ID.nl logo
De stand van zaken rond het Huawei-handelsverbod
© Reshift Digital
Huis

De stand van zaken rond het Huawei-handelsverbod

In 2019 werd Huawei door de Verenigde Staten op een zwarte lijst gezet. Amerikaanse bedrijven mochten geen zaken meer doen met de Chinese techgigant. Intussen zijn de heftige effecten zichtbaar. Hoe vergaat het Huawei als mikpunt van een groter wordend wantrouwen tussen de Westerse wereld en China? We praten je bij over het Huawei-handelsverbod.

In relatief korte tijd nestelde Huawei zich als grote speler op de Nederlandse smartphonemarkt, waarbij het zich comfortabel op de derde plek had gevestigd achter Apple en Samsung. Overige merken volgden op grote afstand. Ook wereldwijd ging het zeker niet slecht. Huawei was hard op weg de grootste smartphonefabrikant te worden; Apple was al lang voorbijgestreefd en Samsung was in zicht.

Huawei wist dit voor elkaar te krijgen met Android-smartphones die vooral qua prijs-kwaliteitverhouding goed voor de dag kwamen. Met name in de lage prijsklassen, dankzij luxe ontwerpen en krachtige specs. In de hoge prijsklasse werden zelfs Apple en Samsung op cameragebied te kijk gezet.

Huawei-smartphones bleken ideaal voor gebruikers die een toegankelijke smartphone zochten, eentje die basisfuncties goed uitvoert. De nadelen, zoals EMUI (Huaweis beperkende schil, waarbij Android tot op het bot werd verbouwd) en het slechte update-ondersteuningsbeleid deerden de groeiende gebruikersgroep nauwelijks.

Klap uit Amerikaanse hoek

Aan de enorme groei op de smartphonemarkt kwam plotsklaps een einde toen de toenmalige president Trump een handelsverbod voor Chinese telecomgiganten ZTE en Huawei aankondigde. Amerikaanse bedrijven mochten geen handel meer drijven met deze Chinese concerns.

Dit raakte Huawei op alle werkvelden ongekend hard. Huawei produceert naast smartphones ook netwerkapparatuur voor zowel providers en consumenten als de zakelijke markt, evenals chipsets, laptops, koptelefoons, tablets, smart home-producten en meer … Heel veel meer.

Het was de smartphonetak die de hardste klap te verwerken kreeg. Huaweis smartphones en tablets draaien op Android. Het besturingssysteem is opensource en gewoon te gebruiken door Huawei. Probleem is dat Huawei door het embargo geen Google-diensten kan leveren, zoals Google-apps en de Play Store. Met name dat laatste is een enorm gemis op de Westerse markt.

Ook is een samenwerking met Google nodig om te werken met ontwikkelversies van aankomende Android-varianten. Daardoor kan Huawei moeilijker smartphones op de markt brengen met de recentste versie van Googles besturingssysteem. In combinatie met het tekortschietende updatebeleid vormde dit een groot nadeel.

©PXimport

Het was een schok dat de VS een zwaar middel als een handelsembargo inzette. Toch kan het ook geen verrassing genoemd worden. Het overkwam ZTE al eerder, nadat het zaken deed in Iran. En toen Obama nog president was, werd Huawei door de VS ook al beschuldigd van spionage. Huawei zou namelijk banden hebben met de Chinese overheid en gebruikt worden om op grote schaal te spioneren. Deze beschuldigingen hebben vooral te maken met Ren Zhengfei, die Huawei in 1987 oprichtte. Zhengfei had daarvoor namelijk een functie als ingenieur bij het Chinese Volksleger.

Dat de VS Huawei en China beschuldigt van spionageactiviteiten is ironisch te noemen, aangezien Edward Snowden jaren geleden al bewees dat Westerse landen zelf precies doen waar het onder meer China van beschuldigt.

Huawei heeft de banden met de overheid altijd krachtig ontkend en enig bewijs is nooit geleverd. Maar het zou naïef zijn om te denken dat er geen Chinese overheidsdruk is. En wie zegt dat dit alleen Huawei treft, en geen andere bedrijven als Tencent, Xiaomi en BKK Electronics (moederbedrijf van Oppo, Realme en OnePlus)?

