ID.nl logo
Defragmenteren? Register opschonen? Alles over PC-onderhoud
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Defragmenteren? Register opschonen? Alles over PC-onderhoud

Bij computervragen en -problemen richten veel gebruikers zich tot Google. Begrijpelijk, want internet staat bol van nuttige tips en tools. Maar er zijn ook heel veel waardeloze of zelfs misleidende tips te vinden over pc-onderhoud. We kijken kritisch naar tips van twijfelachtig allooi en helpen je op (de goede) weg met een aantal slimme gewoontes.

Tip 01: Registeropschoners

Het Windows-register is natuurlijk een essentiële datastructuur, die informatie bevat over je systeem, over hardwarecomponenten en geïnstalleerde toepassingen. Je kunt (voorzichtig) een kijkje nemen via Windows-toets+R, waarna je Regedit uitvoert.

Welke problemen je ook ondervindt, de kans is groot dat je op internet tips vindt die je aanraden een ‘registry cleaner’ te draaien. Registeropschoners zijn er inderdaad meer dan genoeg (zoek maar eens op Snapfiles maar eens naar Registry cleaner), maar je zult er zelden een concreet pc-probleem mee oplossen. Ook de bewering dat zo’n opschoonronde je systeem merkbaar sneller maakt slaat meestal nergens op. Windows leest namelijk alleen registerdelen in die het op dat moment nodig heeft. Die worden bovendien in het snelle geheugen geplaatst, zodat een afslanking van het register nauwelijks effect heeft. Daarbij bestaat de kans dat zo’n opschoner iets te rigoureus te werk gaat en ook nuttige registersleutels verwijdert.

Wil je echt zo’n tool toch gebruiken, zorg dan eerst voor een back-up van het systeem of het register. Eén van de betere tools is RegBak. Klik op Click here to view details en zet bij voorkeur ook een vinkje bij Others. Bevestig met OK, druk op New Backup, geef een doellocatie aan en klik op Start. Een back-up terugzetten is simpel: selecteren en Restore aanklikken. Via Options bepaal je zelf welke register-onderdelen je herstelt.

©PXimport

Tip 02: Usb formatteren

Als je een usb-schijf of -stick in gebruik wilt nemen, moet die natuurlijk geformatteerd zijn. Google lepelt je bestandsindelingen op als fat32, exfat en ntfs. Een verhaal van het bos en de bomen, dus. Veel hangt echter af van wat je met die stick of schijf wilt doen, waarbij je twee belangrijke factoren in het achterhoofd houdt: compatibiliteit - of portabiliteit, zo je wil - en bestandslimitering.

Ntfs lijkt op het eerste gezicht de beste indeling: ondersteuning van erg grote volumes, een ‘journaling systeem’ dat bestandscorruptie hoort tegen te gaan en ondersteuning van machtigingen. Dat zijn echter argumenten die voor een verwijderbaar usb-medium nu net van minder belang zijn: zo’n medium is zelden groter dan 2 TB, het journaling systeem zorgt voor overhead (extra schrijfoperaties) en gebruikersmachtigingen bemoeilijken een vlot gebruik van het medium op diverse apparaten.

Dan vinden we Fat32 beter geschikt voor verwijderbare usb-media. Er is echter één uitzondering: bestanden kunnen onder fat32 maximaal 4 GB groot zijn; voor grotere bestanden zoals video kies je beter voor ntfs. Houd er echter rekening mee dat macOS-systemen ntfs-schijven normaliter alleen kunnen lezen, niet beschrijven. Dat is standaard wél mogelijk met fat32.

Exfat is een alternatief voor wie met bestanden groter dan 4 GB wil werken, maar houd ook hier rekening met een beperkte portabiliteit: macOS-systemen versie 10.6.4 of ouder, sommige Linux-distributies en Xbox 360-apparaten kunnen hier standaard niet mee overweg.

©PXimport

Tip 03: Wisselbestand

©PXimport

Als Windows merkt dat er een tijdelijk tekort aan fysiek ram-geheugen is dan wordt normaliter het virtuele geheugen oftewel het wisselbestand aangesproken. Gezien dit bestand zich op de schijf bevindt is dat per definitie een veel trager dan het ram-geheugen. Op het internet lees je echter vaak de tip dat je bij voldoende geheugen (bijvoorbeeld minimaal 8 GB ram) het wisselbestand kunt verwijderen. Of je krijgt raadgevingen mee zoals “stel de grootte van het wisselbestand in op 1,5x de hoeveelheid ram-geheugen”.

Het is echter zo goed als onmogelijk algemeen advies over de optimale grootte van het wisselbestand te geven. Die hangt namelijk sterk samen met de hoeveelheid ram-geheugen nodig is voor applicaties die je regelmatig simultaan gebruikt. Verder is het zo dat Windows zelf heel goed (de grootte van) dit wisselbestand weet te regelen.

In veruit de meeste gevallen laat je het beheer dus rustig aan Windows over: druk op Windows-toets+R en voer sysdm.cpl uit. Open het tabblad Geavanceerd, druk op de bovenste knop Instellingen, ga nogmaals naar het tabblad Geavanceerd en klik op Wijzigen. Plaats een vinkje bij Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch regelen.

