ID.nl logo
Aqara M2 review - Smarthome-hub met beperkingen
© Reshift Digital
Huis

Aqara M2 review - Smarthome-hub met beperkingen

De Aqara M2 is een smarthome-hub met een aantal handige functies, die helaas niet altijd even goed benut worden. Doe je er goed aan te investeren in dit ecosysteem of kun je beter voor een alternatief kiezen? Dat lees je in deze Aqara M2 review.

De belofte van een smarthome-hub is groots. Met zo’n hub in huis kun je allerlei slimme apparaten aan elkaar en met het internet verbinden. Veel smarthomeproducten komen ook met hun eigen hub, zoals de slimme lampen vanPhilips Hue. Echter, wanneer je voor allerlei apparaten verschillende hubs moet gebruiken, dan kom je terecht in een wirwar van kabels, plastic en draadloze verbindingen. Daarom is één hub handig; maar dat is voorlopig nog echt toekomstmuziek.

We verwachten niet dat er op korte termijn één smarthome-hub to rule them all op de markt uitgebracht wordt. Maar het zou wel fijn zijn dat wanneer je een hub van een derde, onafhankelijke partij koopt, je die hub kunt gebruiken voor het aansluiten van andere hubs. Zodoende heb je één app nodig voor al je apparaten, mits die natuurlijk de juiste ondersteuning aanbieden. Veel hubs ondersteunen Zigbee, Z-waveof allebei, terwijl Thread ook steeds belangrijker wordt.

©PXimport

De Aqara M2 is een ronde, lekker compacte en strak vormgegeven hub met ondersteuning voor wifi 5 (alleen op 2,4 GHz), bluetooth 5.0 en Zigbee 3.0. Daarnaast zijn er ook drie fysieke aansluitingen, namelijk een ethernet-, een usb-a- en een micro-usb-poort. Zo heb je zelf in de hand hoe je de hub aansluit. Je kunt hem met een (niet meegeleverde) usb-adapter aan een stopcontact koppelen en kunt als back-up een powerbank gebruiken, bij stroomuitval.

De hub kan standaard tot 32 apparaten hebben. Wanneer je extra nodes in het netwerk plaatst, dan rek je dat aantal op tot 128. Extra nodes zijn bijvoorbeeld slimme stopcontacten of wandknoppen; die versterken het signaal van de M2. Voor een gemiddeld huishouden moet 128 slimme apparaten genoeg zijn. Voor menig gebruiker is 32 wellicht ook wel genoeg, tenzij je natuurlijk elke deur en elk raam van een bewegingssensor voorziet en allerlei slimme stopcontacten plaatst in huis.

©PXimport

Twee andere kenmerken zijn de infraroodsensor en de ingebouwde speaker. Die sensor wordt gebruikt voor een koppelen van apparaten die met een infraroodafstandsbediening werken, zoals tv’s of airco’s. Dan moet je model wel ondersteund en gevonden worden door de hub en dat kan voor problemen zorgen. De ingebouwde speaker is handig voor de notificaties, beveiligingsmeldingen en voor zaken als een Aqara-deurbel. Dan is het een soort chime.

In de communicatie van Aqara wordt gemeld dat de Aqara M2 ondersteuning aanbiedt voor zaken als Apple HomeKit, Google Assistent en Amazon Alexa. Echter, in Nederland zijn die verbindingen nog niet actief. Je kunt de spullen die je dus bij de hub koopt, niet opnemen in een bestaand netwerk van bijvoorbeeld de Google Assistent. Dat is ontzettend jammer, omdat de hub verder heel weinig apparaten van derden ondersteunt. Zo voelt het systeem afgesloten en beperkt.

©PXimport

De Aqara M2 in gebruik

Naast de smarthomehub hebben we van Aqara ook enkele accessoires gekregen, zoals een lamp, stopcontact en verschillende sensoren. Het aansluiten van de verschillende producten gaat gemakkelijk. Voordat je dit echter kunt doen, dien je de hub klaar te maken. Dat is eveneens zo gepiept. Je sluit hem aan, downloadt de app en volgt de instructies op, die op het scherm verschijnen. Datzelfde geldt voor alle devices die je vervolgens koppelt.

De aankleding van de app heeft wat weg van een combinatie van Apple HomeKit en het Tuya-smarthomesysteem. Na het installeren van de hub en de apparaten, presenteert de app op het openingsscherm een aantal opties. Dit zijn apparaten, maar ook de metingen van sensoren. Je kunt de metingen bekijken en door op de snelkoppeling te tappen krijg je toegang tot uitgebreide informatie. In een grafiek zie je de metingen van de dag of van de afgelopen week.

Per apparaat verschillen de mogelijkheden. Een lamp kun je in- en uitschakelen, of bijvoorbeeld de kleurtemperatuur aanpassen. In ons geval is het een lamp zonder kleurenopties, dus dat is dan in dit specifieke geval niet te regelen. Mocht je zo’n lamp hebben, dan komen die opties in beeld wanneer je het apparaat dus via de snelkoppeling in de app opent. Verder kun je de naam en locatie aanpassen en is er een overzicht van automatisaties die aan dit product gekoppeld zijn.

