ID.nl logo
Automatiseer je huis met een Raspberry Pi 2
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Automatiseer je huis met een Raspberry Pi 2

De Raspberry Pi 2 is het ideale startpunt om een slim huis te besturen. Eerder lieten we zien hoe je met de software Domoticz verlichting aanstuurt. In dit artikel bouwen we daarop voort en koppelen we je computers, een beveiligingspaneel, sms-berichten, IFTTT en NFC-tags aan je huis.

Domoticz

We veronderstellen in dit artikel dat je Domoticz al op je Raspberry Pi hebt geïnstalleerd en dat je allerlei sensoren en andere componenten hebt aangesloten. In dit artikel lees je hoe dat verloopt. Waarschijnlijk heb je op de webinterface van Domoticz al eens de melding gekregen dat er een update beschikbaar is. Indien niet, klik dan in het menu Instellingen op Controleer op updates.

©PXimport

Zorg ervoor dat Domoticz up-to-date is.

Domoticz updaten

Indien het updaten via de webinterface niet lukt (in Internet Explorer of Edge lijkt dit niet te werken), log dan met het programma PuTTY in op je Raspberry Pi (standaard met gebruikersnaam pi en wachtwoord raspberry) en ga naar de directory van Domoticz met de opdracht cd domoticz. Update dan naar de laatste stabiele versie met het commando ./updaterelease of naar de laatste bètaversie met ./updatebeta. Het is ook een goed idee om regelmatig de andere software op je Raspberry Pi te upgraden. Dat kan met de opdrachten sudo apt-get update en sudo apt-get upgrade.

Wake-on-LAN hardware

Domoticz kan de computers in je thuisnetwerk wekken met Wake-On-LAN. Klik daarvoor eerst in het menu Instellingen op Hardware. Nu voeg je virtuele hardware toe. Kies onderaan bij Type voor Wake-on-LAN en vul een naam in voor je virtuele hardware. Bij Remote address vul je je netwerkmask in (bijvoorbeeld 192.168.0.255 en bij Poort vul je 9 in. Klik op Toevoegen. Selecteer daarna je Wake-on-LAN-hardware in de lijst en klik op Instellingen.

©PXimport

Wake-On-LAN laat je computers in je thuisnetwerk wekken.

MAC-adressen toevoegen

Je krijgt nu een, voorlopig lege, lijst te zien van computers en de bijbehorende MAC-adressen. Een computer toevoegen gaat eenvoudig: vul onderaan de naam en het MAC-adres (wat er zoiets uit ziet als 01-23-45-67-89-ab) in en klik op Toevoegen. Klik daarna in het menu Instellingen op Apparaten. De lijst bevat nu je zonet toegevoegde apparaten. Klik op het groene knopje ernaast, vul een naam in en klik op Apparaat toevoegen om een schakelaar in het tabblad Schakelaars toe te voegen. Klik je op de schakelaar (met het icoontje van een powerknop), dan stuurt je Pi een Wake-on-LAN netwerkpakketje naar de computer, die daardoor wordt gewekt.

Computer wekken

Dit wekken van je computers is nu te automatiseren, niet alleen op vaste tijdstippen, maar ook als reactie op sensorgebeurtenissen. Stel dat je thuiswerkt en je wilt op weekdagen je werkcomputer automatisch laten opstarten wanneer je 's ochtends je werkkamer in komt. Ga dan in het menu Instellingen naar Meer opties en Gebeurtenissen. Sleep van de categorieën links allerlei blokjes bij elkaar tot je een programma hebt gedefinieerd dat je computer op de gewenste manier wekt. Bijvoorbeeld iets in de aard als If Day <= Friday and Time > 08:00 and Time < 17:00 and Beweging bureau = On Do Set Desktop = On.

©PXimport

Automatiseer het wekken van je computers.

Gebruikersvariabelen toevoegen

Voor complexere automatisering van je slimme huis is het handig als je in je programma's gebruik kunt maken van variabelen die een bepaalde waarde hebben. Bijvoorbeeld een variabele Season die als inhoud het huidige seizoen heeft. Open daarvoor in het menu Instellingen onder Meer opties het onderdeel Gebruikersvariabelen. We maken eerst een aantal variabelen aan: Year, Month, Day, Hour, Minute, Weekday, Season, Weekend, Dark. Geef telkens de naam in en klik op Toevoegen. Het type houd je op Integer (maar bij Season, Weekend en Dark zet je het op String) en als waarde geef je telkens 0 in (die zetten we later immers goed).

