ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Uw eigen fotolog

Kunt u maar geen genoeg krijgen van weblogs? Nog leuker is een fotolog, vooral als u er zelf één bijhoudt, zodat andere mensen kunnen genieten van uw belevenissen. Maar alleen foto's publiceren is wat saai; het is spannender als uw website interactief is. U kunt bijvoorbeeld een uploadfunctie toevoegen en bezoekers de mogelijkheid geven op foto's te stemmen, of commentaar toe te voegen.

Iedereen kent wel de fotocommunity 'Hot or Not?' (www.hotornot.com), waar mensen een foto van zichzelf kunnen insturen. Andere bezoekers beoordelen hoe aantrekkelijk u eruit ziet. Onderbroekenfabrikant Sloggy deed eerder dit jaar iets soortgelijks met www.kontest.nl, waar mensen hun billen konden laten beoordelen. Als u zelf een fotolog wilt beginnen kunt u zich aansluiten bij een fotocommunity zoals Moblog.nl, maar dan hebt u geen directe toegang tot de server, geen uitgebreide statistieken en geen mogelijkheid om te tweaken en de weergave te veranderen. Gelukkig is het niet zo moeilijk om zelf een fotolog te maken voor uw eigen website. Via Hotscripts.com zijn er heel wat scripts te vinden waarmee dat kan. Wij kozen twee gratis php-scripts uit: het deels Nederlandstalige PPA (www.ppa.baiz.org) en de tool 4Images (www.4homepages.de), dat in het Engels, Duits, Frans en Spaans verkrijgbaar is. Beide scripts zijn gratis bij niet-commercieel gebruik. Wilt u 4Images op een commerciële website gebruiken, dan kunt u voor € 99 een licentie aanschaffen. Welke van deze twee u kiest, maakt niet zoveel uit, al zijn er duidelijke kwaliteitsverschillen: 4Images ziet er verzorgder uit en wordt beter onderhouden, terwijl de ontwikkelaar van PPA moeite heeft om foutloos te spellen. Bovendien is de Nederlandse versie van het script maar gedeeltelijk vertaald. Met beide scripts kunnen bezoekers zelf foto's uploaden, commentaar toevoegen, stemmen op foto's en e-cards versturen. Voorbereiding Om PPA of 4Images te kunnen gebruiken moet uw hostingprovider minimaal php 4.0.5 en MySQL 3.23 beschikbaar stellen en op de server moet de GD-library of Image Magick (zie kader) aanwezig zijn om automatisch thumbnails te tonen. Verder is het verstandig vooraf uit te rekenen hoeveel bezoekers en dataverkeer u verwacht. Het maakt verschil of u een persoonlijk fotolog of een fotocommunity wilt maken. Een foto in goede (web)kwaliteit van 200 KB zal bij 500 views per dag al 3 GB dataverkeer per maand opleveren. Een populaire community trekt al snel 2000 views per dag en 20 GB dataverkeer per maand. Let ook even op of uw provider het maken van fotoalbums wel toestaat. plaatjes staan in volgorde van prioriteit Een e-card versturen in PPA. Bezoekers kunnen in PPA zelf commentaar geven op een foto. Een omschrijving toevoegen aan een foto in PPA. Functies van een fotolog Met zowel PPA als 4Images kunt u de foto's in albums of in categorieën indelen. Als u dat wilt, kunt u toestaan dat geregistreerde bezoekers ook hun eigen foto's kunnen uploaden, maar deze functie kunt u ook blokkeren. De bezoekers kunnen de foto's op verschillende manieren bekijken: vooruit en achteruit bladeren door een galerie, zoeken naar een specifieke foto of een automatische diashow starten. Verder kan een bezoeker de foto als e-card versturen en in een printervriendelijke versie weergeven. Hij kan de foto een cijfer geven (voting) of commentaar geven via een webformuliertje. Er zijn uitgebreide statistieken beschikbaar, zodat van elke foto het aantal hits bekend is. U kunt dan een top 5 van meest bekeken foto's of foto's met de hoogste waardering samenstellen. Het uiterlijk van het fotolog kan worden aangepast met thema's. Installatie Beide scripts zijn eenvoudig te installeren. U downloadt het bestand ppa.zip van www.ppa.baiz.org of u gaat naar www.4homepages.de om daar het zipbestand van 4Images en eventueel het Engelse taalpakket te downloaden. Vervolgens kunt u de zip-bestanden uitpakken en via ftp uploaden naar een aparte map op de webserver, die u bijvoorbeeld 'ppa', '4images' of 'fotolog' noemt. Zorg wel dat de oorspronkelijke structuur van de bestanden (inclusief submappen) behouden blijft. Vervolgens moet u uw fotolog aanmaken en configureren. Dit verloopt voor PPA en 4Images verschillend. PPA Bij PPA stelt u voor de map Album de schrijfrechten in op CHMOD 777 (drwxrwxrwx). De rest van de configuratie verloopt via een installatiescript, dat u via www.uwdomein.nl/ppa/install.php opstart. De exacte url is afhankelijk van de naam van uw domein en