ID.nl logo
8 RTX 4070-videokaarten getest
© Reshift Digital
Huis

8 RTX 4070-videokaarten getest

Hoewel de prijzen van ssd’s en geheugen de laatste maanden kelderen, is er een productcategorie waar de impact van de coronapandemie nog altijd te voelen is. Als je een videokaart wilt van de nieuwste generatie ben je minimaal 300 euro kwijt (450 euro bij Nvidia) en dan heb je een instapper. Wil je comfortabel kunnen gamen op een fijne resolutie, dan kom je uit bij de RTX 4070 vanaf 669 euro! Graaiflatie? Of valt er toch wat voor te zeggen? Wij bekeken acht verschillende modellen om dat uit te zoeken.

De RTX 4070-videokaart is nog altijd de meest interessante kaart van dit moment, maar is de prijs het het ook waard? We vergelijken de modellen op de volgende punten:

  • Prestaties
  • Technische voordelen als AV1-encoding en DLSS 3 Frame Generation
  • Zuinigheid

Lees ook: Deze nieuwe games mag je niet missen!

De GeForce RTX 4000-serie van Nvidia is niet geheel onomstreden. De eerste kaart die Nvidia in deze serie lanceerde, de GeForce RTX 4090, was zeer indrukwekkend en zo’n 60 procent sneller dan zijn voorganger, de RTX 3090. Zelden werd in een enkele generatie zo’n grote stap gezet. Je moest er weliswaar zo’n 2000 euro voor neerleggen, maar dan had je met marge het beste van het beste. Het waren echter de daaropvolgende productlanceringen waar vraagtekens bij gezet werden. Zo was de RTX 4080 ‘slechts’ 30 procent sneller dan zijn voorganger en met een prijs van maar liefst 1400 euro veel duurder. En Nvidia wilde de RTX 4070 Ti eigenlijk ook als RTX 4080 op de markt brengen, maar kwam daar na protest op terug.

Ook de in dit artikel geteste RTX 4070 werd oorspronkelijk niet al te warm ontvangen. Deze videokaart was wel zo’n 30 procent sneller dan zijn voorganger, maar met een prijs vanaf 669 euro lag de ooit toegankelijke 70-klasse toch in een ander prijssegment. Alle ogen waren vervolgens gericht op een goedkoper alternatief met een betere prijs-prestatieverhouding. Die kwam er echter niet, want de RTX 4060 Ti voor 449 euro is dusdanig minder krachtig dat de RTX 4070 alsnog de meest interessante kaart van dit moment lijkt.

Het optimale prestatiepunt?

Als wij op basis van onze testdata de balans opmaken, dan klopt dat beeld ook wel. Commotie rond de hogere prijzen daargelaten; de prestaties van de RTX 4070 zijn gewoon goed. Op 1080p-resolutie speelt hij alle games prima op hoge framerates, maar ook op 1440p, de resolutie waarop we verwachten dat een kaart in dit segment goed presteert, komt hij uitstekend voor de dag. De meeste games blijven ruim boven de 100 fps. Zelfs de zwaarste games van dit moment blijven ruim boven de 60 fps op hoge instellingen of meer dan 100 fps met upscaling (DLSS), wat tegenwoordig de standaard is. Kortom, alles speelt direct soepel, zonder compromis.

De RTX 4060 Ti is in vergelijking veel minder krachtig en de RTX 4070 Ti is weliswaar nog wat sneller, maar kost ook flink meer zonder dat je er direct veel van merkt. De RTX 4070 is hiermee de meest interessante van het stel.

Technische voordelen

De nieuwste generatie videokaarten hebben ook enkele technische voordelen. Zo ondersteunt de 4000-series AV1-encoding. Deze rap in populariteit toenemende techniek zorgt ervoor dat je in veel betere kwaliteit kan streamen of opnemen dan bij H.264 op vergelijkbare bitrate.

