ID.nl logo
Zo kies je de beste slimme thermostaat uit
© Reshift Digital
Energie

Zo kies je de beste slimme thermostaat uit

We zitten midden in het stookseizoen en de verwarming zorgt ervoor dat het binnen nog steeds comfortabel is. Minder fijn is wellicht dat je nog steeds thuiskomt in een koud huis. De verwarming aanzetten als je niet thuis bent, is zonde. Een slimme thermostaat kan je mogelijk helpen omdat je hiermee de verwarming kunt inschakelen vlak voordat je naar huis gaat. Wat zijn de dingen die je moet weten voordat je zo’n slimme thermostaat aanschaft?

Vermoedelijk weet je wel wat een slimme thermostaat is, toch behoeft de term slim in dit verband wel enige nadere uitleg. Veel normale (klok)thermostaten kun je onmogelijk dom noemen, want ook daar zit vaak behoorlijk wat intelligentie in de vorm van zelflerende opwarming in. Hiermee leert de thermostaat hoe snel het huis opwarmt en zorgt de thermostaat ervoor dat het huis daadwerkelijk warm is op het ingestelde tijdstip.

Het slimme aspect van slimme thermostaten zit vooral in de internetverbinding. Die maakt functionaliteit mogelijk zoals bediening met je smartphone, ook buitenshuis. Dat laatste is erg handig, want hiermee kun je de verwarming alvast aanzetten als je naar huis gaat. En als geofencing ondersteund wordt, kan dat zelfs automatisch. Daarnaast zorgt bediening via de smartphone of pc ervoor dat het klokprogramma veel eenvoudiger is in te stellen dan bij een klokthermostaat met een klein schermpje.

De meeste slimme thermostaten vertrouwen voor het programmeren volledig op de app of webomgeving. Toch zijn er uitzonderingen, want bijvoorbeeld de Nest, Honeywell Lyric T6 en Toon kun je ook programmeren via de thermostaat zelf. De Nest biedt een zelflerend klokprogramma dat zichzelf programmeert op basis van handmatige temperatuurveranderingen. Niet iedereen is hier enthousiast over, maar je kunt dat zelflerende klokprogramma uitschakelen.

Samenwerking

Slim zit hem eveneens in het feit dat de thermostaat onderdeel van een breder systeem kan zijn, in ieder geval de platformen van Google, Amazon of Apple, eventueel aangevuld met een online-koppeldienst als IFTTT. De koppeling met de grote platformen maakt dat je de verwarming met spraakopdrachten kunt besturen. Integratie met een eigen domoticasysteem kan bij sommige producten via een api, maar de verschillen zijn groot. Controleer dus voor aankoop of dat wat je wil mogelijk is.

Geheel lokale besturing (dus zonder internetverbinding) is ook bij een koppeling via een api vaak niet mogelijk. De afhankelijkheid van een api die loopt via de servers van de fabrikant, heeft natuurlijk ook als gevolg dat het aan de fabrikant is of deze blijft werken. Iets dat eigenaren van een Nest merkten toen Google stopte met het Works with Nest-programma en de bijbehorende api.

©PXimport

Maandelijkse kosten?

Een internetverbinding maakt een hoop extra dingen mogelijk, maar wellicht ook iets waar je misschien niet op zit te wachten: abonnementskosten. Bij veel fabrikanten valt dat gelukkig mee. Soms worden voor een thermostaat maandelijkse kosten gerekend die dienen als afbetaling, bijvoorbeeld via een energieleverancier. Maar er kunnen ook abonnementskosten zijn als je de thermostaat zelf aanschaft. Het extreemste voorbeeld is de Eneco Toon die zonder abonnement van 4,50 euro per maand alle slimme functionaliteit verliest. Tado vereist het abonnement Auto-Assist (2,99 euro per maand of 24,99 euro per jaar) voor bepaalde functionaliteit, zoals geheel automatische geofencing. Dat was voorheen anders; Tado is met de introductie van de V3+ overgegaan van een model waarbij je alle functionaliteit direct kreeg naar het abonnementsmodel voor bepaalde functionaliteit. Wel kun je de Tado ook zonder abonnement gewoon via de app bedienen.

©PXimport

Modulerende aansturing

Een cv-ketel gebruik gas om het water in het verwarmingssysteem op te warmen. Oude cv-ketels zetten simpelweg de brander vol aan of vol uit. De aansturing hiervoor is niet meer dan twee contacten kortsluiten: een aan/uit-regeling. Moderne cv-ketels zijn voorzien van een modulerende brander waarbij het mogelijk is om op een lager energiezuiniger pitje te branden voor een lagere watertemperatuur.