Wil je grootte van dit wisselbestand toch absoluut zelf regelen, verwijder dan het vinkje, selecteer de beoogde schijf, vink Aangepaste grootte aan en vul de Begingrootte en de Maximale grootte in. Om de optimale waarden te kunnen bepalen moet je echter het geheugengebruik bestuderen, bijvoorbeeld met behulp van het gratis Process Explorer. We hebben echter niet de ruimte hier dieper op in te gaan.

Windows is best in staat zelf voor een optimaal beheer van het virtuele geheugen te zorgen.

-

Tip 04: Internetsnelheid

Internet schotelt je regelmatig “ultieme tips” voor waarmee je de snelheid van je internetverbinding merkbaar zou kunnen verhogen, Het gaat dan haast altijd om tips die je allerlei technische parameters laten aanpassen – parameters van het type die je te zien krijgt wanneer je als administrator naar de opdrachtprompt gaat en daar het commando netsh interface tcp show global uitvoert. Zeggen deze items je niet zoveel en heb je ook geen duidelijk idee over de mogelijke impact ervan, dan doe je er echter beter aan deze tips links te laten liggen. Immers, Windows stelt deze parameters doorgaans zelf al optimaal in.

Mocht je er toch aan willen sleutelen, dan kun je eventueel de semi-automatische tweaktool SG TCP Optimizer 4 inzetten. Start die als administrator op en stel het tabblad General settings in op Current. Verplaats de schuifknop vervolgens naar je maximaal beschikbare internetsnelheid - controleer dat eventueel. Druk vervolgens op Apply Changes, plaats een vinkje bij Backup, bevestig daarna met OK en herstart je pc.

Merk je na enkele dagen niet de verhoopte snelheidsverhoging op, dan kun je altijd nog terugkeren: ga naar File, kies Restore backup settings en verwijs naar het geback-upte bestand (met extensie spg) dat zich in de map van TCP Optimizer 4 bevindt.

©PXimport

Tip 05: Datashredding

Ben je van plan je harde schijf weg te geven of te verkopen, dan is het fijn om zeker te weten dat de ontvanger je oude data niet meer kan terughalen. Een simpele formattering is dan niet toereikend – ‘undelete’-tools als het gratis Recuva maken je dat snel genoeg duidelijk. Er zit dan weinig anders op dan je gegevens te ‘shredden’. Dat betekent zoveel als: met pseudo-willekeurige datapatronen overschrijven. Op het internet krijg je hierbij vaak het advies om dat met de Gutmann-methode te doen, waarbij je originele data maar liefst 35 keer worden overschreven – een uiterst arbeidsintensief en langdurig proces. Het is ook niet nodig, want op een moderne harde schijf liggen de databits zo dicht bij elkaar dat er ook van data die slechts één keer zijn overschreven, geen restmagnetisme meer terug te vinden is.

Degelijke tools om data op een harde schijf te shredden zijn DBAN voor complete partities, en Eraser voor individuele mappen en bestanden. Beide tools laten je uit diverse overschrijfmethodes kiezen, maar één keer overschrijven van je data is dus voldoende.

©PXimport

Tip 06: Slimme back-ups

Back-uppen blijft de beste garantie tegen gegevensverlies, maar de manier waarop je back-upt maakt wel verschil. Met de epidemie van ransomware in het achterhoofd is het namelijk erg belangrijk dat je back-upmedium na het back-uppen niet langer zomaar toegankelijk is. Idealiter koppel je het medium fysiek los van je pc, zoals een externe harde schijf. Is dat niet mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld bij een nas, zorg er dan voor dat de back-updata niet zonder meer bereikbaar zijn vanuit het account waarmee je bij Windows bent aangemeld. Immers, malware als ransomware opereert met dezelfde machtigingen als dat account.

Dat doe je door vanuit het configuratiescherm van je nas een speciaal gebruikersaccount met wachtwoord te creëren en uitsluitend aan dat account toegang te verlenen tot de back-upmap. Je moet er nu alleen nog voor zorgen dat je in je back-upsoftware de benodigde accountgegevens invult. Dat is bijvoorbeeld mogelijk in de uitstekende tool Veeam Agent for Microsoft Windows Free (registratie vereist – bij Company vul je eventueel iets willekeurigs in). Maar ook in dit geval valt het aan te bevelen dat je over minstens twee back-ups beschikt, die je op verschillende fysieke media bewaart. Idealiter is een van deze media nooit aangekoppeld op het moment dat het andere medium wel verbonden is.

©PXimport

Back-ups maken is goed. Slimme back-ups maken is nog beter.

-

Tip 07: Aparte datapartitie

Wanneer je de Windows-installatie zijn gang laat gaan, dan creëert die standaard één grote schijfpartitie voor zowel Windows zelf als voor de applicaties en je gegevensbestanden. Je doet er echter goed aan om deze laatste op een afzonderlijke datapartitie te zetten. Als ooit je Windows crasht, dan kun je de partitie waarop je het OS hebt geïnstalleerd in principe rustig herformatteren en Windows herinstalleren, zonder aan je gegevens (op de datapartitie) te raken. Een andere reden is dat het makkelijker is om je back-uptool volautomatische gegevensback-ups te laten maken: de stationsletter van je datapartitie invoeren is genoeg.

