ID.nl logo
5 tips om binnen je datalimiet te blijven
© Reshift Digital
Huis

5 tips om binnen je datalimiet te blijven

Slecht nieuws: Onbeperkte data-abonnementen bestaan niet meer. Zelfs als je een eerder onbeperkte abonnement hebt weten te behouden, is het waarschijnlijk niet langer echt onbeperkt - je provider verlaagt je datasnelheid als je binnen de maand boven bijvoorbeeld 2 GB uitkomt.

Telecombedrijven willen dat je grotere datapakketten aanschaft, en dat gebeurt ook. We gebruiken meer data dan ooit tevoren dankzij apps, sociale media, online diensten, en het constant controleren van onze e-mail. Dus wat doe je met een beperkte datapakket? De volgende tips kunnen je helpen om binnen je limiet te blijven, zodat je nooit meer voor data hoeft bij te betalen.

1. Houd je verbruik in de gaten

Allereerst moet je weten hoeveel data je daadwerkelijk verbruikt. Daar kun je alleen achter komen door je verbruik bij te houden zodat je precies weer wat je telefoon doet - ook wanneer je hem niet gebruikt (bedankt, achtergronddata).

©PXimport

Android geeft grafisch mooi je dataverbruik weer.

Dat kan op een Android en iOS apparaat op een aantal verschillende manieren. De eenvoudigste methode is de informatie op het apparaat zelf op te zoeken. Op Android kan dat door naar Settings > Wireless and network te gaan en op Data usage te drukken. Je krijgt dan een interactieve grafiek te zien die weergeeft hoeveel data je de afgelopen maand verbruikt hebt. Je kunt ook het verbruik in de voorgaande maanden zien, plus een lijst met apps en de hoeveelheid data die ze verbruiken.

Voor iOS-gebruikers is het proces wat ingewikkelder. Ga naar Settings > Mobile network. Hier vind je hoeveel data je in de huidige periode hebt verbruikt, en welke apps de meest data slurpen.

©PXimport

Veel providers hebben een eigen app waarin je jouw dataverbruik kunt bijhouden.

Het is handig om je dataverbruik op je smartphone te controleren, maar het is een beperkte functie waarop je niet al te sterk moet vertrouwen. Het is beter om data via een provider-specifieke app bij te houden. Het grootste voordeel is dat je een nauwkeurige inschatting hebt van hoeveel data je provider denkt dat je verbruikt hebt, en dus ook van hoeveel je provider je in rekening zal brengen.

Als je meer data en tracking opties wilt dan je apparaat of provider aanbieden, kun je een app van derden gebruiken - zoals Onavo Extend - om je data gedetailleerder bij te houden. De app is voor zowel Android als iOS gratis beschikbaar, en biedt uitgebreide maandelijkse verbruiksrapportages en dataplan analyses - informatie die je kan helpen om te bepalen of je alle data waar je maandelijks voor betaalt gebruikt. Onavo Extend "breidt ook je datapakket uit" door inkomende en uitgaande data te comprimeren waardoor je in totaal minder data verbruikt.

2. Overal wifi

De eenvoudigste manier om je verbruik te beperken is gebruik te maken van wifi hotspots, die je vrijwel overal tegenkomt. Maar het is lastig om een snelle, betrouwbare wifi hotspot te vinden, vooral als je afhankelijk bent van het instellingenmenu van je Android of iOS apparaat. Het is een heel gedoe om op alle gevonden wifi hotspots te drukken in de hoop dat je er eentje tegenkomt die niet om een wachtwoord vraagt.

©PXimport

Wi-Fi Finder toont openbare hotspots in de omgeving.

Gebruik in plaats daarvan een gratis wifi zoeker, zoals JiWire's Wi-Fi Finder. De app is beschikbaar voor Android en iOS en bevat een database met meer dan 550.000 Wi-Fi hotspots in 144 landen. Je kunt de frequent geüpdatete kaart met hotspots gebruiken in combinatie met de GPS-functie van je telefoon om de beste hotspot in je omgeving te vinden, of je kunt de database downloaden zodat je zelfs wanneer je offline bent een lijst met hotspots ter beschikking hebt. Wi-Fi Finder geeft details weer die je niet via het instellingenmenu van je telefoon kunt krijgen, zoals de aanbieder, het soort locatie (hotel, café, etc.), en of het om een gratis of betaalde hotspot gaat.

Als je bang bent dat apps data uit je mobiele datapakket leechen - bijvoorbeeld wanneer je een slechte wifi verbinding hebt en je telefoon automatisch naar mobiele datamodus overschakelt - zet je telefoon dan op Airplane Mode waardoor alle data, inclusief Bluetooth en wifi, wordt uitgeschakeld. Zet vervolgens de wifi functie weer aan om de hotspot te gebruiken. Deze tactiek is vooral handig als je in het buitenland bent en je niet door data roamingkosten verrast wilt worden.

3. Gebruik minder apps die veel data verbruiken

Sommige apps, zoals streaming muziek- en videospelers, kunnen binnen een week je datalimiet overschrijden. Je weet waarschijnlijk wel dat je beter zo min mogelijk Netflix-marathons moet houden, maar het zijn vooral andere datahongerige apps waar je op moet letten. Sociale netwerk apps (die constant op de achtergrond geüpdatet worden), spelletjes (die ads en notificaties versturen), en cloudopslag apps zoals Dropbox of Google Drive (die steeds of de achtergrond bestanden downloaden om gesynchroniseerd te blijven) kunnen ongemerkt veel data verbruiken.

