ID.nl logo
Tien microcontroller-bordjes vergeleken
© Reshift Digital
Huis

Tien microcontroller-bordjes vergeleken

Toen de Raspberry Pi Foundation begin 2021 de Raspberry Pi Pico aankondigde, bleek dit een geduchte concurrent voor de Arduino-microcontrollerbordjes te zijn. Nog opvallender was dat ze hier een eigen chip voor ontwikkeld hadden: de RP2040. Het duurde niet lang tot andere fabrikanten rond diezelfde chip ook allerlei microcontrollerbordjes bouwden. Maak kennis met tien van deze kleine krachtpatsers.

De wereld van elektronicaknutselaars is in twee domeinen onderverdeeld: die van de singleboardcomputers en die van de microcontrollerbordjes. Een singleboardcomputer, waarvan de Raspberry Pi het bekendste voorbeeld is, heeft een relatief krachtige processor, intern geheugen (RAM), soms eigen opslag, video-uitvoer enzovoort. Allemaal eigenschappen die we van een desktopcomputer of laptop kennen, maar dan in een kleinere vorm.

Een microcontrollerbordje daarentegen, zoals de bekende Arduino-bordjes, is een printplaatje waarop bijna alle functionaliteit in één chip ingebouwd is: de microcontroller. Die bevat doorgaans zowel de processor als het RAM en ROM. De processor in een microcontroller is heel wat minder krachtig dan die in een singleboardcomputer en er is minder geheugen beschikbaar.

Waarom zou je dan een microcontrollerbordje gebruiken als een singleboardcomputer zoveel krachtiger is? Microcontrollers zijn betrouwbaarder omdat ze geen heel besturingssysteem draaien, maar enkel de code die jij erin programmeert. Bovendien zijn ze goedkoper en verbruiken ze minder energie. Voor eenvoudige toepassingen zijn microcontrollers dan ook heel geschikt.

De Arduino-microcontrollerfamilie is het laatste decennium populair geworden bij elektronicaknutselaars. Maar de Raspberry Pi Pico is een geduchte concurrent, niet in het minst door de krachtige RP2040: een dualcore ARM Cortex-M0+-microcontroller van 32 bit. We bekijken tien microcontrollerbordjes met de RP2040-chip.

Raspberry Pi Pico

De Raspberry Pi Pico was het eerste ontwikkelbordje met de RP2040-microcontroller en is nog altijd het beste voor algemene toepassingen. Het is goedkoop (rond de 5 euro) en perfect ondersteund door allerlei ontwikkelsoftware in het RP2040-ecosysteem. Bovendien beschikt het bordje van 51 × 21 mm over 40 pinnen, waarvan 26 GPIO-pinnen die voor algemeen gebruik in te zetten zijn en 3 ADC-pinnen om analoge signalen in te lezen.

De microcontroller programmeren doe je via de micro-usb-aansluiting of via de SWD-pinnen (Serial Wire Debug) aan de andere kant. Naast de chip is er 2 MB flashgeheugen op het bordje gesoldeerd. Dat is het minste van alle RP2040-bordjes, maar ruimschoots voldoende voor de meeste toepassingen. Ter vergelijking: de Arduino Uno en Nano hebben maar 32 KB flashgeheugen en zelfs de Nano 33 BLE is ‘maar’ met 1 MB uitgerust.

De Raspberry Pi Pico is met of zonder header te koop. Er bestaan ook allerlei uitbreidingsbordjes en displaymodules die op de header passen, waardoor je hiermee wel heel eenvoudig je eerste stappen in de microcontrollerwereld zet.

©PXimport

Arduino Nano RP2040 Connect

Hoewel de Raspberry Pi Pico als concurrent voor Arduino-bordjes in de markt wordt gezet, levert de Raspberry Pi Foundation zijn RP2040-chip ook aan concurrerende producenten, en zo ook aan het team achter Arduino. Zij hebben de chip ingebouwd in een premiumbordje (rond de 26 euro): de Arduino Nano RP2040 Connect. Deze heeft de afmetingen van een Arduino Nano (45 × 18 mm met 30 pinnen), maar beschikt dankzij de RP2040 wel over veel meer rekenkracht. Bovendien is er maar liefst 16 MB flashgeheugen aanwezig, de maximale capaciteit die de RP2040 ondersteunt. 

Verder zit het bordje tjokvol functionaliteit. De u-blox NINA-W102-module biedt wifi en bluetooth, en er zit ook een bewegingssensor, microfoon, cryptochip en RGB-led in. Van de 22 GPIO-pinnen zijn er 20 voor PWM (Pulse Width Modulation) bruikbaar en 8 zijn er analoog. De softwareondersteuning is ook uitstekend, zowel in de Arduino IDE als in de ontwikkelomgevingen voor MicroPython en CircuitPython. 

