ID.nl logo
Nvidia GeForce RTX 3080 en RTX 3090 - Eindelijk gamen in 4K
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Nvidia GeForce RTX 3080 en RTX 3090 - Eindelijk gamen in 4K

Met zijn videokaarten uit deGeForce 30-serie brengt Nvidia nieuwe topmodellen uit voor gamers. Een nieuwe generatie betekent betere prestaties in games, mooie nieuwe mogelijkheden en natuurlijk de prangende vraag of het tijd is om te upgraden. De kaarten komen in tal van verschillende varianten op de markt. Welke is nu eigenlijk de beste koop?

4K-gaming is iets waar we al jaren naar uitkijken. En dan niet op een magere dertig frames per seconde zoals consoles doen, of op lage grafische instellingen. Nee, we willen 4K-gaming in de allernieuwste games, met alle grafische pracht en praal, en in combinatie met hoge en soepele framerates.

De beste videokaart tot dusver, de circa 1.200 euro kostende GeForce RTX 2080 Ti, kwam al een heel eind. Toch schoot hij in sommige titels net tekort. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de 720 tot 850 euro kostende GeForce RTX 3080 blijkt circa 25 procent sneller dan de snelste RTX 2080 en is daarmee de eerste videokaart die al onze geteste games op 4K, hoge settings en boven de 60 fps weet te houden. De verbeteringen ten opzichte van de ooit even dure RTX 2080 Super liggen zelfs rond de 60 procent op deze resolutie. Zo’n grote stap vooruit hebben we lange tijd niet gezien. Echt comfortabel gamen in 4K is daarmee in één klap een echt serieuze hobby geworden.

Positief is ook dat de games die gebruik kunnen maken van Nvidia’s paradepaardje, realtime raytracing, dit ook kunnen doen op deze resolutie. Raytracing voegt betere visuele effecten toe, vooral op het gebied van realistische schaduwen en verlichting, maar is enorm intensief om weer te geven. Dankzij een techniek genaamd DLSS, Deep Learning Super Sampling, kunnen RTX-kaarten deze prestatie-impact verzachten door de game op een iets lagere resolutie te renderen, om deze vervolgens via AI op een hogere resolutie weer te geven. En die techniek werkt uitstekend. DLSS is een complex onderwerp, maar in onze ervaring kun je het simpelweg aanzetten en zul je het verschil met een “echt” 4K-beeld nooit zien.

©PXimport

Goed voor 1440p, overkill voor 1080p

Bezitters van snelle quad hd-monitoren mogen ook niet klagen. Met een RTX 3080 zien zij prestatieverbeteringen van rond de 50 procent ten opzichte van de huidige RTX 2080-kaarten. Daarmee speelt deze videokaart alle titels op deze resolutie met hoge framerates. Vaak met 144 fps, soms nog flink meer.

Speel je nog op een 1080p-monitor, dan is de meerwaarde beperkt. Een videokaart van 720 euro of veel meer is dan eigenlijk geen evenwichtige keuze. E-sporters zijn een uitzondering, want voor hen kan elk beetje extra prestatie het verschil maken tussen winnen of verliezen. Zeker als dat gevolgen heeft voor je inkomsten, wil je al snel het beste. Wil je op 1080p echt het maximale uit een 240- of zelfs 360hertz-scherm halen, dan is een RTX 3080 of 3090 dus wel de moeite. Maar we hebben het nu wel over een hele specifieke niche. “Normale” gamers die monitoren met lagere resoluties gebruiken, raden we dan ook aan om te wachten op de RTX 3060- en 3070-kaarten die later dit jaar verschijnen.

RTX 3090: een lastig verhaal

Tot dusver noemden we vooral de hogere prestaties die de RTX 3080 brengt, maar hoe zit het precies met de RTX 3090? Deze videokaart heeft een adviesprijs van dik 1.500 euro, al liggen de straatprijzen op het moment van schrijven zelfs nog veel hoger. Daarmee is hij ruim twee keer zo duur als de RTX 3080. Je zou dan ook een flinke prestatieboost verwachten.

