ID.nl logo
Audioformaten
© PXimport
Zekerheid & gemak

Audioformaten

In dit artikel komen de verschillende audioformaten aan bod. We leggen u uit wat het verschil is tussen gecomprimeerde en ongecomprimeerde formaten en hoe dit de geluidskwaliteit beïnvloedt. Ook komt u te weten wat bitrates, bitdieptes en sample frequenties precies zijn en waar u op moet letten als u cd's wilt importeren in iTunes of als u digitale muziek wilt aanschaffen op het internet.

Audiobestanden kunnen worden onderverdeeld in drie groepen: ongecomprimeerde audio, gecomprimeerde 'lossless' audio en gecomprimeerde 'lossy' audio. De beste resultaten behaalt u uiteraard met ongecomprimeerde audioformaten, maar deze bestanden zijn redelijk groot. Hoe groot hangt af van de samplefrequentie, de bitdiepte en, of een bestand mono of stereo is. Om dit te begrijpen, geven we u even een korte audiocursus. Geluid is eigenlijk één lange golfvorm. Als u een opgenomen muziekstuk extreem zou vergroten, ziet u een enorm lange lijn die van boven naar beneden golft en weer terug naar boven. Hoe deze golfvorm zich in de tijd beweegt, bepaalt het geluid dat u hoort. De samplefrequentie zegt iets over de kwaliteit waarmee het geluid is opgenomen. Des te hoger de waarde, des te beter de kwaliteit is. Cd-kwaliteit is 44.100 Hertz; dit betekent dat er 44.100 keer per seconde een sample is genomen van de geluidsbron. Als u bijvoorbeeld uw stem met een microfoon zou opnemen met een digitaal opnameapparaat of computer en u het op 44.100 Hertz (oftewel 44,1 kHz) instelt, dan neemt het apparaat 44.100 keer per seconde een sample van uw stem op. Met deze samples reconstrueert het digitale apparaat dan een golfvorm die u als digitaal audiobestand kunt opslaan. Een tweede kwaliteitsindicatie is het aantal bits waarmee een opname is opgenomen. Deze waarde wordt meestal aangegeven met bitdiepte of 'bit depth' en moet niet verward worden met bitrate. Dit geeft aan hoeveel bits er worden gebruikt om één sample op te nemen; bitdiepte kunt u daarmee zien als een opnameresolutie. Cd-kwaliteit kent een bitdiepte van 16 bit, dvd's kunnen 24bit-audio aan. Des te hoger de bitdiepte, des te groter het bestand.

©PXimport

Een extreem uitvergrote golfvorm.

De derde factor die bepaalt hoe groot een ongecomprimeerd audiobestand wordt, is of er één of twee kanalen aan informatie worden op geslagen in een bestand. Een monobestand bestaat uit slechts één kanaal; dit betekent dat op beide luidsprekers exact hetzelfde wordt weergegeven. Een stereobestand bestaat uit twee samengevoegde kanalen, één voor links en één voor rechts. In een stereomuziekbestand kunt u bijvoorbeeld links een gitaar horen, terwijl een zangstem alleen op de rechterluidspreker is te horen. Deze drie factoren bepalen hoe groot het uiteindelijke bestand is. Een tweekanaals (dus stereo) bestand op 16 bit van één minuut dat op 44.100 Hertz is opgenomen, kost u 10,1 megabyte harde schijfruimte. Als dit bestand mono zou zijn, zou het slechts één kanaal bevatten en daarmee 5,05 megabyte kosten. Een halvering van de samplefrequentie zorgt voor erg veel kwaliteitsverlies, maar halveert het bestand nog eens qua grootte. Als u de drie factoren met elkaar vermenigvuldigt, weet u de bitrate van een ongecomprimeerd bestand. Het bestand (stereo, 16 bit, 44.100 Hertz) heeft een bitrate van 44.100 x 16 x 2 = 1.411.200 bits per seconde, oftewel 1411,2 kbit/s.

©PXimport

In deze tabel ziet u het verschil in bestandsgrootte van verschillende ongecomprimeerde audiobestanden.