Luascript installeren

Voor we al die variabelen kunnen gebruiken, hebben ze zinvolle waarden nodig. Dat gaan we uiteraard niet zelf doen, maar laten we door een script afhandelen. Op de wikipagina User variables op de website van Domoticz staat een script dat dit doet. Kopieer het volledige script onder de titel Lua met Ctrl+C. Log dan met PuTTY in op je Raspberry Pi en ga naar de juiste directory met cd domoticz/scripts/lua. Maak een nieuw bestand aan met de opdracht nano script_time_update_variables.lua en plak de gekopieerde tekst erin. Sla het bestand op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X.

©PXimport

We laten het werk doen door een script.

Zonnewering

Als je nu in Domoticz op de pagina Gebruikersvariabelen kijkt, zie je dat alle variabelen een juiste waarde hebben gekregen, die elke minuut wordt bijgewerkt. We gaan hiervan nu gebruikmaken in een nieuw programma: in de zomer laten we de rolluiken aan de zuidkant van het huis omlaag gaan zodra de temperatuur in huis de 24 graden overstijgt en we niet thuis zijn, zodat we bij het terugkomen niet in een heet huis terechtkomen. Open de pagina Gebeurtenissen en klik de juiste blokken bij elkaar tot iets als If Season = "Summer" and Security status ≠"Disarmed" and Temperatuur woonkamer temp. > 24 Do Set Rolluik schuifraam = On Set Rolluik keukenraam = On. De variabele Season vind je links in de categorie User variables.

Beveiligingspaneel

Domoticz kent een beveiligingspaneel, waarmee je in principe een alarmsysteem kunt maken. Geef in de instellingen van Domoticz een cijfercode als wachtwoord voor het beveiligingspaneel in en een vertraging in seconden. Daarna verschijnt het beveiligingspaneel in het tabblad Schakelaars. Klik je erop, dan krijg je een virtueel schermpje te zien met de status (standaard is dat Disarmed) en cijfertoetsen en andere knopjes. Tik de cijfercode in en kies Arm Home of Arm Away. Na de ingestelde vertraging verandert de status van het beveiligingspaneel. Net zoals bij andere schakelaars kun je een timer of aan- en uitacties aan het beveiligingspaneel koppelen en kun je de status in scripts gebruiken, zoals we in stap 8 deden.

Telefoon aansluiten

In het vorige artikel over Domoticz stelden we notificaties in via online diensten zoals Prowl en Pushbullet of via e-mail. Maar wat als je internetverbinding thuis uitvalt? Gelukkig kunnen we onze Raspberry Pi ook sms-berichten laten sturen als er iets gebeurt. Sluit daarvoor via usb een oude telefoon aan met een simkaart die de mogelijkheid heeft om sms-berichten te sturen. Kijk eerst in de Gammu Phone Database na of je telefoon is ondersteund. Log dan met PuTTY in op je Pi en installeer Gammu met sudo apt-get install gammu.

©PXimport

In de Gammu Phone Database kun je zien of jouw telefoon ondersteunt wordt.

Gammu configureren

Start dan het configuratieprogramma met gammu-config en vul de gegevens in die je in de Phone Database bij je model hebt gevonden. Sla de configuratie op door met de pijltjestoetsen naar Save te gaan en op Enter te drukken. Probeer daarna met gammu identify uit of Gammu je telefoon herkent. Als je een foutmelding krijgt, start dan opnieuw het configuratieprogramma en probeer een ander poortnummer uit. Zodra Gammu je telefoon heeft geïdentificeerd, is je verbinding klaar om er sms-berichten mee te sturen.

Sms sturen

We maken nu een Luascript aan dat een sms-bericht stuurt als je voordeur opengaat, terwijl je beveiligingspaneel niet op Disarmed staat. Maak een nieuw bestand aan met de opdracht nano domoticz/scripts/lua/script_device_alarm_voordeur.lua. Typ daarin de regels if(devicechanged['Deurcontact voordeur'] == 'Open' and not globalvariables["Security"] == "Disarmed") then, os.execute('/usr/bin/gammu --config /home/pi/.gammurc --sendsms TEXT +31TELEFOONNUMMER -text "ALARM: De voordeur is open."') en end. Verander uiteraard de naam van de contactsensor van je voordeur en je gsm-nummer. Het is ook mogelijk om een bericht naar meerdere gsm-nummers te sturen. Herhaal dan gewoon de regel vanaf os.execute met een ander telefoonnummer.

©PXimport

Dit Luascript laat een SMS sturen als de voordeur opengaat.

