ID.nl logo
Huis

Hoe Google het web sneller en veiliger maakt met QUIC

Google heeft een netwerkprotocol ontwikkeld om verbindingen tussen browsers en webservers te versnellen: QUIC. Dat doet het protocol onder andere door het onderliggende protocol tcp te vervangen door udp. PCM legt uit hoe dat precies zit.

Het hele web is gebaseerd op http (hypertext transfer protocol), het applicatieprotocol dat afspreekt hoe een browser en webserver met elkaar communiceren. Maar dit is maar één protocol in een hele laag. Onder http werkt traditioneel het transportprotocol tcp (transmission control protocol). Dit is bekend om zijn betrouwbaarheid: het protocol garandeert dat gegevens aankomen. 

Bij het opzetten van een tcp-verbinding gebeurt er al een ‘3-way-handshake’: de zender stuurt een pakket naar de ontvanger, die stuurt een bevestiging terug, en daarna stuurt de zender daarop een bevestiging. En als de zender een pakketje stuurt en geen bevestiging terugkrijgt, stuurt hij het opnieuw.

Al die pakketjes die over en weer gaan, voegen extra vertraging aan elke verbinding toe. Bovendien voegt tls (transport layer security), de opvolger van ssl (secure sockets layer), ook nog eens een uitgebreide handshake toe om sessiesleutels en certificaten uit te wisselen. Zeker als je een versleutelde verbinding opzet, zit je dus talloze pakketjes over en weer te sturen nog voor je maar iets nuttigs kunt doen.

Verschil tcp en udp

Naast tcp is er nog een ander transportprotocol: udp (user datagram protocol). In tegenstelling tot tcp garandeert dat niet dat gegevens daadwerkelijk aankomen. Dit ‘onbetrouwbare’ protocol wordt veel ingezet in toepassingen waar het belangrijker is dat gegevens zo snel mogelijk overgedragen worden en het niet zo erg is dat een deel van de gegevens verloren gaat.

We merken lang niet altijd dat pakketjes verloren gaan

Denk daarbij aan videoconferencing of voip: we merken het waarschijnlijk niet eens als er wat pakketjes verloren gaan. Bij gebruik van tcp zou een verloren pakketje daarentegen opnieuw verstuurd worden en zou het beeld of geluid eventjes haperen door die vertraging.

Als een applicatieprotocol van udp gebruikmaakt en toch wil dat gegevens gegarandeerd aankomen, moet dat protocol zelf een methode daarvoor implementeren. In feite herimplementeert het zo een deel van de functionaliteit van tcp.

Zo werkt QUIC

Wat als je nu op het web tcp inruilt voor udp? Dan zouden de verbindingen al heel wat sneller opgezet worden. En dat is wat Google heeft gedaan: met het protocol QUIC (Quick Udp Internet Connections) neemt het opstarten van een verbinding én het afspreken van tls-parameters samen slechts één of twee pakketjes in. Het resultaat? Je kunt veel sneller een webpagina downloaden.

QUIC draait in de internetprotocolsuite dus boven udp, maar vervangt ook tls. Bovendien vervangt het nieuwe protocol een deel van http/2. Het hele verbindingsbeheer implementeert QUIC immers, en een stuk efficiënter dan het klassieke http. Wat overblijft van http/2 wordt in een http/2-api gestoken, die gebruikmaakt van QUIC.

©PXimport

Waarom udp?

Recentelijk zijn er allerlei inspanningen geleverd om het web te versnellen. In http/2 (zie kader) gebeurt dat bijvoorbeeld met multiplexing: als je een webpagina bezoekt, verlopen alle verbindingen tussen je browser en de webserver over één tcp-verbinding. Dus je browser hoeft niet meer voor elke afbeelding, css-bestand of javascript-bestand een nieuwe tcp-verbinding op te zetten met de bijbehorende vertraging.

Als alles goed gaat, werkt http/2 sneller dan zijn voorganger http/1.1. Maar omdat elk bezoek aan een webserver nu over één tcp-verbinding verloopt, vormt die verbinding een bottleneck. Tcp verwerkt immers alle pakketjes in dezelfde volgorde als ze verzonden zijn. Als de verzending van een pakketje mislukt, verstuurt de zender het pakketje opnieuw.