©PXimport

Apparaten aan elkaar koppelen

Niet alleen het installatiescherm doet ons denken aan Tuya (links zie je een lijst met type apparaten, rechts een overzicht van die apparaten), maar ook de manier waarop je automatiseringen regelt. Dat werkt namelijk volgens een heel simpel principe: als dit, dan dat. Eigenlijk is dit het beste te omschrijven als een basale versie van If This Then That (IFTTT), maar Tuya heeft het principe met al z’n white labels daadwerkelijk toegankelijk gemaakt voor de gemiddelde consument.

Het belangrijkste is echter dat het gewoon werkt en dat de app in alle gevallen overzicht biedt. De concurrentie kijkt nou eenmaal naar elkaar, dus is het niet vreemd dat echt goede aspecten overgenomen en binnen een eigen omgeving uitgewerkt en aangepast worden. Onderaan de app is een navigatiebalk met vijf opties: Home, Accessoires, Automation, Scene en Profile. Bij de derde optie kun je de automatiseringen regelen, bij optie twee installeer je de apparaten.

©PXimport

Hoewel de opties ietwat basaal zijn in vergelijking met IFTTT, is er toch redelijk wat mogelijk. Je kunt een automatisering laten beginnen op basis van een andere automatisering, maar ook een timer of door het weer. Je kunt vrijwel alle apparaten gebruiken als beginpunt, maar niet als hetgeen wat beïnvloed wordt. Dat is logisch. Wanneer je een slimme knop hebt, dan is dat vaak een beginpunt. Dat kun je niet inzetten als eindpunt, zoals een lamp dat wel is.

Een andere optie is het aanmaken van scenes. Scenes zijn eigenlijk een verzameling opdrachten die je in één keert uitvoert. Zo kun je met een druk op de knop, in de app, bijvoorbeeld een slimme en een domme lamp tegelijkertijd activeren. De domme lamp moet dan wel aangesloten zijn op het slimme stopcontact. Je kunt ook scenes met elkaar combineren en zo bijvoorbeeld alle lampen laten aangaan op een bepaalde verdieping of juist een kamer. Je krijgt hier gewoon de tools voor.

©PXimport

Het is wel mogelijk apparaten van derden te gebruiken met de Aqara M2-smarthomehub, maar dat zijn er niet veel. Het gaat om speakers van Sonos, televisies van Hisense en robotstofzuigers van Ecovacs en Roborock (van Xiaomi). Dat is echt vrij mager. De kans is klein dat je zelf één van die apparaten hebt, waardoor je hier dus niet optimaal gebruik van kunt maken. Heb je dat wel op het oog, dan kun je beter naar een uitgebreider systeem kijken.

Hoewel er geen Google Assistent-ondersteuning is momenteel, is er wel een goede verbinding met Apple HomeKit. Je kunt alle apparaten gewoon bedienen vanuit de Woning-applicatie van het bedrijf. Daardoor krijg je toegang tot veel meer koppelingen en mogelijkheden. Echter, ook hier bestaat de kans dat je geen HomeKit gebruikt, waardoor een deel van de beloofde functionaliteit dus niet toegankelijk is. Aan Assistent-ondersteuning wordt momenteel gewerkt.

©PXimport

Conclusie

Met de producten die we gekoppeld hebben aan de Aqara M2 zijn we geen problemen tegengekomen. De verbinding is stabiel, doch wat langzaam. Maar dat komt omdat we de hub via wifi gekoppeld hebben en niet middels een ethernetpoort. Daarnaast is de app ook een beetje traag met het updaten van de snelkoppelingen, waardoor je meer dan eens te vaak tapt. Dat levert geen problemen op, gelukkig. Maar je moet dus wel even geduld tonen.

Het grootste probleem is dat je toegang hebt tot relatief weinig te koppelen apparaten. Ja, Aqara biedt genoeg sensoren, camera’s, lampen en andere accessoires aan, maar dat is alleen interessant voor wanneer je nog niet aan een smarthome begonnen bent (of al gebruikmaakt van Apple HomeKit). Heb je bijvoorbeeld al iets van Philips Hue, met Google Assistent of een ander bekend smarthomemerk, dan kan de hub van Aqara daar helaas helemaal niets mee.

Daarom kunnen we de hub niet aan iedereen aanbevelen. Nu is de hub interessant voor mensen met Apple HomeKit of mensen die op zoek zijn naar een toegankelijke en goedkope smarthomehub. Helaas kun je weinig tot geen externe apparaten (die dus niet tot het Aqara-systeem zitten) gebruiken met de hub, waardoor die voor weinig mensen interessant is. In de toekomst kan dat nog veranderen. Maar voor nu stelt de toegankelijke hub daardoor teleur.

Goed
Plus- en minpunten
  • Goedkoop en toegankelijk
  • Automatiseringen en scenes
  • Overzichtelijke app
  • Geen tot weinig externe apparaten
  • Nog geen Google Assistent
  • App een beetje traag
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.