ID.nl logo
Cursus: Een persoonlijke VPN instellen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Cursus: Een persoonlijke VPN instellen

Een VPN-verbinding (Virtual Private Network) wordt regelmatig gebruikt in een zakelijke omgeving. Toch komt het ook voor persoonlijk gebruik wel eens van pas, vooral als je veel van huis bent en verbinding maakt met het internet via onbetrouwbare wifi-netwerken. Wij leggen uit wat met een VPN mogelijk is en hoe je aan de slag kunt.

Velen kennen een VPN () wel van hun werk: je kunt dan vanuit huis bij alle interne websites en gedeelde bestanden op het intranet van het bedrijf, maar niet zonder eerst verbinding te maken met het VPN van je bedrijf.

Alle netwerkcommunicatie tussen je thuiscomputer (of hotelcomputer tijdens een vakantie) en het bedrijf verloopt dan versleuteld, zodat je geen bedrijfsgeheimen lekt. Iemand die bijvoorbeeld een netwerksniffer bij je thuis of in je hotel geïnstalleerd heeft, krijgt dan geen enkele kans als alle communicatie via het VPN verloopt. Ook om meerdere vestigingen van een bedrijf op een veilige manier met elkaar te verbinden worden VPN’s ingezet.

De voordelen van een externe VPN-dienst

Er bestaan heel wat externe VPN-diensten waarvan je gratis (voor een beperkte bandbreedte) of voor een vast maandelijks bedrag gebruik kunt maken. Wat is hier zoal mee mogelijk? Het belangrijkste voordeel is dat je nu vanaf elke locatie veilig kunt internetten, zelfs als je verplicht bent om via een onveilig open wifi-netwerk te surfen. Je verbindt dan met het onveilige netwerk en zet onmiddellijk daarna een veilige verbinding op met de VPN-server. Zodra dit gebeurd is, surf je veilig zonder dat speurneuzen in de buurt jouw digitale doen en laten kunnen volgen. Een ander voordeel van zo’n externe VPN-dienst is dat je er je IP-adres mee verbergt voor websites die je niet vertrouwt: zij zien dan immers het IP-adres van de VPN-server waarmee je verbonden bent. En tot slot is een externe VPN-dienst ook handig om regioblokkeringen te omzeilen: surf je bijvoorbeeld via een Amerikaanse VPN, dan bekijk je probleemloos series en films op Hulu.com.

01 Huiskamer-VPN

In de huiskamer is een VPN nog niet zo ingeburgerd, tenzij dan als gebruiker van een extern VPN. Je kunt niet alleen met het VPN van je bedrijf verbinden, maar ook met een externe VPN-dienst, gratis of betaald (zie ook kader “De voordelen van een externe VPN-dienst”).

Maar wist je dat het ook mogelijk is om zelf een VPN-server op de computer thuis te draaien, zodat je de rollen omdraait? Je kunt dan van buitenshuis een veilige verbinding opzetten met de computer, of dat nu met een laptop, tablet of smartphone is. Maar waarom zou je dit doen? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Misschien vind je het eenvoudigweg handig dat je van thuis uit toegang hebt tot de bestanden die gedeeld zijn in het bedrijfsnetwerk van je werkgever en wil je hetzelfde doen met jouw persoonlijke bestanden.

Of misschien wil je van overal veilig kunnen internetten, ook als je verplicht bent een onveilig open wifi-netwerk te gebruiken. Ook dit kan door een VPN-verbinding naar je thuiscomputer. Al het netwerkverkeer wordt dan versleuteld naar de pc gestuurd, zodat een netwerksniffer op het onveilige netwerk niets kan afluisteren en je surft dan eigenlijk via de omweg van de internetprovider thuis.

Ook kun je als je op vakantie bent in het buitenland en Uitzending Gemist wilt bekijken dit via een VPN-verbinding naar je huis doen. Uitzending Gemist blokkeert immers bezoekers van het buitenland, maar als je via de computer in Nederland surft, ziet de website een Nederlands IP-adres en lukt het wel. Kortom, genoeg redenen om een VPN-server op je computer te zetten.