Udp is een 'onbetrouwbaar' protocol

De ontvanger wacht met het verwerken van de andere pakketjes tot het verloren pakketje arriveert. En hoe meer bestanden je over één tcp-verbinding downloadt, hoe groter de kans dat er ergens wel eens een pakketje verloren raakt en de verbinding dus tijdelijk blokkeert. Kortom: in goede omstandigheden is http/2 sneller dan http/1.1, maar in slechte omstandigheden trager.

Udp heeft dat probleem niet, omdat het een ‘onbetrouwbaar’ protocol is: het garandeert niet dat alle pakketjes aankomen. Als je QUIC boven udp gebruikt, legt een verloren pakketje dus niet de hele verbinding lam, maar heeft het alleen impact op het bestand waartoe het pakketje behoort.

Betrouwbaarheid QUIC

QUIC heeft dus de voordelen van http/2 zonder de bottleneck die tcp bij multiplexing introduceert. Maar geven we door het gebruik van udp nu niet te veel op? Je bent immers niet zeker of je gegevens correct worden overgedragen.

Dat klopt, en daarom implementeert QUIC zelf zijn eigen methode om te garanderen dat gegevens aankomen: forward error correction. Het is te vergelijken met raid5 voor opslag, maar dan voor netwerkpakketjes. Elk verzonden pakketje krijgt dus wat gegevens van andere pakketjes mee. Raakt er een pakketje verloren, dan kan QUIC de inhoud reconstrueren op basis van de andere pakketjes die wel zijn gearriveerd. Zo hoeft het pakketje niet opnieuw verzonden te worden.

De overhead van forward error correction is ongeveer 10 procent. Dat betekent dat QUIC voor elke 10 pakketjes die het verzendt, voldoende informatie meezendt om één verloren pakketje te reconstrueren. Dat lijkt inefficiënt, want je moet 10 procent extra pakketjes verzenden, wat ook extra tijd vraagt. Maar toch is dat nog altijd veel sneller dan verloren pakketjes opnieuw moeten sturen en wachten tot alle pakketjes binnen zijn.

QUIC is versleuteld

Een ander interessant aspect van QUIC is dat de verbinding altijd is versleuteld. QUIC herimplementeert immers de functionaliteit van tls. Zo implementeert het perfect forward secrecy (pfs). Dankzij die eigenschap is je eerdere communicatie nog altijd veilig als er een sessiesleutel uit een QUIC-verbinding wordt gecompromitteerd. Dat wil zeggen: uit een sessiesleutel kun je nooit de voorgaande sleutels afleiden.

QUIC beschermt ook tegen ip-spoofing

QUIC beschermt ook tegen ip spoofing, het vervalsen van het ip-adres van de zender. Daarvoor reikt de server aan de client een ‘source address token’ uit. De server versleutelt het ip-adres van de client en een timestamp van de server en bezorgt de client dat token. De server zendt dat token alleen aan het ip-adres dat in dat token zit. De server gaat ervan uit dat wie het token ontvangt, eigenaar is van het bijbehorende ip-adres. Op elk moment kan de server aan de client vragen om het token te sturen om te bewijzen dat het ip-adres van hem is.

De cryptografie in QUIC is overigens slechts een tussenoplossing. De ontwikkelaars hadden functionaliteit nodig die momenteel niet in tls aanwezig is. Op termijn zal de cryptografie worden vervangen door tls 1.3, waarin de benodigde zaken worden geïmplementeerd.

Goed, zo werkt QUIC dus. Het leuke is dat je er zelf al van kunt profiteren, althans als je de Chrome-browser gebruikt. Lees verder: QUIC inschakelen in Chrome om sneller te browsen. Ook nadelen komen aan bod.

▼ Volgende artikel
CES 2026: TCL combineert smartphone en e-reader in nieuwe Nxtpaper 70 Pro
© TCL
Huis

CES 2026: TCL combineert smartphone en e-reader in nieuwe Nxtpaper 70 Pro

Zit je veel op je telefoon en krijg je weleens last van je ogen? De nieuwe TCL Nxtpaper 70 Pro combineert de snelheid van een Android-telefoon met de comfortabele leeservaring van een e-reader. Dankzij het matte scherm en een speciale 'inkt-modus' gaat de batterij bovendien dagenlang mee.