Er is uiteraard ook rechtstreekse ondersteuning voor het bordje in de Arduino IoT Cloud, Arduino’s clouddienst waarin je microcontrollers programmeert. Al met al heeft dit bordje wel een stevige prijs, maar door alle functionaliteit is het een veelzijdig ontwikkelbordje voor IoT-toepassingen.

©PXimport

Adafruit Feather RP2040

Adafruit brengt al jaren ontwikkelbordjes met diverse processorfamilies uit in zijn Feather-reeks, met standaardafmetingen van 50,8 × 22,8 mm en 28 pinnen. Deze Adafruit Feather RP2040 is daar een nieuw lid van. 21 pinnen zijn algemeen bruikbare GPIO-pinnen, waarvan 4 ADC-pinnen, dus één meer dan de Raspberry Pi Pico. Voor wie een extra analoog signaal wil uitlezen, is het bordje dan ook heel interessant. Maar ook daarnaast is het bordje goed uitgerust. Er is niet alleen een rode led, maar ook een RGB-led van het NeoPixel-type. 

Het flashgeheugen van 8 MB is ruim. Gebruik je MicroPython of CircuitPython, dan heb je nog een 7 MB over. Verder heeft de Adafruit Feather RP2040 een STEMMA QT-connector, waardoor je eenvoudig een component met een STEMMA QT-, Qwiic- of Grove I²C-stekker aansluit. Het bordje heeft een usb-c-connector en aan de zijkant een JST-PH-connector voor een LiPo-batterij. De ingebouwde batterijlader laadt een aangesloten batterij als je usb aangesloten hebt.

Zonder usb haalt het bordje zijn voeding uit de batterij. Dat maakt de Adafruit Feather RP2040 dus ideaal voor mobiele toepassingen.

©PXimport

SparkFun Thing Plus - RP2040

Adafruits Feather-formaat staat ook open voor andere fabrikanten en concurrent SparkFun heeft daar gebruik van gemaakt met zijn Thing Plus - RP2040. Het bordje lijkt sterk op de Adafruit Feather RP2040, inclusief de vier ADC-pinnen. We vinden hier dezelfde Qwiic-connector, usb-c-connector en JST-PH-connector voor een LiPo-batterij. Met zijn 59 × 23 mm is het bordje wel iets groter dan zijn voorbeeld. De connectoren staan dan ook net iets anders gepositioneerd. Zo staat de Qwiic-connector naast de batterijconnector. Bovendien heeft het bordje aan de onderkant een microSD-kaartslot. 

Wil je in je microcontrollertoepassing veel data opslaan (voor datalogging van sensormetingen) of inlezen (zoals afbeeldingen of audio), dan is de SparkFun Thing Plus - RP2040 dankzij dit kaartslot een heel interessant bordje. De communicatielijnen zijn aan specifieke GPIO’s toegekend en daarmee kun je je microSD-kaart met bijvoorbeeld MicroPython als massaopslag aanspreken. 

Verder is het bordje ook heel ruim voorzien van 16 MB flashgeheugen, evenals van een blauwe led en NeoPixel-RGB-led. Er zijn ook tien pingaatjes waarop je een header kunt solderen voor JTAG/SWD-debugging.

©PXimport

Seeed XIAO RP2040

Waarschijnlijk de kleinste telg in de RP2040-familie is de Seeed XIAO RP2040, die maar 20 × 17,5 mm meet. Dat heeft natuurlijk zijn weerslag op het aantal GPIO-pinnen: dat zijn er maar 11. Die zijn wel allemaal met PWM te gebruiken en 4 ervan ook als analoge pin. Op de onderkant heb je ook pads voor SWD. De Seeed XIAO RP2040 is uitgerust met 2 MB flashgeheugen, een usb-c-connector, een gewone led en een NeoPixel-RGB-led. In feite maken deze specificaties van de Seeed XIAO RP2040 gewoon een kleinere versie van de Raspberry Pi Pico met een RGB-led.

Maar de veelzijdigheid van de GPIO-pinnen maken het bordje heel flexibel. Dankzij de vier analoge pinnen kun je er potentiometers of analoge sensoren op aansluiten. En omdat alle pinnen PWM ondersteunen, kun je er de helderheid van leds of de snelheid van motoren mee aansturen. Bovendien kun je ook I²C, SPI en UART op de pinnen gebruiken. Kortom, het bordje is geschikt voor heel wat toepassingen waarin compacte afmetingen belangrijk zijn.

