ID.nl logo
Weblog of website: wat kiest u?
© Reshift Digital
Huis

Weblog of website: wat kiest u?

Het bouwen en onderhouden van een eigen website of weblog groeit in populariteit. Volgens een onderzoek heeft inmiddels zo'n zeven procent van de vrouwen en vijf procent van de mannen een weblog. Volgens het blad Emerce ligt het totaal aantal weblogs in Nederland naar schatting inmiddels rond de 600.000. Vreemd?

Het bouwen en onderhouden van een eigen website of weblog groeit in populariteit. Volgens een onderzoek heeft inmiddels zo'n zeven procent van de vrouwen en vijf procent van de mannen een weblog. Volgens het blad Emerce ligt het totaal aantal weblogs in Nederland naar schatting inmiddels rond de 600.000. Vreemd? Nou nee, het bijhouden van een website of weblog is een leuke manier om uw gedachten, hobby, werk of ander tijdverdrijf via internet met anderen te delen. Van de lezers van Computer Idee publiceert 75 procent van de lezers (nog) niet op internet. Benieuwd of dat gaat veranderen na het lezen van dit artikel. Computer Idee geeft praktische tips en helpt u bij het kiezen tussen een website of weblog.

Website versus weblog

Een website is een verzameling webpagina’s gegroepeerd onder een bepaalde webadres, de url (bijvoorbeeld www.computeridee.nl). Eigen pagina's veelal aangeduid met 'homepage', kunt u gerust ook een website noemen, zeker als die site verscheidene achterliggende pagina's bevat, want een homepage is eigenlijk de voorpagina van een website. Websites zijn in verschillende categorieën onder te verdelen. Dit wordt vooral bepaald door de inhoud van de website en de manier waarop die inhoud op een website wordt gepresenteerd.
Een weblog is een bepaald type website, gekenmerkt door zijn vorm en inhoud. Het is eigenlijk een soort digitaal dagboek waarbij de informatie in chronologische volgorde (van nieuw naar oud) wordt gepresenteerd. En omdat het om een soort dagboek gaat, moet een weblog ook regelmatig worden bijgewerkt. Dit betekent dat, anders dan bij veel andere typen website, voor het bijhouden van een weblog eigenlijk ieder dag wat tijd moeten worden vrijgehouden. Bovendien is een weblog zo ingericht dat bezoekers een zichtbare reactie kunnen achterlaten en dat het reageren hierop de eigenaar wat tijd zal kosten. Kortom, persoonlijk en interactief. Ook bij een 'gewone' website kan steeds nieuwe informatie worden toegevoegd. De nadruk ligt echter op de reeds (en steeds) aanwezige (basis)informatie en er is zelden sprake van een chronologische volgorde. Hier zit de meeste tijd in het maken van de website, en minder in het bijhouden ervan.
Weblogs komen voor in veel verschillende soorten en maten. Veel blogs, de bijnaam van weblog, begeven zich op persoonlijk vlak en ontstaan bijvoorbeeld uit een hobby. Iemand die veel reist heeft een 'travellog'. En iemand die gewoon een beetje zijn hart wil luchten houdt een 'lifelog' bij; een online dagboek waarin hij/zij de gebeurtenissen van het dagelijks leven beschrijft. Een relatief nieuwe variant is de 'moblog', een weblog waarbij de nieuwe toevoegingen bestaan uit foto's die zijn gemaakt en verstuurd vanaf een mobiele telefoon. Dit kan onder meer via www.moblog.nl.

Zelf aan de slag

Kiezen: weblog of website?

De keus tussen een weblog en website moet u maken voordat u overweegt hoe u ermee aan de slag gaat of hoe u het internet wilt verrijken. Met het inventariseren van uw wensen kunt u globaal inschatten wat het beste bij u past.