TCL heeft tijdens de CES in Las Vegas de Nxtpaper 70 Pro aangekondigd, de nieuwste toevoeging aan een lijn smartphones met papierachtige beeldschermen. Het toestel onderscheidt zich door een fysieke schakelaar waarmee gebruikers direct kunnen wisselen tussen een kleurenweergave en een energiezuinige zwart-witmodus. De smartphone is vanaf februari verkrijgbaar in Europa.

Schakelen naar monochrome leesmodus

De meest in het oog springende toevoeging aan dit model is de introductie van de zogeheten Nxtpaper Key. Dat is een fysieke knop aan de zijkant van het toestel waarmee de gebruiker direct kan schakelen tussen verschillende weergavemodi, zonder hiervoor in de softwaremenu's te hoeven duiken.

Naast de standaard kleurenmodus is er een Max Ink Mode, waarbij de interface verandert in een monochrome weergave die vergelijkbaar is met die van een e-reader. Deze stand is ontwikkeld om afleiding door notificaties te minimaliseren en het stroomverbruik drastisch te verlagen. Volgens de specificaties van de fabrikant kun je het toestel in deze modus tot zeven dagen gebruiken voor het lezen van tekst, of tot 26 dagen in stand-by blijven staan. Wanneer je weer wil browsen of video's wil bekijken, schakel je het scherm met dezelfde knop terug naar de reguliere kleurenweergave.

©TCL

Matte afwerking tegen reflecties

De Nxtpaper 70 Pro bouwt voort op de displaytechnologie die TCL in eerdere generaties heeft ontwikkeld, waarbij de focus ligt op het verminderen van oogvermoeidheid. Het scherm is voorzien van een matte coating die gebruikmaakt van nano-matrix lithografie, een techniek die reflecties van omgevingslicht en hinderlijke schitteringen moet tegengaan. Dat zorgt ervoor dat het display ook buiten in fel zonlicht leesbaar blijft zonder dat de helderheid maximaal hoeft te worden opgevoerd.

Daarnaast beschikt het paneel over hardwarematige filters die de uitstoot van blauw licht reduceren, wat volgens de fabrikant gunstig is voor het in stand houden van je biologische klok. Voor gebruik in de avonduren kan de helderheid van het scherm worden teruggebracht tot 1 nit en worden flikkeringen tegengegaan via DC-dimming, een techniek die de stroomtoevoer naar het scherm constant houdt in plaats van deze snel aan en uit te schakelen.

©TCL

Processor en camera specificaties

Het toestel wordt aangedreven door een MediaTek Dimensity 7300-chipset, een processor die gericht is op het middensegment van de markt. Standaard beschikt de smartphone over 8 GB werkgeheugen, wat via softwarematige uitbreiding tijdelijk kan worden verhoogd met 16 GB virtueel geheugen voor zwaardere taken (dus 24 GB in totaal).

Op het gebied van fotografie is de achterzijde uitgerust met een 50 megapixel hoofdcamera die is voorzien van optische beeldstabilisatie (OIS) om bewegingsonscherpte tegen te gaan. De software bevat diverse AI-toepassingen, waaronder Google Gemini voor zoekopdrachten en tools die gesproken memo's automatisch kunnen transcriberen en samenvatten. Het geheel wordt van stroom voorzien door een 5200mAh-accu, die met een vermogen van 33 watt kan worden opgeladen.

Ook nieuw: TCL Note A1 digitale notitieblok

Naast de nieuwe smartphone introduceert TCL de Note A1 Nxtpaper, een zogeheten 'E-Note' die zich richt op digitale productiviteit en creativiteit. De tablet is voorzien van de nieuwe Nxtpaper Pure-technologie: het 120Hz-scherm bootst de textuur en weerstand van papier na, maar ondersteunt wel 16,7 miljoen kleuren.

Het apparaat wordt geleverd met de T-Pen Pro, een stylus die volgens de specificaties een vertraging (latency) heeft van minder dan 5 milliseconden. De behuizing is van aluminium, is slechts 5,5 millimeter dun en herbergt een accu van 8000 mAh. Net als de smartphone beschikt de Note A1 over diverse AI-functies voor het transcriberen, vertalen en samenvatten van aantekeningen. TCL kiest voor een opvallende distributiemethode: de verkoop start direct via crowdfundingplatform Kickstarter.