Helaas valt dat in de praktijk tegen en blijkt de RTX 3090 op 4K-resolutie slechts zo’n 11 procent sneller. Op lagere resoluties zakt dat percentage nog verder, waardoor de RTX 3090 voor de gemiddelde gamer eigenlijk geen interessante kaart is. Dat wil niet zeggen dat de videokaart geen bestaansrecht heeft. Zo heeft hij veel meer geheugen, wat bij sommige zakelijke applicaties belangrijk is. Bovendien is hij daarmee in staat om sommige games zelfs op 8K-resolutie te spelen. Maar we betwijfelen of dat laatste een doorslaggevend argument is, want 8K-tv’s en -monitoren zijn ontzettend zeldzaam. En voor elke game die wel in 8K speelbaar is, kennen we er twee die níet soepel werken.

Energieverbruik

Meer prestaties gaan vaak samen met een hoger verbruik, maar de overstap van Nvidia van een 12nm-chip van TSMC naar een 8nm-chip geproduceerd door Samsung brengt ook efficiëntieverbeteringen met zich mee. Met een verbruik van maximaal circa 320 watt lust de RTX 3080 wel een slokje, maar verbruikt hij ruim minder dan de RTX 2080 Ti. Koop je een snellere variant van de RTX 3080, dan kan dat verbruik oplopen richting de 350 watt.

De RTX 3090 vraagt standaard rond de 350 watt en de allersnelste varianten vragen zelfs direct uit de doos al 420 watt. Er zijn zelfs modellen die met een kleine aanpassing 480 watt aan stroom kunnen verbruiken. Niet ongekend veel voor een high-end videokaart, maar wel fors. Rappe varianten van de RTX 2080 Ti zaten ook al snel tegen de 350 watt, terwijl hun prestaties niet eens in de buurt kwamen van een standaard RTX 3090. Nvidia heeft dus zeker een grote slag geslagen op het vlak van efficiëntie, maar je hebt nog altijd een stevige voeding nodig.

Zoek je een nieuwe voeding, dan is voor een RTX 3080 een topklasse voeding van 650 watt of hoger aan te raden. Voor een RTX 3090 heb je al snel een 750watt-voeding nodig. Ons gemiddeld systeemverbruik tijdens het gamen ligt rond de 420 watt met een RTX 3080 en circa 500 watt met een RTX 3090. Met een rappe versie of een beetje overklokken stijgt dat verbruik sterk, waardoor een goede voeding echt een must is.

Koop je de Founders Edition van Nvidia, dan zul je daar een nieuwe 12pins-voedingaansluiting op aantreffen. De meeste voedingen beschikken niet over deze aansluiting. Daarom levert Nvidia een adapter mee, waardoor je er gewoon twee 8pins-stekkers op kwijt kunt. In de toekomst verwachten we dat meer voedingen deze nieuwe aansluiting direct zullen integreren. Koop je een videokaart van bijvoorbeeld ASUS, Gigabyte, MSI of Palit, dan gebruiken die de reeds aanwezige kabels op bestaande voedingen.

©PXimport

Nieuwe mogelijkheden

Met een nieuwe generatie videokaarten volgen ook wat nieuwe mogelijkheden. Zo brengt Nvidia Reflex uit, een combinatie van verschillende technieken om de latency van je game te verlagen. Dat wil dus zeggen dat elk beeld daadwerkelijk sneller op je scherm verschijnt. Of het echt werkt, kunnen we nu nog niet zeggen: het zal meer tijd kosten om dit te testen.

Broadcast is een techniek waar je wel direct gebruik van kunt maken. Met deze tool is het mogelijk om achtergrondgeluiden uit je microfoon weg te filteren. Dit werkt uitstekend en is handig als je in jouw communicatie te maken hebt met vervelend achtergrondgeluid. Of je nu een game streamt of simpelweg in een zakelijke Zoom-meeting zit, met Broadcast kun je dit filter eenvoudig toepassen. Dezelfde tool brengt ook extra mogelijkheden naar je webcam. Zo kan hij de achtergrond verwijderen alsof je een green screen hebt, of je kunt de achtergrond simpelweg iets verzachten voor een rustiger of minder rommelig beeld.