Kbit/s bij mp3-bestanden

De kwaliteit van een mp3-bestand wordt grotendeels bepaald door de bitrate. Deze wordt aangegeven in kilobit per seconde (ook wel kbit/s of kbps). Omdat harde schijfruimte niet meer zo'n probleem is voor de meeste mensen, bieden de meeste webwinkels digitale muziek aan als 256- of 320 kbit/s-bestanden. Voor de meeste mensen is dit een acceptabele muziekkwaliteit. Websites als Grooveshark bieden soms bestanden met een lagere kwaliteit aan, maar bij bestanden van 128 kbit/s zijn toch redelijk wat 'artefacten' (onbedoelde bijgeluiden) te horen. Doordat de audio zo heftig gecomprimeerd wordt, moeten sommige frequenties in de muziek het ontgelden. Of dat voor u een probleem is, kunt u alleen zelf bepalen en het heeft ook zeker te maken met de luidsprekers waarop u de muziek luistert. Een bestand van 128 kbit/s kan op een laptop met kleine luidsprekertjes best aardig klinken, maar op een high-end hi-fi-systeem klinken de bassen zompig en mist u de lage subfrequenties. Omdat de bitrate een optelsom is van sample frequentie, bitdiepte en kanalen, klinkt een mono mp3-bestand op 128 kbit/s (CBR) net zo goed als een stereo mp3-bestand op 256 kbit/s (CBR). Dit komt doordat er slechts één kanaal wordt gecodeerd in plaats van twee kanalen. Het mono-bestand zal de helft van de ruimte van het stereo 256 kbit/s-bestand innemen.

1. Lossless compressie

Net als bij foto- en videoformaten kunnen audiobestanden gecomprimeerd worden om ruimte te besparen. Een bekend formaat is bijvoorbeeld mp3. Er bestaan twee varianten van compressie. De eerste variant is lossless compressie. Deze vorm van compressie bekijkt of er bijvoorbeeld ruimte bespaard kan worden door patronen in de golfvorm te herkennen en onnodige data te verwijderen, denk bijvoorbeeld aan stiltes. Een ongecomprimeerde opname van een minuut stilte kost net zoveel ruimte als een opname van een orkest. Door het bestand lossless te comprimeren, zal de opgenomen minuut stilte geen ruimte meer in beslag nemen. Het voordeel van lossless compressie is dat er niet aan kwaliteit wordt ingeboet, de gecomprimeerde versie van het bestand zal exact zo klinken als het originele, ongecomprimeerde bestand. Het nadeel is dat er soms niet heel veel winst te behalen valt qua grootte. Afhankelijk van wat er aan data verwijderd kan worden, levert lossless compressie een winst op van zo'n 40 à 50 procent. Bekende lossless-formaten zijn bijvoorbeeld flac en Apple Lossless.

©PXimport

Met lossless compressie blijft de golfvorm intact. Boven de originele stereogolfvorm, onder de lossless stereogolfvorm.

Cd's digitaliseren met iTunes

Als u uw hele cd-collectie wilt digitaliseren, kunt u hiervoor bijvoorbeeld iTunes gebruiken. iTunes slaat bestanden standaard op in het lossy aac-formaat, maar hierdoor verliest u wel een hoop kwaliteit. Om geen kwaliteit te verliezen, maar toch ruimte te besparen, kiest u dan beter voor het Apple Lossless-formaat. In iTunes gaat u naar Bewerken / Voorkeuren en vervolgens klikt u op Importinstellingen. Achter Importeren met selecteert u Apple Lossless-codering en achter Instelling hoeft u niks in te stellen. Als u een bekraste cd importeert, kunt u het vinkje voor Foutcorrectie gebruiken bij lezen audio-cd's nog selecteren. Dit kost wel wat meer tijd. Klik op OK om de instellingen op te slaan.

©PXimport

Kies voor de Apple Lossless-codering voor ruimtebesparing, zonder dat u kwaliteit verliest.

2. Lossy compressie

Lossy compressie benadert compressie vanuit een andere hoek. Deze vorm van compressie snoept daadwerkelijk informatie uit de golfvorm om het bestand compacter te maken. Gevolg is dat de golfvorm wordt veranderd en dus anders gaat klinken. Het grote voordeel is dat hiermee wel enorme ruimte bespaard kan worden, een lossy gecomprimeerd bestand kan wel 80 tot 95 procent ruimte besparen.

Omdat u zelf kunt kiezen hoeveel weggesnoept mag worden van de golfvorm, varieert de ruimtebesparing. Bij de meeste lossy-formaten bepaalt u de uiteindelijke kwaliteit aan de hand van de bitrate. Een hogere bitrate betekent een betere kwaliteit.