Om dit optimaal aan te sturen, dient zo’n ketel gecombineerd te worden met een geschikte modulerende thermostaat. Zo’n thermostaat kan behalve doorgeven dat de verwarming aan moet, ook doorgeven dat dit in combinatie met een lagere watertemperatuur mag. Een lagere temperatuur spaart niet alleen energie, maar zorgt ook voor een constantere warmte omdat de zogenoemde overshoot, waarbij het na het inschakelen van de verwarming even té warm is, meestal wordt voorkomen. Een modulerende verwarming betekent vaak dat de ketel langdurig op een laag pitje brandt om de temperatuur constant te houden. Dat verbruikt toch minder gas dan de ketel af en toe op vol vermogen te laten branden.

Verschillende protocollen

De meeste slimme thermostaten zijn zowel geschikt voor de simpele aan/uit-regeling als een geavanceerdere modulerende regeling. Bij dat laatste is een extra complicatie dat hier verschillende protocollen voor zijn.

OpenTherm is het bekendste aansturingsprotocol en wordt door veel thermostaten én cv-ketels ondersteunt. Sommige fabrikanten gebruiken (voor een deel van de ketels) echter een eigen protocol, zoals Nefit Bosch, Atag en Vaillant. Soms biedt een ketelfabrikant een optionele OpenTherm-convertor die het merk-specifieke protocol vertaalt naar OpenTherm. Is zo’n convertor niet beschikbaar, dan dien je voor modulerende aansturing de slimme thermostaat van het merk zelf te gebruiken of een slimme thermostaat die met het juiste protocol overweg kan. Tado kan bijvoorbeeld overweg met OpenTherm, Vaillant eBus en Nefit EMS, maar de meeste niet merk-eigen thermostaten spreken alleen OpenTherm. Wil je per se een bepaalde thermostaat gebruiken, dan kun je op de meeste cv-ketels eventueel de aan/uit-aansturing gebruiken.

De meeste slimme thermostaten zijn geschikt voor zowel aan/uit en modulerende aansturing. Een uitzondering is Netatmo die alleen aan/uit-regeling ondersteunt. Soms biedt een fabrikant fysiek aparte varianten, zoals in het geval van de Honeywell Round Connected en Evohome. Controleer voor aanschaf dus goed welke aansturing jouw cv-ketel en de beoogde slimme thermostaat gebruikt.

©PXimport

Installeren

Het installeren van een slimme thermostaat is doorgaans geen ingewikkelde klus, al kan een ketelmodule het net wat gecompliceerder maken. De meeste thermostaten zijn met een twee-aderige draad aangesloten op het verwarmingssysteem. Bij sommige thermostaten is het echt alleen een kwestie van de oude van de muur afhalen en de nieuwe aan de muur hangen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Tado en Netatmo die hun voeding uit batterijen halen.

Veel slimme thermostaten vereisen echter een aparte ketelmodule die ook als voeding voor de thermostaat dient, bijvoorbeeld omdat ze een verlicht scherm hebben of omdat wifi in de thermostaat zelf is ingebouwd. De draad vanuit de woonkamer moet dan in plaats van direct op de cv-ketel op de ketelmodule worden aangesloten. Die ketelmodule moet op zijn beurt dan weer op de cv-ketel en vaak ook op de netspanning worden aangesloten. Dat is dus een ingrijpender klusje, omdat je vaak de kap van de cv-ketel moet afhalen om bij de aansluitingen voor de draden te komen. De Nest Learning Thermostat, Honeywell Lyric T6, ThermoSmart en Toon maken gebruik van een dergelijke ketelmodule. Heb je geen draad van je meetruimte naar je cv-ketel, dan kun je veel thermostaten ook in combinatie met een draadloze ketelmodule gebruiken. Kom je er niet uit, dan kun je het beste een installateur vragen om de thermostaat voor je te installeren.

©PXimport

Energiebesparing?

Fabrikanten van slimme thermostaten schermen graag met cijfers en onderzoeken waaruit blijkt dat je met hun slimme thermostaat veel energie en dus geld kunt besparen. Hoewel die claims niet geheel uit de lucht komen vallen, moet je je wel realiseren dat een eventuele energiebesparing vooral voortkomt uit gedrag. Oftewel, als je met je ‘domme’ thermostaat al optimaal stookgedrag vertoont, dan zul je met een slimme thermostaat geen energie besparen. Verwarmen is immers geen magie: het opwekken van een bepaalde hoeveelheid warmte kost een bepaalde hoeveelheid energie en daarmee geld. In de praktijk zul je echter ook situaties tegenkomen waarbij de temperatuur ‘s nachts of bij het verlaten van het huis niet verlaagd wordt of waarbij een klokthermostaat gebruikt wordt die een programma afdraait dat niet (langer) past bij het leefpatroon. In dat geval kan een slimme thermostaat weldegelijk energie besparen. Als extra motivatie geven sommige slimme thermostaten je inzage in je stookgedrag, zodat je mogelijk bewuster met je verwarming omgaat.

