ID.nl logo
Review Hama Fit Watch 6910 -  Schittert in eenvoud
Gezond leven

Review Hama Fit Watch 6910 - Schittert in eenvoud

De Hama Fit Watch 6910 is een simpele doch robuuste smartwatch van 129 euro. Het apparaat is niet zo uitgebreid als de Samsungs en Apples van deze wereld, maar misstaat desondanks niet op je pols. Mocht je dit slimme horloge overwegen, dan zijn er wel wat zaken om rekening mee te houden. Daar gaan we in deze review dieper op in.

Goed
Conclusie

Natuurlijk heb je ook zeer accurate fitnesstrackers van onder de 100 euro, die allemaal zo hun voor- en nadelen hebben. Maar aangezien de Hama Fit Watch 6910 een smartwatch is, valt die dus in een andere categorie. Echter, gezien het gebruik van het product is een vergelijking wel weer op z’n plaats. Ben je op zoek naar een accurate fitnesstracker die precies meet en weet wat je doet, dan kun je beter verder kijken. Maar zoek je een basale smartwatch die een ondersteunende rol kan spelen en je globaal kan vertellen hoe actief je bent, dan voldoet dit product aan die basale eisen. Het enige waar we dan nog mee zitten is de prijs. 129 euro is net even te duur voor wat je ervoor krijgt, zo op het eerste gezicht. Maar de Hama Fit Watch 6910 is ook waterdicht, waardoor je er prima mee kunt zwemmen, bijvoorbeeld. En dat kan dan weer niet met elke fitnesstracker van dezelfde prijs. Combineer dat met het draagcomfort, het gebrek aan overbodige functies (die je niet gebruikt, maar waar je wel voor betaalt) en de overige metingen die wel accuraat lijken te zijn, en je houdt een smartwatch over die schittert in eenvoud.

Plus- en minpunten
  • Draagcomfort en materialen
  • Hartslagmeting
  • Simpel in gebruik te nemen
  • Overzichtelijke app
  • Profiel aanmaken niet verplicht
  • Waterdicht
  • Gps-chip
  • Niet de meest accurate tracker
  • Scherm oogt een beetje flets
  • 129 euro gevoelsmatig te duur

Met een scherm van 1,28 inch en een dikte van 1,2 centimeter is de Hama Fit Watch 6910 geen kolossaal apparaat dat heel de dag op je pols rust. Bovendien voelt het kunststof omhulsel behoorlijk fijn aan en is het met 46 gram niet ontzettend zwaar. In tegenstelling tot veel andere smartwatches die we getest hebben (zoals die van Samsung en Huawei) valt op hoe licht en comfortabel dit slimme horloge is. Aan het einde van de dag waren we hem tijdens de testperiode nog niet zat en dat is ook wel eens anders geweest. Het gewicht, de grootte en het materiaal spelen daar een belangrijke rol in.

Hama Fit Watch 6910 houdt het bij de basis

Waarschijnlijk wil je de Hama Fit Watch 6910 als uitgebreide fitnesstracker gaan gebruiken. Dat kan natuurlijk, maar vergeet niet dat er ook wat smartwatchfuncties aanwezig zijn. Zo kun je notificaties op je pols ontvangen, maar daar helaas weinig mee doen behalve lezen. Ook kun je je muziek bedienen, je telefoon terugvinden (door je beltoon af te spelen) en opties als een stopwatch en timer gebruiker. Toegegeven, de slimme opties zijn niet heel uitgebreid, maar de vraag is of je allerlei extra zaken nodig hebt. Hama houdt zich bij de basis en laat zien dat dat ook voldoende kan zijn.

Hoewel 129 euro geen hoge aanschafprijs is, blijft het toch 129 euro. Fitnesstrackers kun je vaak al voor een paar tientjes kopen, dus dan is het belangrijk dat andere aspecten goed bevallen. Denk dan bijvoorbeeld aan het ronde lcd-scherm. Dat kun je goed en duidelijk aflezen, ook wanneer je buiten in de zon loopt. In de avond is het scherm net even te helder, ook wanneer je de helderheid verlaagt. Gelukkig kun je instellen dat het scherm niet automatisch aanspringt op het moment dat je je pols beweegt. Daarmee voorkom je dat je ’s nachts ineens wakker wordt van een lichtbron in bed.

Het scherm heeft niet de beste kleurenweergave. De kleuren komen een beetje flets over, maar dat valt alleen op wanneer je echt kleurrijke wijzerplaten gebruikt. Via de gratis Hama Fit-app kun je een andere wijzerplaat instellen. Je hebt de keuze uit wat standaardopties met een ouderwets klokje in beeld, maar kunt ook voor wat sportieve of creatieve varianten gaan. De opties zijn ook hier niet mega uitgebreid, maar er zit vast iets tussen wat je aandacht trekt. Ook hier geldt de conclusie dat Hama het vooral bij de basis houdt, en wederom vinden we dat geen al te groot probleem.

