ID.nl logo
Review Samsung Galaxy Buds 3 Pro – Krachtige set is niet voor iedereen
© Wesley Akkerman
Huis

Review Samsung Galaxy Buds 3 Pro – Krachtige set is niet voor iedereen

Met een prijskaartje van 249 euro is een setje Samsung Galaxy Buds 3 Pro-oordoppen niet goedkoop. Maar gelukkig krijg je daar dan ook een hoop voor terug, maar dan vooral als je eerder investeerde in het Samsung-ecosysteem (en de juiste producten in huis hebt).

Goed
Conclusie

Onderaan de streep komen we een setje oordoppen tegen dat niet voor iedereen geschikt is. En dat is een beetje vreemd, omdat Samsung normaliter met zijn producten een zo groot mogelijk publiek wil aanspreken. Het ontwerp, het gebrek aan alternatieve audio-codecs en de lage accuduur zitten een aanbeveling in de weg, maar de algemene audiokwaliteit is sterk en helder en de doppen zelf zitten lekker. Als Samsung-eigenaar haal je hier het meest uit. Maar als je een smartphone van een ander merk hebt, dan kun je die 250 euro beter elders spenderen.

Plus- en minpunten
  • Algemene audiokwaliteit
  • Bediening werkt goed
  • Uitgebreide en overzichtelijke app
  • Comfortabel
  • Ruisonderdrukking goed
  • Helder microfoongeluid
  • Mist audio-codecs
  • Accuduur vrij kort
  • Exclusieve Samsung-functies
  • Ontwerp is niet handig
  • Samsung Wearable-app verplicht
  • Gedoe met het doosje

Of het nu om bedrijven als Apple, OnePlus of Samsung gaat, ze proberen allemaal hetzelfde: je binnen een ecosysteem te houden. Dat doen ze door het aanbieden van verschillende soorten apparaten die naadloos met elkaar samenwerken. Denk dan aan een smartphone, tablet, smartwatch en draadloze oordopjes. Prima als dat betekent dat je leven wat gemakkelijker wordt, maar het wordt vervelend wanneer er functies achter een hevige betaalmuur terechtkomen. Dat is het geval bij de Samsung Galaxy Buds 3 Pro.

Om echt alles uit de Samsung Galaxy Buds 3 Pro te halen, dien je namelijk recent geïnvesteerd te hebben in een Samsung-apparaat. Dat kunnen bijvoorbeeld de S- en Z-telefoons van de afgelopen twee jaar zijn. Het zou kunnen dat oudere toestellen eveneens ondersteund worden, maar daar is nu nog geen sprake van. Alleen wanneer je een modern Samsung-apparaat hebt, krijg je toegang tot Samsungs eigen Seamless-audio-codec. Datzelfde geldt voor de oudere SSC UHQ-variant, maar die is op een veel groter aantal Samsung-apparaten beschikbaar.

Een gemiste kans

Het staat Samsung natuurlijk vrij om zijn oordoppen vorm te geven zoals het bedrijf wil. En dat er exclusieve functies beschikbaar zijn, is nog niet eens het probleem. Maar dit zijn de enige twee codecs die audio in een hoge resolutie kunnen presenteren. Als je geen Samsung-telefoon gebruikt, dan ben je aangewezen op SBC of AAC. Geen verkeerde codecs, maar toch is het jammer dat het Zuid-Koreaanse bedrijf geen alternatief ingebakken heeft. Aangezien Samsung Qualcomm-processors gebruikt, had een AptX-codec niet misstaan, zoals Lossless, HD of Adaptive.

©Wesley Akkerman

Bovendien is het zo dat iPhone-gebruikers helemaal achter het net vissen. Niet alleen hebben zij (dankzij Apple) maar toegang tot een enkele audio-codec, ook moeten ze het zonder de Samsung Wearable-app doen. En dat terwijl die app allerlei handige functies heeft, zoals een equalizer, de mate van ruisonderdrukking instellen, toekomstige updates en meer. De app is daadwerkelijk handig (en verplicht op Android), waardoor dat al met al een gemiste kans is. Het maakt de oordoppen minder breed inzetbaar en voor die prijs is dat toch een spijtige conclusie.

Mocht je als iPhone-eigenaar toch dit setje willen gebruiken, dan kun je aan iemand met een Android- of Windows-apparaat vragen de app te downloaden. Daarna kun je tenminste de equalizer instellen, die opgeslagen worden op de oordoppen.