Eenheidsworst

Elke nieuwe videokaartlancering werkt al jaren ongeveer hetzelfde. Nvidia ontwerpt de chip, en vervolgens krijgen hun bekende partners zoals ASUS, Gigabyte en MSI de ruimte om er zelf een eindproduct van te maken. Dat doen ze vaak door zaken zoals de PCB, koeler en software zelf te ontwikkelen. Zo hebben ze enige zeggenschap over de uiteindelijke prestaties, hoe warm de kaart wordt, hoeveel geluid hij maakt, extra mogelijkheden zoals dubbele biossen, de aansluitingen en het verbruik. Uiteraard met enige overlap tussen die punten: zo zijn de snellere varianten meestal wat minder zuinig en wat luider.

Toch is er een duidelijke verschuiving aan de gang in de wereld van videokaarten, vermoedelijk omdat Nvidia van bescheiden chipbakker is uitgegroeid tot een van de grootste bedrijven op het gebied van AI. Nvidia maakt inmiddels zelf ook complete videokaarten die écht goed concurreren. Ook heeft het bedrijf zelf veel meer controle over de prestaties van iedere kaart. Nvidia’s ingebouwde boost haalt inmiddels eigenlijk bijna het maximale uit elke kaart, ongeacht wat de eindfabrikant doet.

Jaren geleden zag je nog gigantische verschillen in gameprestaties tussen diverse kaarten met dezelfde gpu. Uitschieters van 10, 20 of zelfs meer procent waren geen uitzondering. Inmiddels zijn de prestatieverschillen tussen de verschillende kaarten met dezelfde chip bijna niet meer merkbaar.

Waar letten we op?

Vanwege die kleine prestatieverschillen verschuift onze focus bij het testen vooral naar secundaire zaken, zoals de efficiëntie van de koeler en relevante extra’s die impact hebben op jouw gebruik. We waarderen dus uitvoeringen die koeler en/of stiller zijn, maar ook modellen die iets unieks brengen met hun uitstraling. In de wetenschap dat de prestaties nauwelijks verschillen en dat computers met glazen zijpanelen en flashy rgb-verlichting populair zijn, is er helemaal niets mis mee om jouw keuze te baseren op de uitstraling of rgb-mogelijkheden.

Praktisch elke fabrikant past overigens exact dezelfde koeler toe op de RTX 3080 en RTX 3090, wat tot dezelfde conclusies leidt. Daarom combineren we die in één bespreking.

Tekorten en hoge prijzen

Al kort na de lancering bleek de beschikbaarheid van deze videokaarten een groot probleem. Mogelijk had Nvidia de populariteit zwaar onderschat of kampt het bedrijf gewoon met structurele productieproblemen. Hoe dan ook: veel gamers willen deze kaarten wel, maar kunnen hem nergens kopen. Daardoor kunnen we de prijzen van elk van deze varianten niet goed meewegen, die variëren sterk van dag tot dag. De straatprijzen zijn in ieder geval een flink stuk hoger dan de door Nvidia genoemde 719 en 1.549 euro voor respectievelijk de RTX 3080 en RTX 3090.

ASUS

Van ASUS hebben we twee modellen, de ietwat meer bescheiden TUF Gaming-variant en het ROG Strix-topmodel. De ROG Strix-uitvoering doet alles wat liefhebbers van een high-end kaart mogen verwachten: een goede standaard fabrieksoverklok, lage temperaturen, weinig geluid, fijne extra’s zoals een dubbel bios en een design om je vingers bij af te likken. Uiteraard met een flinke dosis rgb-verlichting die je kunt synchroniseren met je ASUS-moederbord. Zowel de fysieke bouw als de afwerking is zoals gebruikelijk top. Dat maakt de ROG Strix-versie van elke videokaart eigenlijk een van de meest begeerlijke.

De keerzijde van ROG Strix-producten is vrijwel altijd de prijs. En hoewel de huidige tekorten ervoor zorgen dat de exacte meerprijs lastig is vast te stellen, is een stevige meerprijs eigenlijk wel een gegeven. Toch kan zo’n meerprijs de moeite waard zijn als er geen concessies zijn gedaan in het ontwerp.