02 Voorbereiding

Windows 7 beschikt van huis uit al over de mogelijkheid om een VPN-server op te zetten die dan via internet te bereiken is, al ondersteunt die maar één gelijktijdige verbinding. Aangezien jouw computer thuis echter achter een router hangt, is er nooit een rechtstreekse verbinding van internet naar de computer mogelijk en is je computer dus niet als server bereikbaar. Daarom moet je in de router ‘port forwarding’ instellen: als je router dan een aanvraag van een VPN-client ontvangt, stuurt het deze door naar je computer.

Port forwarding in de router

Hoe je de poort voor het VPN-verkeer in de router moet laten doorsturen naar de computer waarop de VPN-server draait, hangt van het model en merk van de router af. Als voorbeeld tonen we hoe dit in de firmware DD-WRT (www.dd-wrt.com) verloopt. In de webinterface van de router klik je bovenaan op het tabblad NAT/QoS en dan op Port Forwarding. Klik dan op het knopje Add en maak een regel aan om een poort door te sturen. In het vakje Application vul je in wat u wilt, bijvoorbeeld ‘VPN’, dit dient enkel als geheugensteuntje voor jezelf. Zowel bij Port from als Port to vul je 1723 in (het poortnummer voor het PPTP-protocol dat door de Windows VPN-software gebruikt wordt). Bij IP Address vul je het IP-adres van de computer in waarop de VPN-server draait en bij Protocol klik je op TCP. Vink Enable aan, klik tot slot op Add om de regel toe te voegen en op Save en Apply Settings om dit op te slaan. Bij andere firmware werkt dit vergelijkbaar, en in sommige routers moet je ook het protocol GRE (Generic Route Encapsulation) forwarden of een optie VPN Passthrough inschakelen.

©PXimport

Laat poort 1723 naar je VPN-server doorsturen.

De computer moet ook altijd hetzelfde lokale IP-adres op het thuisnetwerk hebben, anders stuurt de router de VPN-netwerkpakketjes naar de verkeerde computer zodra die een ander IP-adres krijgt. Lees in het kader ‘Altijd hetzelfde IP-adres’ hoe je dit instelt. Een derde eis is dat het modem van buitenaf te bereiken is op een bekend IP-adres. Aangezien de meeste internetproviders aan de modems van niet-bedrijfsabonnementen geen vast extern IP-adres toekent, moet je een dynamisch DNS-adres op de router instellen. Lees in het kader ‘Dynamische DNS’ hoe je dit doet.

Altijd hetzelfde IP-adres

Op de meeste thuisnetwerken deelt de router IP-adressen uit aan alle verbonden machines met het DHCP-protocol (Dynamic Host Configuration Protocol). Handig, omdat je dan op de computers normaal gesproken geen enkele netwerkconfiguratie meer moet doen. Je steekt de netwerkkabel gewoon in en de computer krijgt een IP-adres toegekend. Vaak krijgt je computer hetzelfde IP-adres toegekend, maar dat wordt niet gegarandeerd. Een vast IP-adres is bij port forwarding echter een vereiste om als server bereikbaar te zijn. Gelukkig kun je in de instellingen van de router opgeven dat de DHCP-server aan specifieke computers een vast IP-adres toekent. In de webinterface van onze voorbeeldrouter (de DD-WRT) vinden wij deze mogelijkheid op de pagina Services bij DHCP Server. Al moet je voordat je aan zo’n klus begint even het MAC-adres van de netwerkverbinding opzoeken: hiervoor klik je met rechts in het netwerkmenu op de netwerkverbinding, kies Status / Details en kijk bij Fysiek adres. In de webinterface van onze router klikken we vervolgens onder Static Leases op Add, vullen we het MAC-adres van de computer in, plus de hostnaam en het IP-adres dat we willen toekennen. We klikken Save en Apply Settings om dit op te slaan.

©PXimport

Zorg dat je VPN-server altijd hetzelfde IP-adres krijgt.