Beschik je inderdaad over een enkele partitie en wil je alsnog ruimte creëren voor een nieuwe datapartitie, druk dan op Windows-toets+R en voer diskmgmt.msc uit. De module voor Schijfbeheer opent zich. Hier klik je de partitie met de rechtermuisknop aan, waarna je Volume verkleinen kiest en aangeeft met hoeveel MB je die wilt verkleinen. Vervolgens creëer je vanuit het contextmenu van de Niet-toegewezen ruimte een afzonderlijke datapartitie via de optie Nieuw eenvoudig volume. In principe verloopt deze operatie zonder gegevensverlies, maar vooraf een complete systeemback-up maken lijkt ons toch wel aangewezen. Murphy, weet je wel.

©PXimport

Tip 08: Defragmenteren

Er is al heel wat (digitale) inkt gevloeid over de zin en onzin van schijfdefragmentaties. Dat is het proces waarbij dataclusters van eenzelfde bestand verplaatst worden zodat ze niet langer verspreid liggen over het schijfoppervlak, maar in samenhangende clusters worden bewaard. Zo’n proces vergt vanzelfsprekend heel wat schrijfoperaties, en dat is nu precies waar ssd’s niet op gemaakt zijn, wegens het relatief beperkte aantal schrijfcycli.

Je hoeft echter niet wakker te liggen van deze materie: Windows is namelijk wel zo slim om zelf voor een regelmatige defragmentatie te zorgen. Dat heb je snel genoeg gecheckt. Start de Verkenner, klik op Deze pc en klik een station met de rechtermuisknop aan. Kies Eigenschappen, ga naar het tabblad Extra en klik op Optimaliseren. Je kunt nu de instellingen van de aangesloten stations bekijken. Via Instellingen wijzigen / Gepland uitvoeren kun je een geschikte frequentie instellen (zoals Maandelijks). Je hoeft overigens niet bang te zijn dat Windows ook ssd’s gaat defragmenteren: op deze schijven beperkt het OS zich tot andere optimalisaties met behulp van het trim-commando.

©PXimport

Tip 09: Standaardaccount

Weliswaar is het handig om je altijd aan te melden met het administratoraccount – op die manier hoef je niet telkens het account-id van een administrator in te vullen wanneer je een Windows-instelling wilt wijzigen of software wilt installeren – maar veilig is het niet bepaald. Immers, zoals we al aangaven in tip 06, liften malware en hackers mee op de rug van het account waarmee jij bij Windows bent aangemeld. Is dat een administratoraccount, dan krijgt dat gespuis meteen ook veel meer armslag. Je doet er daarom verstandig aan ook voor jezelf – en zeker voor eventuele medegebruikers – een standaardaccount te creëren en je voor dagdagelijks gebruik daarmee aan te melden. Je creëert zo’n account via Instellingen / Accounts / Gezin en andere personen / Iemand anders aan deze pc toevoegen. Klik vervolgens het account aan en kies Accounttype wijzigen, waar je dan Standaardgebruiker selecteert.

©CIDimport

Tip 10: Regelmatige updates

Microsoft heeft het knap lastig gemaakt voor gebruikers die automatische systeemupdates willen blokkeren. Niet onbegrijpelijk, want een up-to-date systeem betekent automatisch ook een veiliger systeem. Maar naast Windows zelf zijn er natuurlijk nog applicaties en stuurprogramma’s die eveneens gebaat zijn bij regelmatige updates. Sommige toepassingen controleren weliswaar zelf op eventuele updates, maar het blijft een hele klus om dat voor alle programma’s en drivers te doen. Gelukkig is er hulp in de vorm van (gratis) tools als Snaildriver en SUMo.

Snaildriver zorgt voor automatische updates van de geïnstalleerde stuurprogramma’s. De tool bestaat in twee versies (2.1 en 1.03) en er valt wel wat voor te zeggen om voor de oudere versie te kiezen. Die is namelijk minder opdringerig dan de opvolger. De werking is eenvoudig: druk op de Scan-knop, laat het vinkje staan bij de drivers die je wilt laten updaten en druk op Update. We raden je wel aan eerst een systeemherstelpunt te maken. Druk op de Windows-toets, tik herstel in en kies Een herstelpunt maken, waarna je op het tabblad Systeembeveiliging de knop Maken indrukt.

SUMo speurt naar verouderde toepassingen die je op je systeem hebt staan. Bij het opstarten kies je Geïnstalleerde software automatisch detecteren en vervolgens Controleer op updates voor uw geïnstalleerde software. Even later krijg je alle gedetecteerde updates in een lijstje. In de gratis Lite-versie moet je die wel zelf nog ophalen en installeren; in de betaalde Pro-variant (vanaf 14.99 euro) kun je dat ook automatisch laten verlopen.

©CIDimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.