ID.nl logo
Cursus: Een persoonlijke VPN instellen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Cursus: Een persoonlijke VPN instellen

Een VPN-verbinding (Virtual Private Network) wordt regelmatig gebruikt in een zakelijke omgeving. Toch komt het ook voor persoonlijk gebruik wel eens van pas, vooral als je veel van huis bent en verbinding maakt met het internet via onbetrouwbare wifi-netwerken. Wij leggen uit wat met een VPN mogelijk is en hoe je aan de slag kunt.

Velen kennen een VPN () wel van hun werk: je kunt dan vanuit huis bij alle interne websites en gedeelde bestanden op het intranet van het bedrijf, maar niet zonder eerst verbinding te maken met het VPN van je bedrijf.

Alle netwerkcommunicatie tussen je thuiscomputer (of hotelcomputer tijdens een vakantie) en het bedrijf verloopt dan versleuteld, zodat je geen bedrijfsgeheimen lekt. Iemand die bijvoorbeeld een netwerksniffer bij je thuis of in je hotel geïnstalleerd heeft, krijgt dan geen enkele kans als alle communicatie via het VPN verloopt. Ook om meerdere vestigingen van een bedrijf op een veilige manier met elkaar te verbinden worden VPN’s ingezet.

De voordelen van een externe VPN-dienst

Er bestaan heel wat externe VPN-diensten waarvan je gratis (voor een beperkte bandbreedte) of voor een vast maandelijks bedrag gebruik kunt maken. Wat is hier zoal mee mogelijk? Het belangrijkste voordeel is dat je nu vanaf elke locatie veilig kunt internetten, zelfs als je verplicht bent om via een onveilig open wifi-netwerk te surfen. Je verbindt dan met het onveilige netwerk en zet onmiddellijk daarna een veilige verbinding op met de VPN-server. Zodra dit gebeurd is, surf je veilig zonder dat speurneuzen in de buurt jouw digitale doen en laten kunnen volgen. Een ander voordeel van zo’n externe VPN-dienst is dat je er je IP-adres mee verbergt voor websites die je niet vertrouwt: zij zien dan immers het IP-adres van de VPN-server waarmee je verbonden bent. En tot slot is een externe VPN-dienst ook handig om regioblokkeringen te omzeilen: surf je bijvoorbeeld via een Amerikaanse VPN, dan bekijk je probleemloos series en films op Hulu.com.

01 Huiskamer-VPN

In de huiskamer is een VPN nog niet zo ingeburgerd, tenzij dan als gebruiker van een extern VPN. Je kunt niet alleen met het VPN van je bedrijf verbinden, maar ook met een externe VPN-dienst, gratis of betaald (zie ook kader “De voordelen van een externe VPN-dienst”).

Maar wist je dat het ook mogelijk is om zelf een VPN-server op de computer thuis te draaien, zodat je de rollen omdraait? Je kunt dan van buitenshuis een veilige verbinding opzetten met de computer, of dat nu met een laptop, tablet of smartphone is. Maar waarom zou je dit doen? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Misschien vind je het eenvoudigweg handig dat je van thuis uit toegang hebt tot de bestanden die gedeeld zijn in het bedrijfsnetwerk van je werkgever en wil je hetzelfde doen met jouw persoonlijke bestanden.

Of misschien wil je van overal veilig kunnen internetten, ook als je verplicht bent een onveilig open wifi-netwerk te gebruiken. Ook dit kan door een VPN-verbinding naar je thuiscomputer. Al het netwerkverkeer wordt dan versleuteld naar de pc gestuurd, zodat een netwerksniffer op het onveilige netwerk niets kan afluisteren en je surft dan eigenlijk via de omweg van de internetprovider thuis.

Ook kun je als je op vakantie bent in het buitenland en Uitzending Gemist wilt bekijken dit via een VPN-verbinding naar je huis doen. Uitzending Gemist blokkeert immers bezoekers van het buitenland, maar als je via de computer in Nederland surft, ziet de website een Nederlands IP-adres en lukt het wel. Kortom, genoeg redenen om een VPN-server op je computer te zetten.

02 Voorbereiding

Windows 7 beschikt van huis uit al over de mogelijkheid om een VPN-server op te zetten die dan via internet te bereiken is, al ondersteunt die maar één gelijktijdige verbinding. Aangezien jouw computer thuis echter achter een router hangt, is er nooit een rechtstreekse verbinding van internet naar de computer mogelijk en is je computer dus niet als server bereikbaar. Daarom moet je in de router ‘port forwarding’ instellen: als je router dan een aanvraag van een VPN-client ontvangt, stuurt het deze door naar je computer.

Port forwarding in de router

Hoe je de poort voor het VPN-verkeer in de router moet laten doorsturen naar de computer waarop de VPN-server draait, hangt van het model en merk van de router af. Als voorbeeld tonen we hoe dit in de firmware DD-WRT (www.dd-wrt.com) verloopt. In de webinterface van de router klik je bovenaan op het tabblad NAT/QoS en dan op Port Forwarding. Klik dan op het knopje Add en maak een regel aan om een poort door te sturen. In het vakje Application vul je in wat u wilt, bijvoorbeeld ‘VPN’, dit dient enkel als geheugensteuntje voor jezelf. Zowel bij Port from als Port to vul je 1723 in (het poortnummer voor het PPTP-protocol dat door de Windows VPN-software gebruikt wordt). Bij IP Address vul je het IP-adres van de computer in waarop de VPN-server draait en bij Protocol klik je op TCP. Vink Enable aan, klik tot slot op Add om de regel toe te voegen en op Save en Apply Settings om dit op te slaan. Bij andere firmware werkt dit vergelijkbaar, en in sommige routers moet je ook het protocol GRE (Generic Route Encapsulation) forwarden of een optie VPN Passthrough inschakelen.