Een veelvoorkomende bitrate van mp3-bestanden op internet is 128 kbit/s. In vergelijking met de bitrate van een ongecomprimeerd bestand op cd-kwaliteit (1411,2 kbit/s) is dit dus beduidend lager. Het bestand is daardoor wel elf keer kleiner. De meeste lossy-formaten gaan tot een compressie van 320 kbit/s. Dit is een goede kwaliteit voor de meeste mensen, al hoort u wel degelijk een verschil met een ongecomprimeerd bestand als u thuis een heel goede stereo-installatie hebt staan. Omdat lossy-compressie data gewoon weggooit, heeft het geen zin om een slecht mp3-bestand op te slaan als ongecomprimeerd bestand. De kwaliteit blijft net zo slecht, alleen de benodigde ruimte wordt groter.

©PXimport

Met lossy compressie wordt de golfvorm daadwerkelijk aangetast. Bovenaan het originele stereobestand, onderaan het stereobestand met heftige mp3-compressie. De onderste twee lijnen hebben duidelijk andere rondingen dan de bovenste twee, dit geeft aan dat de golfvormen enorm zijn aangetast.

CBR en VBR

Een mp3- of ander lossy-bestand kan een constante of variabele bitrate hebben. Met een constante bitrate (CBR) wordt het gehele bestand op dezelfde bitrate gecomprimeerd. Het voordeel hiervan is dat u precies weet hoe groot het bestand wordt en er een constante kwaliteit wordt gegenereerd. Een nadeel is dat sommige passages van een muziekstuk misschien wel een lagere bitrate kunnen krijgen om nog goed te klinken. Deze worden met een constante bitrate dan toch op een hoge bitrate gecomprimeerd. Met een variabele bitrate (VBR) zoekt de codeersoftware naar de beste kwaliteit. Als gevolg kan het coderen iets langer duren en de grootte van het bestand kleiner of groter uitvallen.

©PXimport

Een variabele bitrate kan voor een groter of kleiner bestand zorgen. Ook de bitrate, hier audiobitsnelheid genoemd, kan anders uitvallen. Links het CBR-bestand van 3,2 MB en 192 kbit/s, rechts het VBR-bestand van 4 MB en 235 kbit/s.

Ongecomprimeerde formaten

Ongecomprimeerde audioformaten baseren zich allemaal op hetzelfde principe: PCM oftewel 'Pulse Code Modulation'. Wel zijn hiervoor verschillende formaten beschikbaar. Windows-gebruikers kennen bijvoorbeeld het wav-formaat en Mac-gebruikers zien vaker het aiff-formaat voorbijkomen. Alle bekende audioprogramma's zijn in staat om deze formaten te lezen. Belangrijk om te weten, is dat een extensie niet gelijkstaat aan een bestandsformaat. Sommige extensies, zoals bijvoorbeeld .m4a zijn een zogenoemde container. Dit betekent dat de extensie niks zegt over wat voor soort bestand het is. Een .m4a-bestand kan zowel een lossless audioformaat zijn alsook een lossy-formaat.

3. Aiff (.aif en .aiff)

Het Audio Interchange File Format is ontwikkeld door Apple en Electronic Arts in 1998 en is één van de twee standaardformaten in de professionele audiowereld. Aiff wordt veelal door Mac-gebruikers gebruikt en heeft de extensie .aif of .aiff. Er bestaat een gecomprimeerde variant met de extensie .aifc, maar deze komt weinig voor.

4. Wave (.wav)

De andere standaard is wave en is ontwikkeld door Microsoft en IBM. Wave-bestanden zijn vaak terug te vinden op pc's, maar zowel aiff als wav kan op beide systemen net zo makkelijk worden afgespeeld.

5. Bwf (.wav)

Bwf staat voor Broadcast Wave Format en is een uitbreiding op het normale wave-formaat. Het is ontwikkeld door de European Broadcast Union om makkelijker audiobestanden uit te kunnen wisselen door metadata aan een bestand toe te kunnen voegen. De normale gebruiker merkt hier niks van, de extensie is hetzelfde als een gewoon wav-bestand en kan met elke wav-speler worden afgespeeld. Wel worden hier vaak hogere samplefrequenties en bitdieptes voor gebruikt.

