ID.nl logo
Review Philips Fidelio FB1 - Knappe prestaties, interessante prijs
Huis

Review Philips Fidelio FB1 - Knappe prestaties, interessante prijs

De Philips Fidelio FB1-soundbar ondersteunt Dolby Atmos-geluid en past zich daarmee aan jouw woonkamer aan. Heel duur is hij ook niet. Maar is het een goede soundbar? Dat gaan we bekijken in dit artikel.

Uitstekend
Conclusie

Met de Fidelio FB1 presenteert Philips een high-endsoundbar met veel mogelijkheden die vergeleken met andere topmodellen niet al te veel kost. De Play-Fi-app is soms wat gebruiksonvriendelijk, maar is wel krachtig. Het zijn vooral de goede muziekprestaties en bovengemiddelde surroundprestaties die overtuigen. Dat alles vanuit een aantrekkelijke soundbar die zelfs zonder aparte subwoofer een vol en gecontroleerd geluid produceert. Wil je toch meer, dan kun je alsnog uitbreiden met extra speakers en een subwoofer.

Plus- en minpunten
  • Ondersteunt Dolby Atmos en DTS:X
  • Prijspunt
  • Mooi, geen schreeuwerig design
  • Groot geluidsbeeld rond tv-scherm
  • Kamerkalibratie optimaliseert prestaties in jouw kamer
  • Extra speakers en sub kosten veel
  • Play-Fi-app is soms ingewikkeld
  • Volledige controle niet mogelijk via app

Dankzij twee speakers aan de bovenkant en een hele reeks speakers aan de voorkant kan de Fidelio FB1 7.1.2-geluid weergeven. Het gaat hier dus om een echt topmodel dat geschikt is om het Dolby Atmos-geluid van Netflix en andere streamingdiensten correct weer te geven. Zo’n high-endsoundbar kost vaak 1.000 euro of meer, maar met een adviesprijs van 899 euro is de Fidelio FB1 behoorlijk scherp geprijsd.

Neemt (relatief) weinig plaats in 

In tegenstelling tot veel andere topmodellen gaat het hier om een soundbar die je alleenstaand kunt gebruiken. De Fidelio FB1 wordt geleverd zonder extra draadloze subwoofer, al kun je die optioneel wel toevoegen. Woofers in de soundbar zelf zorgen voor verrassend krachtige bassen. De Fidelio FB1 positioneert zich als een soundbar die een veel betere geluidservaring biedt zonder per se veel ruimte in te nemen. En dat klopt ook wel.

De Philips Fidelio FB1 is afgewerkt met fijn Muirhead-leder.

Dit is echter geen kleine soundbar. Met een breedte van 120 cm past hij perfect bij een typische 55inch-televisie. Ook bij een 65inch-scherm lijkt hij niet overdreven compact. De hoogte van iets meer dan 7 cm betekent dat je hem voor een televisie met een heel lage voet kunt plaatsen, zonder dat het een deel van het scherm afdekt. Muurmontage kan met de meegeleverde hulpstukken.

Chique afgewerkt

Fidelio is de naam die Philips gebruikt voor luxueuzere, hoger gepositioneerde audio-apparaten. Dat luxegevoel is aanvankelijk niet zo heel sterk bij de FB1, al oogt hij wel strak en is het apparaat fraai afgewerkt. De lederen afwerking rond de controls aan de bovenkant en rondom de bovenrand van de soundbar is ook best smaakvol. Niet dat je er echt veel van meekrijgt als je op de bank zit, maar toch.

©© Jamie Biesemans

De verlichting rond de bovenspeakers kun je uitschakelen.

Bijzonder: de grote speakers bovenaan zijn omringd door ledverlichting. Kom je dichterbij, dan zie je twee opvallende verlichte cirkels. Een blikvanger die in een verduisterde kamer wat storend kan zijn. Gelukkig kun je de verlichting en het display dimmen of uitschakelen.

Een extra HDMI-ingang

Zoals elke Dolby Atmos-compatibele soundbar kun je de Fidelio FB1 het best aansluiten op een televisie met een HDMI-eARC-poort. Er is een tweede HDMI-ingang om een console of een Blu-ray-speler aan te sluiten. De soundbar kan daarbij 4K-video doorgeven aan de tv, maar ondersteunt niet de 4K120 of 8K60 die de PlayStation 5 of Xbox Series X kunnen leveren. Via de optische aansluiting kun je een cd-speler of ander audiotoestel verbinden.

De Fidelio FB1 kan overweg met de belangrijkste surroundformaten. Naast Dolby Atmos lust het ook DTS:X (te vinden bij games, de Bravia Core-streamingdiensten en bij consoles). Ook de IMAX Enhanced-sticker is aanwezig op de doos. Een goedwerkende Upmix-modus brengt stereogeluid of 5.1-surroundgeluid naar het niveau van Dolby Atmos.

Twee apps voor één soundbar

Bij de Fidelio FB1 horen twee apps. Er is Philips Sound, wat eigenlijk een Philips-uitvoering van de Play-Fi-app is. Je gebruikt het om muziek af te spelen of om de Fidelio FB1 met andere Play-Fi-toestellen te verbinden. Bijvoorbeeld om compatibele Play-Fi-luidsprekers te koppelen die je naast de sofa plaatst, zoals de Philips FS1-speakers. Zo krijg je een surroundopstelling om je te laten omhullen met film- en gamegeluid.