Dynamische DNS

Aangezien het externe IP-adres van je modem niet gegarandeerd hetzelfde blijft, kun je dit niet in de VPN-client ingeven, want zodra het IP-adres verandert, is het niet meer mogelijk om op de VPN-server in te loggen. Een oplossing vormt dynamische DNS: je vraagt dan een subdomein aan bij een (meestal gratis) dynamische-DNS-dienst, en de modem laat dit subdomein steeds verwijzen naar het juiste IP-adres. Elke keer dat de modem een ander extern IP-adres toegekend krijgt, stuurt de firmware dan een aanvraag naar de dynamische-DNS-dienst om het subdomein naar het nieuwe IP-adres te laten verwijzen. Dan hoef je dus enkel maar het gekozen subdomein te onthouden. In de webinterface van DD-WRT vind je de instellingen van dynamische DNS in het tabblad Setup > DDNS. Kies je dynamische-DNS-dienst in het menu en geef je gebruikersnaam en wachtwoord bij de dienst op. Vul ook het gekozen subdomein in (bijvoorbeeld example.dyndns.org) en klik tot slot op Save en Apply Settings om de instellingen op te slaan.

©PXimport

Maak je router van overal bereikbaar via een dynamische-DNS-dienst.

03 Je computer als VPN-server

Voldoet je computer aan de drie vereisten (een vast IP-adres met port forwarding hiernaar ingesteld in de router en dynamische DNS ingesteld), dan kun je beginnen met het opzetten van de VPN-server. Open het Configuratiescherm van Windows, selecteer Netwerk en internet en daarna Netwerkcentrum. Klik in de linkerzijbalk op Adapterinstellingen wijzigen. Je krijgt nu al jouw geconfigureerde netwerkverbindingen te zien. Druk op Alt om het hoofdmenu te tonen en kies in het menu Bestand de optie Nieuwe binnenkomende verbinding. Windows start nu een wizard op die je helpt bij het opzetten van een VPN-server.

In het eerste venster kies je welke gebruikers toegang krijgen tot de computer en het netwerk via VPN. Klik dan op Volgende, waarna je in het volgende venster kiest op welke manier gebruikers verbinden. Kies hier Via internet en klik op Volgende. In het laatste venster van de wizard selecteer je de netwerkprotocollen die bereikbaar zijn. De standaardkeuze is vaak voldoende. Kijk na of IPv4 ingeschakeld is en (als je gedeelde bestanden op het thuisnetwerk wil bereiken) Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken.

Klik op Toegang toestaan, waarna de wizard de VPN-verbinding instelt. Je krijgt tot slot een computernaam te zien, die je echter niet nodig hebt. Wanneer je het venster gesloten hebt, verschijnt er een nieuwe verbinding met de naam Binnenkomende verbindingen in het venster Netwerkverbindingen van het configuratiescherm. De serverconfiguratie is nu klaar. Zolang de computer ingeschakeld is, kun je nu van buitenaf erop inloggen.

04 Verbinding met een VPN-server in Windows instellen

Ga nu buitenshuis met een Windows-computer waarmee je met de VPN-server wilt verbinden. Open het Configuratiescherm van Windows, selecteer Netwerk en internet en daarna Netwerkcentrum. Onder De netwerkinstellingen wijzigen klik je op Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen. Windows start dan een wizard die je helpt bij het configureren van een nieuwe netwerkverbinding. Selecteer Verbinding met een bedrijfsnetwerk maken en klik op Volgende. In de stap erna moet je kiezen hoe je met het VPN verbindt, dat zal in de meeste gevallen Mijn internetverbinding (VPN) gebruiken zijn.

In het volgende venster geef je het publieke internetadres in van de VPN-server. Dat kan een IP-adres of een domeinnaam zijn. Aangezien onze VPN-server thuis niet van een internetverbinding met een vast IP-adres kan genieten, hebben we dynamische DNS ingesteld en moet je hier dus het subdomein invullen die je bij jouw dynamische-DNS-dienstverlener gekozen hebt (zie kader ‘Dynamische DNS’). Bij Naam van doel vul je een willekeurige naam in die deze VPN-verbinding beschrijft. Daarna klik je op Volgende.

In het volgende venster geef je de gebruikersnaam en wachtwoord op van het Windows-gebruikersaccount op de computer thuis. Dit account moet bij het instellen van de VPN-server uiteraard wel bij de toegelaten gebruikers aangevinkt zijn. Klik tot slot op Verbinding maken en wanneer de verbinding geslaagd is op Sluiten.