©PXimport

Solder Party RP2040 Stamp

De RP2040 Stamp van het Zweedse Solder Party is met zijn 25 × 25 mm iets groter dan de Seeed XIAO RP2040, maar heeft als voordeel dat het toegang geeft tot alle 30 GPIO’s van de microcontroller. Daardoor heb je de beschikking over twee keer I²C, twee keer SPI, twee keer UART, 16 pinnen met PWM en 4 analoge pinnen. Om dit alles zo compact te houden, staan de pingaten aan de vier zijden wel op 2 mm afstand van elkaar, waardoor dit bordje niet op een breadboard past. 

Er is geen usb-connector gemonteerd, maar de usb-pinnen zijn wel beschikbaar. Het bordje kan via deze pinnen gevoed worden of via de ingebouwde voedings- en laadschakeling (zonder bescherming) voor een LiPo-batterij. De flashchip heeft een capaciteit van 8 MB. De RP2040 Stamp is open hardware: alle hardwareschema’s zijn gepubliceerd onder een CERN-licentie.

Solder Party heeft ook een bijbehorend RP2040 Carrier Board dat de Arduino Uno Shield-pinout volgt. Als je de RP2040 Stamp hierop monteert, heb je connectoren voor usb-c, Qwiic/STEMMA QT, een LiPo-batterij, DC-aansluiting en een SWD-header.

Pimoroni Pico LiPo

De Pico LiPo van Pimoroni heeft dezelfde pinout als de Raspberry Pi Pico en is daardoor ook volledig compatibel met allerlei Raspberry Pi Pico-add-ons. Daarnaast komt het bordje met heel wat leuke extra’s. Zo is het uitgerust met een usb-c-poort en een Qwiic/STEMMA QT-connector, evenals een JST-SH-connector voor SWD. Een JST-PH-batterijconnector maakt het plaatje compleet. De laadschakeling heeft een bescherming ingebouwd. Er is ook een aan-uitknop, wat handig is als je bij batterijgevoede toepassingen stroom wilt besparen wanneer je het bordje even niet nodig hebt. 

De Pico LiPo meet 53 × 21 mm, dus twee millimeter langer dan de Raspberry Pi Pico, en is beschikbaar met 4 of 16 MB flashgeheugen. Die laatste versie is zo’n drie keer duurder dan de Raspberry Pi Pico, maar met alle extra functionaliteit én de compatibiliteit met de add-ons is dat zeker niet te duur voor draagbare toepassingen. Zowel MicroPython als CircuitPython en C/C++ zijn ondersteund.

©PXimport

Pimoroni Badger 2040

De Pimoroni Badger 2040 is een RP2040 gemonteerd op de achterkant van een zwart-wit e-paperscherm van 2,9 inch, met vijf knoppen. Hij is uitgerust met 2 MB flashgeheugen, een usb-c-connector en een JST-PH-connector voor een batterij, en een connector voor Qwiic/STEMMA QT. Er zijn ook nog enkele pads aan de achterkant voor toegang tot I²C, UART en SWD.

Pimoroni verkoopt ook een kit met accessoires, waarin twee AAA-batterijen en een batterijhouder zitten, klittenband om de batterijhouder aan het bordje te bevestigen, een usb-c-naar-usb-a-kabel en een nekkoord dat door een sleuf in het bordje past. Hiermee heb je dan een draagbaar schermpje dat door de e-papertechnologie heel zuinig is. Wil je een LiPo-batterij aansluiten, neem er dan een met ingebouwde bescherming, want de Badger 2040 is niet voorzien van batterijbescherming.

Een belangrijke beperking is wel dat het bordje geen batterijlader heeft. Je hebt dus een externe LiPo-lader nodig als je je batterij wilt opladen. Pimoroni’s software maakt het heel eenvoudig om in MicroPython tekst en afbeeldingen op het scherm te tonen.

Cytron Maker Pi RP2040

Wil je met de RP2040 motoren aansturen, bijvoorbeeld voor een robot of om planten water te geven, dan is de Maker Pi RP2040 van Cytron het ideale bordje. De ingebouwde motordriver kan twee DC-motoren (inclusief statusleds en testknoppen) en vier servomotoren aansturen. Er zijn 13 indicatorleds voor de status van de GPIO-pinnen, een piëzozoemer met schakelaar om hem te dempen qua geluid, twee drukknoppen, twee NeoPixel-RGB-leds en maar liefst zeven Grove-connectoren voor I²C, SPI, UART of analoge communicatie. 