Ook ondersteunt alleen deze nieuwste generatie DLSS 3 Frame Generation. Hierbij wordt AI gebruikt om tussen elk frame een extra frame te genereren, die niet afhankelijk van je cpu is, maar volledig op de gpu wordt gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om flink hogere framerates te genereren dan waar de cpu tot in staat zou zijn, wat een soepeler beeld geeft. Het is niet altijd nuttig om aan te zetten, maar sommige games, zoals Microsoft Flight Simulator, draaien hierdoor duidelijk beter op de 4000-series kaarten dan op voorgangers. In dit spel is het met de allersnelste cpu’s van dit moment niet mogelijk om de 100 fps aan te tikken, en een mid-range-cpu mag blij zijn met 60 fps. Met Frame Generation kun je dat praktisch verdubbelen.

De RTX 4070-kaarten zijn voorzien van drie keer DisplayPort 1.4 en HDMI 2.1.

Lekker zuinig

Omdat de nieuwste kaarten veelal ook de modernste productieprocessen gebruiken, zijn ze in de regel ook zuiniger. Enkele uitzonderingen die tot het uiterste worden gepusht daargelaten.

De RTX 4070 scoort prima wat performance-per-watt betreft; met een energieverbruik van 200 watt is hij zo’n 30 procent sneller dan de RTX 3070 die 220 watt verbruikt. De AMD-kaarten die qua prestaties het dichtst in de buurt komen van de 4070, zijn de RX 6800 XT en RX 6900 XT, beide 300watt-kaarten. Met de huidige energietarieven is het verstandig even goed door te rekenen wat het, afhankelijk van het aantal uren per jaar, meer kost om met 300 watt te gamen dan met 200 watt.

Weinig alternatieven

Het is uiteindelijk het gebrek aan echt goede alternatieven waardoor de RTX 4070 tot een soort gouden middenklasse verheven wordt. De RTX 4060 Ti is met zijn 8 GB geheugen en krappe geheugenbus net wat te karig bemeten om te concurreren, de eerder genoemde AMD-concurrenten kosten nauwelijks minder, terwijl ze aanmerkelijk meer (kostbare) energie verbruiken.

Kortom, als je een goed presterende videokaart wilt waar je voorlopig mee vooruit kunt, dan is de RTX 4070 een prima keuze. Het prijspunt van 669 euro moet je dan maar voor lief nemen, althans totdat AMD de markt weer eens aanscherpt. Maar welke wil je hebben? We hebben acht RTX 4070-kaarten getest.

Nvidia GeForce RTX 4070 Founders Edition

De Founders Edition is de referentiekaart van Nvidia zelf. Deze is door de jaren heen gegroeid van een leuk collectors-item tot een van de beter presterende, best gebouwde, koeloplossingen die je kunt kopen. Zo is de koeling bijna volledig van metaal gemaakt, waar andere fabrikanten ook veel plastic gebruiken. En een van zijn sterkste kanten: deze Founders Edition hanteert per definitie de adviesprijs. De keerzijde is dat hij praktisch altijd en overal uitverkocht is; dus als je per se deze kaart wilt, zul je geduld (geluk) moeten hebben.

Afgezien van de beperkte beschikbaarheid van deze kaart, hebben we er eigenlijk geen op- of aanmerkingen over. Met 240 × 110 × 40 mm is hij lekker compact, waardoor hij in de meeste behuizingen past, en met net geen 38 decibel op volle kracht en met stilstaande fans tijdens eenvoudig gebruik, is hij lekker stil. Hij maakt wel gebruik van de nieuwe PCIe Gen5 12VHPWR-aansluiting, maar er zit een adapter bij om hem aan te sluiten via twee reguliere 8pin-kabels.

Opties als RGB-verlichting of een extra BIOS ontbreken, maar realistisch gezien heb je die ook niet echt nodig. De enige vraag is dus of het je lukt deze Founders Edition te bemachtigen.

Pluspunten

  • Prachtig design

  • Goede koelprestaties bij weinig geluid

  • Lage prijs

Minpunten

  • Extreem lastig verkrijgbaar 

©NVIDIA

Gigabyte GeForce RTX 4070 Windforce OC

Gigabytes Windforce OC is eveneens een model met een adviesprijs van 669 euro. Daarvoor krijg je van Gigabyte een kaart met drie compactere 80mm-fans, waardoor hij ondanks de extra fan niet veel groter is dan de Founders Edition, en ook dit model goed in de meeste kasten past. De kaart is wel merkbaar lichter dan die van Nvidia, omdat er wat meer plastic in de shroud verwerkt zit. Hierdoor voelt de kaart iets goedkoper aan.