Waar ASUS soms wel erg hard bezuinigt op zijn goedkopere varianten, is daar ditmaal bij de TUF Gaming-uitvoering geen sprake van. Die mist weliswaar iets van de flair en de rgb-verlichting van zijn duurdere broer, maar dat is ook het enige. Met zijn aluminium ontwerp is hij fysiek alsnog indrukwekkend. Bovendien is hij (nipt) de meest efficiënte RTX 3080 die we hebben getest. En ook de extra mogelijkheden zoals het dubbele bios (één iets sneller, één iets stiller) van de ROG Strix zitten er gewoon op.

©PXimport

ASUS ROG Strix

Getest
GeForce RTX 3090
Websitewww.asus.com10Score100

  • Pluspunten

  • Fysiek het meest imposant

  • Koel én stil

  • Goede extra’s

  • Minpunten

  • Forse prijs

©PXimport

ASUS TUF Gaming

Getest
GeForce RTX 3080
Websitewww.asus.com9Score90

  • Pluspunten

  • Keurige bouw en uitstraling

  • Koel én stil

  • Goede extra’s

  • Minpunten

  • Mist wat rgb-flair

MSI

Van MSI hebben we ook twee modellen, de opvallende Gaming X Trio en de meer bescheiden Ventus 3X. De Gaming X Trio-uitvoering is praktisch gezien erg sterk: prima fabrieksoverklok, een indrukwekkende uitstraling met flink wat rgb-verlichting, plus de stilste koeling van alle kaarten. Dat verschil is zeker hoorbaar. Dit levert iets hogere temperaturen op dan bij de concurrentie, maar nooit té hoog.

MSI probeert de prijs iets aantrekkelijker te houden dan sommige concurrenten door wat mogelijkheden te schrappen. Zo komt deze kaart zonder dubbel bios of extra hdmi-aansluiting. MSI richt zich dus vooral op liefhebbers van stilte en rgb-verlichting, die verder niet meer nodig denken te hebben.

De Ventus 3X is de no nonsense-uitvoering van MSI. Deze variant zou tot de allergoedkoopste op de markt moeten behoren. Fancy extra’s zoals rgb-verlichting, extra aansluitingen of een tweede bios ontbreken dan ook. Wel krijg je een chique koeler met drie fans, die prima temperaturen noteert. Een uitstekende optie als je op zoek bent naar een goede RTX 3080 of RTX 3090 zonder fratsen.

©PXimport

MSI Gaming X Trio

Getest
GeForce RTX 3080 en RTX 3090
Websitewww.msi.com9Score90

  • Pluspunten

  • Zeer stil

  • Luxe uitstraling met veel rgb

  • Minpunten

  • Weinig extra’s

MSI Ventus Trio

Getest
GeForce RTX 3080
Websitewww.msi.com8Score80

  • Pluspunten

  • Keurige bouw en uitstraling

  • Prima en stille koeling

  • Scherpe prijs

  • Minpunten

  • Weinig extra’s

Gigabyte

Gigabytes mid-range-uitvoering is al enkele jaren de Gaming OC, met doorgaans een goede balans tussen efficiëntie, looks en prijs. En ook bij deze generatie is die balans weer prima in orde. Hij heeft niet de meest efficiënte koeler, maar de achterstand op de beste opties is zeer beperkt. Bovendien ziet hij er met een beetje rgb-verlichting leuk uit, en komt hij met wat fijne extra’s zoals het tweede bios en een hdmi2.1-poort.

Tel daar een normaliter scherpe prijs bij op en je hebt een interessante middenklasser die je af doet vragen waarom je meer zou moeten betalen voor je videokaart. Gezien de geringe verschillen is het sterkste aspect van deze kaart de extra garantie, vier jaar in plaats van de gebruikelijke drie. Wat ons betreft een goed argument wanneer je twijfelt tussen de vele goede opties.

©PXimport

Gigabyte Gaming OC

Getest
GeForce RTX 3080 en RTX 3090
Websitewww.gigabyte.com9Score90

  • Pluspunten

  • Goede balans prestaties en prijs

  • Prima efficiëntie

  • Extra lange garantie

  • Minpunten

  • Blinkt nergens echt in uit

Palit

De Palit Game Rock is een beetje een vreemde eend in de bijt. Deze normaliter vooral op Azië gerichte fabrikant kwam met de meest opvallende RTX-kaart aanzetten die we ooit hebben gezien. De hele voorkant is voorzien van een juweelachtige structuur (gewoon plastic overigens) die volledig oplicht met rgb-verlichting. In theorie kunnen die lichtjes uit, maar deze unieke uitstraling is zo dominant dat de doelgroep van Palit – iedereen die overtuigd is dat meer verlichting beter is – er bovenop is gesprongen.