  • Een weblog is meer iets voor mij want:

  • Ik beschik vaak over allerlei leuke dingetjes (tekst, beeld, etc) die ik graag wil delen

  • Ik heb altijd wel iets nieuws te melden

  • Ik vind het leuk om op de reacties van bezoekers te reageren

  • Een website is meer iets voor mij want:

  • Ik wil er eenmalig tijd aan besteden, maar daarna zo af en toe

  • Ik heb wel genoeg te melden, maar liever niet iedere dag

Een weblog kunt u op verschillende manieren beginnen. Het makkelijkste is om dit on-line bij één van de aanbieders te doen. Bekende Nederlandse voorbeelden waar u gratis uw eigen weblog kunt maken zijn: web-log.nl, spaces.live.com en blogger.com. Overal is het een kwestie van aanmelden, inloggen en meteen beginnen. U kunt zelf in grote lijnen bepalen hoe het weblog eruit gaat zien. Bij eventuele vragen maakt u gebruik van de FAQ of Helpfunctie. En als u toch nog problemen hebt, dan zijn vaak andere gebruikers wel bereid om u een handje te helpen. Het grote voordeel van het onderbrengen van uw weblog bij een aanbieder is dat u binnen een paar minuten klaar bent. Nadelen zijn er ook: omdat u bij het bouwen alleen kunt kiezen uit kant-en-klare sjablonen en stijlen bestaat er een grote kans dat uw weblog lijkt op dat van de digitale buurman.
Voor mensen die zelf willen bepalen hoe hun weblog eruit komt te zien en niet bang zijn voor technische hindernissen, is het mogelijk er zelf eentje bouwen. In dat geval moet u een stukje serverruimte reserveren en hierop programmatuur installeren, waarmee u uw eigen weblog gaat ontwerpen. Voorbeelden zijn: Wordpress (wordpress.com) , Textpattern (textpattern.com) of MovableType (movabletype.nl). Er zijn zowel gratis als betaalde oplossingen.
Ook het bouwen van een 'gewone' website kan op verschillende manieren. De meeste internetaanbieders bieden hun abonnees enige serverruimte waarop zij hun creatie kunnen parkeren. Voor het construeren zijn verschillende betaalde en gratis webeditors. Met zo'n editor geeft u aan hoe u het wilt hebben en het programma vertaalt dit in html, de code die het uiterlijk van de pagina bepaalt. First Page 2006 van Evrsoft (www.evrsoft.com) is zo'n gratis programma om webpagina’s te maken. Zowel beginners als gevorderden kunnen hier uitstekend mee uit de voeten.
Het is – net als bij weblogs – ook mogelijk om gemakkelijk online een website te maken. Dit kan onder meer op www.lycos.nl, waar u gratis aan de slag kunt met de speciale online webeditor die het u makkelijk maakt. U kunt een voorbeeldsite selecteren en onder andere zelf uw kleuren kiezen. Verder zijn er nog tal van andere mogelijkheden. Bij problemen schakelt u de hulp van een Super User in. Dat is iemand die zelf een website bij Lycos heeft en al een stukje ervaring heeft opgebouwd.

Zelf hosten

Zoals reeds eerder gemeld geven veel internetproviders hun abonnees een stukje webruimte waar ze een website kunnen plaatsen. Vaak hebt u dan wel een lastig te onthouden domeinnaam zoals www.internetprovider.nl/members/~ajcdijkstra . Daar kunt u wat aan doen door een makkelijke domeinnaam te kiezen bij bijvoorbeeld www.dedijkstraatjes.nl en dit adres door te laten verwijzen naar uw website. U krijgt er dan ook een bijpassend emailadres bij. Dit kan gratis met reclame, en betaald zonder reclame. Gratis webspace van de internetprovider is echter meestal niet geschikt om ingewikkelde weblogsoftware te installeren. Wel kunt u er normale html-pagina's parkeren. Hebt u geen webruimte (bijvoorbeeld omdat u Direct adsl hebt van KPN) dan kunt u al vanaf ongeveer 15 euro per jaar elders webruimte huren. Daar komen dan nog wel de kosten van de domeinnaam bij (jaarlijks ca. 11 euro). Bij www.webhosters.nl kunt u verschillende aanbieders vergelijken op prijs en kwaliteit. U kunt hier klantervaringen bekijken en overzichtelijk zien welke diensten worden geleverd. Tip: wilt u software installeren om daarmee bijvoorbeeld een eigen weblog te beginnen? Controleer dan goed om welke specificaties de software vraagt voordat u zich aanmeldt voor een webhostingpakket.