Wat prestaties betreft voldoet hij prima. Vooral het geheugen is goed gekoeld, maar dat doet hij wel door iets meer geluid te maken dan de Nvidia: 39,4 dB(A). Dat is niet luid, alles onder de 40 dB noemen wij een vrij stille kaart, maar er zijn stillere alternatieven. Als je niet aan het gamen bent, blijft ook deze kaart volledig stil door zijn fans stop te zetten.

We horen vaak de kritiek dat Nvidia’s Founders Edition zo goed is dat andere modellen die dezelfde adviesprijs hanteren er nauwelijks mee kunnen concurreren. Nvidia bepaalt immers ook de prijs die andere fabrikanten voor hun chip betalen. Hierdoor voelen de meeste directe concurrenten als een soort compromis, wat jammer is omdat de objectieve prestaties vaak weinig te wensen over laten. Maar deze Gigabyte-kaart ligt wél gewoon in de winkel, en om meerwaarde te bieden, voegt men na registratie een extra (vierde) jaar garantie toe.

Pluspunten

  • Prima koeling

  • Extra jaar garantie

  • Basisadviesprijs

Minpunten

  • Niet de allerstilste

Gigabyte GeForce RTX 4070 Windforce OC

Prima alternatief voor Nvidia's eigen kaart

ASUS GeForce RTX 4070 Dual OC

ASUS heeft voor hun model (adviesprijs 669 euro) gekozen voor een strak, zwart, dualfan model zonder al te veel poespas. Zwart past het best bij de meeste moederborden op de markt en het gebrek aan overdreven visuele extra’s zien we dan ook als iets positiefs. Hij is met 267 × 134 × 51 mm nipt groter dan de twee reeds genoemde alternatieven, maar ook deze valt nog in de categorie ‘compact’.

Net als alle andere kaarten zet de Dual OC zijn fans uit als je niets aan het doen bent, wat hem stil houdt tijdens regulier pc-gebruik. Tijdens het gamen produceert hij eveneens weinig geluid; hij is grofweg even stil als Nvidia’s Founders Edition met 37.8 dB(A), terwijl de temperaturen er net onder blijven. Dat maakt de Dual OC prestatief gezien even interessant.

ASUS voegt een dual-BIOS-switch toe op de kaart, waardoor je kunt schakelen naar een nog stillere modus. Daar lopen de temperaturen wel wat hoger op, waardoor wij aanraden de standaardmodus aan te houden. Verder moet je ook geen extra’s zoals RGB-verlichting verwachten, maar op dit prijspunt rekenen we vooral op een kaart die gewoon goed koelt en niet te luid is, en dat is precies wat je krijgt.

Pluspunten

  • Uitstekende koeling

  • Keurig stil

  • Basis adviesprijs

Minpunten

  • Geen fancy extra’s

ASUS GeForce RTX 4070 Dual OC

Vrij compacte, stille videokaart

MSI GeForce RTX 4070 Ventus 3X

MSI kiest ervoor om hun basismodel, dat ook de adviesprijs van 669 euro volgt, wat meer op te laten vallen. Dat doen ze door hem van drie 90mm-fans te voorzien, waardoor hij met 308 mm direct een stuk langer uitpakt. Wel zijn de breedte en hoogte bescheiden, met respectievelijk 120 en 43 mm. Hierdoor past dit model keurig binnen twee slots dikte, wat in sommige behuizingen van belang is. Check wel even of hij ook in de lengte in je behuizing past.

Visueel valt de kaart eveneens op omdat MSI voor meer zilvertinten heeft gekozen. RGB-verlichting ontbreekt, net als een dual-BIOS-switch. Wel jammer is dat MSI ervoor kiest om kosten te besparen op de backplate. Waar andere modellen een metalen backplate hebben, heeft MSI een plastic variant wat hem wat goedkoper aan doet voelen.