©PXimport

Laat poort 1723 naar je VPN-server doorsturen.

De computer moet ook altijd hetzelfde lokale IP-adres op het thuisnetwerk hebben, anders stuurt de router de VPN-netwerkpakketjes naar de verkeerde computer zodra die een ander IP-adres krijgt. Lees in het kader ‘Altijd hetzelfde IP-adres’ hoe je dit instelt. Een derde eis is dat het modem van buitenaf te bereiken is op een bekend IP-adres. Aangezien de meeste internetproviders aan de modems van niet-bedrijfsabonnementen geen vast extern IP-adres toekent, moet je een dynamisch DNS-adres op de router instellen. Lees in het kader ‘Dynamische DNS’ hoe je dit doet.

Altijd hetzelfde IP-adres

Op de meeste thuisnetwerken deelt de router IP-adressen uit aan alle verbonden machines met het DHCP-protocol (Dynamic Host Configuration Protocol). Handig, omdat je dan op de computers normaal gesproken geen enkele netwerkconfiguratie meer moet doen. Je steekt de netwerkkabel gewoon in en de computer krijgt een IP-adres toegekend. Vaak krijgt je computer hetzelfde IP-adres toegekend, maar dat wordt niet gegarandeerd. Een vast IP-adres is bij port forwarding echter een vereiste om als server bereikbaar te zijn. Gelukkig kun je in de instellingen van de router opgeven dat de DHCP-server aan specifieke computers een vast IP-adres toekent. In de webinterface van onze voorbeeldrouter (de DD-WRT) vinden wij deze mogelijkheid op de pagina Services bij DHCP Server. Al moet je voordat je aan zo’n klus begint even het MAC-adres van de netwerkverbinding opzoeken: hiervoor klik je met rechts in het netwerkmenu op de netwerkverbinding, kies Status / Details en kijk bij Fysiek adres. In de webinterface van onze router klikken we vervolgens onder Static Leases op Add, vullen we het MAC-adres van de computer in, plus de hostnaam en het IP-adres dat we willen toekennen. We klikken Save en Apply Settings om dit op te slaan.

©PXimport

Zorg dat je VPN-server altijd hetzelfde IP-adres krijgt.

Dynamische DNS

Aangezien het externe IP-adres van je modem niet gegarandeerd hetzelfde blijft, kun je dit niet in de VPN-client ingeven, want zodra het IP-adres verandert, is het niet meer mogelijk om op de VPN-server in te loggen. Een oplossing vormt dynamische DNS: je vraagt dan een subdomein aan bij een (meestal gratis) dynamische-DNS-dienst, en de modem laat dit subdomein steeds verwijzen naar het juiste IP-adres. Elke keer dat de modem een ander extern IP-adres toegekend krijgt, stuurt de firmware dan een aanvraag naar de dynamische-DNS-dienst om het subdomein naar het nieuwe IP-adres te laten verwijzen. Dan hoef je dus enkel maar het gekozen subdomein te onthouden. In de webinterface van DD-WRT vind je de instellingen van dynamische DNS in het tabblad Setup > DDNS. Kies je dynamische-DNS-dienst in het menu en geef je gebruikersnaam en wachtwoord bij de dienst op. Vul ook het gekozen subdomein in (bijvoorbeeld example.dyndns.org) en klik tot slot op Save en Apply Settings om de instellingen op te slaan.

©PXimport

Maak je router van overal bereikbaar via een dynamische-DNS-dienst.

03 Je computer als VPN-server

Voldoet je computer aan de drie vereisten (een vast IP-adres met port forwarding hiernaar ingesteld in de router en dynamische DNS ingesteld), dan kun je beginnen met het opzetten van de VPN-server. Open het Configuratiescherm van Windows, selecteer Netwerk en internet en daarna Netwerkcentrum. Klik in de linkerzijbalk op Adapterinstellingen wijzigen. Je krijgt nu al jouw geconfigureerde netwerkverbindingen te zien. Druk op Alt om het hoofdmenu te tonen en kies in het menu Bestand de optie Nieuwe binnenkomende verbinding. Windows start nu een wizard op die je helpt bij het opzetten van een VPN-server.

In het eerste venster kies je welke gebruikers toegang krijgen tot de computer en het netwerk via VPN. Klik dan op Volgende, waarna je in het volgende venster kiest op welke manier gebruikers verbinden. Kies hier Via internet en klik op Volgende. In het laatste venster van de wizard selecteer je de netwerkprotocollen die bereikbaar zijn. De standaardkeuze is vaak voldoende. Kijk na of IPv4 ingeschakeld is en (als je gedeelde bestanden op het thuisnetwerk wil bereiken) Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken.

Klik op Toegang toestaan, waarna de wizard de VPN-verbinding instelt. Je krijgt tot slot een computernaam te zien, die je echter niet nodig hebt. Wanneer je het venster gesloten hebt, verschijnt er een nieuwe verbinding met de naam Binnenkomende verbindingen in het venster Netwerkverbindingen van het configuratiescherm. De serverconfiguratie is nu klaar. Zolang de computer ingeschakeld is, kun je nu van buitenaf erop inloggen.