de gekozen submap. Tijdens de configuratie (zie kader 'Inrichten van uw fotolog in PPA') worden drie MySQL-databases aangemaakt: voor de foto's zelf, voor de albums en voor de commentaren. Er is een rudimentaire sql-editor in het Admin-gedeelte van PPA beschikbaar, maar wie intensiever aan de databases wil werken kan beter PhpMyAdmin installeren. Nieuw fotoalbum maken in PPA. Om de rest van de configuratie uit te voeren, logt u in als administrator. Er verschijnt dan een menu met uitgebreide admin-functies, waarbij vooral Album-Config en System-Config van belang zijn. Met Album-Config maakt u een nieuw album aan. U vult een naam en een omschrijving voor het album in. Verder bepaalt u of uploads door bezoekers zijn toegestaan. Daarnaast kunt u op dit scherm foto's uploaden en zoeken naar aanwezige foto's. Via het onderdeel System-Config legt u de globale eigenschappen van het fotolog vast. U legt het profiel van de administrator (naam, wachtwoord, e-mailadres) vast en geeft adressen van paden aan. Meestal hoeft u dit niet aan te passen. Met een muisklik kunt u hier ook de taal kiezen: er zijn kant-en-klare profielen voor Nederlands, Engels, Duits en Italiaans, maar houd rekening met slordige vertalingen en spelfouten. Een volgende serie parameters omvat de maximale grootte voor afbeeldingen die de bezoekers kunnen uploaden, de grootte van de foto's en thumbnails zoals ze op de website worden getoond en het aantal thumbnails per pagina. Met een druk op de knop Save zijn de instellingen bewaard en kan uw fotolog van start gaan. cijfertjes omcirkelen Inrichten van uw fotolog in PPA Voor de inrichting van het fotolog is een installatiescript beschikbaar. Dat voorkomt het moeizame patchen van configuratiebestanden. In zes stappen kunt u de parameters instellen: 1. Na het opstarten van het installatiescript zit u dit introductiescherm. Met een klik op de Next-knop start u de installatie. 2. Eerst moet u een username en wachtwoord voor de administrator instellen. 3. Vervolgens geeft u de pad-variabelen voor de applicatie aan. 4. Op dit scherm kunt u de toegangsgegevens voor de MySQL-database instellen. 5. Hier kunt u de namen van drie MySQL-tabellen voor het fotolog instellen. U kunt de voorgestelde waarden zo laten. 6. Na de succesvolle installatie kunt u meteen als administrator inloggen, de community configureren en fotoalbums aanmaken. Thema's in PPA Via System-Config kunt u het uiterlijk van de afbeeldingencommunity met thema's aanpassen. Twee thema's staan ter beschikking: een eenvoudige zwart-wit lay-out of de iets vrolijker gekleurde standaardlay-out van PPA. Via de website van de ontwikkelaar kunt u andere thema's downloaden. Elk thema bestaat uit drie html-bestanden, een css-bestand, een php-script en een grafische bibliotheek. Kopieer de bestanden via ftp naar een eigen submap onder de map Layout op de webserver. Daarna kunt u via het configuratiemenu de nieuwe lay-out selecteren. Wilt u liever zelf een thema voor uw fotolog maken, dan kunt u het beste een bestaande lay-out kopiëren en van daaruit verder werken. Het is niet toegestaan de naamgeving van bestanden te wijzigen. plaatjes staan in volgorde van prioriteit. Wat er niet meer past, mag afvallen. Het beheren van de afbeeldingen als administrator. De Lightbox in 4Images is een soort winkelmandje waarmee bezoekers meerdere plaatjes in één keer kunnen downloaden. Zo zien bezoekers de foto's, als u de standaardlay-out van 4Images gebruikt. Een e-card in 4Images. ***4Images_album1.tif Beheren van nieuw toegevoegde afbeeldingen. 4Images Hebt u geen moeite met de Engelse taal, dan kunt u beter voor 4Images kiezen. Dit script wordt beter onderhouden en biedt ook de mogelijkheid om uw fotolog met een forumsysteem als PhpBB of vBulletin te integreren. Wanneer u de inhoud van het ziparchief naar uw webserver hebt gekopieerd, bekijkt u de map Docs voor verdere instructies. Hier leest u dat u voor de volgende mappen en bestanden de schrijfrechten op CHMOD 777 (drwxrwxrwx) moet instellen:  Data  Data/database  Data/media  Data/thumbnails  Data/tmp_media  Data/tmp_thumbnails  Templates  Templates/default  Templates/default/media Voor de volgende bestanden van 4Images stelt u CHMOD 666 (-rw-rw-rw) in:  Alle bestanden in de map Templates/default  Alle bestanden in de map Templates/Default/media De database-instellingen van uw fotolog in 4Images De webinstaller roept u op via het bestand index.php, waarna u gegevens over de MySQL-databases kunt instellen. Bij Database Server Type laat u het default