ID.nl logo
Wachtwoordbeheer met KeePass
© Reshift Digital
Huis

Wachtwoordbeheer met KeePass

Elke computer- en internetgebruiker heeft regelmatig wachtwoorden nodig. Het is heel onverstandig om één of slechts een klein aantal wachtwoorden te gebruiken voor al deze accounts. Ook een kort, makkelijk te onthouden wachtwoord is geen goede keuze. Maar zo ziet u al gauw door de bomen het bos niet meer en wordt het steeds moeilijker om een groeiend aantal lange wachtwoorden te onthouden. Een wachtwoordkluis biedt uitkomst voor dit probleem. Wij leggen u uit hoe u de gratis wachtwoordkluis KeePass inricht en gebruikt.

Vanaf een bepaald aantal wachtwoorden kunt u ze niet meer allemaal onthouden, zeker niet als het om lange, ingewikkelde wachtwoorden gaat. In plaats daarvan voert u beter al uw wachtwoorden in KeePass in, die deze opslaat in een versleuteld bestand. Dit bestand, de wachtwoordkluis, wordt versleuteld met een hoofdwachtwoord. U hoeft dus nog maar één wachtwoord te onthouden, waarmee u al uw andere wachtwoorden kunt ontsluiten.

Om het overzicht te behouden kunt u uw wachtwoorden in groepen onderverdelen, zoals websites, e-mail, internetbankieren enzovoort, zodat u niet altijd door een lange lijst van wachtwoorden moet scrollen. Wanneer u het benodigde wachtwoord gevonden hebt, kunt u dit eenvoudig - door te slepen en neer te zetten - laten invullen in het wachtwoordveld in uw browser of een ander programma.

U kunt de database met uw wachtwoorden op elk moment naar een andere computer verplaatsen of er een back-up van maken. Kortom, u hoeft enkel op dit bestand te letten om uw wachtwoorden niet te verliezen. Bovendien kan KeePass het bestand exporteren naar allerlei formaten en kan het ook wachtwoordbestanden in een twintigtal formaten importeren, zodat u niet voor altijd aan KeePass gekluisterd bent. In plaats van zelf uw wachtwoorden te verzinnen, kunt u KeePass ook automatisch een sterk wachtwoord laten genereren wanneer u een nieuw wachtwoord nodig hebt. Aangezien u dankzij KeePass uw wachtwoorden toch niet meer hoeft te onthouden, kunt u ze immers veel complexer maken. KeePass heeft heel wat geavanceerde mogelijkheden om uw wachtwoorden te beheren, in deze cursus laten we u zien hoe u ermee werkt.

©PXimport

Gebruik KeePass om uw wachtwoorden op een veilige plek te bewaren.

Een goed wachtwoord?

Een goed wachtwoord kan niet door iemand anders geraden worden. Uit den boze zijn dus namen of geboortedata van u, uw partner, kinderen of huisdieren, uw favoriete muziekgroep of voetbalploeg enzovoort. In het ideale geval is een wachtwoord een willekeurige opeenvolging van tekens, een mix van hoofdletters, kleine letters, cijfers, leestekens en andere speciale tekens. Maak een wachtwoord ook altijd zo lang mogelijk, maar toch kort genoeg om te onthouden. Een wachtwoord van acht tekens lang is bijvoorbeeld niet lang genoeg. Er bestaat immers software die alle mogelijke wachtwoorden tot een bepaalde lengte uitprobeert. Is uw wachtwoord niet zo lang, dan is het aantal mogelijkheden voor de huidige computers beperkt genoeg om uw wachtwoord in relatief korte tijd te kunnen kraken. Twaalf tekens is eigenlijk het minimum en voor het hoofdwachtwoord van KeePass raden we zelfs nog meer aan, bijvoorbeeld twintig. Wanneer u in KeePass een wachtwoord ingeeft, wordt de kwaliteit (sterkte) van het wachtwoord in bits getoond: 64 bits is een absoluut minimum, en de wachtwoorden die KeePass automatisch genereert hebben een kwaliteit van meer dan 100 bits.

1. Aan de slag

Voor deze cursus gebruiken we de Professional Edition van KeePass. Ga naar KeePass.info, klik links op Downloads en kies voor Portable KeePass 2.18 (ZIP Package) - of een nieuwere versie indien beschikbaar. Pak het bestand uit op een locatie naar keuze. Klik vervolgens links op Translations en klik achter Dutch op [2.x]. Pak het zip-bestand uit en kopieer het bestand Nederlands.lngx naar de map waarin u KeePass gezet hebt. Start KeePass op en kies in het menu View / Change Language als taal Dutch en herstart KeePass, waarna u alles in het Nederlands te zien krijgt.