Kop-van-jut

Huawei is dus kop-van-jut, en vanuit de VS volgde druk op andere landen om samenwerkingen met Huawei te beperken. Onder president Trump liep deze druk nog verder op.

Zo probeert de Amerikaanse overheid te voorkomen dat Huawei-apparatuur gebruikt wordt bij de aanleg van 5G-netwerken. Met wisselend succes: het Verenigd Koninkrijk verbiedt providers in zee te gaan met Huawei voor 5G. In Duitsland mogen providers dit wel. In Nederland mag Huawei niet in ‘de kern’ van een 5G-netwerk.

De handelsoorlog die escaleerde tijdens het presidentschap van Trump bracht Huawei nog meer in het vizier. Een handelsembargo volgde, nog altijd zonder dat er enig bewijs werd geleverd.

Dat het grotendeels weren van Huawei bij providers zo’n gek idee nog niet is, bleek eind maart toen de Volkskrant een vertrouwelijk rapport van Telfort (KPN) uit 2011 in handen kreeg. Hieruit bleek dat Huawei onbeperkt toegang had tot de klant- en facturatiegegevens van Telfort. Hoe vaak en door wie deze gegevens geraadpleegd werden, legde het systeem niet vast. Nadat Telfort en KPN het probleem hadden vastgesteld en Huawei hadden verzocht deze toegang af te sluiten, werd hier niet op ingegaan. Het toont aan dat Huawei zich daadwerkelijk tot diep in de kern bij providers had genesteld en zich zelfs beheersrechten had toegeëigend.

Verkoop in vrije val

Huawei gaf de smartphonemarkt niet op. Met enkele modellen, zoals de Huawei P40-serie, probeerde het bedrijf gebruikers te behouden. De smartphones moesten het natuurlijk doen zonder Google-diensten en applicatiewinkel. Daarom leunde Huawei op zijn AppGallery; een eigen applicatiewinkel die naast de Play Store werd aangeboden.

De schouders van de eigen applicatiewinkel bleken niet stevig genoeg om het wegvallen van de Play Store te dragen. Vrijwel alle populaire en onmisbare apps ontbreken. Hoewel Huawei nog steeds veel investeert in de AppGallery, lijkt dit tij niet te keren. De verkoop van Huawei-smartphones kelderde.

Cijfers van prijsvergelijker Kieskeurig.nl schetsen een beeld van hoe heftig Huawei onderuitging op de smartphonemarkt. Tot en met mei 2019 liet Huawei een marktaandeel van rond de 18 procent zien, maar daarna werd een dalende lijn ingezet. De laatste cijfers, die gaan over de periode tot januari 2021, geven aan dat Huawei tot begin dit jaar enkele maanden stabiel op zo’n 5 procent bungelde. De vrije val lijkt daarmee ten einde.

©PXimport

Maar het zijn vooral oudere smartphones die voor de verkopen zorgen. Door oude toestellen op te frissen (met bijvoorbeeld wat krachtigere hardware) kon Huawei de embargoregels ontduiken en alsnog smartphones mét Play Store verkopen. Maar zolang Huawei daar geen echt nieuwe toestellen tegenover kan stellen, is dit een doodlopende weg voor het Chinese bedrijf.

De wereldwijde cijfers van marktonderzoeker Canalys laten een vergelijkbaar beeld zien. In het laatste kwartaal van afgelopen jaar verkocht Huawei 32 miljoen smartphones, een jaar eerder waren dat er nog 56 miljoen. Het zijn nog steeds flinke aantallen, maar vergeet niet dat de klappen vooral in de Westerse markten vallen. Al heeft het embargo natuurlijk ook andere gevolgen, bijvoorbeeld voor de beschikbaarheid van chipsets.

HarmonyOS ontmaskerd

Het handelsembargo heeft voor Huawei op een confronterende manier duidelijk gemaakt hoe afhankelijk het concern is van Amerikaanse bedrijven. Huawei onthulde daarom zijn plannen voor een nieuw eigen besturingssysteem: HarmonyOS. Het besturingssysteem zou niet alleen geschikt moeten zijn voor smartphones en tablets, maar ook smart-tv’s, smartwatches, pc’s, iOT-apparatuur en domotica-producten.