Rechtsklik nu op de VPN-verbinding in het netwerkmenu of het onderdeel Netwerkverbindingen in het Configuratiescherm en kies Eigenschappen. Ga naar het tabblad Beveiliging en zorg ervoor dat er PPTP bij het type VPN staat. Bij Gegevensversleuteling moet Versleuteling verplicht (verbinding verbreken indien afgewezen) staan. Klik op OK, waarna de verbinding klaar voor gebruik is. Deze configuratie hoef je maar één keer te doen op elke computer die je gebruikt om met de VPN-server te verbinden.

05 Verbinding maken

Verbinden met de VPN-server is nu eenvoudig: klik op het icoontje van de VPN-verbinding in het netwerkmenu en klik op Verbinding maken. Geef de gebruikersnaam en wachtwoord van de VPN-server in wanneer daarom gevraagd wordt (tenzij je hebt gekozen om deze op te slaan) en klik nog eens op Verbinding maken. Rechtsklik je op de VPN-verbinding in het netwerkmenu, dan kun je de verbinding verbreken, of de status of eigenschappen opvragen.

Controleer of je wel het VPN gebruikt

Controleer altijd nadat je voor de eerste keer een VPN-verbinding op je client ingesteld hebt of je echt wel via het VPN surft. Dit doe je door middel van een website zoals www.whatismyip.org welke jouw publiek IP-adres weergeeft. Controleer of dit overeenkomt met het IP-adres van de VPN-server. Als je enkel het dynamische-DNS-subdomein kent, open dan een opdrachtprompt in het Windows-startmenu en type de opdracht nslookup gevolgd door het subdomein in (bijvoorbeeld nslookup example.dyndns.org). Je krijgt dan het huidige IP-adres te zien dat aan dit domein toegekend is. Als dit hetzelfde is als wat www.whatismyip.org toont, surft je via de VPN.

De status van de VPN-verbinding toont allerlei gegevens, zoals de verbindingsduur en de hoeveelheid dataverkeer. Klik je op het knopje Details, dan zie je het IP-adres dat de computer van de VPN-server krijgt (bijvoorbeeld 192.168.0.100) en de gebruikte DNS-servers. Klik je op het tabblad Details, dan zie je ook wat het IP-adres van de VPN-server in het VPN is, en het IP-adres van de VPN-server op internet. Bovendien zie je hier ook de gebruikte authenticatie (MS CHAP V2) en versleuteling (MPPE 128).

06 Verbind met een VPN-server in OS X

Je kunt ook perfect vanaf je MacBook Pro of andere Mac met de thuis-VPN verbinden. Hiervoor moet je weer eerst een VPN-verbinding configureren. Open de Systeemvoorkeuren, klik op het icoontje Netwerk, en klik indien nodig op het hangslot-icoontje linksonder om de instellingen te ontgrendelen.

Klik op het +-icoontje linksonder om een nieuwe netwerkverbinding aan te maken en kies bij Interface voor VPN. Als VPN-type selecteer je PPTP. Bij Naam voorziening vul je een naam in om de VPN-verbinding te beschrijven. Klik op Maak aan. Vul nu bij Serveradres het subdomein van de dynamische DNS-dienst in en bij Accountnaam jouw gebruikersnaam op de Windows-computer. Bij Codering kies je Maximaal (uitsluitend 128-bits).

Klik nu op Instellingen identiteitscontrole, vul het wachtwoord dat bij de Windows-gebruikersnaam hoort in en klik op OK. Je vinkt daarna best ook Toon VPN-status in menubalk aan, zodat je altijd ziet wanneer je met het VPN verbonden bent. Klik op Pas toe om al deze instellingen op te slaan. Als je dit eenmaal een keer hebt gedaan, is verbinden met de VPN-server eenvoudig: klik op het VPN-icoontje rechtsboven en klik op Verbind met [je VPN-naam]. Je verbreekt de verbinding door nog eens op het icoontje te klikken en Verbreek verbinding met [je VPN-naam] te kiezen.