04 Verbinding met een VPN-server in Windows instellen

Ga nu buitenshuis met een Windows-computer waarmee je met de VPN-server wilt verbinden. Open het Configuratiescherm van Windows, selecteer Netwerk en internet en daarna Netwerkcentrum. Onder De netwerkinstellingen wijzigen klik je op Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen. Windows start dan een wizard die je helpt bij het configureren van een nieuwe netwerkverbinding. Selecteer Verbinding met een bedrijfsnetwerk maken en klik op Volgende. In de stap erna moet je kiezen hoe je met het VPN verbindt, dat zal in de meeste gevallen Mijn internetverbinding (VPN) gebruiken zijn.

In het volgende venster geef je het publieke internetadres in van de VPN-server. Dat kan een IP-adres of een domeinnaam zijn. Aangezien onze VPN-server thuis niet van een internetverbinding met een vast IP-adres kan genieten, hebben we dynamische DNS ingesteld en moet je hier dus het subdomein invullen die je bij jouw dynamische-DNS-dienstverlener gekozen hebt (zie kader ‘Dynamische DNS’). Bij Naam van doel vul je een willekeurige naam in die deze VPN-verbinding beschrijft. Daarna klik je op Volgende.

In het volgende venster geef je de gebruikersnaam en wachtwoord op van het Windows-gebruikersaccount op de computer thuis. Dit account moet bij het instellen van de VPN-server uiteraard wel bij de toegelaten gebruikers aangevinkt zijn. Klik tot slot op Verbinding maken en wanneer de verbinding geslaagd is op Sluiten.

Rechtsklik nu op de VPN-verbinding in het netwerkmenu of het onderdeel Netwerkverbindingen in het Configuratiescherm en kies Eigenschappen. Ga naar het tabblad Beveiliging en zorg ervoor dat er PPTP bij het type VPN staat. Bij Gegevensversleuteling moet Versleuteling verplicht (verbinding verbreken indien afgewezen) staan. Klik op OK, waarna de verbinding klaar voor gebruik is. Deze configuratie hoef je maar één keer te doen op elke computer die je gebruikt om met de VPN-server te verbinden.

05 Verbinding maken

Verbinden met de VPN-server is nu eenvoudig: klik op het icoontje van de VPN-verbinding in het netwerkmenu en klik op Verbinding maken. Geef de gebruikersnaam en wachtwoord van de VPN-server in wanneer daarom gevraagd wordt (tenzij je hebt gekozen om deze op te slaan) en klik nog eens op Verbinding maken. Rechtsklik je op de VPN-verbinding in het netwerkmenu, dan kun je de verbinding verbreken, of de status of eigenschappen opvragen.

Controleer of je wel het VPN gebruikt

Controleer altijd nadat je voor de eerste keer een VPN-verbinding op je client ingesteld hebt of je echt wel via het VPN surft. Dit doe je door middel van een website zoals www.whatismyip.org welke jouw publiek IP-adres weergeeft. Controleer of dit overeenkomt met het IP-adres van de VPN-server. Als je enkel het dynamische-DNS-subdomein kent, open dan een opdrachtprompt in het Windows-startmenu en type de opdracht nslookup gevolgd door het subdomein in (bijvoorbeeld nslookup example.dyndns.org). Je krijgt dan het huidige IP-adres te zien dat aan dit domein toegekend is. Als dit hetzelfde is als wat www.whatismyip.org toont, surft je via de VPN.

De status van de VPN-verbinding toont allerlei gegevens, zoals de verbindingsduur en de hoeveelheid dataverkeer. Klik je op het knopje Details, dan zie je het IP-adres dat de computer van de VPN-server krijgt (bijvoorbeeld 192.168.0.100) en de gebruikte DNS-servers. Klik je op het tabblad Details, dan zie je ook wat het IP-adres van de VPN-server in het VPN is, en het IP-adres van de VPN-server op internet. Bovendien zie je hier ook de gebruikte authenticatie (MS CHAP V2) en versleuteling (MPPE 128).

06 Verbind met een VPN-server in OS X

Je kunt ook perfect vanaf je MacBook Pro of andere Mac met de thuis-VPN verbinden. Hiervoor moet je weer eerst een VPN-verbinding configureren. Open de Systeemvoorkeuren, klik op het icoontje Netwerk, en klik indien nodig op het hangslot-icoontje linksonder om de instellingen te ontgrendelen.

Klik op het +-icoontje linksonder om een nieuwe netwerkverbinding aan te maken en kies bij Interface voor VPN. Als VPN-type selecteer je PPTP. Bij Naam voorziening vul je een naam in om de VPN-verbinding te beschrijven. Klik op Maak aan. Vul nu bij Serveradres het subdomein van de dynamische DNS-dienst in en bij Accountnaam jouw gebruikersnaam op de Windows-computer. Bij Codering kies je Maximaal (uitsluitend 128-bits).