ingestelde 'mysql' staan. Database Server Hostname is de gebruikelijke localhost. Het voorvoegsel (prefix) voor de tabellen kunt u overnemen of u kiest een naam die beter bij uw website past. Na het invoeren van een gebruikersnaam en wachtwoord voor de administrator klikt u op Start om naar het admin-gedeelte te gaan. Hier kunt u alle beheerwerkzaamheden uitvoeren: gebruikers toevoegen, afbeeldingen uploaden, commentaren bewerken en statistieken bekijken. Statistieken in 4Images. Per categorie kunt u eigenschappen en bevoegdheden instellen. De algemene instellingen van 4Images. De algemene instellingen vindt u onder General Settings. Hier kunt u datum en tijdformaat, mailinstellingen en de conversietool voor de thumbnails aangeven. 4Images werkt niet met albums, maar met categorieën. Per categorie kunt u de bevoegdheden instellen. Wanneer u uploads toestaat, houd er dan rekening mee dat bezoekers ongelimiteerd afbeeldingen kunnen uploaden. Een beperking hiervoor moet u zelf in php programmeren. 4Images biedt de mogelijkheid om een backup van de database te maken. De backup heeft alleen betrekking op de configuratie en de commentaren. Van de afbeeldingen zelf (te vinden in de map Data) zult u zelf via ftp een backup moeten maken. De ingebouwde backup-oplossing werkt alleen probleemloos als uw database niet groter is dan 5 MB. Bij een grote database kunt u met het commando mysqldump zelf een backup-oplossing in php schrijven. Thema's in 4Images 4Images heeft een standaardlay-out, die zich in de map Templates/default bevindt. U kunt nieuwe templates downloaden, bijvoorbeeld van www.vierstra.com/4images.htm. Om een template te installeren pakt u het zipbestand uit, uploadt het via ftp naar de webserver en geeft u het dezelfde lees- en schrijfrechten als eerder is aangegeven voor het default template. Vervolgens kunt u de templates naar wens bewerken, door extra links of banners in te bouwen. De algemene opmaak zoals kleuren, lettertypes en tabelopmaak is te vinden in het stylesheetbestand styles.css. Loopt u tijdens de installatie tegen problemen aan, dan kunt u op het supportforum www.4homepages.de/forum terecht voor hulp. Nadeel is dat u alleen in het Duits, Frans en Spaans kunt discussiëren. GD en Image Magick Miniaturen (thumbnails) kunt u in een php-toepassing automatisch laten maken met GD-bibliotheek of het externe programma Image Magick. Bijna alle fotolog-scripts, zoals de hier besproken PPA of 4Images, maar ook de populaire Coppermine Photo Gallery (http://coppermine.sourceforge.net), maken hier gebruik van. Php moet voor het gebruik van de GD-library zijn geconfigureerd. Bij een dedicated server kunt u dat zelf doen, maar bij een shared-hosting-pakket bent u op de welwillendheid van de hostingprovider aangewezen. Om te controleren of de GD-bibliotheek aanwezig is, gebruikt u het commando phpinfo(). Maak het volgende tekstbestand: <?php phpinfo(); ?> Sla dit tekstbestand op onder de naam phpinfo.php, upload het naar de webserver en roep het bestand in een webbrowser aan. U ziet dan de volgende tabel: GD Support enabled GD Version 1.6.2 FreeType Support enabled FreeType Linkage with TTF library JPG Support enabled PNG Support enabled WBMP Support enabled Bij het onderdeel GD ziet u welke versie van de GD-bibliotheek beschikbaar is. Bovendien ziet u welke beeldformaten worden ondersteund. Is de GD-bibliotheek niet aanwezig, dan treft u misschien wel Image Magick aan op de server. Deze software biedt dezelfde thumbnailfunctie als GD, maar zelf installeren kan alleen als u een dedicated server of een vriendelijke hostingprovider hebt. ***einde kader Checklist Voordat u enthousiast aan de slag gaat, zijn er een paar dingen waar u op moet letten voor u een fotolog kunt maken. Controleer of uw hostingprovider voldoende te bieden heeft: 1. Minimaal PHP 4.0.5. 2. Minimaal MySQL3.23. 3. Mogelijkheid om eigen scripts te maken. 4. GD Library, Image Magick of eventueel Netpbm. 5. Voldoende serverruimte: minimaal 50 MB. 6. Statistieken: nodig om zicht te houden op geheugengebruik en dataverkeer. 7. Dataverkeer: reken op minstens 3 GB per maand voor een klein fotolog. 8. Kleine lettertjes: controleer of uw hostingprovider het aanbieden van fotologs wel toestaat. 9. Schaalbaarheid: kunt u naar een groter pakket overstappen als uw fotolog een succes wordt? CHMOD In het artikel bent u een aantal keren het begrip chmod tegengekomen. Dit gaat over lees- en schrijfbevoegdheden. Hoe het precies z

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.