De Game Rock is overigens niet louter looks, want hij is standaard zeer agressief afgesteld, met een wat hoger verbruik en hogere kloksnelheden tot gevolg. Daarmee is hij net wat sneller, maar ook weer net wat warmer en luider. De koeler presteert opvallend goed, maar er zijn efficiëntere kaarten. Extra’s zoals een dubbel bios ontbreken overigens niet. Een aardig complete kaart dus, zeker voor liefhebbers van die opvallende looks.

©PXimport

Palit Game Rock

Getest
GeForce RTX 3090
Websitewww.palit.com8Score80

  • Pluspunten

  • Unieke uitstraling

  • Zeer rap afgesteld

  • Prima extra’s

  • Minpunten

  • Uitstraling iets té uniek?

  • Net wat luider

Nvidia GeForce RTX 3080 Founders Edition

Nvidia’s Founders Edition (FE) is de enige uitvoering waarbij de koeler verschilt tussen de RTX 3080 en RTX 3090. De RTX 3090 is veel groter, maar die hebben we helaas niet kunnen testen. En dus richten we ons op de RTX 3080 FE.

Het ontwerp van Nvidia is opvallend. Met zijn volledig metalen design maakt de kaart echt indruk, ondanks de kleinere maatvoering die praktisch gezien ook weer voordelen heeft. Ook de koeler is opvallend. Die blaast aan de rechterkant warme lucht door de kaart heen naar boven. Dat werkt prima in een typische atx-computerkast, maar let op met compacte itx-behuizingen: daar gaat dat soms niet goed.

Een FE was in een ver verleden niet bijster interessant, maar is inmiddels gewoon een degelijke uitvoering die niet langzamer is dan de “OC” of “overclocked” versies van zogeheten boardpartners. Die grotere varianten zoals hierboven zijn weliswaar efficiënter, maar als het design van Nvidia je aanspreekt is hier niets mis mee, zeker als je bedenkt dat deze kaart voor een instapprijs wordt verkocht.

©PXimport

Nvidia Founders Edition

Getest
GeForce RTX 3080
Websitewww.nvidia.nl7Score70

  • Pluspunten

  • Indrukwekkende metalen bouw

  • Goede prestatie

  • Gunstige prijs

  • Minpunten

  • Partnerkaarten zijn efficiënter

Conclusie

Met een lagere prijs en grote prestatieverbetering ten opzichte van de RTX 2080 Ti is de RTX 3080 direct aantrekkelijk voor iedereen die op zoek is naar de ultieme prestaties. Het is voor de meeste gamers simpelweg de beste videokaart op de markt en vooralsnog verwachten we dat daar niet veel verandering in gaat komen. Alleen de RTX 3090 is nog iets sneller, maar met een meer dan dubbel zo hoge prijs is die echt alleen voor de allerrijksten weggelegd. Wij vinden de geringe prestatiewinst niet voldoende om hem aan gamers aan te bevelen.

Dankzij Nvidia’s slimme boostalgoritmes is het verschil in daadwerkelijke prestaties tussen de verschillende fabrikanten minimaal. We komen dan ook tot de conclusie dat de negen kaarten die wij hebben getest, stuk voor stuk voorzien van forse koelers, geen van allen een miskoop zijn. Technisch gezien is de ROG Strix de meest complete variant en daarmee nipt testwinnaar. De opvallend lage geluidsproductie van de MSI Gaming X Trio is ook aantrekkelijk voor liefhebbers van ultieme stilte en levert de kaart het keurmerk redactietip op. Hetzelfde keurmerk kennen we toe aan de Gigabyte Gaming OC, een van de normaliter meer betaalbare opties met een aantrekkelijke extra garantie. Wanneer de inhoudelijke verschillen klein zijn, is een extra lange garantie een sterk argument.

Maar mochten de tekorten aanhouden en zie je een van de geteste kaarten in de schappen, dan kun je je er sowieso geen buil aan vallen. De verschillen tussen de beste en de iets mindere kaarten zijn echt minimaal. Mocht je willen overklokken, kijk dan wel of de kaart een extra bios biedt. Vind je de prijs van deze kaarten nog iets te hoog? Tegen de tijd dat je dit leest, is de goedkopere GeForce RTX 3070 ook op de markt en wellicht geldt hetzelfde voor de RTX 3060(Ti). Ook die kaarten zullen hun voorgangers vermoedelijk met een ruime marge achter zich laten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt
© Wesley Akkerman
Huis

Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt

De smartphones van Poco zijn over het algemeen goed geprijsd als je kijkt naar wat je ervoor terugkrijgt. De nieuwe Poco F8 Ultra heeft een prijskaartje van minimaal 800 euro. Gaat die regel ook hier op?

Uitstekend
Conclusie

De Poco F8 Ultra oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze variant een paar gram zwaarder maakt dan de zwarte versie). Wel plaatsen we wat kanttekeningen bij de software- en camera-ervaring. De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

Plus- en minpunten
  • Bose-subwoofer
  • Faux denim achterop
  • Stevig, handzaam en licht
  • Vlotte en overzichtelijke software
  • Gemiddeld tot goed softwarebeleid
  • Batterijduur
  • Kleuren kunnen beter
  • Camera laat te wensen over
  • Bloatware en advertenties
CategorieSpecificatie
Display6,9 inch Amoled-display, 120Hz (adaptief), 3500 nits maximale helderheid
ProcessorSnapdragon 8 Elite Gen 5 (3nm)
Geheugen12 GB of 16 GB LPDDR5X (9600 Mbps)
Opslag256 GB of 512 GB (UFS 4.1)
Batterij6500 mAh met 100W HyperCharge en 50W draadloos laden
Camera achter50 MP hoofdcamera (OIS), 50 MP periscooptelelens (OIS), 50 MP ultragroothoek
Camera voor32 MP met autofocus
VideoTot 8K op 30 fps (achter) / 4K op 60 fps (voor)
SoftwareXiaomi HyperOS 3
BouwIP68 waterbestendig, POCO Shield Glass, 218 (Black) - 220 gram (Denim Blue)
Connectiviteit5G, Wifi 7, Bluetooth 6.0, NFC
Extra'sUltrasone vingerafdrukscanner, Infrarood (IR-blaster), Bose audio

Want wat voor smartphone kun je precies aanbieden als je er net wat meer geld tegenaan gooit? Dat idee heeft een unieke telefoon opgeleverd, voorzien van een denimlook én een extra subwoofer achterop. Gewaagde keuzes, maar in een wereld waarin smartphones steeds meer naar elkaar toe groeien, en in hun identiteitscrisis meer en meer op iPhones gaan lijken, geen verkeerde ontwikkeling. Alleen daarom al zijn we enthousiast over de Poco F8 Ultra (Blue Denim-uitvoering).

Het helpt dan ook zeer dan de subwoofer daar niet alleen voor de show zit. Dit compacte speakertje geeft geluiden en audio meer dan genoeg ruimte om beter tot hun recht te komen vergeleken met reguliere smartphonespeakers. Weg is dat blikkige geluid, dat nu ruimte maakt voor warmere tonen en een bredere soundstage. Klinkt de muziek perfect? Dat kun je niet verwachten, maar we zijn desondanks onder de indruk van de Bose-luidspreker.

©Wesley Akkerman

Uniek en tof

De Poco F8 Ultra ligt prettig in de hand en voelt solide aan dankzij het aluminium frame. Met 220 gram is hij ook niet overdreven zwaar. Het fauxdenim op de achterkant draagt daarbij merkbaar bij aan de grip, waardoor hij niet snel uit je handen glipt. Juist door dat eigenzinnige uiterlijk is dit zo'n smartphone die je liever zonder hoesje gebruikt, ook al loop je daarmee iets meer risico op valschade.