Veel te doen om het ontwerp

Los van het gedoe met compatibiliteit en codecs, moeten we zeggen dat de Samsung Galaxy Buds 3 Pro comfortabel zitten. Ze zitten strak, zonder druk uit te oefenen op de gehoorgang. Dat Samsung dit jaar voor steeltjes gekozen heeft, in plaats van een rond ontwerp, heeft voor- en nadelen. Zo laten ze zich goed bedienen: het tactiele knopje is goed bereikbaar en het volume bedienen door omhoog en omlaag te schuiven met je vinger werkt intuïtief. Maar als je lang haar hebt, dan gebeurt het nog wel eens dat ze uit je oren vliegen als je je haar aan de kant wuift.

©Wesley Akkerman

Over het design is dit jaar sowieso veel te doen. Veel mensen vinden de Buds 3 Pro op AirPods lijken. Maar als concurrerende bedrijven producten gaan maken die extreem veel elkaar lijken, dan is dat blijkbaar wat we als consument willen. De Samsung Galaxy Buds 3 Pro zijn bovendien vrij groot, maar dat is omdat er twee drivers in zitten: een veelvoorkomende dynamische driver en een vlakke, magnetische variant. Dat maakt de dopjes wat minder weerbaar, maar muziek klinkt wel veel zuiverder en meer gebalanceerd – en dat merk je goed met dit setje.

Lang leve de equalizer

We hebben de Samsung Galaxy Buds 3 Pro getest op een Pixel 8 Pro en Samsung Galaxy Z Fold 6. Dat lijken ons de twee meest voorkomende gebruikersscenario’s: een smartphone die niet en eentje die wel van Samsung komt. In beide gevallen valt ons op dat de audio kraakhelder klinkt. Daardoor krijgen hogere tonen flink de ruimte. Dit karakter zorgt bovendien voor een brede soundstage, waardoor je goed onderscheid kunt maken tussen tonen, instrumenten en lagen.

De baslaag is in eerste instantie heel subtiel, waardoor je wat warmte en geweld mist. Niet dat de luisterervaring slecht is, maar je hoort aan alle tracks dat het beter kan. Gelukkig kun je een equalizer-preset gebruiken, en anders zelf een aangepaste instelling klaarzetten. Zodoende haal je veel meer uit de Samsung Galaxy Buds 3 Pro. Het valt ons op dat de oordoppen dat wel wat meer gevoelig zijn voor enige vervorming, maar dat is voornamelijk het geval op de Pixel 8 Pro. Op de Z Fold 6 hebben we daar minder last van, vanwege de andere twee audio-codecs.

360-audio en andere opties

Als eigenaar van een moderne Samsung-smartphone krijg je toegang tot 360-audio. Nu zijn we daar geen fan van, omdat de lagere tonen het dan moeten ontzien. En dat merken we ook hier. De hogere en middentonen klinken vol en wijd, maar alles aan de onderkant bungelt een beetje. Verder vinden we de actieve ruisonderdrukking goed, maar niet indrukwekkend. Je hoort nog steeds van alles om je heen gebeuren, maar er wordt wel een hoop gefilterd. Dit is een kwestie van ‘voor de prijs hadden we meer verwacht’, kijkend naar concurrenten als Sony en Bose.

Verder merken we nog een aantal kleinere dingen op. De accuduur is met 6 tot 26 uur (met actieve ruisonderdrukking aan) niet bijster lang. Ook het doosje levert wat gemengde gevoelens op. Hoewel het tof is dat de bovenkant transparant is (het is weer eens wat anders), merken we ook dat het soms een gevecht is de oordopjes terug in de houder te plaatsen. Door de vorm gaat dat nog weleens mis en mik je er net naast. De microfoon klinkt dan weer superhelder, waardoor je voor mensen aan de andere kant van de lijn altijd goed verstaanbaar bent.

Samsung Galaxy Buds 3 Pro kopen?

Onderaan de streep komen we een setje oordoppen tegen dat niet voor iedereen geschikt is. En dat is een beetje vreemd, omdat Samsung normaliter met zijn producten een zo groot mogelijk publiek wil aanspreken. Het ontwerp, het gebrek aan alternatieve audio-codecs en de lage accuduur zitten een aanbeveling in de weg, maar de algemene audiokwaliteit is sterk en helder en de doppen zelf zitten lekker. Als Samsung-eigenaar haal je hier het meest uit. Maar als je een smartphone van een ander merk hebt, dan kun je die 250 euro beter elders spenderen.

Samsung Galaxy Buds 3 Pro

Klik hier voor de actuele prijs

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.