Do's en don'ts

Vijf top-tips

Bent u klaar om aan de slag te gaan? Computer Idee geeft u vijf handige tips!

  • 1. Houd de lay-out van de pagina eenvoudig en overzichtelijk en maak het de bezoeker makkelijk uw teksten te lezen.

  • 2. Maak de teksten, zinnen en paragrafen niet te lang. Houd maximaal zo’n 15 woorden per zin en zo'n 100 tot 150 woorden per paragraaf aan. Wissel korte en lange zinnen af.

  • 3. Maak gebruik van foto's of andere afbeeldingen om de teksten te illustreren en de website aantrekkelijker te maken; het oog wil tenslotte ook wat.

  • 4. Prikkel de bezoeker uw website verder of vaker te bekijken. Voeg bijvoorbeeld interactieve elementen aan de site toe: zorg dat de bezoeker kan reageren, e-mailen of aan een quiz kan meedoen.

  • 5. Maak er geen kermis van. Hou het aantal kleuren (max.3 á 4) en bewegende afbeeldingen beperkt en gebruik niet allerlei verschillende lettertypen (max.2) door elkaar heen.

U zult niet de eerste zijn die best een website of weblog wilt hebben, maar eigenlijk niet weet wat er daadwerkelijk op moet komen. Kijk in dat geval eerst naar wat anderen zoal doen. In principe is alle informatie bruikbaar voor plaatsing op internet, afhankelijk van uw smaak en interesses en als het natuurlijk niet illegaal is. U kunt uw zielenroerselen delen met de rest van de wereld. Of als u een passie hebt voor postzegels, daarover publiceren en delen met andere verzamelaars. Zelfs uw kopje koffie in de ochtend kan de moeite waard zijn om over te schrijven. Zeker als u er iets grappigs of anderszins opvallends over kunt melden. Vergeet niet dat veel mensen uw teksten onder ogen kunnen krijgen; een spellingcontrole kan dus geen kwaad. Wat u op internet vindt –bijvoorbeeld een leuk filmpje of een handig programma – kunt u ook delen via uw website. Daarbij moet u wel rekening houden met de regels van auteursrechten. Wat u vooral níet op uw website of weblog moet zetten zijn uw persoonlijke gegevens. Het spreekt voor zich dat u uw creditcardnummer niet online plaatst, maar ook uw huisadres of telefoonnummer leent zich niet om op een website te plaatsen. Alleen wanneer u een website voor een bedrijf bijhoudt, zet u deze gegevens op een aparte pagina met contactgegevens.
Wees voorzichtig wanneer u uw e-mailadres op uw website te plaatst: spammers gebruiken speciale software waarmee deze emailadressen worden opgespoord.Voorzie uw website of weblog liever van een zogeheten mailformulier .Hiermee kunnen bezoekers via een speciale pagina contact met u opnemen en maakt u uw mailadres onzichtbaar.

Denk om het copyright!

Als u foto's of afbeeldingen maakt of teksten schrijft, vallen deze onder de Auteurswet. Dit betekent dat uw werk auteursrechtelijk beschermd is. Dit houdt dus ook in dat u andermans creatie(s) niet zomaar zonder toestemming openbaar mag maken. U kunt wel uw interpretatie
van bijvoorbeeld een artikel weergeven, maar niet het artikel letterlijk overnemen. Althans, niet zonder toestemming van de oorspronkelijke auteur. Citeren mag wel, mits u de bron vermeldt of een link plaatst naar de plek waar u dit vandaan hebt gehaald.
Let bij het maken of verfraaien van uw website ook op het gebruik van plaatjes of foto's. Ook hiervoor geldt dat u niet zomaar iets bruikbaars van een ander mag lenen. Maak voor zover mogelijk uw eigen beelden – bijvoorbeeld met behulp van de digitale (telefoon) camera – of neem anders eens een kijkje op cliparts.pagina.nl of clipart.zoeksite.nl waar veel gratis beeldmateriaal te vinden is.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.