07 Verbind met een VPN-server in Android

Uiteraard zou je ook graag vanaf je smartphone of tablet onderweg verbinden met je thuis-pc. Android ondersteunt van huis uit PPTP, maar helaas heeft het al jaren met een bug te maken waardoor versleutelde PPTP-verbindingen op veel Android-apparaten onstabiel zijn.

Open in Android in de instellingen Draadloos en netwerken en kies VPN-instellingen. Druk op VPN toevoegen en daarna VPN ‘PPTP’ toevoegen. Bij VPN-naam vul je een naam in die je VPN-verbinding beschrijft, en bij VPN-server instellen geef je het subdomein van de dynamische-DNS-dienst in. Zorg dat codering inschakelen aangevinkt is (tenzij de verbinding door de bug in Android onstabiel is en je de encryptie niet nodig hebt). Druk tot slot op de menuknop en dan Opslaan.

De nieuwe VPN-verbinding verschijnt nu in de lijst met VPN’s. Druk erop en geef nu de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in voor de Windows-computer. Klik daarna op Verbinden. Tijdens de verbinding krijg je bovenaan het icoontje van een slotje te zien. Je kunt de verbinding op elk moment verbreken door bij de VPN-instellingen op de naam van de VPN-server te drukken.

©PXimport

Ook met Android kun je met de VPN-server verbinden.

08 Verbind met een VPN-server in iOS

Ook met een iPhone, iPad of iPod touch kun je op je thuisnetwerk via een beveiligde verbinding. Druk hiervoor achtereenvolgens op Instellingen / Algemeen / Netwerk en VPN. Druk op Voeg VPN-configuratie toe en kies het tabblad PPTP. Bij Beschrijving geef je een naam aan de VPN-verbinding, bij Server geef je het subdomein van de dynamische DNS-dienst in, en bij Account en Wachtwoord je gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord van de Windows-computer. Zorg dat Coderingsniveau op Maximum staat en Stuur alle verkeer aan. Druk op Bewaar.

Na deze configuratie schakel je de VPN-verbinding eenvoudig in door het VPN-knopje bovenaan de lijst met VPN-verbindingen aan te zetten. Wacht tot je bij Status de boodschap Verbonden ziet staan. Bovenaan het scherm van je iOS-apparaat krijg je een blauw icoontje met de letters VPN te zien zolang je via deze verbinding internet.

©PXimport

Stel op je iOS-apparaat een VPN-verbinding naar de thuis-pc in.

09 Energie besparen

De hele dag je desktop-pc ingeschakeld laten voor die enkele keren dat je onverwacht van buitenaf aan je bestanden wil, getuigt niet van een milieubewuste instelling. Je bent energiezuiniger af met een NAS of zelfs je router als VPN-server.

Zeker als je enkel een VPN wilt opzetten om van buitenaf altijd via je vertrouwde internetverbinding te kunnen surfen over een versleutelde tunnel, is het overdreven dat je daarvoor de hele dag je pc laat aanstaan. Daarom tonen we je hier hoe je een PPTP VPN-server op de router inschakelt, aangezien die sowieso altijd aan staat. Als voorbeeld gebruiken we de opensource routerfirmware DD-WRT, maar heel wat andere routers ondersteunen dit ook.

In de webinterface van DD-WRT klik je op het tabblad Services en daarna op VPN. Je hebt op deze pagina vier mogelijkheden: PPTP Server (wat we hier nodig hebben), PPTP Client (zie ook het kader ‘Je router als VPN-client’), OpenVPN Daemon (zie ook het kader ‘Er is meer dan PPTP’) en OpenVPN Client. Klik op Enable bij de eerste optie, waarna je de instellingen van de PPTP-server te zien krijgt.

©PXimport

Met je router als VPN-client surfen al jouw apparaten automatisch via het VPN.

Bij Server IP geef je 0.0.0.0 in. De router kijkt dan zelf wat zijn WAN IP-adres is. Dit adres wordt via een dynamische DNS-dienst (zie kader ‘Dynamische DNS’) toegekend aan een subdomein, dat je dan in de clients ingeeft om de VPN-server op je router te bereiken. Schakel Force MPPE Encryption in. Bij Client IP(s) geef je het adresbereik in van IP-adressen die clients toegekend krijgen. Stel bijvoorbeeld 192.168.0.200-250 in en zorg dat de router deze adressen niet aan interne clients toekent.