Klik nu op Instellingen identiteitscontrole, vul het wachtwoord dat bij de Windows-gebruikersnaam hoort in en klik op OK. Je vinkt daarna best ook Toon VPN-status in menubalk aan, zodat je altijd ziet wanneer je met het VPN verbonden bent. Klik op Pas toe om al deze instellingen op te slaan. Als je dit eenmaal een keer hebt gedaan, is verbinden met de VPN-server eenvoudig: klik op het VPN-icoontje rechtsboven en klik op Verbind met [je VPN-naam]. Je verbreekt de verbinding door nog eens op het icoontje te klikken en Verbreek verbinding met [je VPN-naam] te kiezen.

07 Verbind met een VPN-server in Android

Uiteraard zou je ook graag vanaf je smartphone of tablet onderweg verbinden met je thuis-pc. Android ondersteunt van huis uit PPTP, maar helaas heeft het al jaren met een bug te maken waardoor versleutelde PPTP-verbindingen op veel Android-apparaten onstabiel zijn.

Open in Android in de instellingen Draadloos en netwerken en kies VPN-instellingen. Druk op VPN toevoegen en daarna VPN ‘PPTP’ toevoegen. Bij VPN-naam vul je een naam in die je VPN-verbinding beschrijft, en bij VPN-server instellen geef je het subdomein van de dynamische-DNS-dienst in. Zorg dat codering inschakelen aangevinkt is (tenzij de verbinding door de bug in Android onstabiel is en je de encryptie niet nodig hebt). Druk tot slot op de menuknop en dan Opslaan.

De nieuwe VPN-verbinding verschijnt nu in de lijst met VPN’s. Druk erop en geef nu de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in voor de Windows-computer. Klik daarna op Verbinden. Tijdens de verbinding krijg je bovenaan het icoontje van een slotje te zien. Je kunt de verbinding op elk moment verbreken door bij de VPN-instellingen op de naam van de VPN-server te drukken.

©PXimport

Ook met Android kun je met de VPN-server verbinden.

08 Verbind met een VPN-server in iOS

Ook met een iPhone, iPad of iPod touch kun je op je thuisnetwerk via een beveiligde verbinding. Druk hiervoor achtereenvolgens op Instellingen / Algemeen / Netwerk en VPN. Druk op Voeg VPN-configuratie toe en kies het tabblad PPTP. Bij Beschrijving geef je een naam aan de VPN-verbinding, bij Server geef je het subdomein van de dynamische DNS-dienst in, en bij Account en Wachtwoord je gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord van de Windows-computer. Zorg dat Coderingsniveau op Maximum staat en Stuur alle verkeer aan. Druk op Bewaar.

Na deze configuratie schakel je de VPN-verbinding eenvoudig in door het VPN-knopje bovenaan de lijst met VPN-verbindingen aan te zetten. Wacht tot je bij Status de boodschap Verbonden ziet staan. Bovenaan het scherm van je iOS-apparaat krijg je een blauw icoontje met de letters VPN te zien zolang je via deze verbinding internet.

©PXimport

Stel op je iOS-apparaat een VPN-verbinding naar de thuis-pc in.

09 Energie besparen

De hele dag je desktop-pc ingeschakeld laten voor die enkele keren dat je onverwacht van buitenaf aan je bestanden wil, getuigt niet van een milieubewuste instelling. Je bent energiezuiniger af met een NAS of zelfs je router als VPN-server.

Zeker als je enkel een VPN wilt opzetten om van buitenaf altijd via je vertrouwde internetverbinding te kunnen surfen over een versleutelde tunnel, is het overdreven dat je daarvoor de hele dag je pc laat aanstaan. Daarom tonen we je hier hoe je een PPTP VPN-server op de router inschakelt, aangezien die sowieso altijd aan staat. Als voorbeeld gebruiken we de opensource routerfirmware DD-WRT, maar heel wat andere routers ondersteunen dit ook.

In de webinterface van DD-WRT klik je op het tabblad Services en daarna op VPN. Je hebt op deze pagina vier mogelijkheden: PPTP Server (wat we hier nodig hebben), PPTP Client (zie ook het kader ‘Je router als VPN-client’), OpenVPN Daemon (zie ook het kader ‘Er is meer dan PPTP’) en OpenVPN Client. Klik op Enable bij de eerste optie, waarna je de instellingen van de PPTP-server te zien krijgt.

©PXimport

Met je router als VPN-client surfen al jouw apparaten automatisch via het VPN.

Bij Server IP geef je 0.0.0.0 in. De router kijkt dan zelf wat zijn WAN IP-adres is. Dit adres wordt via een dynamische DNS-dienst (zie kader ‘Dynamische DNS’) toegekend aan een subdomein, dat je dan in de clients ingeeft om de VPN-server op je router te bereiken. Schakel Force MPPE Encryption in. Bij Client IP(s) geef je het adresbereik in van IP-adressen die clients toegekend krijgen. Stel bijvoorbeeld 192.168.0.200-250 in en zorg dat de router deze adressen niet aan interne clients toekent.

In het veld CHAP-Secrets tot slot geef je een lijst van gebruikersnamen en bijbehorende wachtwoorden op die op het VPN mogen verbinden. Dat moet in de vorm gebruikersnaam * wachtwoord *, met elke account op een afzonderlijke regel. Klik op Save en op Apply Settings, waarna je vanaf elk apparaat van buitenaf met de VPN-server van je router kunt verbinden. Het enige dat je moet weten om de client in te stellen, is de dynamische-DNS-subdomein en een gebruikersnaam en wachtwoord die je in de router ingesteld hebt.

