwerken en collectibles te kopen. Het klinkt allemaal als een spelletje, maar er zit wel geld achter. De meest zeldzame digitale kunstwerken kosten de meeste punten, maar worden vervolgens ook voor de grootste bedragen verkocht. Verschillende van deze collectibles zijn al voor 15 duizend dollar over de toonbank gegaan.

Moeten traditionele banken al vrezen?

Gebruikers hebben op het moment van schrijven meer dan 11 miljard dollar vastgelegd in financiële diensten op de blockchain. Ter vergelijking: het Amerikaanse bankwezen zag 865 miljard dollar bijgeschreven worden in alleen de maand april 2020. Het is dan wel erg gemakkelijk om te stellen dat decentralized finance nog in de kinderschoenen staat. Het bankwezen heeft op basis van absolute aantallen weinig te vrezen. Toch zijn deze ontwikkelingen wel iets voor banken om in de gaten te houden. Decentralized finance biedt oplossingen die goedkoop zijn om uit te voeren en het zakelijke model van het bankwezen ondermijnen.

Zo’n twintig miljard dollar is opgeslagen in kluizen en omgezet naar digitale dollars als USDT en USDC op verschillende blockchains. Zo stroomt er steeds meer geld in het blockchainlandschap en de Ethereumblockchain in het bijzonder. Niet alleen dollars vinden hun weg naar de Ethereumblockchain, maar ook de bitcoin. Een bitcoin wordt dan ‘ingepakt’ en via een smart contract aangeboden op de Ethereumblockchain. Zodoende is Wrapped Bitcoin (WBTC) altijd gelijkwaardig aan de bitcoin zelf. 

Dit zijn interessante ontwikkelingen voor handelaren waarbij blockchaintechnologie steeds meer openheid biedt om te handelen. Het is niet voor niets dat bedrijven als MicroStrategy en Square gezamenlijk recent zo’n 200 miljoen dollar aan bitcoin hebben ingekocht. De verwachting is dat meer investeringsfondsen een deel van hun portfolio in cryptomunten gaan stoppen.

Decentralized finance heeft recent een plek in de schijnwerpers gekregen. De ontwikkeling van nieuwe protocollen en producten gaat onverminderd door. Het mooie is dat iedereen mee kan doen, ongeacht waar iemand vandaan komt. Het is een open systeem dat draait om participatie. In de komende jaren gaan we zeker nog meer horen van deze financiële systemen. 

De vraag is wanneer decentralized finance echt volwassen wordt. De Verenigde Staten, China, de Europese Unie en verschillende andere landen zijn bezig om hun geld te digitaliseren, en misschien moet het bankwezen dan ook wel op de schop. Het lijkt alleen alsof handel op de blockchain enkele jaren voorsprong heeft en de traditionele banken er een beetje achteraan hobbelen.

Tekst: Robert Hoogendoorn

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.