©PXimport

Onavo Count houdt het dataverbruik van alle apps bij.

Je hebt een app nodig die rapporteert hoeveel data elke app op je telefoon verbruikt. Je kunt het beste een app van derden downloaden, zoals Onavo Count. Deze gratis app is beschikbaar voor Android en iOS, en laat zien hoeveel data je apps verbruiken, maar daar blijft het niet bij - je kunt wekelijkse en maandelijkse dataverbruiksrapporten genereren, en je kunt zien hoeveel data de 20 populairste apps gemiddeld verbruiken.

Onavo Count heeft bovendien een analysefunctie die aangeeft hoeveel data jouw apps verbruiken ten opzichte van die van andere mensen. Dit is handig omdat het je kan waarschuwen bij uitzonderlijk hoog verbruik; als jouw Dropbox app veel meer data verbruikt dan de Dropbox apps van anderen, dan kun je waarschijnlijk beter je synchronisatie-instellingen aanpassen.

Je kunt voor alledaagse taken (zoals browsen op het web) "lichtgewicht" apps gebruiken. Zo comprimeert Opera Mini (Android en iOS) websites voordat ze naar je apparaat verstuurd worden. Als je het niet erg vindt om alleen met tekst te browsen kun je TextOnly (Android) of Text Browser (iOS) gebruiken. Dit zijn zeer lichtgewicht browsers die alleen de leesbare tekst op een webpagina weergeven. Je bespaart dus data omdat je geen grote afbeeldingen of ads binnenhaalt.

©PXimport

Lightgewicht browsers zoals TextOnly kunnen websites terugbrengen tot enkel de tekst.

4. Advertenties blokkeren

Mobiele advertenties zijn niet alleen irritant, ze verbruiken ook nog eens veel data. Elke ad die je in een app, spelletje of website tegenkomt moet van een externe server gedownload worden. Gelukkig zijn er een aantal manieren waarop je reclame op je mobiele apparaat kunt weren.

Doorgaans kun je ads het gemakkelijkste elimineren door de "Pro" versie van een app of spelletje te kopen. Het kost vaak weinig, en je support de ontwikkelaar terwijl je je data conserveert. Je kunt ook proberen om apps en spelletjes zonder internet te spelen. Zet je telefoon op Airplane Mode en open de app - als het zonder internetverbinding kan functioneren kun je het zonder ads gebruiken.

©PXimport

AdAway op Android

Als je ads liever op de traditionele manier blokkeert zul je wat moeten graven - Google laat geen ad-blokkeringsapps meer toe in de Google Play store, en Apple heeft ze op iOS nooit toegestaan. Maar als je bereid bent om je Android apparaat te rooten kan een app zoals AdAway ads op websites en in spelletjes en apps blokkeren. Als je het niet erg vindt om je iPhone te jailbreaken, dan houdt AdBlocker ads op websites en in spelletjes en apps tegen.

5. Verbied achtergronddata

Je telefoon verbruikt constant data, ook wanneer hij in je broekzak zit. Veel apps, waaronder e-mail, sociale netwerken, en cloudopslag apps, controleren de hele tijd een server op afstand om te zien of er nieuwe e-mailberichten, updates, of nieuwe bestanden klaarstaan om gedownload te worden (via je datapakket). Dus je kunt je dataverbruik verminderen door de overdracht van achtergronddata (de data die notificaties aandrijft) te beperken.

Gebruikers van Android of iOS moeten proberen om niet teveel apps te downloaden die zichzelf constant verversen, zoals aandelenklokken, weer apps, en nieuwsupdates. Android gebruikers kunnen achtergronddata van de Google Play store beperken door aan te passen hoe de winkel apps updatet. Ga in de Google Play store naar Settings > Auto-update apps, en vink Do not auto-update apps of Auto-update apps over Wi-Fi only aan. iOS gebruikers hoeven zich geen zorgen te maken over automatische updates van apps.

Android gebruikers kunnen ook achtergronddata voor individuele apps beperken: Ga naar Settings > Wireless and network > Data usage en druk op de instellingen knop om Auto sync data aan of uit te zetten. Je kunt ook de achtergronddata voor verbonden accounts op diensten zoals Dropbox, Facebook, Google, LinkedIn, en Twitter beperken. Ga naar Settings > Accounts en druk op de account die je wilt beperken. Op dit scherm kun je per kiezen wat je wilt synchroniseren en hoe vaak.

iOS gebruikers kunnen achtergronddata bestrijden door push mail en push notificaties uit te schakelen. Om push mail uit te schakelen of ervoor te zorgen dat je mail app niet constant op nieuwe berichten controleert, ga naar Settings > Mail, Contacts, Calendars en druk op Fetch New Data. Verschuif de Push knop zodat het uitstaat, en stel het Fetch schema in op Manually. Op die manier halen apps die geen push notificaties ondersteunen alleen updates binnen wanneer je ze opent.

Je hebt echt genoeg aan 2GB

Je zult wat gemak moeten opofferen om binnen je datalimiet te blijven, maar het is zeker de moeite waard. Bovendien, wil je echt elke keer meteen wanneer iemand je laatste Instagram post leuk vindt een notificatie krijgen? Ik dacht het niet. Vergeet alleen niet om alle bovengenoemde datavreters uit te schakelen en zoveel mogelijk over wifi te downloaden.

Dit is een vrij vertaald artikel van onze zustersite TechHive.com, geschreven door Sarah Jacobsson Purewal (@geeklil). De mening van de auteur komt niet per definitie overeen met die van ComputerTotaal.nl.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.