Je router als VPN-client

Als je een externe VPN-dienst gebruikt, bijvoorbeeld om regioblokkeringen te omzeilen, moet je op elk apparaat waarmee je deze VPN-server wilt gebruiken de verbinding configureren. Er is een handigere oplossing: draai op een afzonderlijk draadloos toegangspunt een VPN-client (dus geen server!) die met die server verbindt. Elk apparaat dat nu met dat toegangspunt verbindt, surft nu via die VPN-dienst. Als je dus vaak Hulu.com op verschillende computers wilt bekijken, installeer dan een extra draadloos toegangspunt en configureer hierop een verbinding met een Amerikaanse VPN-server. Elke keer dat je Hulu.com wilt zien, verbind je op de computer met dat toegangspunt in plaats van met je standaard toegangspunt. Als je terug naar je normale internetverbinding wilt, schakel je eenvoudigweg over naar het standaard toegangspunt. In de webinterface van DD-WRT kun je de router als VPN-client instellen, waarbij je de keuze hebt uit PPTP of OpenVPN.

▼ Volgende artikel
Review Apple Watch Series 11 – Kleine verbeteringen
© Jeroen Boer - ID.nl
Gezond leven

Review Apple Watch Series 11 – Kleine verbeteringen

Je kunt er bijna de klok op gelijkzetten: elk jaar komt er een nieuwe generatie Apple Watch op de markt. Vergelijk je de nieuwe Apple Watch Series 11 met zijn voorganger, dan zul je aan de buitenkant geen verschil zien. Wat is er dit jaar dan wel nieuw?

Uitstekend
Conclusie

De Apple Watch Series 11 is een prima smartwatch, maar brengt weinig vernieuwing. Heb je een Apple Watch Series 9 of 10, dan kun je deze nieuwe variant daarom rustig overslaan. Ben je wel toe aan een nieuwe Apple Watch, dan krijg je met de Series 11 een goede smartwatch om je pols, al heeft de goedkopere SE met iets minder functies nu ook dezelfde chip.

Plus- en minpunten
  • Goed scherm
  • Goede activiteitentracking
  • Goede slaaptracking
  • Batterijduur
  • Zelfde chip als voorganger
  • Weinig vernieuwing

De Apple Watch Series 11 heeft een identiek ontwerp als de Series 10 en is nog steeds beschikbaar in een titanium- of aluminiumvariant als 42- of 46mm-uitvoering. De enige kleine in het oog springende vernieuwing is dat de aluminiumvariant nu ook in de kleur spacegrijs beschikbaar is. Dat is de kleur waarin wij het horloge hebben getest. Bedienen doe je afhankelijk van de functie met het aanraakscherm, de draaikop of een drukknop.

©Jeroen Boer - ID.nl

Uiterlijk is er geen verschil met de vorige Apple Watch.

Zelfde chip

De buitenkant is dus weinig vernieuwend en ook binnenin heeft Apple geen heel spannende wijzigingen doorgevoerd. De gebruikte chip is dezelfde S10 die ook in de voorganger te vinden was. Opmerkelijk is dat ook de tegelijkertijd verschenen duurdere Apple Watch Ultra 3 en goedkopere Apple Watch SE 3 voorzien zijn van dezelfde S10-chip. De flink goedkopere instapper is dus net zo snel als de duurdere modellen. Apple is bij de GPS + Cellular-variant wel overgestapt naar een 5G-modem in plaats van een 4G-modem, maar daar zul je in de praktijk niks van merken.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op de achterkant vind je de sensors die onder andere je hartslag detecteren.

Prima scherm

De Apple Watch 11 heeft een oledscherm met afhankelijk van de gekozen variant een diameter van 1,77 of 1,96 inch. De beeldkwaliteit van het scherm is uitstekend en ook buiten is de Apple Watch dankzij de hoge helderheid goed af te lezen. Het scherm is afgewerkt met gehard glas. Vrijwel krasongevoelig saffierglas krijg je bij de Apple Watch 11 alleen op de duurdere titaniumvariant. De door mij geteste aluminiumvariant is voorzien van gehard glas dat Apple net als op de voorganger 'Ion-X' noemt. Dat geharde glas is volgens Apple dankzij een keramische coating deze generatie wel twee keer zo krasbestendig geworden. Tijdens het testen van de aluminiumvariant zijn er geen krassen op het scherm gekomen.

Twee apps

Op je iPhone gebruik je twee in iOS standaard geïntegreerde apps om het horloge te beheren. De instellingen vind je in de app Watch, waarmee je bijvoorbeeld de meldingen kunt instellen en de wijzerplaat kunt veranderen. De gegevens rondom je activiteiten vind je in de app Gezondheid, waarin je allerlei tegels met informatie rondom je stappen, activiteiten en slaap vindt. De Gezondheid-app bevat veel gegevens, maar zou wat overzichtelijker kunnen. Er staan wel erg veel losse tegels onder elkaar als je op Alle gegevens tikt. Gelukkig kun je de voor jou belangrijke gegevens vastmaken op het dashboard, want waarschijnlijk vind je lang niet alle data belangrijk.

Je vindt alle gegevens in de Watch- en Gezondheid-apps.

Goede activiteittracking

De Apple Watch is een uitgebreide activiteitstracker die uitstekend werkt. Het enige dat we een beetje irritant vonden, is dat de Apple Watch wel automatisch activiteiten als fietsen of wandelen kan detecteren, maar dat er een handmatige actie nodig is om deze activiteit echt als work-out op te slaan. Zie je de melding over het hoofd, dan is de activiteit als losse work-out verdwenen.