©PXimport

In elk pro-audioprogramma kunt u kiezen of u een bestand wilt opslaan als wav- of als aiff-bestand. Hier ziet u het venster in Logic Pro, rechts kunt u aangeven of u een aiff-bestand wilt opslaan en wat de bitdiepte (resolution) en samplefrequentie (sample rate) moet zijn.

Bestanden openen en converteren

De bekendste audiospeler voor Windows is Windows Media Player. Dit programma biedt u ondersteuning voor de meeste formaten, al moet u voor sommige formaten een aparte codec downloaden. QuickTime Player is standaard op de Mac te vinden en is tevens voor Windows verkrijgbaar, maar ook hier ontbreekt ondersteuning voor minder bekende formaten. Een goed alternatief is VLC Media Player. Dit programma is voor Windows en Mac te downloaden en biedt ondersteuning voor een heleboel audio- en videoformaten. U kunt VLC eveneens gebruiken om bepaalde bestanden om te zetten naar andere formaten, welke formaten hangt af van uw besturingssysteem. VLC is gratis verkrijgbaar via VideoLAN.org.

©PXimport

VLC Media Player leest heel veel audio- en videoformaten en kan tevens gebruikt worden om audiobestanden te converteren.

Lossless formaten

Lossless-formaten zijn niet heel bekend bij de doorsnee­gebruiker, omdat ze niet veel ruimte besparen en een professionele gebruiker werkt het liefst met ongecomprimeerde formaten. Toch zijn er twee formaten die enige bekendheid genieten.

6. Flac (.flac)

Flac staat voor Free Lossless Audio Codec. Het gaat hier om een open formaat dat royalty-free gebruikt kan worden door ontwikkelaars. Flac comprimeert soms wel tot 50 procent zonder aan kwaliteit in te leveren, maar u moet wel een programma hebben om deze bestanden te openen. Metadata kunnen eveneens worden toegevoegd.

7. Apple Lossless (.m4a)

Apple Lossless is ook wel bekend als Apple Lossless Audio Codec (ALAC) of Apple Lossless Encoder (ALE). Dit lossless-formaat wordt opgeslagen als een .m4a-bestand en wordt veel door iTunes gebruikt.

Lossy-formaten

8. Mp3 (.mp3)

Mp3 is zonder meer het bekendste lossy-formaat. De compressietechniek van mp3 zorgt voor een enorme ruimtebesparing en veel webwinkels gebruiken het formaat als standaard. Bij een lossy-formaat als mp3 is de bitrate erg belangrijk. Des te hoger de bitrate, des te beter de kwaliteit van het geluidsbestand.

©PXimport

Mp3-bestanden vindt u in heel veel digitale muziekwinkels, waaronder de Amazon MP3 Store.

9. Aac (.m4a, .m4b, .m4p, .m4v, .m4r, .3gp, .mp4, .aac)

Aac staat voor Advanced Audio Coding en kan als de opvolger van mp3 worden gezien. De kwaliteit is iets beter dan mp3 op dezelfde bitrates en daarom gebruiken veel fabrikanten aac als standaard voor hun apparaten. Apparaten als iPod, Nintendo Wii en Playstation gebruiken allemaal de aac-compressietechniek.

10. Wma (.wma)

Windows Media Audio bestaat uit een aantal verschillende varianten, maar de lossy-variant is verreweg het bekendst. Het bestandsformaat is het populairst onder Windows pc's en sinds een paar jaar is er ook een verbeterde versie onder de naam WMA Pro te vinden. Ondersteuning voor dit formaat is naast Windows Media Player erg karig.

11. Vorbis (.ogg, .oga)

Vorbis is een lossy compressietechniek en maakt veelal gebruik van het containerformaat Ogg. Dit is de reden dat er vaak wordt gesproken over Ogg Vorbis. Omdat zowel de compressietechniek als de container opensource is, gebruiken websites als Wikipedia dit formaat. Ook videospellen als Guitar Hero en Unreal Tournament maken gebruik van Vorbis.

Zelf audio bewerken met Audacity

Als u zelf in de golfvormen wilt duiken en audiobestanden wilt bewerken, dan is het gratis programma Audacity een goede keuze. Dit programma is zowel voor Windows als Mac OS X beschikbaar. Met Audacity kunt u onder meer zelf geluid opnemen en passages uit audiobestanden knippen. Ook kunt u de snelheid van een opname versnellen of juist langzamer maken en verschillende formaten converteren.

©PXimport

Met het gratis programma Audacity kunt u audiobestanden opnemen, snijden en converteren.

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: