ID.nl logo
Met deze alternatieve zoekmachines zoek je veel gerichter
© Reshift Digital
Huis

Met deze alternatieve zoekmachines zoek je veel gerichter

Googles zoekmachine heeft bij ons een marktaandeel van meer dan 90 procent. Eigenlijk jammer, want er zijn nog heel wat andere zoekmachines en openbare bronnen die meer oog hebben voor je privacy. Ook vinden deze specifieke informatie die je via Google niet of nauwelijks te pakken krijgt. In dit artikel maak je kennis met enkele alternatieve zoekmachines.

Sommige gebruikers zetten meerdere zoekmachines in. Ze proberen het bijvoorbeeld eerst bij Google en als ze daar niet vinden wat ze zoeken, spreken ze ook een zoekmachine als Bing aan. Zogeheten metazoekmachines, oftewel search aggregators, doen dat zelf. Ze geven je zoekterm automatisch door aan meerdere zoekmachines, waarna ze de resultaten ophalen om die opgeschoond in de resultatenlijst te presenteren.

Dogpile is een Engelstalige metasearcher, met een wat woelige geschiedenis van zo’n vijfentwintig jaar. Deze site speelt je zoekterm door aan onder meer Google, Bing en Yahoo. Er zijn zoekrubrieken voor het web, afbeeldingen, video’s en nieuwsberichten. Afgezien van een filter voor expliciete content, zijn er helaas nauwelijks opties om in te stellen. 

Ook Excite bestaat al vele jaren, maar heeft al wel flink aan populariteit ingeboet. De webdienst maakt onder meer gebruik van Bing, maar het is niet zo duidelijk uit welke andere vaatjes de zoekmachine tapt. Net zoals bij Dogpile kun je ook hier zo goed als geen voorkeuren instellen.

©PXimport

Metasearchers zoeken zelf binnen meerdere zoekmachines naar resultaten

-

Wetenschappelijk

Zoekmachine WolframAlpha heeft zich onmiskenbaar toegelegd op wiskundige en wetenschappelijke berekeningen. Er is zelfs een tooltje beschikbaar waarmee je gemakkelijker wiskundige formules kunt invoeren. Vul je bijvoorbeeld de zoekterm world population growth in, dan krijg je naast een interactieve tabel ook diverse andere demografische data te zien, zoals levensverwachting, jaarlijkse geboortes en verdeling man/vrouw. Je kunt de gebruikte bronnen raadplegen en meteen doorklikken. Op www.wolframalpha.com/examples kun je terecht voor inspirerende voorbeelden.

Beschik je over een Pro-account (vanaf 5,50 dollar per maand), dan heb je meer mogelijkheden tot je beschikking, zoals het aanpassen van de weergave of het downloaden van de onderliggende data in diverse formaten.

Heb je meer met academische publicaties, dan kun je moeilijk buiten Google Scholar, met meer dan tweehonderd miljoen artikelen in de database. Voorheen was er ook nog Microsoft Academic, met een vergelijkbare hoeveelheid artikelen, maar helaas heeft Microsoft eind 2021 de stekker uit het project getrokken. Europese tegenhangers zijn onder meer CORE (200 miljoen documenten) en het Duitse BASE (280 miljoen documenten). Alle databases staan het toe de documenten te exporteren naar onder meer het BibTeX-formaat en bieden links aan naar de volledige tekst in pdf-formaat.

Figshare is ook nog het noemen waard, want in deze database zijn de meeste documenten, verslagen, foto’s en video’s beschikbaar gesteld volgens CC0 of CC BY (zie het kader ‘Creative Commons’). Je kunt hier ook zelf data uploaden.

©PXimport

Creative Commons

In dit artikel vermelden we verschillende vrij openbare bronnen. Dat houdt in dat iedereen daar gratis terecht kan om allerlei informatie te raadplegen. Maar: lees de licentievoorwaarden goed door voordat je gevonden documenten of mediamateriaal zelf gaat gebruiken. 

Om materiaal zonder meer zelf te mogen gebruiken, moet het bijvoorbeeld tot het publieke domein behoren. Denk hierbij aan werken waarvan de auteurs meer dan zeventig jaar geleden zijn overleden. Of het moeten werken zijn die zijn vrijgegeven via een licentie, zoals GFDL (GNU-licentie voor vrije documentatie), CC0 1.0 of CC BY(-SA) (4.0).

CC staat voor Creative Commons, met verschillende licentietypes. Na CC0, waarbij er geen enkele rechten op het werk zitten, zijn de meest ‘vrije’ types CC BY (voor eigen gebruik is alleen een naamsvermelding vereist) en CC BY-SA (hierbij zijn zowel naamsvermelding als ‘gelijk delen’ vereist, wat zoveel betekent als: verspreiden onder dezelfde licentievorm). Meer informatie vind je op www.creativecommons.nl/uitleg.

©PXimport

Artistiek

Bijna elk museum dat zijn naam waardig is, heeft een digitale collectie. Om slechts twee indrukwekkende voorbeelden te geven: het Louvre heeft bijna 500.000 werken opgenomen in zijn digitale collectie en het Museum of the City of New York heeft vele tienduizenden objecten gedigitaliseerd waarmee je het stadsverleden kunt verkennen.

Ben je op zoek naar een kunstwerk? Dan is een goed algemeen vertrekpunt het Canadese Artcyclopedia. Deze zoekmachine oogt niet bepaald artistiek, maar je kunt hier wel terecht voor zo’n 9.000 kunstenaars, verzameld uit bijna 3.000 kunstsites en musea. Je kunt onder meer zoeken op naam (van kunstenaar of museum) en op titel van het werk.

Vergelijkbaar van opzet, maar dan met de focus op Europese (schilder)kunst, is het Hongaarse The Web Gallery of Art, met circa 51.000 werken, geproduceerd door zo’n 4.000 kunstenaars. Je mag de afbeeldingen gratis gebruiken voor persoonlijke en educatieve doeleinden.

Een must om te bekijken, is het Google Arts & Culture Project, met een onlinecompilatie van afbeeldingen van kunstwerken uit musea over de hele wereld. Niet zelden gebeurt dit in verhaalvorm, inclusief virtuele tours.

©PXimport

Literair

Ben je op zoek naar literaire werken, dan kun je niet buiten Google Books. Voor dit project, opgestart in 2004, heeft Google inmiddels wereldwijd onvoorstelbare hoeveelheden boeken gescand en gedigitaliseerd, vooral uit universitaire bibliotheken. Momenteel zouden er uit Nederland alleen al meer dan 600.000 boeken online zijn te raadplegen.

Voor e-books moet je zijn bij Project Gutenberg. Dat bestaat inmiddels uit een collectie van meer dan 60.000 gratis e-books in epub- en mobi-formaat (Kindle). De focus ligt hierbij wel op oudere werken, vooral Amerikaans, die inmiddels tot het publieke domein behoren. 

Wie meer geïnteresseerd is in de klassieke Nederlandstalige literatuur, kan terecht bij de onlinebibliotheek van het Project Laurens Jz. Coster. Alle beschikbare werken zijn vrij van copyright. Er zijn sinds 2001 geen teksten meer toegevoegd, maar de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren heeft de digitalisering van deze oude werken voorgezet.

Voor de meer hedendaagse e-books en luisterboeken kun je natuurlijk aankloppen bij de onlinebibliotheek, onderdeel van de Koninklijke Bibliotheek.

©PXimport

Visueel

Heb je een afbeelding nodig voor je document of website? De zoekmachines van zowel Google als Bing beschikken weliswaar over een rubriek Afbeeldingen, maar veel van de gevonden resultaten zijn beschermd door copyright. Je moet dan zelf nog filteren op gebruiksrecht of licentie. Dat werkt het best met Bing: via Licentie kun je namelijk een specifiek Creative Commons-type selecteren, zoals Openbaar Domein of Mag worden aangepast, gedeeld en commercieel worden gebruikt.