Dat klinkt veelbelovend. Met een goed besturingssysteem zou Huawei ook andere fabrikanten en ontwikkelaars kunnen lokken. Een derde speler op de smartphonemarkt zou deze branche wellicht goed doen, want na het wegvallen van Microsofts Windows Phone is de markt een duopolie geworden van Apple en Google, twee bedrijven die veelvuldig negatief in het nieuws komen.

Techblog Ars Technica wist de hand te leggen op een versie van HarmonyOS 2.0 en ontdekte dat Huaweis ‘eigen’ besturingssysteem wel héél erg leek op Android met EMUI-schil. Sterker nog, HarmonyOS bleek gewoon een heftig verbouwde versie van Android 10. “Er is geen waarneembaar verschil tussen Huaweis ‘geheel nieuwe’ besturingssysteem en Android”, was de ontluisterende conclusie van auteur Ron Amadeo.

©PXimport

Nieuwe productgroepen

Natuurlijk is Huawei zich ervan bewust dat de verkoop van smartphones en tablets in Nederland (en eigenlijk de hele Westerse wereld) op een dood spoor zit. Nieuwe toestellen verschijnen meestal alleen nog maar in landen waar het embargo minder effect heeft. In China zelf bijvoorbeeld, waar Google-diensten en de Play Store zijn geblokkeerd en gebruikers gewend zijn apps handmatig uit APK-bestanden te installeren of uit de schappen van andere applicatiewinkels zoals de AppGallery te halen.

Huawei probeert zich daarom in de Westerse markt te richten op andere productgroepen die minder last hebben van het embargo. Bijvoorbeeld smartwatches en koptelefoons. Dit zijn markten waarop Huawei al jaren actief is, maar het nog nooit een groot marktaandeel vergaarde. De horloges en oortjes werden vooral weggegeven als extraatje bij smartphone- en tabletdeals, maar moeten nu dus op eigen benen leren staan.

Daarmee breekt een spannende tijd aan voor Huawei. De nieuwe producten moeten zich gaan laten gelden, terwijl de merknaam een deuk heeft opgelopen door de spionagebeschuldigingen waar het handelsembargo onder meer op gebaseerd is.

Handelsverbod blijft

Dat deze beschuldigingen zullen overwaaien, lijkt niet aan de orde. Integendeel. De spanningen tussen de Westerse wereld en China lopen alleen maar op. China haalde zich telkens weer de woede van het Westen op de hals met bijvoorbeeld de bezetting van Hong Kong, conflicten bij grensgebieden, onderdrukking (er wordt zelfs gesproken van genocide) van Oeigoerse minderheden, bedreigingen aan het adres van Taiwan, diefstal van intellectueel eigendom, geschonden milieuregels en veel meer.

Anderzijds is de Westerse wereld afhankelijk van de Chinese productie van bijvoorbeeld elektronica en kleding. Zo worden bijvoorbeeld vrijwel alle smartphones in China geproduceerd, ongeacht of je nu een Huawei-smartphone of iPhone koopt. Door de minder strikte Chinese wetgeving op het gebied van arbeid en milieu kunnen onze producten daar goedkoop worden ingekocht.

©PXimport

Er zijn geen tekenen dat de VS een ander standpunt in zal nemen, nu Joe Biden het presidentiële stokje heeft overgenomen. Huawei bleek een van de eerste speelballen, maar nu zijn meerdere bedrijven in het vizier. Zo werd Xiaomi door de Amerikaanse overheid op een zwarte lijst geplaatst, omdat het bedrijf de nationale veiligheid zou bedreigen. Dit werd ontkend door het bedrijf en een rechter gaf Xiaomi gelijk. De bewijslast zou tekortschieten.

Naar verwachting zullen eerder meer Chinese techbedrijven te maken krijgen met de negatieve gevolgen van handelsembargo’s, dan minder. Ook ByteDance (TikTok) en Tencent (WeChat) liggen inmiddels in de clinch met de VS. Zeer recent nog ondertekende Biden nieuwe wetgeving, de 'Secure Equipment Act', waardoor beperkingen met betrekking tot Chinese elektronica voorlopig blijven gelden.