Slimme radiatorknop

Sommige slimme thermostaten zoals Tado, Netatmo, Honeywell EvoHome, Bosch en Itho Daalderop kun je uitbreiden met slimme radiatorknoppen om zoneregeling mogelijk te maken. Slimme radiatorknoppen zijn ook een interessant product voor stads- of blokverwarming zonder centrale kamerthermostaat. Tado en Netatmo verkopen voor die variant van stads- of blokverwarming een startset zonder centrale kamerthermostaat. Je kunt overigens ook slimme radiatorknoppen kopen die onderdeel zijn van een ander slim systeem zoals de Eve Thermo of Devolo radiatorthermostaat. Dergelijke losstaande knoppen zijn in de doorsnee situatie in Nederland waarbij een eigen cv-ketel voor de warmteproductie zorgt, niet geschikt. Er moet immers een verbinding met de cv-ketel zijn om de warmtevraag te starten. Voor de eerder genoemde variant van stads- of blokverwarming, waarbij er altijd warm water naar een radiator stroomt, zijn dergelijk knoppen wel te gebruiken. Maar er zijn ook situaties waarin stads- of blokverwarming wel gebruikmaakt van een normale kamerthermostaat.

Een nadeel van een slimme radiatorknop is dat ze werken op batterijen en we in de praktijk gemerkt hebben dat de baterijen sneller leeg zijn dan fabrikanten beloven. Zorg er daarom voor dat je altijd genoeg batterijen in huis hebt.

©PXimport

Zoneregeling

In combinatie met een eigen cv-ketel maakt een slimme radiatorknop zoneregeling mogelijk waarmee je de temperatuur per kamer kunt regelen. Dit is bijvoorbeeld een oplossing voor het probleem dat het boven koud blijft omdat de verwarming niet aanslaat als het beneden bij de thermostaat warm is.

Een slimme radiatorknop lost dit probleem op doordat er vanaf de knop een warmtevraag gedaan kan worden. Zoneverwarming heeft echter alleen zin als je al je radiatoren, inclusief de ruimte waar de normale wandthermostaat hangt, van slimme radiatorknoppen voorziet, anders is het onmogelijk om specifieke kamers wel en niet te verwarmen. Eventueel kun je in onbelangrijke kamers geen slimme radiatorknop installeren, maar in de referentieruimte bij de normale wandthermostaat moet dat wel. Je wilt immers voorkomen dat ruimtes onnodig worden verwarmd of zelfs te warm worden.

Ga je zelf knoppen plaatsen, voorzie minimaal één radiator (bijvoorbeeld op de gang) dan niet van een dergelijke knop en zorg dat deze altijd openstaat. Er moet namelijk een mogelijkheid voor doorstroming van het water zijn als toevallig alle knoppen gesloten zijn en de pomp van de cv draait. Een installateur kan hiervoor ook een bypass in het systeem plaatsen. Zoneverwarming is met een prijs vanaf zo’n 70 euro per knop al snel een hele investering. Wellicht overbodig om te melden, maar zoneverwarming zorgt voor meer comfort en daarom waarschijnlijk voor een wat hoger energieverbruik.

Heb je gedeeltelijk vloerverwarming, dan raden we je aan om een installateur om advies te vragen voordat je slimme radiatorknoppen voor radiatoren aanschaft. Een combinatie als vloerverwarming beneden en radiatoren boven bevat van zichzelf al meerdere zones en dit kan op verschillende manieren aangelegd zijn. Een installateur kan je vertellen op welke manier je eventueel slimme radiatorknoppen kunt gebruiken.

©PXimport

Slimme radiatorknop plaatsen

Of je zonder aanpassingen slimme radiatorknoppen op je radiatoren kunt plaatsen, hangt af van je huidige radiatorkranen. Dat moeten zogenaamde thermostatische radiatorkranen zijn die je herkent aan het feit dat je de knop eraf kunt halen en dan een indrukbaar pinnetje ziet. Er zijn verschillende varianten, eventueel heb je een (soms meegeleverde) adapter nodig om de knop te plaatsen. Heb je momenteel thermostatische radiatorknoppen (met een cijfer van 1 t/m 5), dan kun je ervan uitgaan dat je thermostatische kranen hebt. Heb je radiatorknoppen die je simpelweg open of dicht draait, dan is de kans groot dat je systeem niet van thermostatische radiatorkranen is voorzien (al zijn er wel normale draaiknoppen voor radiatorkranen, die zijn dan vaak in de woonkamer geplaatst). In dat geval zul je behalve de knop ook de kraan zelf moeten vervangen en dat is ingrijpender omdat dan het water (deels) uit het systeem moet. Kies dan direct voor een maat die je zonder adapter kunt gebruiken, meestal is dat M30.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.