Het grote amoled-paneel van 6,9 inch stelt evenmin teleur. Met zijn hoge resolutie (1.200 bij 2.608 pixels) en verversingssnelheid (120 Hertz) kom je niets tekort en oogt alles scherp en vlot. Het contrast is breed en zwartwaarden zijn diep, maar de kleuren kunnen soms net even wat flets ogen. Dat valt alleen op in directe vergelijkingen met andere smartphones; de kans is heel klein dat dit je hier iets van merkt in het dagelijkse gebruik of als je een minder geoefend oog hebt.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Wat je mag verwachten

Ook al draait de Poco F8 Ultra niet op de krachtigste processor die Qualcomm te bieden heeft, in de praktijk merk je daar weinig van. De Snapdragon 8 Elite Gen 5 voelt vlot aan bij multitasking en kan games zonder moeite aan, al moet je er wel rekening mee houden dat de Gen 5 warm (niet heet, gelukkig) kan worden wanneer je high-end spellen speelt. Niets om je zorgen over te maken, je zult hier namelijk je vingers niet aan branden.

Ook de accu stelt niet teleur. Met een capaciteit van 6.500 mAh haal je in veel gevallen probleemloos twee dagen, al hangt dat vanzelfsprekend af van hoe intensief je de smartphone gebruikt. Speel je veel games, dan loopt hij sneller leeg, maar opladen gaat razendsnel. Met een geschikte 100w-lader, die je zelf moet aanschaffen, zit de accu binnen ongeveer veertig minuten weer helemaal vol.

0,7x

1x

2x

Camera en software

Toch is niet alles goud wat er blinkt. Onder de juiste lichtomstandigheden maakt de Poco F8 Ultra kleurrijke en gedetailleerde beelden. Zoomen is geen probleem en ook de selfiecam lijkt goed om te gaan met verschillende huidtypen. De groothoeklens presteert echter minder goed: kleuren komen minder goed uit de verf en details vallen weg. De avondmodus stelt teleur, met een overdaad aan exposure, gebrekkige kleurenaccuraatheid en trage vastlegging.

Aangezien Poco een dochteronderneming is van Xiaomi, draait het toestel op HyperOS 3.0. De Poco staat daardoor vol met overbodige en dubbele apps, waaronder die van Xiaomi, waarvan je het gros kunt verwijderen. Ook kom je her en der wat reclame tegen. Verder is het besturingssysteem vlot en overzichtelijk, twee eigenschappen die we extreem belangrijk vinden. Je krijgt tot slot 'maar' vier Android-upgrades, evenals zes jaar aan beveiligingsupdates.

5x

10x

Poco F8 Ultra kopen?

Ondanks de kanttekeningen die we plaatsen bij de software- en camera-ervaringen, zijn er eigenlijk weinig redenen om niet voor de Poco F8 Ultra te kiezen. Hij oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze uitvoering wel een paar gram zwaarder maakt dan de Poco F8 Ultra Black). De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

52137934

▼ Volgende artikel
Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid
© ER | ID.nl
Huis

Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid

Spatial audio, oftewel ruimtelijke audio, belooft een luisterervaring waarbij het geluid niet alleen van links en rechts komt, maar je volledig omringt. Hoewel de marketingkreten je geregeld om de oren vliegen, is de techniek niet in elke situatie even zinvol. In dit artikel ontdek je wanneer ruimtelijke audio je ervaring verrijkt en wanneer je prima zonder kunt.

Vergeet het statische geluid van je oude vertrouwde stereo-set. Met spatial audio krijgt geluid eindelijk de diepte die het verdient. Dankzij slimme algoritmes die de akoestiek van de echte wereld nabootsen, ontsnapt de audio aan je koptelefoon of soundbar. Geluid beweegt vrij door de kamer, waardoor een helikopter in een film ook echt boven je hoofd lijkt te cirkelen. Het is de overstap van een platte foto naar een hologram, maar dan voor je oren.

Bioscoopervaring thuis

De meest logische toepassing voor spatial audio is zonder twijfel de moderne filmervaring. Wanneer je een blockbuster kijkt die is gemixt in formaten zoals Dolby Atmos, komt de techniek pas echt tot leven. Een helikopter die overvliegt of regen die op een dak klatert, krijgt een verticale dimensie die voorheen onmogelijk was met een standaard hoofdtelefoon of een simpele soundbar.