Hama Fit Watch 6910 als fitnesstracker

Als fitnesstracker heeft de Hama Fit Watch 6910 behoorlijk wat te bieden. Zo is er een gps-chip aanwezig, die ervoor zorgt dat je ook zonder smartphone op zak je hardlooproute kunt vastleggen. Daarnaast kun je, zelfs vlak voordat je naar buiten gaat, informatie over het weer opvragen zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Ondanks de beperkte functionaliteit van deze smartwatch merken we toch dat Hama er van alles aan doet om gebruikers zoveel mogelijk op het apparaat te laten regelen en vinden. Om (buiten) te kunnen sporten heb je in principe geen smartphone nodig.

Met de Hama Fit Watch 6910 kun je een aantal dingen opmeten. Je slaap, het zuurstofgehalte in je bloed, je hartslag, je stressniveau en hoeveel stappen je gezet hebt. Je vindt al deze informatie gewoon op het schermpje. Het overzicht van alle activiteiten en resultaten tref je dan weer in de app aan, maar in principe kun je ook zonder. Wanneer je aan een training begint, dan kan de tracker automatisch sporten herkennen; maar om er echt zeker van te zijn dat er geen zweetdruppel verloren gaat, doe je er goed aan één van de veertiende ondersteunde sporten handmatig te activeren.

De opgeslagen gegevens kun je overigens synchroniseren met externe platformen, zoals Google Fit, Apple Health en Strava; je zit dus niet per se aan de Hama-app vast. Een ander voordeel van de app is dat je niet verplicht bent een dataslurpend profiel aan te maken. Voor zover wij kunnen zien blijven alle gegevens op je smartphone en smartwatch staan en wordt er niets met externe servers gesynchroniseerd. Binnen de overzichtelijke app tref je verder wat extra opties aan, zoals het verzamelen van medailles. Die verdien je waanneer je specifieke doelen behaalt.

Ook interessant voor jou: De beste sport- en beweegapps voor een gezonde leefstijl

De resultaten van de Hama Fit Watch 6910

Net zoals bij veel andere smartwatches en fitnesstrackers is het altijd de vraag hoe accuraat ze zijn. We vergelijken de resultaten graag met andere modellen en met meetresultaten van diverse fitnessapparaten. Daaruit blijkt dat de Hama Fit Watch 6910 nogal gretig is in het verschaffen van een positief beeld. In vergelijking met bijvoorbeeld de crosstrainer waar we geregeld op staan, hebben we na een half uur bewegen volgens de smartwatch meer calorieën verbruikt dan dat de crosstrainer aangeeft. Toegegeven: de trainer checkt niet constant de hartslag, maar een verschil van 100 calorieën is behoorlijk wat.

De metingen op het gebied van hartslag, de actieve momenten en hoe lang je met die actieve momenten bezig bent, lijken wel accuraat te zijn. De hoeveelheid stappen die je neemt ook, maar hier kan een enigszins vertekend beeld ontstaan. Want de Hama Fit Watch 6910 meet niet per se de stappen die je zet, maar de bewegingen die je met je arm maakt. Tijdens het testen van de smartwatch waren we ook druk in de weer met een ritmespel dat we testten voor PlayStation VR2. En al die bewegingen hebben voor zo’n tweeduizend verder onverklaarbare stappen gezorgd.

Voor alle afbeeldingen geldt: klik erop voor een grotere weergave.

Het is niet zo dat je niet actief bent, maar op de bank zitten terwijl je met je armen zwaait om op virtuele drums te rammen is wat anders dan rondlopen, wandelen of hardlopen. Mocht je dat verder niet van plan zijn, dan voorzien we geen problemen in het dagelijkse gebruik. Als je maar onthoudt dat zoiets als gemaakte stappen en actieve minuten bij benadering gemeten geworden. Daarmee is de Hama Fit Watch 6910 minder accuraat dan bijvoorbeeld de producten van Fitbit, Samsung of Garmin, maar daar is de prijs dan ook naar. In dit geval is het een beetje geven en nemen.

Hama Fit Watch 6910 – conclusie

Natuurlijk heb je ook zeer accurate fitnesstrackers van onder de 100 euro, die allemaal zo hun voor- en nadelen hebben. Maar aangezien de Hama Fit Watch 6910 een smartwatch is, valt die dus in een andere categorie. Echter, gezien het gebruik van het product is een vergelijking wel weer op z’n plaats. Ben je op zoek naar een accurate fitnesstracker die precies meet en weet wat je doet, dan kun je beter verder kijken. Maar zoek je een basale smartwatch die een ondersteunende rol kan spelen en je globaal kan vertellen hoe actief je bent, dan voldoet dit product aan die basale eisen.

Het enige waar we dan nog mee zitten is de prijs. 129 euro is net even te duur voor wat je ervoor krijgt, zo op het eerste gezicht. Maar de Hama Fit Watch 6910 is ook waterdicht, waardoor je er prima mee kunt zwemmen, bijvoorbeeld. En dat kan dan weer niet met elke fitnesstracker van dezelfde prijs. Combineer dat met het draagcomfort, het gebrek aan overbodige functies (die je niet gebruikt, maar waar je wel voor betaalt) en de overige metingen die wel accuraat lijken te zijn, en je houdt een smartwatch over die schittert in eenvoud.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.