In de Philips Sound-app vind je verschillende streamingdiensten.

Een andere optie is een Philips FW1-subwoofer draadloos verbinden. Hiermee krijg je meer bassen, wat filmgeluid spectaculairder maakt. Dat alles kun je achteraf toevoegen, als je budget het toelaat. Verschillende retailers verkopen de Fidelio FB1 echter ook in een bundel met twee FS1’s en een FW1-subwoofer.

Je kunt de FB1 uitbreiden met een draadloze subwoofer.

Je zult de Philips Sound-app er vooral bij nemen als je muziek wilt streamen. Dat kan via de ingebouwde streamingdiensten: Amazon Music, Deezer, Napster, Qobuz en Tidal. Daarnaast kun je internetradio of eigen muziekbestanden afspelen. Spotify werkt ook, maar niet via deze app. Je gebruikt gewoon de Spotify-app. Alsof dat nog niet genoeg opties zijn, kun je ook streamen via AirPlay 2 of via bluetooth. 

De Philips Sound-app presenteert afgespeelde muziek best knap.

Het grootse nadeel bij het streamen via de Philips Sound-app is dat je geen audio-instellingen van de FB1 kunt aanpassen. Je moet dus nog even de remote erbij pakken om de muziekmodus naar Muziek te veranderen. Dat levert een veel betere en evenwichtiger klank op als je naar een playlist of album wilt luisteren. De afstandsbediening heb je trouwens ook nodig als je weer van streaming naar tv-geluid wilt omschakelen; dat kan ook niet via de Philips Sound-app.

Finetunen mogelijk

Een tweede app, PS Fine Tune, is er voor mensen die zelf meer willen instellen. De app geeft je veel meer controle over de soundbar. Zo kun je bassen en treble (hoge tonen) afstellen, maar ook voor elk afzonderlijk speakerpaar (zoals de twee speakers bovenaan) het volume instellen. Op deze manier kun je met wat geduld de Fidelio FB1 helemaal instellen zoals jij dat graag wilt. 

De PS Fine Tune-app geeft je veel controle over de FB1.

Heel brede soundstage 

De Dolby Atmos-prestaties van de Fidelio FB1 zijn uitstekend. Voorwaarde is wel dat je de kalibratie met de meegeleverde microfoon uitvoert. Dat is niet bepaald moeilijk. Je steekt de kabel achter in de soundbar en start de kalibratie via de afstandsbediening. De bedoeling is dat je de microfoon op de leuning van de bank plaatst, zodat de meting min of meer gebeurt op de hoogte van je oren. Het meten met luide testtonen duurt een minuut of twee.

De Philips-soundbar zet heel goed bewegende geluidseffecten in de kamer neer. Zo wordt de snelheid van de gevechtsvliegtuigen die in Top Gun: Maverick door een ravijn vliegen heel goed overgebracht. Ook daarna, als de jets SAM-raketten proberen te ontwijken, wordt er een overtuigend surroundbeeld gecreëerd en heb je echt de indruk dat de actie op het scherm gespiegeld wordt. Er is geen subwoofer aangesloten, maar toch zijn explosies betrekkelijk groot en heftig.

Wat de FB1 dan weer minder goed doet, is een soundstage produceren die verticaal doorloopt. Sommige soundbars, zoals Sennheisers Ambeo Mini, geven echt de indruk dat Atmos-geluidseffecten hoog in de lucht hangen. Dat is hier minder. 

Ook bij enkele Dolby-demonstratiefilms, zoals ‘Audiosphere’, is dat hoogte-effect eerder beperkt. Wel krijg je een heel brede geluidsmuur, waardoor de ruimteschepen die bij Horizon links en rechts het scherm invliegen echt heel realistisch overkomt.  

©© Jamie Biesemans

De Fidelio FB1 presenteert een brede soundstage.

Veel controle

Ook qua laag presteert de Philips Fidelio-soundbar prima. Bassen zijn laag, ook in een groter kamer. We horen geen sporen van vervorming als het luid is. Soms hebben soundbars met ingebouwde woofers hier wel last van; door de lage tonen luid te spelen, begint te behuizing mee te bewegen en lawaai te maken. Hier is dat niet het geval.

De FB1 is een goed ontworpen soundbar. Dat merk je als je bij een heftige soundtrack wat luider durft te luisteren. Zowel bij de intense muziek van Hans Zimmer bij Dune of de beginscène van Shazam! Fury of the Gods is het surroundgeluid intens zonder z’n evenwicht te verliezen. Zo wordt spraak ook altijd helder gepresenteerd.

Conclusie

Met de Fidelio FB1 presenteert Philips een high-endsoundbar met veel mogelijkheden die vergeleken met andere topmodellen niet al te veel kost. De Play-Fi-app is soms wat gebruiksonvriendelijk, maar is wel krachtig. Het zijn vooral de goede muziekprestaties en bovengemiddelde surroundprestaties die overtuigen. Dat alles vanuit een aantrekkelijke soundbar die zelfs zonder aparte subwoofer een vol en gecontroleerd geluid produceert. Wil je toch meer, dan kun je alsnog uitbreiden met extra speakers en een subwoofer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.