ID.nl logo
Verschillende soorten warmtepompen – wat past bij jou?
© Nefit Bosch
Energie

Verschillende soorten warmtepompen – wat past bij jou?

Terwijl elk type warmtepomp z'n energie aan een natuurlijke bron onttrekt, zijn er toch behoorlijke verschillen in rendement, technologie en prijs. Eerst maken we het onderscheid tussen hybride en all-electric. Daarna bekijken we de verschillende all-electric oplossingen en tot slot hebben we het over prijzen en subsidies.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Nefit Bosch.

Hybride

Wil je verduurzamen zonder al te grote ingrepen? Dan is er de hybride warmtepomp die een tandem vormt met de cv-ketel. De binnenunit van zo’n hybride warmtepomp hangt meestal naast de verwarmingsketel in de stookruimte. De hoofdverwarming komt van de warmtepomp, maar wanneer het rendement van de warmtepomp te laag ligt, of bij piekbelasting, schakelt het systeem over naar de cv-ketel op fossiele brandstof. Op die manier ben je dus niet volledig van het gas af, maar je bespaart wel op de gasrekening. Je hebt slechts een derde gas nodig van wat je nu verbruikt.

Een hybride warmtepomp heb je in een monoblock- of split-systeem. Bij een monoblock zitten alle koudzijdige componenten zoals de compressor, de condensor, het expansieventiel en de verdamper in een buitenunit. In de split-uitvoering zitten deze componenten deels in de buitenunit en deels in de binnenunit. De hybride wordt vaak als een overgangsoplossing gezien en komt beter tot zijn recht in woningen die minder goed geïsoleerd zijn. Echter zijn er ook veel geluiden van deskundigen die het zien als een lange termijn of eindoplossing voor bepaalde situaties. Ten eerste is het een illusie dat we heel Nederland binnen zeven jaar van het gas krijgen. Ten tweede zijn niet alle woningen - tegen reële kosten - geschikt te maken voor all-electric. Ten derde willen gebruikers niet altijd afhankelijk zijn van een verwarmingsbron (of energiebron), maar zien ze het juist als voordeel om er twee te hebben: je kunt immers altijd (automatisch) de meest voordelig bron gebruiken. De hybride warmtepomp is dus niet per se een overgangsoplossing.

Watch on YouTube

All-electric

Bij een all-electric warmtepomp heb je geen cv-ketel of gasaansluiting meer nodig. Deze zorgt zelfstandig voor het verwarmen van de woning én voor warm water. Nefit Bosch heeft drie typen van all-electric warmtepompen die we hieronder bespreken. Het verschil zit hem in de natuurlijke bron die ze gebruiken om de warmte te onttrekken.

Luchtwarmtepomp
De all-electric luchtwarmtepomp haalt de warmte uit de buitenlucht en brengt die over op het verwarmingssysteem. Het beste resultaat krijg je wanneer je deze oplossing combineert met een afgiftesysteem op lage temperatuur zoals vloerverwarming.

©Nefit Bosch

Bij een all-electric monoblock warmtepomp, zoals deze van Nefit Bosch, wordt een monoblock buitenunit gecombineerd met een wandhangende of staande binnenunit.

Bodemwarmtepomp
Het tweede all-electric type is de bodemwarmtepomp. Dit type is bedoeld voor nieuwbouw en deze gebruikt aardwarmte. Hiervoor zal een gecertificeerde bronboorder eerst een bron in de tuin moeten boren van 100 tot 200 meter diep. Op deze diepte blijft de temperatuur het hele jaar door constant tussen 10 en 13 graden Celsius. In het boorgat worden twee speciale leidingen aangebracht waardoor de bodemwarmte wordt getransporteerd naar de warmtepomp. De installatiekosten van een bodemwarmtepomp liggen hoog, vooral door de noodzakelijke aanleg van de bodembron, maar dit type heeft het hoogste rendement omdat hij een constante brontemperatuur aanboort.

De bodemwarmtepompen van Nefit Bosch

Ventilatiewarmtepomp
De all-electric ventilatiewarmtepomp heeft geen buitenunit of bronboring nodig. Een ventilatiewarmtepomp gebruikt restwarmte uit ventilatielucht. Dit kan echter alleen worden toegepast als er een mechanisch ventilatiesysteem in de woning aanwezig is. Hij is bestemd voor een goed geïsoleerde kleine ruimte met een geringe warmtevraag, zoals een klein appartement of een vakantiewoning. Dit type zorgt voor verwarming, ventilatie en warm water.

Richtprijzen

Een warmtepomp blijft een stevige investering die je pas op lange termijn terugverdient. De prijs van een warmtepomp ligt hoger dan die van een traditionele cv-ketel. Een kwalitatieve luchtwarmtepomp kost ongeveer 5.000 euro. Tel daarbij nog 2.000 euro aan plaatsingskosten. In de huidige omstandigheden met onstabiele prijzen is het onmogelijk om correcte terugverdientijden voor te spiegelen, maar we doen toch een schuchtere poging. Bij een luchtwarmtepomp mag je erop rekenen dat alles na 13 jaar is terugverdiend. Voor een bodemwarmtepomp betaal je vanaf 10.000 euro en nog eens 8.000 euro voor de plaatsing. De terugverdientijd is afhankelijk van jouw persoonlijke situatie, maar wordt geschat tussen de 12 en 14 jaar. Een hybride warmtepomp kost ongeveer 4.000 euro en daar mag je 2.000 euro plaatsingskosten bij optellen. Die heb je na ongeveer 5 tot 7 jaar terugverdiend. De prijs is afhankelijk van het vermogen.

TIJDELIJK PRIJSPLAFOND Om een energiecrisis te voorkomen, heeft het Nederlandse kabinet een prijsplafond ingesteld voor het jaar 2023. Voor gas betaal je hierbij tot 1200 m3 1,45 euro en voor elektra tot 2.900 kWh maximaal 0,40 euro. Mocht je verbruik onder dit plafond blijven, dan is het overstappen naar een warmtepomp op de korte termijn niet direct een logische keuze. Op de lange termijn is de verwachting dat elektriciteit in verhouding goedkoper zal worden t.o.v. gas.

Houd er ook rekening mee dat je even geduld moet hebben voordat je een warmtepomp in huis hebt. Als je vandaag een warmtepomp bestelt, zul je zeker zes maanden tot een jaar moeten wachten op de installatie. Vanwege de enorme vraag en elektronica- en onderdelentekorten zijn de lever- en installatiewachttijd namelijk enorm opgelopen.

Subsidie

Hierbij is het ook belangrijk te weten dat de overheid je inspanning om te verduurzamen ondersteunt met subsidie. Voor ze een warmtepomp installeren, laten veel mensen hun woning extra isoleren en daarvoor kun je gemiddeld tot wel een derde van de investering recupereren via RVO op voorwaarde dat je de isolatie laat plaatsen door een professioneel. Nog belangrijker is de ISDE-subsidie die je ontvangt voor de warmtepomp zelf. Dit bedrag is afhankelijk van het type warmtepomp en het vermogen. Op de website van Nefit Bosch vind je een stappenplan hoe je deze subsidies kunt aanvragen.

Verschillende soorten warmtepompen en de bijbehorende prijzen. Let op: deze prijzen zijn exclusief installatiekosten. Deze kosten verschillen per situatie en per warmtepomp.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.