De automatische detectie is verder wat ons betreft nauwkeurig genoeg. Bij het tracken van bewuste sportactiviteiten speelt dat minder omdat je dan via het horloge een work-out voor de gewenste activiteit kunt starten. Daarnaast wordt je slaapgedrag bijgehouden en word je gewaarschuwd bij afwijkingen rondom je hartslag, slaap(apneu) en bloeddruk. Dat is overigens niet nieuw; de vorige Apple Watch kan dat ook allemaal.

©Jeroen Boer - ID.nl

De Apple Watch vraagt je om een herkende activiteit te bevestigen om deze daadwerkelijk als work-out op te slaan.

Accuduur

De accucapaciteit is niet bekend, maar volgens Apple gaat het horloge de hele dag mee en dat wordt probleemloos gehaald. Een keertje de Apple Watch vergeten op te laden en dan toch naar je werk gaan is geen probleem. Leg je hem aan de lader als je bijvoorbeeld gaat douchen of even als je thuis komt, dan heb je altijd genoeg energie.

De Apple Watch klikt trefzeker op de meeleverde magnetische laadpuck. Die laadpuck zelf blijft ook magnetisch plakken op metalen meubels zoals een nachtkastje. Heb je een metalen kastje, dan is dat extra handig omdat de lader dan zelf ook niet verschuift. Het laden gaat best vlot; het duurt ongeveer een uur om een volledig lege accu weer helemaal op te laden.

Conclusie

De Apple Watch Series 11 is een prima smartwatch, maar brengt weinig vernieuwing. Heb je een Apple Watch Series 9 of 10, dan kun je deze nieuwe variant daarom rustig overslaan. Ben je wel toe aan een nieuwe Apple Watch, dan krijg je met de Series 11 een goede smartwatch om je pols, al heeft de goedkopere SE met iets minder functies nu ook dezelfde chip.

▼ Volgende artikel
Handige tweaks: zo maak je Windows 11 sneller
© ID.nl
Huis

Handige tweaks: zo maak je Windows 11 sneller

Windows 11 is ontworpen om je pc beter te laten presteren dan zijn voorganger Windows 10. Toch geldt ook hier dat het systeem gaandeweg steeds trager wordt. Gelukkig zijn er eenvoudige trucs om je computer weer vleugels te geven.

Zelfs een modern besturingssysteem kan na verloop van tijd trager aanvoelen. Met de onderstaande tips kun je Windows 11 opnieuw optimaliseren. Uiteindelijk draait het vooral om keuzes. Het systeem zit boordevol functies en opties, maar niet alles heb je echt nodig. Schakel overbodige onderdelen uit, dan win je meestal direct aan snelheid. 

Zet Widgets uit

Veel klassieke trucs om Windows sneller te maken, werken ook in Windows 11. Maar er zijn ook enkele optimalisaties die specifiek voor dit besturingssysteem gelden en echt merkbaar verschil maken. Zo introduceert Windows 11 Widgets: interactieve kaarten die dynamisch informatie tonen over het weer, nieuws, aandelen of sport… Handig, maar ze verbruiken geheugen en bandbreedte. Vind je dit te veel van het goede, dan kun je ze beter uitschakelen. Dat doe je eenvoudig via de taakbalk: klik met de rechtermuisknop op een lege plek. Kies Taakbalkinstellingen en zet Widgets uit.

Geen fan van Widgets? Vergeet ze dan niet uit te zetten.

Visuele effecten en animaties uitschakelen

Windows 11 bevat heel wat grafische tierlantijntjes die er fraai uitzien, maar wel extra rekenkracht vragen. Denk aan animaties bij het minimaliseren of maximaliseren van vensters, transparante achtergronden en schaduwen. Vooral op systemen met weinig RAM of een oudere grafische kaart kan dit merkbare vertraging opleveren. Kies je liever voor prestaties dan voor cosmetica, dan schakel je deze visuele effecten uit. Druk op Win+I om de Instellingen te openen en ga naar Toegankelijkheid / Visuele effecten. Zet daar de schakelaars bij Transparantie-effecten en Animatie-effecten uit. Omdat Windows 11 hierdoor minder grafische elementen hoeft te renderen, merk je direct een vlottere werking, vooral bij het openen en sluiten van vensters.

Hoe minder grafische effecten, hoe sneller Windows Verkenner zal aanvoelen.
Instellingen voor prestaties

Er bestaat ook een snelle manier om in één keer alle visuele effecten te beheren. Typ in de zoekfunctie van Start: De weergave en prestaties van Windows aanpassen. Standaard staat dit ingesteld op Automatisch selecteren. Ga naar het tabblad Visuele effecten en je leest precies welke opties voor de vormgeving actief zijn. Wil je alle grafische franje in één klap uitschakelen, kies dan voor Beste prestaties. Klik vervolgens op Toepassen en bevestig met OK.

In de instelling Beste prestaties worden alle visuele effecten uitgeschakeld.