De Ventus 3X is relatief stil, nipt stiller dan de ASUS Dual OC en Nvidia Founders Edition, maar hij laat de temperaturen wel iets hoger oplopen. Het scheelt niet veel, maar dat maakt hem nipt minder efficiënt als je puur en alleen naar de prestaties van de koeler kijkt.

Pluspunten

  • Stil

  • Voldoende koel

  • Basis adviesprijs

Minpunten

  • Concurrenten koelen iets beter

MSI GeForce RTX 4070 Ventus 3X

Opvallend lange videokaart

Gigabyte GeForce RTX 4070 Gaming OC

De Gaming OC is de middenklasse RTX 4070-uitvoering van Gigabyte, en dat zien we ook terug in de prestaties. Hij is voorzien van een forse koeloplossing en een merkbare fabrieksoverklok, maar is tegelijkertijd niet zo extreem chic als de nog grotere en veelal nog duurdere high-end-alternatieven.

Met een afmeting van 336 × 140 × 58mm is de compatibiliteit wel iets om over na te denken, maar als je de ruimte hebt en iets wilt dat echt indrukwekkend oogt, dan is het een pluspunt. Dat uiterlijk wordt ook geholpen door de opvallende RGB-verlichting onder de fans. Net als Nvidia gebruikt Gigabyte hier de 12VHPWR-aansluiting die je kunt gebruiken met de meegeleverde 2x 8pin-adapter of via een geschikte kabel als je een recente voeding hebt.

Kijken we naar de prestaties, dan valt op dat Gigabyte in het standaardprofiel de temperaturen extreem laag houdt. Overdreven laag zelfs, aangezien de fans de 40 dB benaderen, wat totaal niet nodig is voor zo’n grote kaart. Gelukkig zit er een dual-BIOS-switch op, en we raden dan ook aan deze naar het silent profiel te schakelen. Daar blijft de kaart wel goed stil en zijn de temperaturen alsnog dik in orde. Overigens begrijpen we deze keuze wel, omdat er in de Amerikaanse en Aziatische markt vooral naar koeling gekeken wordt. De wens om een pc stil te houden, is vooral een Europese.

Pluspunten

  • Uitstekende koelprestaties

  • Extra jaar garantie

Minpunten

  • Meerprijs

  • Alleen stil in tweede BIOS-profiel

Gigabyte GeForce RTX 4070 Gaming OC

Goed koelende videokaart

Gigabyte GeForce RTX 4070 Aero OC

De Aero OC is vanwege zijn witte kleurstelling de meest opvallende van de acht kaarten. Wit uitgevoerde videokaarten zijn relatief zeldzaam en vaak erg duur, maar Gigabyte brengt daar met de Aero OC-serie verandering in. Er is weliswaar sprake van een meerprijs boven de adviesprijs, maar die ligt redelijk in lijn met andere grotere en dikkere varianten.

Leg je de Aero OC naast de Gaming OC, dan valt op dat het praktisch dezelfde kaart is. Exact even groot (erg fors dus) en voorzien van hetzelfde interne koelsysteem. Alleen de kleur en afwerking is wat anders, en er zit hier geen RGB achter de fans voor die wat strakkere look.

Dezelfde koelconstructie leidt ertoe dat ook de prestaties grofweg gelijk zijn: de Gigabyte koelt standaard eveneens (overdreven) uitstekend en laat de fans te hard draaien, maar in de stille BIOS is hij goed in balans. En ook bij dit model biedt Gigabyte een extra jaar garantie aan, een mooie bonus. Mocht een witte kleurstelling zijn wat je zoekt en is de meerprijs daarvoor geen bezwaar, dan is dit een prima kaart.

Pluspunten

  • Uitstekende koelprestaties

  • Extra jaar garantie

  • Zeldzame witte kleurstelling

Minpunten

  • Meerprijs

  • Alleen stil in tweede BIOS-profiel

Gigabyte GeForce RTX 4070 Aero OC

Witte videokaart voor een kleine meerprijs

MSI GeForce RTX 4070 Gaming X Trio

De MSI Gaming X Trio is het topmodel van MSI, en volgt de gedachte dat groter altijd beter is. Eigenaren van compacte pc-behuizingen zullen daar rekening mee moeten houden, maar als deze oversized uitvoering past, dan is het wel een indrukwekkend gevaarte, en ook nog eens voorzien van fraaie RGB-verlichting.

