ID.nl logo
Wat is een speed pedelec?
Mobiliteit

Wat is een speed pedelec?

Een speed pedelec is een elektrische fiets. Maar dan wel een extra snelle met een maximumsnelheid van 45 km/u. Daarmee is hij net zo snel als een bromfiets en wordt door wet in principe ook als zodanig beschouwd. Waar moet je op letten bij aanschaf?

Wettelijke plichten

Door de veel hogere snelheid ten opzichte van een reguliere elektrische fiets neemt de speed pedelec (ook wel bekend als speedbike) een bijzondere plek in de wetgeving in. Ten eerste is er helmplicht, waarbij geldt dat er diverse exemplaren speciaal ontwikkeld voor dit type fiets bestaan. Een goedgekeurde helm is te herkennen aan een erop aanwezige cirkel met de letter E erin.

Verder geldt dat je je aan dezelfde regels hebt te houden als een bromfiets. Ofwel: je wordt geacht gebruik te maken van de rijbaan die tevens bedoeld is voor autoverkeer. Tenzij er een duidelijk gemarkeerd bromfietspad aanwezig is. Verder geldt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op het fietspad 30 km/u is (45 km/u op de rijbaan) en buiten de bebouwde kom 40 km/u.

In de praktijk zal oom agent daar waarschijnlijk niet echt op 5 km/u meer kijken, dus dat scheelt. Nog een verplichting voor de speed pedelec is een linker achteruitkijkspiegel. Last but not least: een bromfietsrijbewijs (type AM) is verplicht. Wat automatisch weer inhoud dat jongeren onder de 16 géén gebruik mogen maken van dit type fiets.

WA-verzekering en VIN

Niet onbelangrijk om te vermelden is, dat je een WA ofwel wettelijke aansprakelijkheidsverzekering moet hebben. Verder behoort een geel bromfietsplaatje tot de standaarduitrusting en dien je tijdens het ‘fietsen’ altijd je kentekenbewijs (en ook je rijbewijs) bij je te hebben.

Vanzelfsprekend zijn zaken als (werkende…) verlichting alsmede rode en witte reflectoren eveneens verplicht. En om het wettelijk eisenpakket dan maar helemaal compleet te maken: je speed pedelec moet ook een voertuigidentificatienummer ofwel VIN hebben.

Tijdens het rijden mag je géén elektronische apparaten vasthouden, denk aan een muziekspeler of telefoon. Handsfree bellen en naar muziek luisteren is wel toegestaan, mits dat geen gevaar in het verkeer oplevert. Ook rijden onder invloed is niet toegestaan, waarbij het niet uitmaakt of het gaat om alcohol, drugs, bepaalde medicijnen of een combinatie hiervan.

Zo denkt de Fietsersbond over speed pedelecs

Lijken een hoop eisen en plichten, maar valt in de praktijk gelukkig allemaal erg mee. Zo’n helmpje op bij snelheden boven de 25 km/u is geen onverstandig iets. Wat heb je op een overbevolkt fietspad te zoeken als je ruim baan hebt op de rijbaan die veelal ook nog eens uit hobbelvrij asfalt bestaat?

Wel geldt dat ‘we’ met z’n allen toch ook moeten wennen aan de snelle speed pedelecs. Zeker buiten de bebouwde kom waar reguliere fietsers, bromfietsen, snorfietsen, elektrische fietsen en speed pedelecs samen te vinden zijn. Zo’n razendsnelle fiets doet een gewone zich op spierkracht bewegende fietser vaak lijken alsof deze stil staat. En dan zijn er ook nog kinderen. De Fietsersbond is dan ook niet gelukkig met dit snel in populariteit stijgende vervoermiddel. Te langzaam voor de rijbaan (auto’s rijden sneller) en te snel voor het fietspad, zo vinden zij.

Als gebalanceerde oplossing stellen zij voor om speed pedelecs op fietspaden langs drukke verkeersaders toe te staan gebruik te maken van dat fietspad. Of de snelheid van ál het verkeer op de rijbaan verlagen naar 30 km/u. Verder is de Fietsersbond van mening dat speed pedelecs gebruik moeten kunnen maken van snelfietsroutes.

Toepassingsgebied

En daarmee komen we op het ‘toepassingsgebied’ van de speed pedelec. Want waarvoor is deze het meest geschikt? Vaak wordt deze superfiets ingezet als vervanger voor woon-werkverkeer. Mits de afstand niet al te groot is, is dat natuurlijk het meest voor de hand liggende gebruiksscenario.

We stipten hierboven ook al even de snelfietspaden aan. Ook die zijn – hoewel officieel dus (nog?) niet toegestaan voor speed pedelecs vanzelfsprekend een voor de hand liggende optie. Hiermee zou het vervoermiddel ook een alternatief kunnen worden voor net wat langere afstanden (waarbij je dan wel rekening moet gaan houden met de actieradius op een volle accu van jouw fiets). Je kunt de speed pedelec ook inzetten voor recreatief gebruik, maar de vraag is dan wel of de ‘lol van fietsen’ er nog echt is. Die keuze laten we wijselijk aan jouzelf over.

Aanschaf

Een speed pedelec is niet goedkoop, de allergoedkoopste exemplaren hebben een prijskaartje dat – op dit moment – net de 2000 euro niet aantikt. De betere speed pedelecs zijn meestal een stuk duurder. Het maakt dat ’t voor velen een aankoop is waar je toch even stil bij moet staan. Bedenk vooraf waar je je beoogde superfiets voor wilt gebruiken. Maak je wensen kenbaar aan de dealer. En maak zeker ook een proefrit. Let daarbij op dingen als hoe soepel de fiets de maximale snelheid van 45 km/u haalt. Een ‘slome’ speed pedelec komt niet goed mee in het verkeer op de rijbaan en kan daarom al snel gaan vervelen en zelfs gevaarlijk zijn. Anderzijds moet je ook weer niet het gevoel hebben dat tijdens het gas opendraaien je fiets onder je vandaan zelfstandig wil vertrekken. De snelheidsregeling moet soepel verlopen. Ook het zitcomfort is van belang. Zeker als je de fiets voor de langere afstanden wilt gebruiken. Een ander ding waar je – al naar gelang je gevoeligheid daarvoor – op kunt letten is het geluidsniveau van de elektrische motor. Een heel belangrijk punt van aandacht is de accucapaciteit, die direct in verband staat met de actieradius. Met name die actieradius verschilt per type en model enorm, goed op letten dus. Verder hebben sommige speed pedelecs versnellingen en zijn anderen traploos regelbaar. Het is zeker zaak om je niet alleen blind te staren op de prijs, maar zeker ook in ’t achterhoofd te houden dat je vele jaren veelvuldig gebruik gaat maken van je beoogde nieuwe vervoermiddel. En dan kan bezuinigen op de verkeerde onderdelen – hoe aanlokkelijk wellicht ook – uiteindelijk voor veel ergernis zorgen.

Watch on YouTube

Blijvertje


De speed pedelec is ongetwijfeld een blijvertje. Een ideaal vervoermiddel voor woon-werkverkeer, ook over de net wat langere afstanden. Misschien op natte herfst- en gladde winterdagen minder praktisch, maar dan kun je altijd nog terugvallen op OV of een auto. Het is in ieder geval een fiets waar veel toekomst in zit, en eentje die ook nog eens relatief milieuvriendelijk is. En ach, net als bij elk nieuw vervoermiddel is het zoals gezegd allemaal nog even wennen. Gaat vast helemaal goedkomen!

VERGELIJK ELEKTRISCHE FIETSEN OP KIESKEURIG.NL

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.