Slimmer is het om in de onlinecollecties van Pixabay (zo’n 2,5 miljoen foto’s) of Pxhere (zo’n 1,25 miljoen foto’s) naar stockbeeld in hoge resoluties te zoeken. Beide sites bieden namelijk uitsluitend gratis foto’s aan die je commercieel mag gebruiken en zelfs mag bewerken. Op beide websites kun je de resultaten filteren op criteria als type, afdrukstand, thema, afmetingen en kleur. Om een geschikte foto te kunnen downloaden, moet je je wel gratis registreren.

Heb je al een afbeelding, maar ben je op zoek naar iets wat daarop lijkt, dan kan TinEye goed van pas komen. Je uploadt de afbeelding op de website of je verwijst naar de url van de foto en TinEye gaat meteen op zoek naar vergelijkbare exemplaren.

Zowel Bing als Google bieden eveneens zo’n reverse search-functie aan. Bij Bing druk je hiervoor op het knopje Zoeken met behulp van een afbeelding, bij Google is dat Zoeken op afbeelding. Het zal geen verrassing zijn dat zo’n functie ook handig kan zijn om eventuele copyrightovertredingen op te sporen.

©PXimport

Openbaar

Veel informatie bevindt zich in het deepweb (zie het kader onderaan dit artikel ‘Darkweb’) en daar horen vaak ook allerlei openbare en al dan niet vrij te raadplegen databases toe. Een typisch voorbeeld hiervan is het Kadaster. Op basis van een adres kun je tegen betaling allerlei informatie opvragen, zoals van wie het eigendomsobject is, wat de koopsom en hypotheek is, het woningrapport en de kadastrale kaart. Je vindt hier tevens een link naar een topografische tijdreis van zo’n tweehonderd jaar.

Op de website van de Rijksoverheid vind je talloze informatie van de diverse ministeries. Tenzij anders vermeld, is hier de CC0-licentie van toepassing op de aangeboden documenten. Interessant is ook de website van het NGR (Nationaal Georegister). Vul op deze website een zoekterm en de beoogde locatie in waarover je informatie zoekt of open een van de categorieën, zoals natuur en milieu, economie, maatschappij of gezondheid. Je kunt vervolgens de informatie verder verfijnen op bijvoorbeeld Licenties (waaronder Public Domain, CC0 en CC-BY). Alle geselecteerde onderdelen kun je als afzonderlijke lagen aan een landkaart toevoegen.

In België kun je het kadastrale percelenplan gratis raadplegen via CadGIS. Voor gedetailleerdere informatie over je eigen eigendommen, meld je je aan bij MyMinfin. Daarna kun je Mijn woning / Mijn onroerende gegevens raadplegen selecteren. Je kunt ook andere kadastrale uittreksels aanvragen, maar daarvoor moet je betalen.

©PXimport

Darkweb

In dit artikel bespreken we zoekmachines en diensten waarmee je ook het deepweb kunt doorzoeken. Dat zijn informatiebronnen als onlinedatabases, die normaal gesproken alleen via een directe url of ip-adres bereikbaar zijn.

Nog dieper verborgen is het darkweb. Dit bestaat uit een hele reeks hidden services met complexe url’s in het zogeheten .onion-domein. Op www.thehiddenwiki.org vind je een lijst met zoekmachines die binnen het darkweb opereren.

Met Tor2web-proxy’s kun je ook met een gewone browser door het darkweb struinen. Het volstaat hiervoor om in de adressen het domein .onion te vervangen door bijvoorbeeld .onion.ly, .onion.pet of .onion.ws, of door de url te plakken op de webpagina van 4everproxy. Helaas werken zulke omgeleide verbindingen meestal tergend traag en garanderen ze evenmin enige anonimiteit.

Wil je écht het darkweb op, dan heb je de speciale Tor Browser nodig (beschikbaar voor Windows, macOS, Linux en Android). Hiermee kun je zoekmachines als Torch, Ahmia of Haystak aanspreken. Je bent wel gewaarschuwd: illegale of dubieuze websites bevinden zich vaak maar een muisklik van je vandaan.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.