Kijken we naar de prestaties, dan lijkt groter daadwerkelijk beter, want deze kaart blijft uitstekend koel terwijl de geluidsproductie ver onder die van de concurrentie blijft. 33,5 decibel op volle toeren terwijl de meeste andere kaarten rond of boven de 37 zitten, is een groot verschil gezien de logaritmische schaal. Gigabyte komt met hun Gaming OC in stil profiel weliswaar dicht in de buurt, maar deze kaart van MSI blijft praktisch onhoorbaar. Ideaal voor elk scenario waar absolute stilte een must is, en daarmee onder de streep de best presterende koeler in deze test.

Het grootste nadeel van deze kaart is ook direct duidelijk: de meerprijs voor dit model is fors, zeker in de wetenschap dat de prestaties op gebied van kloksnelheden (en daarmee in-game prestaties) van dergelijke topmodellen tegenwoordig hooguit een paar procent beter is vergeleken met de basismodellen. Een duurdere kaart is dus niet (significant) sneller, maar vooral koeler en stiller.

Pluspunten

  • Uitstekende koelprestaties

  • Extreem stil

Minpunten

  • Meerprijs

MSI GeForce RTX 4070 Gaming X Trio

Geluidsstille RGB-videokaart

Palit GeForce RTX 4070 Jetstream

Palit is een wat minder bekend merk in Nederland, maar relatief goed beschikbaar, zo is onze ervaring. Fijn, want meer concurrentie is altijd beter, en hoewel onbekend onbemind maakt, zien we Palit gewoon een uitstekende kaart neerzetten.

De Jetstream is wel een wat hoger gepositioneerd model met een dito prijs. Daarvoor krijg je een forse (329 × 131 × 64 mm) koeler met dito prestaties. Met 37,2 dB is hij opvallend stil, en de temperaturen zitten zo ver beneden wat nodig is dat het woord overkill in ons opkomt. Een dual-BIOS-switch ontbreekt, maar die vinden wij gezien de aangetroffen balans ook totaal niet nodig.

Waar de meeste fabrikanten in het hogere segment focussen op een gelikt uiterlijk, is de Jetstream een model zonder poespas: geen RGB en een strak zwart design. Over smaak valt niet te twisten, maar wel goed nieuws voor iedereen die zich ergert aan de huidige RGB-manie.

Pluspunten

  • Uitstekende koelprestaties

  • Relatief stil

Minpunten

  • Meerprijs

Palit GeForce RTX 4070 Jetstream

Stille, goed koelende videokaart

Conclusie

Hoewel we graag terug zouden keren naar een tijd waarin 400 tot 500 euro een mooi prijspunt was voor een chique middenklasser, lijken we vooralsnog te moeten accepteren dat de nieuwe middenklasse zich ruim boven de 600 euro bevindt.

Kijken we naar de geteste kaarten, dan kunnen we wel concluderen dat je aan een model met die adviesprijs eigenlijk meer dan genoeg hebt. Dat komt deels omdat Nvidia’s eigen Founders Edition al dusdanig goed is, dat meer betalen niet nodig is.

Maar vanwege de beperkte verkrijgbaarheid van die kaart komen ook de andere merken in beeld, en dan zien we dat die eveneens uitstekend presteren. Toch is de ASUS Dual OC onze redactietip dankzij de (nipt) betere efficiëntie en afstelling.

Objectief zet de MSI Gaming X Trio de beste prestaties neer, maar om nu bijna 100 euro extra neer te leggen bovenop de al hoge adviesprijs is lastig uit te leggen, tenzij absolute stilte een must is. Iets vergelijkbaars gaat op voor de andere premium-modellen. We kunnen ons hoogstens voorstellen dat je voor een specifieke look wellicht wat meer wilt betalen.

De tabel met alle testresultaten op een rijtje. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.
▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.