Kritisch voor opstartprogramma’s

Telkens wanneer je Windows opstart, worden automatisch programma’s in de achtergrond geladen. Veel software installeert zo’n opstartprogramma zonder dat je het beseft. Applicaties die je zelden gebruikt, verbruiken daardoor onnodig geheugen en processorkracht en vertragen bovendien de opstartprocedure. Hoe meer programma’s mee opstarten, hoe langer het duurt voor je pc gebruiksklaar is. Controleer dit via Instellingen / Apps / Opstarten. Daar vind je een overzicht van alle apps die samen met Windows starten. Bekijk de lijst kritisch en zet de schakelaar uit bij programma’s die je niet meteen nodig hebt. Zo start je pc merkbaar sneller op.

Snoei in de lijst opstartprogramma’s.

Dubbelchecken in Taakbeheer

Daarna kun je ook nog een keer via Taakbeheer snoeien in de programma’s die op de achtergrond draaien. Open deze app door met de rechtermuisknop op een lege plek in de taakbalk te klikken en Taakbeheer te kiezen. Deze handige tool toont alle actieve programma’s en services. Klik in de linkerbalk op het vijfde pictogram van boven om de lijst met opstart-apps te openen. Sorteer vervolgens op Status, zodat de ingeschakelde apps bovenaan verschijnen. In de kolom Invloed op opstarten zie je meteen of een app geen, weinig of juist veel invloed heeft op de systeemprestaties. Wil je voorkomen dat een programma automatisch meedraait, klik er dan met de rechtermuisknop op en kies Uitschakelen. Hiermee verwijder je de toepassingen niet. Je voorkomt alleen dat ze bij het opstarten worden geladen. Je kunt de apps dus nog altijd handmatig starten. Besluit je later dat een programma tóch automatisch mee moet opstarten, dan schakel je het op dezelfde manier weer in.

In Taakbeheer zie je ook de invloed die de opstartprogramma’s en -processen hebben.
Zuiniger in plaats van sneller

In Taakbeheer zit een handige functie om het energieverbruik van Windows 11 te verbeteren: de Efficiëntiemodus. Deze modus verlaagt de prioriteit van achtergrondapplicaties, waardoor je pc sneller werkt en de batterijduur wordt verlengd. Daarom heeft deze modus een eco-pictogram in de vorm van twee blaadjes. Een belangrijke kanttekening: niet alle processen en apps ondersteunen deze modus. Bij sommige zul je het pictogram dus niet zien. Start Taakbeheer en ga naar de weergave Processen (het derde pictogram van boven in de linkerbalk, bestaande uit drie vierkantjes). Hier zie je de lijst van actieve apps en processen. Selecteer de app of het proces dat je in de efficiëntiemodus wilt zetten en klik op het Efficiëntiemodus-pictogram rechtsboven in het scherm. Bevestig je keuze. Je kunt dezelfde optie ook bereiken door met de rechtermuisknop op een app of proces te klikken. Sommige apps, zoals Microsoft Edge, staan standaard al in de efficiëntiemodus. Bij deze apps kun je de modus niet uitschakelen.

Sommige applicaties ondersteunen de efficiëntiemodus.

Sta automatisch Windows-onderhoud toe

Windows 11 voert voortdurend onderhoud uit om te controleren of alles naar behoren functioneert. Dit omvat systeemdiagnoses en beveiligingsscans. Het lost bovendien automatisch gevonden problemen op. Dit automatisch onderhoud vindt plaats op een vastgesteld tijdstip wanneer het apparaat in slaapstand staat en is aangesloten op een stroombron. Het is mogelijk dat je deze functie per ongeluk hebt uitgeschakeld, of dat het een tijd niet actief was. Bijvoorbeeld als je de laptop ’s nachts hebt uitgeschakeld in plaats van in slaapstand te zetten, of als hij tijdelijk niet op het lichtnet was aangesloten. Zorg er daarom voor dat de functie dagelijks actief is. Typ in het zoekvak van de taakbalk Configuratiescherm en selecteer in deze app Systeem en beveiliging. In het gedeelte Onderhoud klik je onder Automatisch onderhoud op Onderhoud starten als je het direct wilt uitvoeren. Om ervoor te zorgen dat dit dagelijks gebeurt, klik je op Onderhoudsinstellingen wijzigen. Kies het gewenste tijdstip en vink het vakje aan: Gepland onderhoud toestaan om mijn computer aan te zetten.

Standaard wordt dit Windows-onderhoud om 2 uur ’s nachts uitgevoerd.

Verwijder bloatware

Bij de installatie van Windows 11 worden automatisch programma’s meegeleverd waar je niet om hebt gevraagd. Sommige zijn logisch en nuttig, veel andere worden niet eens door Microsoft zelf ontwikkeld, maar door externe leveranciers. Soms gebeurt het ook dat bij de installatie van een programma een andere applicatie ongemerkt mee op je pc wordt gezet. Deze adware en bloatware zijn verraderlijk, omdat ze vaak automatisch starten zonder dat je het merkt. Je zult merken hoeveel beter je pc presteert wanneer je er vanaf bent. Je kunt Taakbeheer gebruiken om adware en bloatware te herkennen, maar gemakkelijker is het gebruik van een externe tool. Een handige optie is O&O AppBuster: volledig gratis en zonder installatie. Download de tool via https://www.oo-software.com/en/ooappbuster en start het exe-bestand. De tool scant het systeem en maakt het verwijderen eenvoudig. Je ziet telkens de uitgever van elke app en een aanbeveling. Een rode stip met het label Remove betekent dat je moet overwegen of je deze software echt nodig hebt. Is dat niet het geval, selecteer dan de titel en klik op Remove. Je kunt O&O AppBuster ook gebruiken om reguliere software te verwijderen die via de standaardmethode moeilijk te de-installeren is.