KeePass onder Mac OS X en Linux

Officieel ondersteunt KeePass enkel Windows, maar het programma is opensource, waardoor iedereen de broncode ook op andere besturingssystemen kan compileren. Daardoor bestaan er ook onofficiële versies voor Mac OS X en Linux. U moet eerst Mono versie 2.6 of hoger installeren en dan de instructies voor uw Linux-distributie volgen of de Mac OS X versie downloaden op KeePass. Er bestaat ook KeePassX, een KeePass-kloon die op Windows, Linux en Mac OS X draait en in heel wat Linux-distributies rechtstreeks vanuit de pakketbeheerder geïnstalleerd kan worden.

©PXimport

Op de website van KeePass vindt u diverse versies voor andere systemen dan Windows.

Portable KeePass

We maken in deze cursus gebruik van de portable versie van KeePass, die u niet installeert. U neemt deze versie op een usb-stick mee en kunt het programma op elke computer opstarten. Download hiervoor gewoon het zip-bestand van KeePass en pak alle bestanden uit op de usb-stick. Updaten gaat even eenvoudig: kopieer gewoon alle nieuwe bestanden over de oude heen. Portable KeePass houdt alle instellingen bij op de usb-stick zelf, zodat u overal uw aangepaste instellingen behoudt, op welke computer u het programma ook uitvoert. En dat geldt uiteraard ook voor uw wachtwoorden: het wachtwoordbestand staat op de usb-stick, zodat u overal al uw wachtwoorden bij de hand hebt. Als u vaak op verschillende computers werkt waarop u heel wat wachtwoorden moet ingeven, dan loont het dus de moeite om een usb-stick met Portable KeePass aan te maken en hierin al uw wachtwoorden te bewaren.

2. Database aanmaken

U moet nu eerst een nieuwe wachtwoorddatabase aanmaken, waarin al uw wachtwoorden opgeslagen worden. Klik daarvoor op Bestand / Nieuw. Kies eerst de locatie van uw database. Het venster dat daarna verschijnt, vraagt u om een hoofdwachtwoord of een sleutelbestand. Kies om te beginnen enkel een hoofdwachtwoord. Aangezien al uw wachtwoorden met dit wachtwoord versleuteld worden, is het heel belangrijk dat dit hoofdwachtwoord sterk is (zie ook het kader 'Een goed wachtwoord?'). Iemand die dit hoofdwachtwoord kan raden of kan kraken omdat het te kort of te eenvoudig is, krijgt immers toegang tot al uw wachtwoorden. Overdrijf echter niet: u moet dit wachtwoord wél kunnen onthouden, want als u het vergeet bent u al uw wachtwoorden kwijt!

Typ dus uw hoofdwachtwoord in en herhaal het, klik op OK en daarna nog eens OK (de database-instellingen laten we voorlopig op hun standaardwaarden staan). U krijgt het hoofdvenster van KeePass te zien, met links de verschillende groepen wachtwoorden en rechts de wachtwoorden in de geselecteerde groep. KeePass maakt zelf al een aantal standaardgroepen aan, maar u kunt deze gerust verwijderen en zelf uw eigen groepen aanmaken.

©PXimport

Vanaf nu moet u enkel nog dit ene hoofdwachtwoord onthouden.

©PXimport

KeePass maakt automatisch al een aantal groepen aan om uw wachtwoorden in onder te verdelen.

3. Wachtwoord toevoegen

Een wachtwoord aan de KeePass-databank toevoegen is eenvoudig. Rechtsklik in het rechterpaneel van KeePass en kies Invoer toevoegen of gebruik de Insert-knop op uw toetsenbord. Nu verschijnt er een popup-venster waarin u allerlei informatie kunt ingeven: het wachtwoord uiteraard, maar ook een titel (hoe onthoudt u anders waarvoor dit wachtwoord dient?), een url (als het een wachtwoord voor een website is), een gebruikersnaam (die zal immers ook wel eens variëren), opmerkingen enzovoort. Uiteraard hoeft u niet bij elk wachtwoord al die velden in te vullen, vul enkel in wat relevant is en klik op OK. De andere tabbladen laten we voorlopig voor wat ze zijn. Vergeet na het toevoegen van een wachtwoord echter niet om in het menu Bestand op Opslaan te klikken om de wachtwoorddatabase op te slaan.

Als u eenmaal een wachtwoord hebt opgeslagen, kunt u hier allerlei acties mee uitvoeren door erop te rechtsklikken. Een basistaak is bijvoorbeeld het wachtwoord of de bijbehorende gebruikersnaam kopiëren naar het klembord, zodat u deze daarna kunt plakken in het juiste invoerveld in een ander programma. Als u een url bij een wachtwoord opgeslagen hebt, kunt u vanuit het rechtermuisknopmenu de link openen in uw browser. Een nog snellere manier is door middel van klikken en slepen: u kunt een wachtwoord of gebruikersnaam slepen van KeePass naar een ander programma.