In het veld CHAP-Secrets tot slot geef je een lijst van gebruikersnamen en bijbehorende wachtwoorden op die op het VPN mogen verbinden. Dat moet in de vorm gebruikersnaam * wachtwoord *, met elke account op een afzonderlijke regel. Klik op Save en op Apply Settings, waarna je vanaf elk apparaat van buitenaf met de VPN-server van je router kunt verbinden. Het enige dat je moet weten om de client in te stellen, is de dynamische-DNS-subdomein en een gebruikersnaam en wachtwoord die je in de router ingesteld hebt.

Je router als VPN-client

Als je een externe VPN-dienst gebruikt, bijvoorbeeld om regioblokkeringen te omzeilen, moet je op elk apparaat waarmee je deze VPN-server wilt gebruiken de verbinding configureren. Er is een handigere oplossing: draai op een afzonderlijk draadloos toegangspunt een VPN-client (dus geen server!) die met die server verbindt. Elk apparaat dat nu met dat toegangspunt verbindt, surft nu via die VPN-dienst. Als je dus vaak Hulu.com op verschillende computers wilt bekijken, installeer dan een extra draadloos toegangspunt en configureer hierop een verbinding met een Amerikaanse VPN-server. Elke keer dat je Hulu.com wilt zien, verbind je op de computer met dat toegangspunt in plaats van met je standaard toegangspunt. Als je terug naar je normale internetverbinding wilt, schakel je eenvoudigweg over naar het standaard toegangspunt. In de webinterface van DD-WRT kun je de router als VPN-client instellen, waarbij je de keuze hebt uit PPTP of OpenVPN.

▼ Volgende artikel
De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien
Huis

De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien

Amazon MGM en Sony Pictures hebben de eerste teaser trailer online gedeeld van de aankomende film Masters of the universe.

Het gaat voor duidelijkheid om een live-action verfilming van de animatieserie He-Man and the Masters of the Universe, dat in de jaren tachtig van veel populariteit genoot. In dat decennium is de serie ook al eens verfilmd, al was dat niet bepaald een kritische hit. De animatieserie is dan weer gebaseerd op een speelgoedlijn.

Over de film

De nieuwe Masters of the Universe-film draait om Adam (gespeeld door Nicholas Galitzine), die van oorsprong van de planeet Eternia komt en als kind op aarde terechtkomt, gescheiden van zijn krachtige Power Sword.

Twintig jaar later vindt hij zijn zwaard terug, en keert hij terug naar Eternia om de planeet te redden van Skeletor. Dit gevaarlijke monster houdt de planeet in zijn ijzeren greep. De rol van Skeletor wordt in de film vertolkt door Jared Leto.

Vanaf 5 juni in de bioscoop

Masters of the Universe draait vanaf 5 juni in de bioscoop. De regie is in handen van Travis Knight (Bumblebee), en verder hebben ook Idris Elba, Kristen Wiig, Alison Brie en Camila Mendes rollen. Wanneer de film op Amazon Prime Video komt te staan is overigens nog niet bekend.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?
© Sergei Klopotov
Huis

Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?

Je favoriete broek is vies. Eigenlijk wil je hem morgen weer aan, maar je moet zo weg. Het korte programma lijkt dan een logische keuze: binnen een half uur (en soms zelfs korter) ben je klaar. Maar ís het wel zo slim? Dat hangt sterk af van wat je erin stopt en wat je ervan verwacht.

In dit artikel

Je ziet wanneer een kort programma handig is en wanneer het beter is om een ander programma te kiezen. We leggen uit hoe schoon zo'n snelle was echt wordt, wat het betekent voor je energieverbruik en wat vaak wassen op lagere temperaturen met je machine doen. Ook lees je hoe je een kort programma zo gebruikt dat je was goed schoon wordt en je machine fris blijft.

Lees ook: Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

Korte wasprogramma's: zo zit het

Een kort wasprogramma is bedoeld om licht vervuilde was in weinig tijd schoon te krijgen. Daardoor doet de wasmachine een paar dingen anders dan bij een standaardprogramma. De wastijd is kort, de fase waarin wasmiddel echt kan inwerken is beperkt en ook het spoelen en centrifugeren duren vaak korter. Ook de temperatuur is lager dan bij reguliere wasprogramma's. Veel korte programma's draaien op 30 graden en soms zelfs op 20 graden. Vaak kun je die temperatuur nog wel iets aanpassen, maar soms ook niet.

Wanneer werkt een kort programma wél?

Een kort programma doet het goed bij kleding die nauwelijks vuil is. Denk aan een shirt dat je mar één dag hebt gedragen, een blouse die wat naar rook of eten ruikt, of sportkleding die je direct na het trainen wast. In die situaties is vuil nog niet in de vezels getrokken. Een korte wasbeurt is dan vaak al voldoende om je kleding snel op te frissen.

Wanneer werkt een kort programma minder goed?

Bij echt vuil textiel red je het zelden met een kort programma. Hardnekkige vlekken zoals vet, modder, gras en opgedroogd zweet hebben tijd nodig om los te weken. En juist die tijd ontbreekt bij korte programma's. Het wasmiddel heeft niet voldoende tijd om zijn werk te doen en ook spoelt een kort programma minder grondig dan bij een standaard was. Gebruik je zo'n korte cyclus toch voor beddengoed, handdoeken of echt vieze kleding met vlekken, dan voelt of ruikt de was na afloop misschien wel frisser, maar is hij niet écht schoon.

Waarom kort niet automatisch zuinig is

Veel mensen kiezen voor een snel programma omdat ze denken dat dat minder energie kost. Klinkt logisch, maar het werkt anders. Het grootste deel van het energieverbruik gaat naar het opwarmen van water, en dat hangt vooral af van de hoeveelheid water en de gewenste temperatuur. Of de machine dat snel of langzaam doet, maakt vooral verschil in de piek van het stroomgebruik, niet in de totale hoeveelheid energie.

Eco-programma's zijn juist zuiniger omdat ze minder water gebruiken en op lagere temperatuur wassen. De machine neemt de tijd om hetzelfde resultaat te bereiken. Een kort programma op een hogere temperatuur moet in korte tijd veel warmte leveren, en dat jaagt je energieverbruik juist op.

View post on TikTok

Kort programma? Gebruik niet te veel wasmiddel!

Korte programma's wassen vaak op een lagere temperatuur. Gebruik je poeder, dan kan dat wat langzamer oplossen. En omdat zo'n programma ook korter spoelt, kunnen er eerder witte waasjes of zeepresten in de stof achterblijven. Dat merk je soms ook aan je huid, vooral als die snel reageert.

Doseer daarom precies. Volg het advies op de verpakking en gebruik bij een snelle was liever iets minder waspoeder dan te veel, zeker als de was maar licht vervuild is. Je kunt ook kiezen voor vloeibaar wasmiddel, omdat dat meestal sneller oplost dan poeder.

Veel korte programma's = meer kans op vetluis

Als je vaak op 20 of 30 graden wast, blijft er na verloop van tijd wat vet en vuil achter in de trommel, de rubbers en de slangen. Dat laagje heet 'vetluis': een mengsel waarin bacteriën zich makkelijk kunnen vermeerderen. Je merkt het meestal aan een muffe geur in de machine, of aan wasgoed dat niet helemaal fris meer ruikt.

Laat je wasmachine daarom af en toe op hoge temperatuur draaien. Een onderhoudsprogramma of een hete was helpt om opgehoopte viezigheid beter op te lossen en houdt de machine fris. Hoe vaak dat nodig is, verschilt per huishouden. Draai je vooral korte programma's op lagere temperaturen, dan is het verstandig om geregeld een heter programma te draaien.

Lees ook: Vetluis in je wasmachine? Zo kom je er vanaf!