Notificaties met IFTTT

Sinds midden 2015 biedt IFTTT een Maker-kanaal aan om willekeurige HTTP-requests te maken en erop te reageren. Op die manier kun je je Domoticz-installatie aan allerlei online diensten koppelen. Surf naar het Maker-kanaal, log in (of maak eerst een account) en klik op Connect. Je krijgt nu een sleutel te zien en uitleg over hoe je een event kunt triggeren. Ga nu in de webinterface van Domoticz naar de schakelaar waarmee je IFTTT wilt triggeren. Klik op Aanpassen en vul bij de aan-of-uitactie https://maker.ifttt.com/trigger/EVENT/with/key/SLEUTEL in, waarbij je zelf een naam voor het event kiest en de sleutel (key) die je is toegekend invult. Klik op Opslaan.

IFTTT-recept

Maak daarna een IFTTT-recept dat op die trigger van Domoticz reageert. Kies in het if-deel het Maker-kanaal Receive a web request en vul dan het in Domoticz ingegeven event in, zoals voordeur_open. Klik op Create Trigger. Kies dan het that-gedeelte van je recept, zoals het zenden van een e-mail. Klik op Create Action en dan Create Recipe. Wanneer nu de schakelaar in Domoticz wordt ingeschakeld, wordt de IFTTT-actie uitgevoerd. De mogelijkheden zijn eindeloos. IFTTT ondersteunt ook heel wat Internet of Things-apparaten, die je zo met Domoticz kunt integreren, zoals de thermostaten van Honeywell en Netatmo, de Smappee-energiemonitor en de WeMo-apparaten van Belkin.

©PXimport

Het handige van IFTTT is dat het erg veel internet-of-things apparaten ondersteunt.

Scène activeren met IFTTT

Ook in de andere richting is interactie mogelijk. We tonen hoe je een scène in Domoticz activeert als reactie op een IFTTT-trigger. Domoticz moet daarvoor wel via internet bereikbaar zijn. Je moet dus portforwarding in je router hebben ingesteld en het best ook DynDNS. Zoek de scène in je lijst met apparaten en noteer de waarde in de kolom Idx. Creëer dan een recept in IFTTT. Voor de actie kies je het Make-kanaal en dan Make a web request. Vul als URL http://GEBRUIKER:WACHTWOORD@DOMOTICZURL:DOMOTICZPORT/json.htm?type=command¶m=switchscene&idx=ID&switchcmd=On in, waarbij je uiteraard jouw gegevens in de url ingeeft en het idx van de scène in plaats van ID. Als Method kies je GET, als Content Type kies je text/plain en Body laat je leeg.

NFC

Als laatste tonen we hoe je iets gelijkaardigs met NFC-tags realiseert. Je plakt zo'n tag dan op je nachtkastje of elders in huis en activeert een scène in Domoticz als je je telefoon ertegen houdt. Onder Android kan dat met de app Trigger. Druk in de app op Creëer een taak. Druk op het plusteken om een trigger toe te voegen en selecteer NFC. Druk op Volgende, selecteer eventueel op welke dagen en tijdstippen de taak wordt getriggerd en Druk op Voltooien. Druk dan op Volgende om acties toe te voegen.

Actie toevoegen

Druk op het plusteken om een actie toe te voegen. Kies in de categorie Applicaties en Snelkoppelingen voor Een URL/URI openen en druk op Volgende. Vul als url de JSON-url van je Domoticz-scène in, zoals in stap 14. Je kunt hier indien je telefoon wifi gebruikt wel de lokale url gebruiken en indien je authenticatie op het lokale netwerk hebt uitgeschakeld, hoef je ook geen gebruikersnaam en wachtwoord in de url in te geven. Druk na het invullen van de url op Toevoegen aan taak. Geef nu uw taak een naam en klik op Volgende. Met een druk op Voltooid maak je de taak aan.

Domoticz-API

Houd nu de NFC-tag onder je smartphone om de tag te beschrijven. Als dat in orde is, wordt de JSON-url van je Domoticz-scène geopend op je telefoon als je die langs de NFC-tag beweegt. Kijk op de wikipagina Domoticz API/JSON URL's voor de andere mogelijkheden, zoals het in- of uitschakelen van een schakelaar of het dimmen van een licht tot een bepaald percentage. Je kunt ook meerdere tags met de app Trigger aanmaken, zodat je bijvoorbeeld met een tag op je nachtkastje de rolluiken sluit 's avonds en ze 's ochtends opent, en met een tag op je televisie je sfeerverlichting inschakelt.

©PXimport

Je kunt meerdere Triggers met dezelfde tag aanmaken.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.