Huawei wordt beschuldigd van banden met de Chinese overheid en van spionage, en de internationale betrekkingen met China staan onder druk door de grove mensenrechtenschendingen van met name Oeigoeren. Als Huawei betrapt zou worden op het meewerken aan deze mensenrechtenschendingen, zou dat de slechtst denkbare PR zijn. Je raadt het al: dat is precies wat er gebeurde. The Washington Post onthulde in december 2020 dat Huawei camerasystemen testte met gezichtsherkenning die specifiek bedoeld is om Oeigoeren (in mensenmassa’s) te herkennen en te melden bij Chinese veiligheidsdiensten. Huawei ontkende dit niet en stelde dat het bij een test bleef. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meldt dat China steeds meer van dit soort surveillancemiddelen inzet.

Honor afgesplitst

Het handelsembargo gold ook voor smartphones van het merk Honor, want eigenlijk zijn dat gewoon Huawei-smartphones. Huawei mocht dan krampachtig doen alsof Honor een zelfstandig merk was, de productielijnen en zelfs de software waren identiek. Dit verschijnsel zie je wel vaker bij Chinese merken. Ook Xiaomi doet dit bijvoorbeeld met Poco.

Na het embargo kelderde uiteraard ook de verkoop van Honor-smartphones. Daarom besloot Huawei het merk van de hand te doen en vond een koper in Shenzhen Zhixin New Information Technology Co., Ltd. Hiermee hoopt Honor onder het handelsembargo uit te komen. Maar het is nog maar de vraag of dat lukt. Een van de grote investeerders van het nieuwbakken bedrijf dat Honor inlijfde, is namelijk de stad Shenzen. Hiermee liggen de banden met de Chinese overheid wel erg voor de hand. Juist dit is een van de argumenten waarom Huawei een handelsembargo aan z’n broek kreeg.

Niettemin is onlangs de Honor 50-serie aangekondigd voor de Europese markt. De toestellen zijn ook in de Benelux verkrijgbaar, draaien op Android én hebben Google-diensten aan boord.

©PXimport

Vechten om een been

Huawei laat natuurlijk een enorm gat achter op de smartphonemarkt. Vooral Chinese smartphonemakers zijn erop gebrand om dat marktaandeel op te slokken. De markt wordt overspoeld met smartphones in alle prijsklassen. Vaak zijn de smartphones lastig van elkaar te onderscheiden, en in het geval van Oppo en OnePlus worden dikwijls zelfs dezelfde modellen gebruikt.

Ook merken als Motorola, TCL, RealMe en Xiaomi doen mee. De focus lijkt vooral te liggen op het overspoelen van de markt met verschillende modellen. Alleen lappen de smartphonemakers hun verantwoordelijkheid voor goede update-ondersteuning collectief aan hun laars. Sommige smartphones krijgen zelfs alleen een update naar een Android-versie waarmee het toestel in de winkel had moeten liggen.

De data van Kieskeurig laten zien dat het Chinese marketinggeweld niet aanslaat. Vooralsnog zijn er twee smartphonemakers die profiteren van het wegvallen van Huawei: Samsung en Apple. Niet alleen hebben beide merken krachtige smartphones in alle prijsklassen, ook onderscheiden Samsung en Apple zich met langdurige updates. 

Samsung besloot vorig jaar zijn smartphones vier jaar lang van nieuwe softwareversies te voorzien. Apple doet dit al langer. Vooralsnog lijkt dat een belangrijk argument om dolende Huawei-gebruikers binnen te hengelen.

Huawei naar de achtergrond

Zoals het er nu naar uitziet, verdwijnt Huawei langzaam maar zeker van het toneel. Consumenten zijn nauwelijks geneigd hun Huawei-smartphone of -tablet te vervangen door een nieuw model van hetzelfde merk. Dit vanwege de imagoschade en het ontbreken van een Play Store, Google-diensten en langdurige updates.

De overige producten kennen ook allemaal hun uitdagingen. Koptelefoons en smartwatches moeten zichzelf nog bewijzen, en HarmonyOS heeft (nog) geen onderscheidende eigenschappen. En of providers nog zo happig zijn om samen te werken met Huawei, is ook nog maar de vraag. Intussen lijken internationale betrekkingen ervoor te zorgen dat alleen maar meer Chinese bedrijven op een shortlist staan voor een handelsembargo.

Graag hadden we Huawei in dit artikel aan het woord gelaten om zijn standpunt ten aanzien van het embargo uit te leggen en de andere koers van het bedrijf toe te lichten. Helaas ging Huawei Nederland niet op onze vragen in.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.