De RP2040 op het bordje wordt vergezeld van 2 MB flashgeheugen, een micro-usb-aansluiting en een aansluiting voor een LiPo-batterij. De ingebouwde LiPo/Li-Ion-laadschakeling heeft bescherming tegen overladen en ontladen. Het bordje komt ook met een aan-uitschakelaar en meet 88 × 64 mm. Cytron laadt de chip al met CircuitPython, zodat je onmiddellijk aan de slag kunt. Ook MicroPython, C/C++ en Arduino zijn uiteraard ondersteund. 

Kortom, de Maker Pi RP2040 biedt alles wat je nodig hebt voor het stevigere werk met een combinatie van motoren en sensoren.

©PXimport

Pimoroni PicoSystem

De PicoSystem van Pimoroni is een volwaardige draagbare gameconsole gebouwd rond de RP2040. De microcontroller is vergezeld van een 16MB-flashchip en heeft een 1,54inch-kleurenschermpje met links daarvan een D-pad en rechts vier knoppen. Er is een RGB-led, aan-uitknop en piëzozoemer. De LiPo-batterij met een capaciteit van 525 mAh zou voldoende moeten zijn voor minstens zes uur speelplezier. 

Het PicoSystem meet 96,6 × 42,7 mm en gebruikt een usb-c-kabel om de batterij op te laden en de microcontroller te programmeren. Er zitten ook SWD- en UART-pinnen op de printplaat, maar daarvoor moet je de behuizing openschroeven. Pimoroni levert het PicoSystem met het platformspel Super Square Bros van Scorpion Games, maar je kunt er nog heel wat andere naar uploaden. 

Je eigen games maken kan met de officiële PicoSystem-API voor C++ en MicroPython, met de Stage-bibliotheek in CircuitPython of met de 32bit-SDK in C/C++. Met die laatste creëer je games die zowel op het PicoSystem als op de 32bit-console werken, en ook op Linux, Windows en macOS.

De RP2040, een krachtige microcontroller

De RP2040-chip past in een QFN-56-SMD-behuizing van 7 × 7 mm en wordt met een 40nm-proces gemaakt. De chip heeft twee ARM Cortex-M0+-processorkernen die op een kloksnelheid van 133 MHz draaien en beschikt over 264 KB SRAM. Er is geen intern flashgeheugen of EEPROM: de bootloader laadt de firmware vanaf extern flashgeheugen (de controller ondersteunt capaciteiten tot 16 MB) of de usb-bus. 

Van de 30 GPIO-pinnen kunnen er 4 optioneel als analoge invoer worden gebruikt. Verder heeft de chip twee keer UART, twee keer SPI, twee keer I²C, 16 PWM-kanalen, en een usb1.1-controller en PHY-chip met ondersteuning voor host en device. De RP2040 heeft ook 8 PIO state machines. 

PIO staat voor Programmable I/O en hiermee is het mogelijk om in een extra, kleine processor die los van de ARM-kernen draait speciale code uit te voeren voor efficiënte communicatie met de buitenwereld, zoals extra UARTs, DVI, NeoPixels of CAN-bus.

Conclusie

De RP2040 is een krachtige microcontroller van de makers van de Raspberry Pi waar allerlei fabrikanten ontwikkelbordjes met diverse toepassingsdomeinen omheen hebben gemaakt. Voor je eerste experimenten met de RP2040 is de Raspberry Pi Pico nog altijd het beste bordje, omdat het zo veelzijdig en goedkoop is. Arduino, Adafruit, SparkFun en Pimoroni hebben elk hun eigen varianten met licht verschillende functionaliteit, die elk hun eigen toepassingsdomeinen hebben waarvoor ze optimaal uitgerust zijn.

Moet je toepassing vooral compact zijn, dan zijn de Seeed Xiao RP2040 (zo klein mogelijk) en de Solder Party RP2040 Stamp (zo klein mogelijk met toegang tot alle GPIO’s) niet te kloppen. Daarnaast bestaan er ook heel specifiek uitgeruste bordjes, bijvoorbeeld met een e-paperscherm, motordriver of zelfs een volledige RP2040-gebaseerde gameconsole.

 Wat al deze bordjes gemeen hebben, is dat ze een uitstekende ondersteuning hebben in allerlei ontwikkelomgevingen en ecosystemen zoals MicroPython, CircuitPython en Arduino. In nog geen anderhalf jaar tijd heeft de RP2040 dan ook zeker zijn plaats in de wereld van elektronicaknutselaars ingenomen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.