©PXimport

Voer uw wachtwoord en de bijbehorende informatie in.

©PXimport

Open de website waarvoor u een wachtwoord wilt ingeven.

4. Automatisch

KeePass is niet alleen een wachtwoordbeheerder, maar kan ook een deel van het handwerk bij het invullen van wachtwoorden overnemen. We zagen al dat u bij een wachtwoord een url kan opslaan in de wachtwoorddatabank en dat u KeePass kunt vragen om die url te openen in uw browser. KeePass gaat echter nog verder: u kunt met de Auto-typen functie zelfs opgeven dat KeePass specifieke toetsindrukken aan een venster doorgeeft, zoals (wat standaard ingesteld staat) uw gebruikersnaam, daarna een Tab, daarna het wachtwoord en daarna Enter om aan te melden. Zo spaart u heel wat toetsindrukken en knippen/plakken-acties uit en voert u nog sneller uw wachtwoorden in! Om auto-typen in te schakelen, kiest u Invoer bekijken/aanpassen in het contextmenu van een wachtwoord en stelt u dan de gewenste toetsindrukken in het tabblad Auto-typen in. U kunt zelfs verschillende toetsindrukken kiezen voor verschillende vensters, op basis van de venstertitel.

Wanneer u het wachtwoord automatisch wilt laten invoeren, klikt u op het venster van het programma waarvoor u het wachtwoord wilt invullen (of kiest u in KeePass om de url te openen), schakelt u over naar KeePass, rechtsklikt u op het wachtwoord en kiest u Voer Auto-typen uit. Het vorige venster wordt dan naar de voorgrond gebracht en KeePass typt automatisch de opgegeven toetsen in. Auto-typen ondersteunt nog heel wat geavanceerde functies, lees hiervoor de documentatie op KeePass.info maar eens.

©PXimport

KeePass kan automatisch uw gebruikersnaam en wachtwoord intypen.

5. Plugins

De functionaliteit van KeePass kan uitgebreid worden met behulp van plug-ins. Let wel op dat u kiest voor plug-ins die ondersteund zijn door KeePass 2.x (de Professional-editie die we hier gebruiken), wat u aan het blauwe icoontje ziet. U vindt er onder andere plug-ins die automatisch uw wachtwoorddatabase back-uppen naar bijvoorbeeld Dropbox of andere online opslagdiensten. Ook zijn er allerlei converters, evenals integratie van de KeePass-database in browsers zoals Firefox, Internet Explorer of Chrome. Als u een plug-in wilt installeren, downloadt u het zip-bestand en pakt u de bestanden uit in de map waarin KeePass geïnstalleerd is of een submap daarvan. Als u daarna KeePass herstart, zal het programma de plug-in automatisch herkennen en meeladen. Pas wel op met installeren van een plug-in vanuit andere websites dan die van KeePass. Kunt u deze vertrouwen? Om zeker te zijn dat een plug-in niet het programma KeePass zelf kan aanpassen, installeert u KeePass best als Administrator, stelt u de KeePass-map in als Alleen-lezen en draait u KeePass als gewone gebruiker zonder Administrator-rechten.

©PXimport

Op de website van KeePass zijn heel wat plug-ins te vinden die de functionaliteit uitbreiden.

6. Nog veiliger

De standaardfunctionaliteit van KeePass die we tot nu toe uit de doeken gedaan hebben, is heel gebruiksvriendelijk en toch vrij veilig. Het wachtwoordbestand wordt bijvoorbeeld aan de hand van uw hoofdwachtwoord met AES-256 (Advanced Encryption Standard met 256bit-sleutels) versleuteld; een veilig encryptiealgoritme. KeePass heeft echter nog meer in zijn mars voor wie nog meer aandacht aan beveiliging wil schenken. Zo zagen we bij het aanmaken van een KeePass-databank dat het mogelijk is om in plaats van een hoofdwachtwoord een sleutelbestand te kiezen of aan te maken, om de databank mee te versleutelen. Zo'n sleutelbestand is op zich niet veiliger, want dit kan gestolen worden. Maar KeePass kan ook beide methodes combineren: om toegang tot de wachtwoorden in de databank te verkrijgen moet u dan niet alleen het hoofdwachtwoord invullen, maar ook het sleutelbestand op uw computer (of usb-stick) hebben staan. Dat maakt het heel wat moeilijker voor een derde om uw wachtwoorden te stelen. Hij moet dan niet alleen uw hoofdwachtwoord weten, maar ook het sleutelbestand gestolen hebben.