Zo haal je het meeste uit een kort programma

Een kort programma is vooral bedoeld om kleding op te frissen. Dan helpt het om de trommel niet te vol te stoppen: de was moet ruim kunnen bewegen, zodat water en wasmiddel overal bij kunnen. Doseer het wasmiddel ook zuinig; bij een korte was spoelt een teveel aan wasmiddel minder goed uit je kleding (waarom dat zo is, legden we eerder al uit). En: stel de temperatuur niet te hoog in. Misschien denk je dat een hogere temperatuur de verkorte wastijd compenseert, maar zo werkt het niet. Voor een kort programma (dat vooral bedoeld is om kleding op te frissen) is 20 of 30 graden echt voldoende. Stel je de temperatuur hoger in, dan maakt dat voor het resultaat vaak weinig verschil. Het is vooral je wasmachine zelf die harder moet werken en meer energie verbruikt.

Conclusie

Een kort programma is handig, zolang je het gebruikt voor licht vervuilde was die vooral opgefrist moet worden. Wil je écht schoon wassen of energie besparen, dan ben je met een langer programma vaak beter uit.

👉4x uitstekende wasmachines voor snelle wasjes

De Miele WEA 135 WCS Excellence is een wasmachine met 8 kg vulgewicht. Voor snelle wasjes zit er een Express 20-programma op, bedoeld voor kleding die je vooral even wilt opfrissen. Met 1400 tpm komt je was droger uit de trommel dan bij 1200 tpm, wat scheelt als je daarna nog moet drogen, terwijl het geluidsniveau tijdens centrifugeren met 72 dB binnen de gebruikelijke marges blijft. Qua energie zit dit model op energieklasse A met een extra marge (A-10%) en het ECO 40-60-programma is de zuinige standaard voor normaal bevuild katoen. Handig in gebruik zijn AddLoad (nog snel iets toevoegen), CapDosing (capsules voor specifieke stoffen zoals wol) en de SoftCare-trommel die kleding wat zachter behandelt.

In de LG F4X1009NWB kun je 9 kilo wasgoed kwijt. Voor snelle wasjes is er een Quick 30-programma. Je kunt ook koud wassen. Je kiest verder uit programma's als Eco, Cotton, Easy Care, Wool en Sports, met Tub Clean om de trommel schoon te houden. De trommel is van roestvrij staal en de motor is koolborstelloos, wat meestal zorgt voor minder slijtage. Spa Steam (stoomfunctie) is er voor een hygiënischere was en de machine heeft vuilherkenning om de wasbeurt beter op de lading af te stemmen. Handig: je kunt deze wasmachine aan de ThinQ-app koppelen, voor bediening op afstand..

 De Hisense WF5I8043BWF is een smalle wasmachine met 8 kg vulgewicht en een diepte van 47 cm. Dat maakt hem interessant als je weinig ruimte hebt, maar wel een normale trommelinhoud wilt. Met 1400 toeren centrifugeert hij stevig. Voor snelle wasbeurten heb je Power Wash 39' en 59' en een Quicker Wash-optie die de wastijd inkort. Daarnaast is er een stoomfunctie voor kleding die je hygiënischer wilt opfrissen of net wat frisser uit de trommel wilt halen. Deze wasmachine heeft energielabel A met een extra marge (A(-30%)). Bedienen kan op het display, maar je kunt hem ook via wifi koppelen aan de ConnectLife-app om de was op afstand te starten, de voortgang te volgen en meldingen te krijgen.

De Samsung WW90CGC04AAHEN is een wasmachine met 9 kg vulcapaciteit. EcoBubble mengt water en wasmiddel tot schuim, zodat het wasmiddel sneller in de stof kan trekken. Voor snelle wasjes zit er een QuickWas 15'-programma op, bedoeld voor kleine ladingen die vooral een opfrisbeurt nodig hebben. Ook fijn: je houdt de trommel zelf schoon met Drum Clean. Qua energie zit dit model volgens Samsung op energieklasse A met een extra marge (A-10%), en via SmartThings kun je AI Energy Mode gebruiken om bij 20-40 °C zuiniger te wassen en je verbruik bij te houden. Daarnaast krijg je programma's als hygiënisch stomen (tegen bacteriën en allergenen) en een microplastic-programma dat is bedoeld om vezelverlies bij synthetische kleding te beperken.