AppBuster geeft zelf aan welke bloatware het graag zou verwijderen, maar jij beslist.

Zoekindexering uitschakelen

De zoekfunctie van Windows 11 maakt gebruik van indexering op je harde schijf. Dit gebeurt op de achtergrond, waardoor je pc sneller doorzocht kan worden dan zonder indexering. Zonder index moet Windows elk bestand en elke map bij iedere zoekopdracht opnieuw doorzoeken, wat langer duurt. Bovendien zorgt de indexering ervoor dat je bestanden kunt vinden op basis van de tekst die ze bevatten. Dit is handig, maar op tragere pc’s kan de indexering de prestaties verminderen. Je kunt de snelheid van een trage computer verbeteren door de indexering uit te schakelen. Zelfs op een pc met een ssd kan dit de prestaties ten goede komen. Open de app Services door in het zoekvak van de taakbalk services.msc te typen. Scroll naar Indexeringsservice of Windows Search in de lijst met services. Dubbelklik erop en klik in het venster dat verschijnt op Stoppen. Herstart daarna de pc. Je zoekopdrachten kunnen iets trager zijn, maar het verschil merk je mogelijk niet. Wel zul je waarschijnlijk een algemene snelheidsverbetering ervaren.

Op tragere systemen schakel je de zoekindexering beter uit.

Opslaginzicht

Een harde schijf vol overbodige bestanden kan de pc vertragen. Door deze op te schonen, kun je vaak een snelheidsboost krijgen. Windows 11 biedt hiervoor een ingebouwde tool: Opslaginzicht. Open Instellingen en ga naar Systeem in de linkerbalk, zodat je rechts Opslag kunt openen. Schakel hier de optie Opslaginzicht in.

Vanaf dat moment controleert Windows voortdurend de opslag op je pc en verwijdert oude of overbodige bestanden die je waarschijnlijk niet meer nodig hebt. Denk aan tijdelijke bestanden, bestanden in de map Downloads en oude bestanden in de Prullenbak. Standaard komt Opslaginzicht pas in actie wanneer er weinig vrije schijfruimte overblijft. In dat geval verwijdert het systeem bestanden die al langer dan 30 dagen in de Prullenbak of Downloads staan. Je kunt dit ook instellen op dagelijks, elke 14 dagen of elke 60 dagen.

Deze opties zijn vooral handig voor wie vergeet deze mappen regelmatig handmatig leeg te maken. 

Stop de synchronisatie via OneDrive

De Microsoft-cloudopslagtool OneDrive zorgt ervoor dat de bestanden op je pc perfect gesynchroniseerd worden met de cloud. Het is een efficiënte back-uptool voor het geval je pc te maken krijgt met een virusinfectie of hardwareschade. OneDrive is zo diep geïntegreerd in Windows dat veel gebruikers denken dat het niet uit te schakelen is, maar dat klopt niet. De automatische OneDrive-synchronisatie kan je computer aanzienlijk vertragen. Als je ervoor kiest om je back-up op een andere manier te organiseren, kun je de synchronisatie eenvoudig uitschakelen. Klik op het OneDrive-cloudpictogram in het systeemvak en daarna op het tandwielpictogram om de Instellingen te openen. Ga naar het tabblad Account en klik op Deze pc ontkoppelen. Dit betekent niet dat je de bestanden kwijt bent die in de lokale OneDrive-map staan.

Wil je liever van een andere back-up gebruikmaken, dan kun je OneDrive beter uitschakelen.
Geheugenintegriteit uitschakelen

Merk je dat Windows 11 op een oudere computer niet soepel draait? Dit kan te maken hebben met ingebouwde beveiligingsfuncties zoals TPM 2.0 en Geheugenintegriteit. Geheugenintegriteit helpt je pc te beschermen tegen geavanceerde aanvallen, maar kan op oudere of minder krachtige hardware een impact op de prestaties hebben. Als je bereid bent om een klein beetje veiligheid in te ruilen voor betere prestaties, kun je Geheugenintegriteit uitschakelen via Instellingen / Privacy & Beveiliging / Windows-beveiliging / Apparaatbeveiliging / Kernisolatie en Geheugenintegriteit.

Vooral op oudere pc’s heeft de Geheugenintegriteit een negatieve invloed op de snelheid.

Schakel de Gamemodus uit

De Gamemodus van Windows 11 optimaliseert je pc voor het spelen van games. Wanneer Windows merkt dat je een game speelt, geeft het de prioriteit aan de systeembronnen voor gaming door deze tijdelijk weg te nemen bij andere apps en achtergrondprocessen. Dit is interessant voor serieuze gamers, maar wanneer je geen games speelt, kan het systeem juist vertragen omdat het resources reserveert ‘voor het geval dat’ je toch een game zou starten. Het uitschakelen van de Gamemodus kan je pc daarom ook sneller maken. Je kunt de functie altijd opnieuw inschakelen wanneer je een game wilt spelen. Zelfs als je nog nooit een game op je pc hebt gespeeld, staat de Gamemodus standaard ingeschakeld. Om deze uit te schakelen, ga je naar Instellingen / Gaming / Gamemodus. Zet de schakelaar Gamemodus uit.

Je kunt uiteraard de Gamemodus nog handmatig aanzetten als je een game speelt.