KeePass heeft ook een functie ingebouwd om keyloggers en klembordspionnen om de tuin te leiden: Auto-typen via twee kanalen. Hiermee worden de wachtwoorden en toetsindrukken van de Auto-typen functie gedeeltelijk als automatisch getypte tekst ingevoerd en gedeeltelijk via het klembord gekopieerd. Zowel een keylogger als een klembordspion ziet dus maar een deel van uw wachtwoord.

©PXimport

Laat KeePass een willekeurig sleutelbestand aanmaken.

Wachtwoordhygiëne

Vaak wordt gezegd dat een wachtwoord eigenlijk is als een tandenborstel: omwille van hygiënische redenen deelt u deze niet met anderen en moet u deze regelmatig vervangen. Schrijf uw wachtwoord nooit op een briefje als u het niet kunt onthouden, zo'n briefje kan natuurlijk door iemand anders gevonden worden. Om de gevolgen van wachtwoordverlies tegen te gaan, is het aan te raden om regelmatig uw wachtwoord te veranderen: als er in tussentijd toch iemand de hand heeft kunnen leggen op uw wachtwoord, heeft hij daar na de verandering niets meer aan. Gebruik ook nooit hetzelfde wachtwoord voor meerdere diensten: want wie uw gebruikersnaam en wachtwoord van één dienst te pakken heeft gekregen, probeert deze gegevens gegarandeerd uit bij andere diensten.

7. Wegwerpwachtwoorden

KeePass ondersteunt ook TAN's (transaction authentication numbers). Dit zijn codes die maar eenmalig geldig zijn, een systeem dat vaak gebruikt wordt op websites voor internetbankieren. Het voordeel is dat de veiligheid gegarandeerd is als iemand een TAN onderschept, want deze is slechts één keer geldig. In KeePass kunt u TAN-codes toevoegen door in het menu Extra op Wizard TAN te klikken, en daarna alle TAN-codes die u hebt, in te geven. Deze verschijnen in de lijst met wachtwoorden. Zodra u een TAN-code gebruikt, bijvoorbeeld door Kopieer wachtwoord te kiezen in het contextmenu, wordt er een rood kruisje bij getoond om het wachtwoord als vervallen aan te duiden, zodat u ziet dat u deze TAN-code nadien niet meer kunt ingeven.

©PXimport

Voer op voorhand een aantal TAN's in die u later kunt gebruiken om aan te melden.

©PXimport

Deze TAN's hebt u al gebruikt.

8. Willekeurig wachtwoord

Tot nu toe zijn we er altijd van uitgegaan dat u zelf uw wachtwoorden koos. We hebben het al even genoemd: u kunt er ook voor kiezen om een wachtwoord te laten genereren door KeePass. Het wachtwoord is dan veel onvoorspelbaarder (en sterker) dan een wachtwoord dat u zelf verzint (en kunt onthouden). Helaas leggen heel wat websites beperkingen op aan welke tekens er zoal in een wachtwoord mogen staan, terwijl andere juist vereisen dat er een specifieke mix van tekens in voorkomt. Gelukkig heeft KeePass ook hiervoor een oplossing: u kunt bepaalde patronen definiëren waaraan automatisch gegenereerde wachtwoorden moeten voldoen. Als u een nieuw account aanmaakt bij een willekeurige website, maakt u in KeePass een nieuwe invoer aan. Geef het patroon op dat de website vereist, genereer het veilige wachtwoord, registreer u hiermee bij de website en sla de invoer in KeePass op. Wanneer u in het vervolg op de site wilt inloggen, opent u KeePass en kopieert u het wachtwoord. Hierdoor kunt u nu altijd op de website aanmelden met een veilig wachtwoord, dat veel te moeilijk is om te onthouden.

©PXimport

Laat KeePass automatisch willekeurige wachtwoorden genereren.

9. Beheer uw wachtwoorden

Eigenlijk kan tegenwoordig niemand meer zonder wachtwoordbeheerder. Meer dan een vijftal wachtwoorden is al lastig te onthouden. Zodra u er meer nodig hebt, gaat u compromissen maken die uw internetveiligheid niet ten goede komen. U gebruikt bijvoorbeeld hetzelfde wachtwoord voor meerdere accounts of u kiest een kort en gemakkelijk te onthouden wachtwoord, of u kiest hetzelfde basiswachtwoord met een getal of woord eraan geplakt dat verschilt per account. Als u merkt dat u zich aan één van deze fouten bezondigt, dan is het tijd om een wachtwoordbeheerder te gebruiken. KeePass is heel gebruiksvriendelijk en daarom een goede keuze. Bovendien kan KeePass zelf veilige wachtwoorden genereren, waardoor u al uw accounts goed beveiligt. U hoeft dan nog slechts één wachtwoord te onthouden om al uw wachtwoorden te ontsluiten. Waar wacht u nog op?

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.