©TCL

De Note A1 Nxtpaper is voorzien van een royaal 11,5-inch scherm.

Prijzen en beschikbaarheid

De TCL Nxtpaper 70 Pro is (net als de hierboven genoemde Note A1-tablet) ontworpen om samen te werken met de T-Pen stylus, waardoor het matte scherm ook als notitieblok kan fungeren. De fabrikant levert het toestel met accessoires zoals een beschermhoes die tevens dienstdoet als standaard, wat prettig is bij het lezen of kijken van video's. Vanaf februari is de smartphone beschikbaar in de Europese winkels. Consumenten hebben de keuze uit twee opslagvarianten, waarbij het model met 256 GB opslagcapaciteit een adviesprijs krijgt van 339 euro. Voor gebruikers die meer ruimte nodig hebben voor apps en media, is er een variant met 512 GB opslag beschikbaar voor een prijs van 389 euro.

▼ Volgende artikel
CES 2026: eufy S2 robotstofzuiger met ingebouwde luchtverfrisser
© eufy | Anker Innovations
Huis

CES 2026: eufy S2 robotstofzuiger met ingebouwde luchtverfrisser

Tijdens CES 2026 heeft eufy, het smart living-merk van Anker Innovations, de eufy S2 gepresenteerd. Opvallend aan deze robotstofzuiger/dweiler is dat hij een ingebouwde luchtverfrisser heeft, waarbij je kunt kiezen uit drie geuren.

De eufy S2 gebruikt de HydroJet 2.0-techniek, waarbij een langwerpige dweil zichzelf continu schoonmaakt met 360 omwentelingen per minuut. Het station gebruikt geëlektrolyseerd water, wat zorgt voor een glanzend resultaat en minder bacterievorming. De AeroTurbo 2.0-motor levert een constante zuigkracht van 30.000 pascal, terwijl een druk van 15 newton helpt om ook hardnekkig vuil los te krijgen.

Slim navigeren doet de robotstofzuiger met CleanMind AI, dat via 3D-mapping kamers en oppervlakken herkent en zo zijn route aanpast. Dankzij een uitschuifbare arm en Carpet Master-technologie reinigt de S2 ook tapijten tot 53 millimeter hoog. Opvallend is de ingebouwde geurfunctie. De robot kan drie verwisselbare geuren verspreiden: citrus-basilicum, bamboe-salie of bergamot-lychee. Je huis wordt dus niet alleen schoon, maar ruikt ook nog eens heerlijk fris.

De S2 is ontworpen voor minimaal onderhoud. De tanks voor schoon en vuil water zijn ruim bemeten, en filters reinigen zichzelf grotendeels automatisch. Zo blijft het schoonmaken beperkt tot het leegmaken van het station – de rest doet de robot zelf.

©eufy | Anker Innovations

Prijs en beschikbaarheid

De eufy S2 heeft een adviesprijs van 1499 euro en is vanaf 4 februari 2026 verkrijgbaar.

Wat doet geëlektrolyseerd water?

Geëlektrolyseerd water is eigenlijk gewoon kraanwater dat tijdelijk wordt geactiveerd met een zwakke elektrische stroom. In het basisstation wordt het water kortstondig omgezet in een mild desinfectiemiddel: door elektrolyse worden watermoleculen en mineralen gesplitst, waarbij onder meer hypochlorigzuur ontstaat. Die stof breekt bacteriën en micro-organismen af, op een manier die vergelijkbaar is met hoe het menselijk immuunsysteem ziekteverwekkers aanpakt.

Het voordeel van deze technologie in een robotstofzuiger zoals die van eufy is dat ze hygiënisch schoonmaakt zonder chemische middelen. De robot gebruikt het actieve water om de dweil voortdurend te reinigen en de vloer te dweilen, waarbij tot 99,9 procent van de bacteriën verdwijnt. Omdat de werking vanzelf verdwijnt en het water weer terugkeert naar zijn oorspronkelijke staat, blijven er geen resten of dampen achter. Dat maakt het een veilige oplossing voor huishoudens met kinderen of huisdieren.