Voor filmliefhebbers die niet de ruimte hebben voor een volledige surround-installatie met fysieke speakers in het plafond, biedt spatial audio een overtuigend en compact alternatief dat de zogenaamde immersie aanzienlijk vergroot.

Spatial audio in de praktijk

Je komt ruimtelijke audiotechnieken op steeds meer plekken tegen, vaak zonder dat je er specifiek naar hoeft te zoeken. In de filmwereld is Dolby Atmos de absolute standaard, waarbij streamingdiensten zoals Netflix en Disney+ deze techniek inzetten om geluidseffecten via een soundbar dwars door je kamer te laten bewegen.

Muziekliefhebbers vinden soortgelijke ervaringen bij Apple Music en Tidal, waar speciale mixes van bekende albums een breder en dieper geluidsveld bieden dan de originele stereoversie. Ook in de gamingwereld is het inmiddels de norm; Sony gebruikt de Tempest 3D-technologie voor de PlayStation 5 om spelers midden in de actie te plaatsen, terwijl Microsoft met Windows Sonic en Dolby Atmos for Headphones vergelijkbare resultaten behaalt op de Xbox en pc.

©ER | ID.nl

Muziek met een extraatje

Voor muziek is het nut van ruimtelijke audio iets genuanceerder en sterk afhankelijk van de productie. Bij klassieke concerten of live-opnames kan de techniek je het gevoel geven dat je midden in de concertzaal zit, waarbij de akoestiek van de ruimte tastbaar wordt. Ook bij moderne popmuziek die specifiek voor dit formaat is geproduceerd, kunnen artiesten creatiever omgaan met de plaatsing van instrumenten of subtiele geluidseffecten.

Toch blijft voor de purist die zweert bij een eerlijke, ongefilterde weergave van een studio-album de traditionele stereomix vaak de voorkeur genieten, omdat spatial audio de oorspronkelijke balans soms onnatuurlijk kan veranderen.

Gaming en de functionele voorsprong

In de wereld van gaming verschuift de waarde van spatial audio van puur esthetisch naar functioneel. Vooral in competitieve shooters is het horen van de exacte positie van een tegenstander een serieus dingetje. Door gebruik te maken van ruimtelijke audio kun je voetstappen boven, onder of achter je nauwkeurig lokaliseren. Dat geeft niet alleen een intensere spelervaring waarbij je volledig wordt opgeslokt door de spelwereld, maar biedt ook een tactisch voordeel dat met standaard audio simpelweg niet te evenaren is. Hierdoor is de techniek voor fanatieke gamers bijna onmisbaar geworden.

Wanneer kun je het beter uitschakelen?

Ondanks de indrukwekkende demonstraties is spatial audio niet altijd de beste keuze. Voor dagelijks gebruik, zoals het luisteren naar podcasts of het kijken van het journaal, voegt de extra ruimtelijkheid weinig toe en kan het de verstaanbaarheid van stemmen zelfs negatief beïnvloeden. Ook bij oudere opnames die door softwarematige kunstgrepen naar ruimtelijk geluid worden omgezet, ontstaat er vaak een hol en onnatuurlijk resultaat. In dergelijke gevallen is een zuivere stereoweergave nog altijd de meest betrouwbare weg naar een prettige luisterervaring.

Populaire merken voor spatial audio

Verschillende fabrikanten lopen voorop in de adoptie van ruimtelijke audiotechnieken. Apple heeft met de integratie in de AirPods Max en AirPods Pro in combinatie Apple Music de techniek toegankelijk gemaakt voor de massa, terwijl Sony met hun 360 Reality Audio een sterk eigen ecosysteem heeft gebouwd dat vooral schittert bij gaming en specifieke streamingdiensten. Daarnaast is Sonos een dominante speler op het gebied van home-entertainment met soundbars die Dolby Atmos ondersteunen. Bose en Sennheiser zijn eveneens belangrijke namen die met hun geavanceerde algoritmes en hoogwaardige hardware zorgen dat de ruimtelijke beleving ook voor de veeleisende luisteraar geloofwaardig blijft.