ID.nl logo
Dit is hét moment: vallende sterren fotograferen doe je zo
© kanpisut - stock.adobe.com
Huis

Dit is hét moment: vallende sterren fotograferen doe je zo

Als je de komende nachten naar de hemel kijkt, heb je een goede kans om meerdere vallende sterren te spotten. De Perseïdenzwerm bereikt namelijk zijn hoogtepunt, met wel vijftig vallende sterren per uur die vanuit Nederland te zien zijn. Een prachtig schouwspel om te bewonderen, en nog spannender om vast te leggen op foto! Maar hoe doe je dat?

We gaan je uitleggen hoe je vallende sterren kunt fotograferen tijdens de meteorenzwerm de Perseïden, die in augustus plaatsvindt.

Liever een ander weerfenomeen fotograferen? Lees dan: Flitsende foto's: zo fotografeer je onweer

Elk jaar in augustus kun je de meteorenzwerm genaamd de Perseïden zien. Deze meteorenzwerm staat bekend als een van de meest prominente en actieve, waarbij er tijdens de piek tussen de 60 en 100 meteoren per uur te zien zijn... mits de omstandigheden optimaal zijn. Dit jaar is de activiteit van de Perseïden nog waar te nemen van tot ongeveer 17 augustus. Vooral afgelopen nacht en vannacht heb je veel kans om vallende sterren te kunnen fotograferen!

©milangucic

Op het hoogtepunt van de Perseïden-zwerm kun je elk uur meerdere vallende sterren spotten.

Donker

Voor het fotograferen van vallende sterren zoek je een zo donker mogelijke plek op. Die vind je als volgt:

💫 Zoek een plek die het liefst een eindje van de stad af is, zodat er weinig lichtvervuiling is. Bekijk hier een lijst van een aantal donkere locaties in Nederland. Zorg dat je zicht hebt op op de hemel aan het (oost)noordoosten, want daar bevindt zich het radiant (middelpunt) van de Perseïdenzwerm.

💫 Check de weersvoorspellingen voor jouw locatie om te zien of er bewolking voorspeld wordt. Je hebt natuurlijk een (vrijwel) onbewolkte nacht nodig.

💫 De maan kan 's nachts een felle lichtbron zijn, maar dit jaar valt het hoogtepunt van de Perseïdenregen redelijk mooi samen met de nieuwe maan (op 16 augustus).

Wat is een vallende ster? Een 'vallende ster' is een meteoroïde die op ongeveer 100 kilometer hoogte met hoge snelheid onze atmosfeer in komt. Door de atmosfeer wordt de meteoroïde afgeremd, waardoor deze enorm heet wordt en verdampt. Deze enorme hitte zorgt ervoor dat de atmosfeer om de meteoroïde oplicht, wat voor een zichtbare streep of lichtflits in de lucht zorgt.

Spullen in je fototas

Weet je op welke plek je gaat fotograferen? Verzamel dan je camera-apparatuur. Zorg dat je in elk geval een statief meeneemt. Je moet namelijk straks een lange sluitertijd gebruiken. Zonder statief zou de kleinste beweging van je hand of de camera de foto verpesten.

Zet het liefst een groothoeklens (korte brandpuntsafstand) op je camera. Met een groothoeklens heb je namelijk meer kans om de vallende sterren in beeld te vangen omdat je meer van de hemel op de foto zet. Een afstandsbediening meenemen kan ook handig zijn.

Zo fotografeer je vallende sterren

Heb je al je spullen ingepakt en ben je op locatie aangekomen? Gebruik dan een app zoals PhotoPills, StarWalk of SkyTonight om door middel van augmented reality te zoeken waar het middelpunt (radiant) van de meteorenregen zich aan de hemel bevindt.

Plaats je camera op het statief en richt hem ongeveer op de juiste plek met behulp van een van de genoemde apps. Schakel de beeldstabilisatie van de lens/body uit. Bepaal vervolgens je compositie. Het zou leuk zijn om naast de vallende sterren ook nog iets van de omgeving in beeld te nemen, als die omgeving zich daartoe leent.

Zet je camera op statief en richt hem op de meteorenregen.

De beste camera-instellingen voor het fotograferen van de Perseïden

Qua camera-instellingen start je met de sluitertijd. Kies een lange sluitertijd, zodat je meer kans hebt om een lichtspoor van een vallende ster te vangen. De sluitertijd moet niet ál te lang worden, want je wilt alleen de vallende sterren in beeld, en niet alle andere sterren. Doordat de aarde draait, zullen de sterren bewogen op je foto komen als je een te lange sluitertijd kiest. Hoelang die sluitertijd maximaal kan zijn, kun je uitrekenen door de 500-regel te gebruiken. Hierbij deel je 500 door de fullframe-brandpuntsafstand van je lens. Gebruik je 24mm op een aps-c-camera, dan kom je op ongeveer 13,8 seconden. Berekening: 500 delen door (24 (brandpuntsafstand) * 1,5 (cropfactor)).

Stel nu het diafragma zo groot mogelijk in (lage F-waarde) om zo veel mogelijk licht te vangen tijdens de gekozen sluitertijd. Stel daarna de benodigde iso-waarde in om op een goede belichting uit te komen. Tegenwoordig leveren camera's prima resultaten bij een wat hogere iso-waarde, dus wees niet bang die een stukje te verhogen.

Veel foto's maken

Voor meteoren maak je het best een heleboel foto's. Het best laat je de camera een reeks foto's op de intervalstand. Je kunt niet wachten tot je een vallende ster ziet en dan afdrukken: dan ben je te laat. Heeft je camera niet zo'n intervalstand, dan kun je ook en intervalometer gebruiken. Stel bijvoorbeeld in dat je camera elke 20 seconden een foto maakt (het interval moet natuurlijk wel langer zijn dan je belichtingstijd).

Nu is het afwachten of je in één (of meer) van je foto's het geluk hebt om een vallende ster te vangen! Heb je meerdere foto's waarin je vallende sterren ziet? Dan kun je die nog in de nabewerking proberen over elkaar heen te leggen, om zo één beeld met meerdere vallende sterren te krijgen.

Dit artikel is geschreven door onze collega's van Zoom Academy. Wil je meer leren over het fotograferen van vallende sterren of bijvoorbeeld de maan? Volg dan de cursus Sterren fotograferen.

Lees ook: 12 goede camera's voor op vakantie

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.